Voorwoord
Je kijkt waarheen je wilt, dat is de stelregel als het gaat om je kijktechniek.
Maar hoe pas je je kijktechniek specifiek toe als het gaat om het rijden van bochten?
Dit alles wordt in details uitgelegd in het artikel 'Panoramablik in een bocht'.
Met de vakanties voor de boeg nog snel even een artikel over het rijden bij extreme temperaturen.
In dit geval het rijden bij temperaturen boven lichaamstemperatuur. In landen rond de Middellandse Zee kan
het kwik rond deze tijd van het jaar makkelijk boven de veertig graden uitkomen. De verleiding is altijd weer groot
om lekker door te rijden, ondanks de extreme hitte. Dan kun je er maar het best goed op zijn voorbereid!
Tot slot als geheugensteuntje nog een aantal algemene veiligheidstips die eigenlijk wel voor de hand liggen, maar
waarvan sommige er misschien toch snel - bewust of onbewust - bij inschieten...
|
|
Panoramablik in een bocht
Je rijdt waarnaar je kijkt. Eigenlijk is het beter om te zeggen:
je kijkt waarheen je wilt. Dit is de stelregel als het gaat om kijktechniek bij het motorrijden.
Je kijkrichting als motorrijder behelst veel meer dan
alleen het juiste doel in het vizier nemen. Zonder een juiste kijktechniek zul je nooit
werkelijk je doel kunnen verwezenlijken. En wat is je doel bij het motorrijden?
Dat is onder andere veilig rijden, plezierig rijden, de techniek goed beheersen. Dat alles valt of staat met
een juiste kijktechniek. Je kijktechniek bepaalt in hoge mate hoe vlot je de bocht doorkomt.
Oriëntatiepunten
Alles draait bij het motorrijden om ver vooruit te kijken en niet naar het gedeelte waar je je op dat moment bevindt.
Focus je niet op de paar meter voor je voorband, maar kijk ver door de bocht heen.
De juiste oriëntatie is belangrijk, omdat je anders nooit in staat bent eventuele risico's van tevoren
in te schatten. Het geheim is jezelf duidelijke (oriëntatie)punten voor ogen te houden.
Dat is vooral van toepassing in bochten. Door deze punten krijg je houvast, wordt een bocht minder eng en
wordt je zelfvertrouwen vergroot. Denk hierbij bijvoorbeeld aan rem- en kantelpunten, als inleiding op komende gebeurtenissen.
Bij het verlaten van de bocht je blik alvast op het volgende punt (doel) gericht. Je rijdt dus in een bocht,
waarbij je je blik al zover mogelijk in de rijrichting werpt, naar een (oriëntatie)punt dat al zichtbaar is.
Dat punt - dat je dus kunt zien - ligt bij de bochtuitgang of alweer op het rechte gedeelte.
Op weg daarheen zie je eigenlijk alleen dat punt, waarbij je over of langs andere punten voorbij rijdt
die je vertellen dat je goed zit. Dat zijn belangrijke steunpunten bij het opbouwen van je
panoramablik. Deze minder belangrijke punten zie je niet bewust en noemen we daarom in het vervolg
merkpunten. Is het gekozen oriëntatiepunt bijna bereikt, kijk dan weer naar het volgende
oriëntatiepunt, richt de gekozen rijlijn daarop en behandel het vorige oriëntatiepunt
als merkpunt voor het bepalen van je lijn.
Merkpunten
We stellen dus bijna onbewust het passeren van diverse merkpunten vast, en wel om vanaf het beginpunt
van de bocht naar de uitgang toe voortdurend controle te hebben over het stuk weg dat we rijden.
Die merkpunten kunnen alle mogelijke vaste punten op een stuk weg zijn die je zien kunt,
zoals een gat in het asfalt, een geverfde markering op de weg of een donkere vlek. Al bij het overzien van het gedeelte dat je rijdt
en in je perifere gezichtsveld dienen zich deze merkpunten te bevinden, anders wordt je aandacht te veel van
je oriëntatiepunt en de juiste lijn afgeleid (waar je heenkijkt, ga je heen). Binnen je panoramablik
zie je al de merk- en oriëntatiepunten, en alles wat zich voor je afspeelt, waarbij je slechts
kort je aandacht afhaalt van je oriëntatiepunt naar de merkpunten, om ervan verzekerd te zijn
dat je op de goede weg bent. Uitsluitend je aandacht wisselt binnen je gezichtsveld, niet je blik!
Signalen
Elke keer wanneer je je oriëntatiepunt bereikt hebt, zul je over je merkpunten heen gereden zijn.
Deze geven je de boodschap als: oppassen, afremmen, nu gas bijgeven, en boodschappen als: links voorbij rijden,
dat houdt in dat je ook zaken als gaten in de weg en dergelijke beheerst. Zo kun je op bekend
terrein de dingen alvast voorprogrammeren. De merkpunten moeten een duidelijke betekenis voor je hebben.
het maakt niet uit wat het punt is en waar het ligt, als het je maar op het juiste moment
aan het juiste herinnert.
Panoramablik
Je scant zo het gedeelte van de weg met alle details, zonder daarvoor veel van je aandacht te gebruiken, want het gaat
erom bij je blik naar je oriëntatiepunt je aandacht kort over de merkpunten te laten gaan. Je richt je aandacht kort
daarop, echter niet je ogen. Niet het heen en weer springen van je ogen, maar de wisselen van de aandacht in je gezichtsveld
stuurt je blik en zorgt voor een wijde blik. Wanneer je na enige oefening de merkpunten
juist stelt, zul je merken dat je het stuk weg in enkele je goed bekende meters kunt onderverdelen.
De merkpunten helpen je herinnering aan dit gedeelte van de weg en wat er zich voordoet.
Eén merkpunt is nuttig, twee zijn al beter en drie of vier merkpunten geven je plots het overzicht met welke ruimte
in deze bocht je nog kunt werken.
Al bij het afremmen voor een bocht is het belangrijk je lijn in de bocht te bepalen en
een oriëntatiepunt te kiezen. Zonder oriëntatiepunt of merkpunten mis je de oriëntering
voor het punt waarop je moet remmen, waarop je je motor inkantelt, je lijn in de bocht,
de passende snelheid en ga zo maar door.
Laat je niet door motorrijders voor je van de wijs brengen. Door je op je collega voor je te fixeren, rijd
je niet meer je eigen lijn en bestaat het gevaar dat je daardoor van je eigen rijlijn afgeleid wordt.
Rijders voor je zou je eigenlijk moeten beschouwen als een storende vlieg op een beeldscherm.
Hierdoor laat je je niet afleiden, storende optische invloeden moet je naast je neerleggen.
Een motorrijder voor je kan bijvoorbeeld ook vallen. Kijk je hiernaar - en uiteraard ga je waar je kijkt -
dan zul je niet in staat zijn om te remmen, maar ook onderuitgaan.
Uiteraard dien je bij dit alles wel rekening te houden met het overige verkeer. In dit geval
bedoelen we echter dat de kans bestaat op doelfixatie, vooral bij het rijden in een groep.
Rijd altijd je eigen lijn, laat je niet afleiden door je teamgenoten!
Alles draait om het snel inprenten van oriëntatie- en merkpunten. Zo kan elke route als het ware
gedecodeerd worden. Heb je eenmaal genoeg belangrijke oriëntatie- en merkpunten, dan zie je niet
meer elk detail afzonderlijk, maar heb je in een keer het overzicht over het grote geheel.
Dit zal je enorm helpen je zelfvertrouwen te vergroten en het nemen van bochten een stuk
vergemakkelijken.
Uiteraard is dit op het circuit van uitzonderlijk belang, maar vergeet niet dat deze regels
ook uitstekend van toepassing zijn op de openbare weg. Zelfs je dagelijkse route kun in je in markante
punten onderverdelen om het vervolgens succesvol uit te kunnen lezen.
Opperste concentratie, je blik vooruit, je niet af laten leiden door degene voor je en uitsluitend daarheen kijken waar
je heen wilt. Zo zul je ook op onbekende stukken weg snel overzicht krijgen.
Er zijn veel soorten bochten, overzichtelijke, onoverzichtelijke, dat maakt allemaal niet uit.
Het bovenstaande principe is op alle soorten bochten van toepassing.
Toepassing in de praktijk
Je kiest de beste uitgangspositie van waaruit je de bocht neemt, zodat
je optimaal de bocht door kunt kijken. Ga bij het nemen van bochten niet te snel aan de binnenkant van de bocht rijden, want dat vermindert je overzicht op de bocht en wat zich erachter bevindt.
Probeer zo diep mogelijk in de bocht te kijken, naar je eerste oriëntatiepunt. Probeer al rijdende het begin van het nieuwe rechte stuk te zien.
Op een gegeven moment zie je het begin van het rechte stuk. Laat je blik langs de apex van de bocht scheren.
De apex is een ingebeeld punt op de binnenkant van de bocht van waaruit je het begin van het rechte stuk kunt zien.
Heb je de apex bepaald, houd je blik dan daar niet op gefixeerd, maar blijf naar het uiteinde van de bocht kijken,
over de apex heen. Draai bij dit alles je hoofd zoveel mogelijk naar de richting waar je heen wilt, waarbij
je in principe je ogen altijd vooruit gericht laat.
Over het algemeen betekent dit dat je de bocht voor meer dan driekwart aan de buitenzijde zult rijden (zie groene lijn), omdat de apex zo ver ligt.
Je stuurt richting apex, ben je de apex gepasseerd, dan kun je beginnen met uitaccelereren en naar buiten sturen, waarbij je het volgende oriëntatiepunt in het zicht houdt.
Bij dit alles heb je de merkpunten onbewust vastgesteld en dienovereenkomstig gehandeld.
|
|
Rijden bij hitte
Met de vakantieperiode voor de deur toch nog snel even artikel over rijden bij hitte.
Daarbij maakt het uiteraard veel verschil of je een langere periode in tropische temperaturen rondrijdt of dat het een dag behoorlijk warm weer is, zoals het in Nederland vaak het geval is.
In het laatste geval zal het misschien een beetje oncomfortabel aanvoelen, het
eerste echter kan dodelijk zijn.
Langere perioden in de hitte motorrijden komt overeen met andere extreme sportactiviteiten.
Het kan een aanslag op je lichaam vormen. Dan hebben we het vooral over het rijden in de populaire vakantielanden rond de Middellandse Zee
waar de zon vaak eindeloos aan de hemel brandt.
Zaak is de hitte uit je lichaam kwijt te raken. Dat vereist een plan, een overlevingsstrategie.
Dat betekent naar elk facet kijken dat onze prestaties in de hitte beïnvloedt
en plannen verzinnen om de prestaties te verhogen.
Een mens is homeotherm. Dat betekent dat de lichaamstemperatuur altijd constant is en een kleine afwijking
al gevaarlijk kan zijn voor het functioneren. De temperatuur is zo'n 37,5° Celsius, onder de 36° spreken we al van onderkoeling, boven de 40° heb je zware koorts.
Teneinde de lichaamstemperatuur constant te houden moet de warmteafgifte gelijk zijn aan de warmteontwikkeling.
Ons lichaam produceert altijd warmte. Het gebruikt wat het nodig heeft om onze normale lichaamstemperatuur te handhaven en de rest wordt
afgegeven aan de atmosfeer. Dat betekent dat we constant warmte afgeven.
Onze huid laat de warmte door. Ook bij het ademhalen verliezen we warmte.
Bij normale buitentemperaturen kunnen we prima onze lichaamstemperatuur handhaven.
Als echter onze lichaamstemperatuur te snel stijgt, door bijvoorbeeld de omgevingstemperatuur of lichaamsbeweging,
dan beginnen we te zweten, waardoor ons lichaam sneller afkoelt.
Als het zweet verdampt, verdwijnt hiermee hitte.
Zo koelt de huid af, waardoor de bloedcirculatie net onder de huid eveneens afkoelt.
Het afgekoelde bloed wordt getransporteerd naar hart, spieren en organen, die hierdoor vervolgens afkoelen.
Hitte stroomt altijd van warmer naar koeler.
Is je lichaam warmer dan de lucht die je omgeeft, dan geeft het hitte af.
Als het koeler is, absorbeert het hitte.
In erg hete en droge temperaturen, laten we zeggen boven de zevenendertig graden,
absorbeert je lichaam hitte van de buitenlucht (convectie) en van de zon (straling).
Hoe hoger de luchtstroming, oftewel je snelheid, hoe groter dit effect, ook al heb je door de luchtstroming
het gevoel dat je hierdoor koeler blijft.
Nog lastiger wordt het wanneer het lichaam het transpiratievocht niet kan verdampen en dus niet kan koelen. Het effect daarvan is dan dubbel schadelijk. Er wordt dan niet alleen geen warmte afgevoerd, je verliest ook vocht en blijft dit verliezen omdat het lichaam zal blijven proberen om te koelen. Je herkent dit aan het symptoom dat je wel erg nat bent en het ook nog steeds erg warm hebt.
Niet ademende (regen)kleding is een bekend voorbeeld, maar ook hoge temperatuur van de omgeving en/of een hoge luchtvochtigheid zorgt ervoor dat de verdamping via longen of huid niet goed mogelijk is.
Andere omstandigheden die dit op kunnen roepen zijn bijvoorbeeld: directe straling van de zon op het lichaam en verbranding van de huid. Deze zorgen voor een extra noodzaak tot koeling. Ook windstilte voorkomt het koelend effect.
Wateruitscheiding via de longen is een normale manier van koeling voor het lichaam. Is de buitentemperatuur echter hoger dan 37 graden celsius dan is verdamping, en dus verkoeling, niet mogelijk. De ademhaling produceert echter wel warmte, je krijgt het benauwd. Het lichaam kan de warmte niet kwijt en de zweetklieren worden extra gestimuleerd.
Fysieke inspanning levert warmte op, die het lichaam wil afvoeren, de zweetklieren worden gestimuleerd. Bij sterke inspanning kan het waterverbruik bij dit proces oplopen van 1 tot 2 liter per uur!
Dehydratatie en oververhitting horen bij elkaar: ze beïnvloeden elkaar en versterken elkaar.
Zolang je dus meer hitte verdampt dan je opneemt, is er niets aan de hand.
Maar op de snelweg met een temperatuur van meer dan 40 graden droge hitte,
zul je de hitte niet kwijt kunnen raken.
Bij hoge snelheden bij hoge temperaturen kan je afkoelingsmechanisme het niet bolwerken.
Je lichaam verwarmt, bloedvaten verwijden om meer bloed te laten circuleren in de huid.
Normaal is dit een goede zaak, omdat het afkoelingsproces je huid afkoelt,
en daardoor ook je bloed. Maar als je zweet te snel verdampt en uitdroogt,
zal je huid hitte van de lucht absorberen, wat uiteindelijk je bloed verwarmt.
Dat verwarmde bloed komt uiteindelijk onder andere ook in je hersenen terecht!
Je systeem komt onder stress te staan. De kans op een zonnesteek of oververhitting is groot.
Bescherm je huid tegen opname van te veel hitte terwijl je toch profiteert van het afkoelingseffect.
Als je beslist hoeveel je wilt ventileren, onthoud dan dat
je de luchtstroming over je lichaam beperkt tot datgene wat je net nodig hebt.
Door je goed in te pakken, heb je een soort beschermlaagje tussen je huid en de hete lucht.
Door je kleding nat te houden, vergroot je de hoeveelheid zweet en houd je je huid koel.
Je hebt bandana's met paraffinekristallen, cool bandana's, die het water veel
langer vasthouden dan katoen. In tropische omstandigheden ideaal.
Het bloed naar je hersenen blijft koel en het zorgt ervoor dat je hoofd goed ondersteund wordt.
Hete lucht die je huid raakt bij een temperatuur hoger dan je eigen lichaamstemperatuur
zal je sneller doen uitdrogen dan je in de gaten hebt.
Bedek je nek met een natte bandana, draag een nat T-shirt en stop vaak
om beide weer nat te maken. Drink meer water dan je denkt nodig te hebben.
Te veel water is echter gevaarlijk, omdat je daardoor al de elektrolyten uit je lichaam spoelt.
Elektrolytendrankjes zorgen ervoor dat je waterhuishouding in je lichaam in balans blijft.
Zie daarvoor ons vorige artikel over motorrijden bij hoge temperaturen.
Te weinig is nooit goed, te veel ook niet.
Ook is het belangrijk jezelf enigszins te beschermen tegen de hitte die de grond afgeeft
en de hitte die wordt afgegeven door je motor. De grond absorbeert hitte en straalt deze
weer terug. Als je over de weg rijdt bij temperaturen boven de 35 graden Celsius,
kan de hitte die tegen je aanslaat meer dan 60 graden bedragen.
Dat betekent letterlijk dat je over een onzichtbare laag van 60 graden rijdt!
Dit verklaart waarom je voeten altijd zo heet aanvoelen.
Je kleren absorberen de hitte door convectie
van de passerende lucht en de straling van de grond.
Deze temperatuur zal ook het materiaal van je normale rijbroek verwarmen.
Zelfs cordura mag niet baten en het gevaar van warmteblaren is aanwezig.
Warmteregulerend ondergoed onder je broek kan je hiertegen beschermen.
Tekenen dat je oververhit raakt zijn:
Tips om oververhitting te mijden:
- rijd bij extreme temperaturen niet tussen 11.00 en 16.00 uur
- ga in de schaduw zitten
- gelast regelmatig een pauze in en drink regelmatig
- rijd bij voorkeur 's nachts bij extreme temperaturen
- neem een bidon (Camelbag) mee op je motor
- draag warmteregulerend ondergoed
- eet lichte maaltijden
Insecten
Insecten zijn vaak erg lastig als je motorrijdt.
Vooral als je op vakantie bent, ondervind je hiervan vaak hinder.
Insecten die tegen je vizier en kleding vliegen is tot daaraan toe.
Maar je wilt ze absoluut niet in je helm of kleding krijgen. Een integraalhelm is op langere afstanden echt een must.
Doe je handschoenen goed over de mouwen van je jas en je broek goed over je laarzen.
Insecten tegen je nek kunnen behoorlijk pijn doen. Draag een sjaal of bandana zodat je niet een of ander
stekend insect tegen je nek of in je jas krijgt.
Aangekoekt vuil en insecten op de koellamellen van je
radiateur verminderen de koelende werking. Zorg ervoor dat je deze regelmatig schoonmaakt.
Zelfs bij gedeeltelijke blokkering van de koudeluchtstroom is er minder efficiënte warmtewisseling
en kan de motor oververhit raken. Spuit of blaas met water vanaf de motorzijde, dus tegen de rijrichting in,
het vuil weg. Maak regelmatig je koplamp, windscherm en vizier schoon. Een kwartiertje in laten weken, eventueel
met een spons met groene zeep, en je haalt het vuil er zo af.
|
|
|
Weg: A81
Weinsberg naar Wurzburg
Lengte: 102 km
Je merkt al snel dat Porsche en AMG hier hun snelheidstesten uitvoeren.
Weg: A92
München naar Deggendorf
Lengte: 145 km
Saai, maar erg snel.
Weg: A96
Landsberg naar Bregenz
Lengte: 128 km
Mooi uitzicht, mooie weg.
Weg: A9
Nürnberg naar Holledau
Length: 134 km
Saaie, maar erg snelle driebaansweg.
|
|
Stuur deze nieuwsbrief naar een vriend(in)
|
Algemene veiligheidstips
- Tip 1:
Altijd je licht aan! Dagelijks zien we nog veel motor- en scooterrijders zonder licht rijden.
Met licht aan word je echt veel beter waargenomen. Sommigen hebben om deze reden zelfs
gele schijnwerperlampen ingebouwd.
Stel je voor, je rijdt op een weg met de zon achter je, en uit een zijweg komt een voertuig.
Wat valt beter op: geen, wit of geel licht?
- Tip 2:
Beschermkleding is enorm belangrijk. Overal zie je mensen die niet de juiste beschermkleding dragen.
T-shirt, korte broek en sandalen op een sportmotor of scooter. Deze mensen hebben nog nooit
verwondingen gezien die al bij lage snelheden optreden. Ook (juist) met heet weer handschoenen en een
jas met protectoren (ook in zomeruitvoering met ventilatie).
- Tip 3:
Wen je eraan altijd twee vingers over je rem te houden. Bij een noodstop scheelt je dit kostbare seconden
en misschien net die paar meter die je kunnen redden.
- Tip 4:
Nooit de voorrem met vier vingers inknijpen, omdat je op dat moment veel te veel kracht op je rem zet,
je voorrem meestal zal blokkeren en een val niet te vermijden is. Twee, maximaal drie vingers.
Bij bijna alle tweewielers is het drukpunt bij de remhandle instelbaar, zorg dat je er mee vertrouwd raakt en stel hem op jezelf in,
zo krijg je veel meer feeling voor het remmen.
- Tip 5:
Juist kantelen: veel motorrijders leunen met het lichaamsgewicht in de bocht om de motor om te bocht
te krijgen. Daar is op zich niets op tegen, maar hier zitten grenzen aan.
Soms ga je te snel in de bocht en is je gewicht niet meer voldoende om te corrigeren,
de motor wil zich oprichten en je komt in de baan van het tegemoetkomende verkeer
of erger nog, vliegt uit de bocht. Gebruik daarom altijd de techniek van het tegensturen.
Je moet hier wel even voor oefenen, maar binnen de kortste keren
heb je er de juiste feeling voor. Op deze manier kun je je motor ook sneller weer omhoogkrijgen na
een bocht of in een bocht corrigeren.
Bovendien gebruik je deze techniek om in een noodgeval uit te kunnen wijken.
- Tip 6:
Bumperkleven: een motor kan misschien sneller stoppen dan een auto, in de praktijk is dit meestal niet het geval.
Reden is meestal foutief en onregelmatig remmen. Oefen daarom regelmatig een noodstop,
kies een plek waar niemand je stoort of in gevaar brengt, en kies een punt op de weg
of zet er wat neer, rijd er met 50 km/h op af en probeer zo goed en snel mogelijk te remmen.
Blokkeert het voorwiel, gebruik dan een vinger minder om te remmen, twee is meestal genoeg.
In het begin zul je merken dat dit best moeilijk is, oftewel je voertuigbeheersing is nog niet wat het zijn moet.
Na enige tijd en oefenen zul je merken dat je remweg steeds korter wordt, je remmen en banden worden echter
steeds warmer, waardoor het resultaat ook anders uitpakt.
Neem dus regelmatig een pauze zodat de boel weer afkoelt, om de optimale omstandigheden te krijgen voor
een noodstop. In het geval van een noodstop zijn remmen en banden immers ook vaak niet opgewarmd.
- Tip 7:
Nog erger is te dicht opeen rijden in een groep.
Meestal rijdt men in een groep veel te dicht op elkaar.
Door het volgen van het wiel voor je verslapt je concentratie. Door niet voldoende afstand te bewaren komt het snel tot botsingen, bijvoorbeeld als iemand plotseling besluit af te remmen om benzine te gaan tanken.
Moet een motor voor je plotseling een noodstop maken, dan is een val meestal onvermijdelijk.
Houd altijd voldoende afstand bij het rijden in een groep. Door geschaard te rijden voorkom je dit probleem enigszins.
- Tip 8:
Groepsrijden / vertrouwen in de voorrijder: jammer genoeg zijn er altijd weer gevallen van
zelfoverschatting. Daarmee bedoelen we: rijd altijd zo snel als je kunt en zo ver je kunt zien.
De laatste tijd zien we steeds vaker groepjes motorrijders waarbij één persoon duidelijk niet de capaciteit
heeft het tempo en de rijstijl van de rest van de groep bij te houden. Levensgevaarlijk!
Vertrouw nooit op degene voor je, deze kent misschien de rit, rijdt beter dan jij, of zijn motor zit anders in elkaar.
Deze rijdt misschien de bocht met 100 km/h omdat hij het kan, jij kunt dat misschien niet, blijft achter hem, en voor je het weet is het te laat.
Ook kan degene voor je zichzelf overschatten, valt, en jij komt daarachter...
Pas alsjeblieft je rijstijl aan aan je eigen mogelijkheden en oefen op plaatsen die daarvoor geschikt zijn.
- Tip 9:
Het is belangrijk in bochten geen gewichtsverplaatsing te hebben, dat betekent
niet remmen (en al helemaal niet met de achterrem) en niet gassen/gas minderen.
Kan het op een gegeven moment echt niet anders, dan moeten deze correcties zeer zacht,
met een fluwelen handje, doorgevoerd worden.
Het meest optimaal is met gelijkmatig gas door de bocht. Het is belangrijk de banden
in een bocht niet plotseling te belasten. Bij regen of koude is het natuurlijk allemaal nog
gevaarlijker.
- Tip 10:
Belangrijk is ook altijd je snelheid aan te passen waar het minder overzichtelijk is.
Dus liever niet in de bossen (wisseling van licht/schaduw), over heuvels en door bochten scheuren zonder dat je weet wat zich daarachter bevindt.
Rijd altijd zo, dat je altijd in staat bent te stoppen.
- Tip 11:
Voor elke rit dien je je motor aan een controle te onderwerpen.
Dit heeft echt nut. Soms ben je onderweg en rijdt je motor niet lekker, blijkt dat je te weinig lucht in je banden hebt.
Soms kom je er pas tijdens het rijden achter dat er iets aan je motor mankeert.
Controleer dus altijd je motor voordat je gaat rijden, controleer elke veertien dagen de luchtdruk,
en andere belangrijke onderdelen. Je ketting controleren en smeren is
een dagelijkse bezigheid, zeker als je in de regen hebt gereden. Als smering
gebruik je white grease. Makkelijk ertussen te spuiten en binnen een kwartier wordt het lekker
dik wit vet, dat er moeilijk af gaat.
- Tip 12:
Kijktechniek: dit is enorm belangrijk!
De juiste blik in een bocht, maar ook oogcontact met andere verkeersdeelnemers.
Denk maar aan iemand die uit een zijstraat rijdt. Kijk je hem in de ogen, dan kun je
aannemen dat hij je gezien heeft. Alles draait om zien en gezien worden.
- Tip 13:
Domheid van anderen: hier moet je als verkeersdeelnemer altijd rekening mee houden.
Iemand overziet een stopbord of rood licht en het slachtoffer is meestal de onschuldige.
Wees er nooit van overtuigd dat je bij voorrang ook werkelijk voorrang krijgt, want een motorrijder heeft altijd het nakijken.
Voor auto's heb je reserveonderdelen, voor motorrijders niet!
- Tip 14:
Draag altijd een integraalhelm, die zijn het veiligst.
Sommigen zweren bij een jet- of klaphelm, maar deze beschermen je niet voldoende.
Voorbeeld: een bekende rijdt met helm omhoog geklapt om twee uur 's nachts van het werk naar huis.
In een bocht ligt troep, zijn voorwiel glijdt weg en hij klapt tegen de stoeprand, waarbij hij in zijn gezicht geraakt wordt
door het windscherm.
Zeventien hechtingen waren het gevolg en dat alles bij 40/50km/h.... Nu rijdt hij met een integraalhelm!
Of hoe iemand met zijn Gilera Runner 125 SP zijn vriendin wat stuntjes wilde laten zien.
Stoppies en wheelies gingen uitstekend, tot de splinternieuwe scooter materiaalzwakte begon te vertonen,
en aan het voorwiel plotseling de voorvork brak.
De firma was niet aansprakelijk te stellen, omdat de scooter daar eenvoudigweg niet op gebouwd is, maar
hij had er geen rekening mee gehouden dat het voorwiel plotseling dwars op de
weg stond en hij via een highsider gelanceerd werd. Hij sloeg met zijn gezicht tegen het asfalt,
uitgerekend met de kin. Geluk bij een ongeluk was dat hij een integraalhelm droeg.
Die zag er naderhand niet zo goed meer uit...
- Tip 15:
Alle troep die je als motorrijder tegenkomt: soms smijten andere verkeersdeelnemers
wat uit het raampje, doen de ruitensproeier aan, of veroorzaken enorme stofwolken,
en niet altijd zit je vizier dicht. Zo krijg je vaak wat in je ogen en
bent even niet in staat om iets te zien. Zie je zoiets aankomen, dan kun je één oog
dichtknijpen, en komt de troep in je andere oog, dan zie je in ieder geval nog iets met het
oog dat je dicht had. Klinkt misschien raar, maar in de praktijk heeft dit zijn nut echt bewezen.
|
|
Motorfun
Pulsar DTSI
Bajaj commercial
Motorverhuur
Geen groot rijbewijs Geen nood! In Australië hebben ze de Spyder 250 cc
Harley reclame
Donkeys gear
Grappige motorrace
Old lady motorcycle commercial
French motorcycle scooter safety
Intersection
How to stay alive on a motorcycle
In de periode van 21 tot 27 april 2008 hebben gezamenlijke politiekorpsen in de Europese Unie
actie gevoerd tegen hardrijders. Met vaste en mobiele radarapparatuur heeft de lokale
politiekorpsen een gemiddelde van 100.000 hardrijders, automobilisten en motorrijders,
per dag op de bon geslingerd!
Hieronder de landen die meegedaan hebben met de operatie:
|
Land | Bekeuringen (21-27 apr) | |
België | 16.852 | |
Cyprus | 1.328 | |
Denemarken | 4.671 | |
Finland | 11.466 | |
Frankrijk | 316.338 | |
Duitsland | 91.356 | |
Griekenland | 4.722 | |
Hongarije | 3.699 | |
Ierland | 3.958 | |
Italë | 27.843 | |
Litouwen | 2.218 | |
Moldavië | 1.649 | |
Noorwegen | 1.945 | |
Polen | 14.965 | |
Roemenië | 15.499 | |
Slovenië | 1.058 | |
Spanje | 18.528 | |
Zweden | 15.054 | |
Nederland | 183.791 | |
UK | 27.717 | |
TOTAAL | 764.657 |
Wat te verwachten viel: Frankrijk heeft nog steeds het grootste aantal hardrijders. Maar kijk je goed naar de cijfers,
dan zie je dat ze het daar niet het slechtst gedaan hebben.
Kijk naar het aantal inwoners per land (aantal mensen met een rijbewijs is bijna niet te doen)
en kijk dan naar het aantal bekeuringen als percentage van het aantal inwoners.
|
Land | Bekeuringen (21-27 apr) | Populatie | % | |
Nederland | 183.791 | 16.500.000 | 1.11 | |
Cyprus | 1.328 | 265.000 | 0.50 | |
Frankrijk | 316.338 | 64.500.000 | 0.49 | |
Finland | 11.466 | 5.300.000 | 0.22 | |
Zweden | 15.054 | 9.100.000 | 0.17 | |
België | 16.852 | 10.500.000 | 0.16 | |
Duitsland | 91.356 | 82.000.000 | 0.11 | |
Ierland | 3.958 | 4.300.000 | 0.09 | |
Denemarken | 4.671 | 5.400.000 | 0.09 | |
Roemenië | 15.499 | 21.600.000 | 0.07 | |
Litouwen | 2.218 | 3.300.000 | 0.07 | |
Slovenië | 1.058 | 2.000.000 | 0.05 | |
UK | 27.717 | 59.000.000 | 0.05 | |
Italië | 27.843 | 59.400.000 | 0.05 | |
Griekenland | | 11.000.000 | 0.04 | |
Noorwegen | 1.945 | 4.700.000 | 0.04 | |
Moldavië | 1.649 | 4.000.000 | 0.04 | |
Spanje | 18.528 | 45.200.000 | 0.04 | |
Polen | 14.965 | 38.500.000 | 0.04 | |
Hongarije | 3.699 | 10.200.000 | 0.04 | |
TOTAAL | 764.657 | 456.765.000 | |
Nederland heeft het hoogste aantal bekeuringen per hoofd van de bevolking...
Door al die controles en hoge bekeuringen kijken de bestuurders van koekblikken nog meer op hun kilometerteller
in plaats van dat ze het overige verkeer (ons dus) in de gaten houden...
De snelste wegen van Europa
Al deze wegen liggen in, hoe kan het ook anders, Duitsland.
Zie je niet alle kaarten, dan even de pagina verversen.
Weg: A31
Essen naar Emden
Lengte: 250 km
Twee rijstroken van bijna rechte wegen, vaak erg druk, dus vroeg op pad...
Weg: A19/A24
Berlijn naar Rostock
Lengte:230 km
Een enkele snelheidsbeperking, maar over het algemeen rijden maar!
Weg: A5
Karlsruhe naar Bazel
Lengte: 417 km
Druk verkeer, ook in het weekend. Rechte wegen, weinig bochten.
Weg: A38
Göttingen naar Leipzig
Lengte: 247 km
Ideale weg, snel, bochten, weinig verkeer.
Weg: A3
Frankfurt naar Bonn
Lengte: 174 km
Drie rijstroken. Overdag druk, ´s nachts beter.
Weg: A62
Landstuhl naar Nonnweiler
Lengte: 57 km
200 km-h snelheidsbeperking in aantocht.
|
|
|