LCVM-nieuwsbrief juni 2008

Voorwoord

Je kijkt waarheen je wilt, dat is de stelregel als het gaat om je kijktechniek. Maar hoe pas je je kijktechniek specifiek toe als het gaat om het rijden van bochten? Dit alles wordt in details uitgelegd in het artikel 'Panoramablik in een bocht'.
Met de vakanties voor de boeg nog snel even een artikel over het rijden bij extreme temperaturen. In dit geval het rijden bij temperaturen boven lichaamstemperatuur. In landen rond de Middellandse Zee kan het kwik rond deze tijd van het jaar makkelijk boven de veertig graden uitkomen. De verleiding is altijd weer groot om lekker door te rijden, ondanks de extreme hitte. Dan kun je er maar het best goed op zijn voorbereid!
Tot slot als geheugensteuntje nog een aantal algemene veiligheidstips die eigenlijk wel voor de hand liggen, maar waarvan sommige er misschien toch snel - bewust of onbewust - bij inschieten...



Panoramablik in een bocht

Je rijdt waarnaar je kijkt. Eigenlijk is het beter om te zeggen: je kijkt waarheen je wilt. Dit is de stelregel als het gaat om kijktechniek bij het motorrijden. Je kijkrichting als motorrijder behelst veel meer dan alleen het juiste doel in het vizier nemen. Zonder een juiste kijktechniek zul je nooit werkelijk je doel kunnen verwezenlijken. En wat is je doel bij het motorrijden? Dat is onder andere veilig rijden, plezierig rijden, de techniek goed beheersen. Dat alles valt of staat met een juiste kijktechniek. Je kijktechniek bepaalt in hoge mate hoe vlot je de bocht doorkomt.

Oriëntatiepunten
Alles draait bij het motorrijden om ver vooruit te kijken en niet naar het gedeelte waar je je op dat moment bevindt. Focus je niet op de paar meter voor je voorband, maar kijk ver door de bocht heen. De juiste oriëntatie is belangrijk, omdat je anders nooit in staat bent eventuele risico's van tevoren in te schatten. Het geheim is jezelf duidelijke (oriëntatie)punten voor ogen te houden. Dat is vooral van toepassing in bochten. Door deze punten krijg je houvast, wordt een bocht minder eng en wordt je zelfvertrouwen vergroot. Denk hierbij bijvoorbeeld aan rem- en kantelpunten, als inleiding op komende gebeurtenissen. Bij het verlaten van de bocht je blik alvast op het volgende punt (doel) gericht. Je rijdt dus in een bocht, waarbij je je blik al zover mogelijk in de rijrichting werpt, naar een (oriëntatie)punt dat al zichtbaar is. Dat punt - dat je dus kunt zien - ligt bij de bochtuitgang of alweer op het rechte gedeelte. Op weg daarheen zie je eigenlijk alleen dat punt, waarbij je over of langs andere punten voorbij rijdt die je vertellen dat je goed zit. Dat zijn belangrijke steunpunten bij het opbouwen van je panoramablik. Deze minder belangrijke punten zie je niet bewust en noemen we daarom in het vervolg merkpunten. Is het gekozen oriëntatiepunt bijna bereikt, kijk dan weer naar het volgende oriëntatiepunt, richt de gekozen rijlijn daarop en behandel het vorige oriëntatiepunt als merkpunt voor het bepalen van je lijn.

Merkpunten
We stellen dus bijna onbewust het passeren van diverse merkpunten vast, en wel om vanaf het beginpunt van de bocht naar de uitgang toe voortdurend controle te hebben over het stuk weg dat we rijden. Die merkpunten kunnen alle mogelijke vaste punten op een stuk weg zijn die je zien kunt, zoals een gat in het asfalt, een geverfde markering op de weg of een donkere vlek. Al bij het overzien van het gedeelte dat je rijdt en in je perifere gezichtsveld dienen zich deze merkpunten te bevinden, anders wordt je aandacht te veel van je oriëntatiepunt en de juiste lijn afgeleid (waar je heenkijkt, ga je heen). Binnen je panoramablik zie je al de merk- en oriëntatiepunten, en alles wat zich voor je afspeelt, waarbij je slechts kort je aandacht afhaalt van je oriëntatiepunt naar de merkpunten, om ervan verzekerd te zijn dat je op de goede weg bent. Uitsluitend je aandacht wisselt binnen je gezichtsveld, niet je blik!

Signalen
Elke keer wanneer je je oriëntatiepunt bereikt hebt, zul je over je merkpunten heen gereden zijn. Deze geven je de boodschap als: oppassen, afremmen, nu gas bijgeven, en boodschappen als: links voorbij rijden, dat houdt in dat je ook zaken als gaten in de weg en dergelijke beheerst. Zo kun je op bekend terrein de dingen alvast voorprogrammeren. De merkpunten moeten een duidelijke betekenis voor je hebben. het maakt niet uit wat het punt is en waar het ligt, als het je maar op het juiste moment aan het juiste herinnert.

Panoramablik
Je scant zo het gedeelte van de weg met alle details, zonder daarvoor veel van je aandacht te gebruiken, want het gaat erom bij je blik naar je oriëntatiepunt je aandacht kort over de merkpunten te laten gaan. Je richt je aandacht kort daarop, echter niet je ogen. Niet het heen en weer springen van je ogen, maar de wisselen van de aandacht in je gezichtsveld stuurt je blik en zorgt voor een wijde blik. Wanneer je na enige oefening de merkpunten juist stelt, zul je merken dat je het stuk weg in enkele je goed bekende meters kunt onderverdelen. De merkpunten helpen je herinnering aan dit gedeelte van de weg en wat er zich voordoet. Eén merkpunt is nuttig, twee zijn al beter en drie of vier merkpunten geven je plots het overzicht met welke ruimte in deze bocht je nog kunt werken.
Al bij het afremmen voor een bocht is het belangrijk je lijn in de bocht te bepalen en een oriëntatiepunt te kiezen. Zonder oriëntatiepunt of merkpunten mis je de oriëntering voor het punt waarop je moet remmen, waarop je je motor inkantelt, je lijn in de bocht, de passende snelheid en ga zo maar door.
Laat je niet door motorrijders voor je van de wijs brengen. Door je op je collega voor je te fixeren, rijd je niet meer je eigen lijn en bestaat het gevaar dat je daardoor van je eigen rijlijn afgeleid wordt. Rijders voor je zou je eigenlijk moeten beschouwen als een storende vlieg op een beeldscherm. Hierdoor laat je je niet afleiden, storende optische invloeden moet je naast je neerleggen. Een motorrijder voor je kan bijvoorbeeld ook vallen. Kijk je hiernaar - en uiteraard ga je waar je kijkt - dan zul je niet in staat zijn om te remmen, maar ook onderuitgaan.
Uiteraard dien je bij dit alles wel rekening te houden met het overige verkeer. In dit geval bedoelen we echter dat de kans bestaat op doelfixatie, vooral bij het rijden in een groep. Rijd altijd je eigen lijn, laat je niet afleiden door je teamgenoten!

Alles draait om het snel inprenten van oriëntatie- en merkpunten. Zo kan elke route als het ware gedecodeerd worden. Heb je eenmaal genoeg belangrijke oriëntatie- en merkpunten, dan zie je niet meer elk detail afzonderlijk, maar heb je in een keer het overzicht over het grote geheel. Dit zal je enorm helpen je zelfvertrouwen te vergroten en het nemen van bochten een stuk vergemakkelijken.

Uiteraard is dit op het circuit van uitzonderlijk belang, maar vergeet niet dat deze regels ook uitstekend van toepassing zijn op de openbare weg. Zelfs je dagelijkse route kun in je in markante punten onderverdelen om het vervolgens succesvol uit te kunnen lezen.
Opperste concentratie, je blik vooruit, je niet af laten leiden door degene voor je en uitsluitend daarheen kijken waar je heen wilt. Zo zul je ook op onbekende stukken weg snel overzicht krijgen. Er zijn veel soorten bochten, overzichtelijke, onoverzichtelijke, dat maakt allemaal niet uit. Het bovenstaande principe is op alle soorten bochten van toepassing.

Toepassing in de praktijk
Je kiest de beste uitgangspositie van waaruit je de bocht neemt, zodat je optimaal de bocht door kunt kijken. Ga bij het nemen van bochten niet te snel aan de binnenkant van de bocht rijden, want dat vermindert je overzicht op de bocht en wat zich erachter bevindt. Probeer zo diep mogelijk in de bocht te kijken, naar je eerste oriëntatiepunt. Probeer al rijdende het begin van het nieuwe rechte stuk te zien. Op een gegeven moment zie je het begin van het rechte stuk. Laat je blik langs de apex van de bocht scheren. De apex is een ingebeeld punt op de binnenkant van de bocht van waaruit je het begin van het rechte stuk kunt zien. Heb je de apex bepaald, houd je blik dan daar niet op gefixeerd, maar blijf naar het uiteinde van de bocht kijken, over de apex heen. Draai bij dit alles je hoofd zoveel mogelijk naar de richting waar je heen wilt, waarbij je in principe je ogen altijd vooruit gericht laat. Over het algemeen betekent dit dat je de bocht voor meer dan driekwart aan de buitenzijde zult rijden (zie groene lijn), omdat de apex zo ver ligt. Je stuurt richting apex, ben je de apex gepasseerd, dan kun je beginnen met uitaccelereren en naar buiten sturen, waarbij je het volgende oriëntatiepunt in het zicht houdt. Bij dit alles heb je de merkpunten onbewust vastgesteld en dienovereenkomstig gehandeld.



Rijden bij hitte

Met de vakantieperiode voor de deur toch nog snel even artikel over rijden bij hitte. Daarbij maakt het uiteraard veel verschil of je een langere periode in tropische temperaturen rondrijdt of dat het een dag behoorlijk warm weer is, zoals het in Nederland vaak het geval is. In het laatste geval zal het misschien een beetje oncomfortabel aanvoelen, het eerste echter kan dodelijk zijn.
Langere perioden in de hitte motorrijden komt overeen met andere extreme sportactiviteiten. Het kan een aanslag op je lichaam vormen. Dan hebben we het vooral over het rijden in de populaire vakantielanden rond de Middellandse Zee waar de zon vaak eindeloos aan de hemel brandt.
Zaak is de hitte uit je lichaam kwijt te raken. Dat vereist een plan, een overlevingsstrategie. Dat betekent naar elk facet kijken dat onze prestaties in de hitte beïnvloedt en plannen verzinnen om de prestaties te verhogen.

Een mens is homeotherm. Dat betekent dat de lichaamstemperatuur altijd constant is en een kleine afwijking al gevaarlijk kan zijn voor het functioneren. De temperatuur is zo'n 37,5° Celsius, onder de 36° spreken we al van onderkoeling, boven de 40° heb je zware koorts. Teneinde de lichaamstemperatuur constant te houden moet de warmteafgifte gelijk zijn aan de warmteontwikkeling. Ons lichaam produceert altijd warmte. Het gebruikt wat het nodig heeft om onze normale lichaamstemperatuur te handhaven en de rest wordt afgegeven aan de atmosfeer. Dat betekent dat we constant warmte afgeven. Onze huid laat de warmte door. Ook bij het ademhalen verliezen we warmte.
Bij normale buitentemperaturen kunnen we prima onze lichaamstemperatuur handhaven. Als echter onze lichaamstemperatuur te snel stijgt, door bijvoorbeeld de omgevingstemperatuur of lichaamsbeweging, dan beginnen we te zweten, waardoor ons lichaam sneller afkoelt. Als het zweet verdampt, verdwijnt hiermee hitte. Zo koelt de huid af, waardoor de bloedcirculatie net onder de huid eveneens afkoelt. Het afgekoelde bloed wordt getransporteerd naar hart, spieren en organen, die hierdoor vervolgens afkoelen.

Hitte stroomt altijd van warmer naar koeler. Is je lichaam warmer dan de lucht die je omgeeft, dan geeft het hitte af. Als het koeler is, absorbeert het hitte. In erg hete en droge temperaturen, laten we zeggen boven de zevenendertig graden, absorbeert je lichaam hitte van de buitenlucht (convectie) en van de zon (straling). Hoe hoger de luchtstroming, oftewel je snelheid, hoe groter dit effect, ook al heb je door de luchtstroming het gevoel dat je hierdoor koeler blijft.

Nog lastiger wordt het wanneer het lichaam het transpiratievocht niet kan verdampen en dus niet kan koelen. Het effect daarvan is dan dubbel schadelijk. Er wordt dan niet alleen geen warmte afgevoerd, je verliest ook vocht en blijft dit verliezen omdat het lichaam zal blijven proberen om te koelen. Je herkent dit aan het symptoom dat je wel erg nat bent en het ook nog steeds erg warm hebt. Niet ademende (regen)kleding is een bekend voorbeeld, maar ook hoge temperatuur van de omgeving en/of een hoge luchtvochtigheid zorgt ervoor dat de verdamping via longen of huid niet goed mogelijk is. Andere omstandigheden die dit op kunnen roepen zijn bijvoorbeeld: directe straling van de zon op het lichaam en verbranding van de huid. Deze zorgen voor een extra noodzaak tot koeling. Ook windstilte voorkomt het koelend effect. Wateruitscheiding via de longen is een normale manier van koeling voor het lichaam. Is de buitentemperatuur echter hoger dan 37 graden Celsius dan is verdamping, en dus verkoeling, niet mogelijk. De ademhaling produceert echter wel warmte, je krijgt het benauwd. Het lichaam kan de warmte niet kwijt en de zweetklieren worden extra gestimuleerd. Fysieke inspanning levert warmte op, die het lichaam wil afvoeren, de zweetklieren worden gestimuleerd. Bij sterke inspanning kan het waterverbruik bij dit proces oplopen van 1 tot 2 liter per uur! Dehydratatie en oververhitting horen bij elkaar: ze beïnvloeden elkaar en versterken elkaar.

Zolang je dus meer hitte verdampt dan je opneemt, is er niets aan de hand. Maar op de snelweg met een temperatuur van meer dan 40 graden droge hitte, zul je de hitte niet kwijt kunnen raken. Bij hoge snelheden bij hoge temperaturen kan je afkoelingsmechanisme het niet bolwerken. Je lichaam verwarmt, bloedvaten verwijden om meer bloed te laten circuleren in de huid. Normaal is dit een goede zaak, omdat het afkoelingsproces je huid afkoelt, en daardoor ook je bloed. Maar als je zweet te snel verdampt en uitdroogt, zal je huid hitte van de lucht absorberen, wat uiteindelijk je bloed verwarmt. Dat verwarmde bloed komt uiteindelijk onder andere ook in je hersenen terecht! Je systeem komt onder stress te staan. De kans op een zonnesteek of oververhitting is groot.

Bescherm je huid tegen opname van te veel hitte terwijl je toch profiteert van het afkoelingseffect. Als je beslist hoeveel je wilt ventileren, onthoud dan dat je de luchtstroming over je lichaam beperkt tot datgene wat je net nodig hebt. Door je goed in te pakken, heb je een soort beschermlaagje tussen je huid en de hete lucht. Door je kleding nat te houden, vergroot je de hoeveelheid zweet en houd je je huid koel. Je hebt bandana's met paraffinekristallen, cool bandana's, die het water veel langer vasthouden dan katoen. In tropische omstandigheden ideaal. Het bloed naar je hersenen blijft koel en het zorgt ervoor dat je hoofd goed ondersteund wordt.
Hete lucht die je huid raakt bij een temperatuur hoger dan je eigen lichaamstemperatuur zal je sneller doen uitdrogen dan je in de gaten hebt. Bedek je nek met een natte bandana, draag een nat T-shirt en stop vaak om beide weer nat te maken. Drink meer water dan je denkt nodig te hebben. Te veel water is echter gevaarlijk, omdat je daardoor al de elektrolyten uit je lichaam spoelt. Elektrolytendrankjes zorgen ervoor dat je waterhuishouding in je lichaam in balans blijft. Zie daarvoor ons vorige artikel over motorrijden bij hoge temperaturen. Te weinig is nooit goed, te veel ook niet.

Ook is het belangrijk jezelf enigszins te beschermen tegen de hitte die de grond afgeeft en de hitte die wordt afgegeven door je motor. De grond absorbeert hitte en straalt deze weer terug. Als je over de weg rijdt bij temperaturen boven de 35 graden Celsius, kan de hitte die tegen je aanslaat meer dan 60 graden bedragen. Dat betekent letterlijk dat je over een onzichtbare laag van 60 graden rijdt! Dit verklaart waarom je voeten altijd zo heet aanvoelen. Je kleren absorberen de hitte door convectie van de passerende lucht en de straling van de grond. Deze temperatuur zal ook het materiaal van je normale rijbroek verwarmen. Zelfs cordura mag niet baten en het gevaar van warmteblaren is aanwezig. Warmteregulerend ondergoed onder je broek kan je hiertegen beschermen.

Tekenen dat je oververhit raakt zijn:

Tips om oververhitting te mijden: Insecten
Insecten zijn vaak erg lastig als je motorrijdt. Vooral als je op vakantie bent, ondervind je hiervan vaak hinder. Insecten die tegen je vizier en kleding vliegen is tot daaraan toe. Maar je wilt ze absoluut niet in je helm of kleding krijgen. Een integraalhelm is op langere afstanden echt een must. Doe je handschoenen goed over de mouwen van je jas en je broek goed over je laarzen. Insecten tegen je nek kunnen behoorlijk pijn doen. Draag een sjaal of bandana zodat je niet een of ander stekend insect tegen je nek of in je jas krijgt.
Aangekoekt vuil en insecten op de koellamellen van je radiateur verminderen de koelende werking. Zorg ervoor dat je deze regelmatig schoonmaakt. Zelfs bij gedeeltelijke blokkering van de koudeluchtstroom is er minder efficiënte warmtewisseling en kan de motor oververhit raken. Spuit of blaas met water vanaf de motorzijde, dus tegen de rijrichting in, het vuil weg. Maak regelmatig je koplamp, windscherm en vizier schoon. Een kwartiertje in laten weken, eventueel met een spons met groene zeep, en je haalt het vuil er zo af.




Algemene veiligheidstips