LCVM-nieuwsbrief september 2007

Voorwoord

In deze nieuwsbrief beginnen we met het vervolg op het artikel 'Angst voor bochten'. In de vorige nieuwsbrief hebben we al kunnen lezen dat angst voor bochten in principe onterecht is, omdat een motor eigenlijk net zo stabiel is in een bocht als op een recht stuk weg. Toch zitten er nog wel wat addertjes onder het gras. Om stabiel te kunnen zijn heeft een motor namelijk een bepaalde mate van grip nodig. Deze grip kan door diverse omstandigheden nog wel eens wisselen. Niet in de laatste plaats door de inbreng van de motorrijder zelf. Lees het in het eerste artikel van deze nieuwsbrief.
Het tweede en tevens laatste artikel is 'Selectief kijken'. In het artikel lees je waarom selectief kijken noodzakelijk is om het totale plaatje te krijgen van wat er zich op de weg afspeelt. Waarom selectief? Omdat een teveel aan informatie ervoor zorgt dat onze hersenen overbelast raken. Bovendien zullen we niet in staat zijn al deze informatie naar behoren te verwerken. Je kunt jezelf hierin trainen door de nodige feedback te vergaderen die ervoor zorgt dat bepaalde patronen herkend worden. Wees daarom ook nooit bang jezelf voor nieuwe uitdagingen te stellen. Juist die uitdagingen houden je scherp!



Angst voor bochten II

In onze vorige nieuwsbrief hebben we al gezien dat angst voor bochten eigenlijk onterecht is. Onder normale omstandigheden kun je in principe doordat je motor erg stabiel is niet omvallen. Dat wil zeggen, zolang je banden grip hebben. Deze grip hangt onder andere af van de toestand van je banden, de toestand van het wegdek en de inbreng van de rijder.

Grip
Voor een optimale grip moet je de krachten beheersen die op beide banden inwerken. De hoeveelheid grip die je tot je beschikking hebt is je veiligheidsmarge. Hoe groter de hoeveelheid grip, hoe groter je veiligheid.

Wat is grip?

Definitie: de frictie tussen de weg en je band.

Voortstuwingskracht wordt geproduceerd wanneer (drijf)kracht van het motorvermogen overgebracht wordt op het achterwiel.
Zijdelingse kracht betekent de kracht, nodig voor het volgen van je lijn, balanceren en beheersen van je hellingshoek, zoals krachten die nodig zijn om de zwaartekracht te overwinnen op een hellende weg, krachten om zijwinden te forceren, krachten om te kunnen draaien.
Remkracht is de kracht die wordt geproduceerd wanneer je remt, wanneer het gas dichtgedraaid wordt (deceleratie) en de kracht die geproduceerd wordt door de rollende grip van de band.

Grip wisselt voortdurend. De hoeveelheid wordt bepaald door onder andere:

Inbreng van de rijder
Voor het nemen van een bocht gebruiken we tegensturen. Voor een bocht naar links druk je op je linkerhandvat, voor een bocht naar rechts op je rechter. Als je motor in de bocht leunt, kun je de druk op je handvat iets laten vieren. Door de stuurgeometrie van je motor, het profiel van je banden en andere factoren stabiliseert je motor in een bocht. Hierdoor gaat je motor meestal zelfs zonder enige stuurinbreng vanzelf door de bocht. Dit geldt vooral voor hogere snelheden. Bij lage snelheden kan het soms nodig zijn toch nog bij te sturen.

Mentale checklist
Zes symptomen wijzen je erop welk risico je eventueel loopt op een ongeval. Hoe meer van de volgende symptomen zich voordoen, hoe groter het risico dat je loopt:

  1. Verkrampt aan je stuur hangen, of je leven ervan afhangt.

  2. Grote mate van angst

  3. Correcties midden in je koers, door een bocht wiebelen in plaats van in één soepele beweging.

  4. Remmen in een bocht omdat je het gevoel hebt dat je te hard gaat.

  5. Tunnelvisie.

  6. Abrupt gassen.

Doen zich een of meerdere van deze symptomen voor, pas dan je snelheid aan en ontspan. Een manier om maximale grip in een bocht te verkrijgen is door je snelheid aan te passen en zo vloeiend mogelijk je motor te bedienen. Een goede techniek en een goede motordynamiek worden tenietgedaan door een te hoge snelheid.





Motorfun

AutoD is een programma voor de PC waarmee je de administratie van je voertuig(en) kunt bijhouden. Per voertuig kun je diverse gegevens van je voertuig(en) bijhouden.



Selectief kijken Er zijn diverse stadia in het leven van een motorrijder.

  1. In het eerste stadium ben je je niet bewust van een gevaar - je realiseert je een situatie pas achteraf als gevaarlijk. De oorzaak is niet genoeg ervaring en je bent niet kritisch genoeg om iets op te merken. Gaat er iets fout, dan komt dat als een donderslag bij heldere hemel.

  2. Na een poosje leer je gevaren herkennen, maar weet er vervolgens niet mee om te gaan. In het tweede stadium zie je het gevaar, je weet alleen niet hoe het zich ontwikkelt en al helemaal niet hoe erop te reageren. Motorrijders die verzeild raken in gevaarlijke verkeerssituaties of die constant te wijd de bocht doorgaan vallen meestal in deze categorie. Je bent niet in staat de aanwijzingen te herkennen die een gevaar aankondigen. Door de snelheid aan te passen vertrouw je erop de situatie de baas te kunnen.

  3. In het derde stadium heb je gevaren leren herkennen en hoe je er op tijd op moet reageren. Maar alleen door actief te zoeken, oftewel je al je tijd te concentreren op wat andere verkeersdeelnemers doen om er zeker van te zijn dat je met de juiste oplossing komt. Dit houdt je uit de problemen, maar je bent constant zo hard aan het werk, dat het al je energie kost. Door iets meer oefening en vertrouwen in je capaciteiten, krijgen daarom sommige rijders het gevoel dat er iets niet klopt. Ze weten niet waarom ze ongerust zijn, maar kunnen er niet de vinger op leggen. Ze minderen gas en kijken actief uit voor gevaren, zodat ze er vooraan kunnen blijven.

  4. Het volgende stadium, dat iedere motorrijder zou moeten bereiken, is dat waarin je de weg leest en analyseert door te kijken naar je eigen rijgedrag en dat van andere mensen, zodat je precies begrijpt hoe problemen zich ontwikkelen, waarom ze ontstaan en zodat je je actieplan al van tevoren hebt uitgestippeld. Dit doe je zo vroeg, dat je kunt reageren op het potentiële probleem nog voordat andere weggebruikers zelfs maar beginnen te doen wat jij denkt dat ze zullen doen. Je traint jezelf door te reageren op clues van een potentieel probleem, alsof je op een gevaar zelf reageert. In je onderbewustzijn voorspel je de gang van zaken, analyseert je zicht op een kruispunt, werkt de lijn van de bocht uit. De clues lokken een gecontroleerde en bewuste reactie uit en een noodscenario voor in het ergste geval. Je hebt in je spiegels gekeken, je vluchtroute bepaald en het wegoppervlak gescand nog voor je rem-/stuuractie, zodat je kunt reageren voor je je plan uitvoert. En als zaken zich niet zo ontwikkelen als je hebt gevreesd, dan is dat je bonus.
    Het probleem met actief zoeken in het vorige stadium is, dat het veel van je concentratie vergt en je dit niet lang volhoudt. Je houdt echt wel een poosje vol, maar dan raak je dubbel zo snel vermoeid om vervolgens terug te vallen naar het tweede niveau.
    In het kort: je moet je ogen en hersenen trainen te reageren op visuele stimulatie en als het ware je hersenen triggeren een bewuste keuze te maken. In vorige nieuwsbrieven hebben we al gemeld dat de feedback in je hersenen ervoor zorgt dat je wat over hebt. Dit geldt niet alleen voor de motorrijtechnieken die je beheerst, maar zeker ook voor je kijkgedrag.
    Onze hersenen zijn heel goed in staat patronen te herkennen. Daarom is het zaak je hierop te trainen. Zodra je patronen aangeleerd en geoefend hebt, komt het als een tweede natuur in je onderbewustzijn te zitten en naar boven borrelen als het nodig is. Vermijd het alleen kijken naar een auto die je pad kruist en daarop te reageren. Tegen die tijd reageer je te laat en gewoonlijk in een impuls. Hoe eerder je in staat bent te reageren, hoe meer tijd je hebt om te beoordelen of datgene wat je doet het juiste is. In dit laatste stadium van bewustzijn leer je constant bij. Gedurende de trainingen van de LCVM wordt juist ook aan dit gedeelte veel aandacht besteed.
    Als je je wilt ontwikkelen, is de truc je te realiseren dat het leerproces nooit eindigt. Rijd je constant met dezelfde mensen in hetzelfde systeem, en zijn er geen nieuwe uitdagingen, dan raak je snel verveeld en gedemotiveerd om nieuwe dingen bij te leren. Op dat punt kan een ander perspectief de oplossing zijn.
    Een goede rijder kan een perfecte lijn rijden in een bocht, maar dit kan automatisch gebeuren of het overkomt hem, in plaats van dat hij het laat gebeuren. Een goede rijder reageert niet alleen op de situatie die voor hem ligt, maar gebruikt hem in zijn voordeel. Is dat niet mogelijk, dan past hij zich aan die situatie aan. In de praktijk betekent dit op het juiste moment in een situatie terechtkomen. Op een ander moment de situatie naar je hand zetten, in je eigen voordeel.
Dit alles is niet mogelijk zonder selectief kijken.

Selectief kijken

Om veilig te kunnen rijden is je kijkgedrag bij het motorrijden wel bijna het belangrijkste aspect. Alleen door goed kijkgedrag kun je dingen voorspellen en vervolgens adequaat handelen. Zorg daarom dat je een goed kijkpatroon hebt. Regeren is vooruitzien.

Een voorbeeld van een zoekpatroon op een normale weg: voor, linker spiegel, voor, rechter spiegel, voor, linkerkant, voor, rechterkant. Denk eraan dat je ogen altijd weer naar voren gericht dienen te zijn nadat je een andere riching op gekeken hebt. Omdat dit de rijrichting is, is dat ook altijd de richting waarin zich de meeste risico's zullen voordoen.

Voorkant. De meeste ongelukken gebeuren tussen het 11- en 1-uur-gebied (77%). Zie de motorongevallenklok.


Oogbewegingen en elke twee tot drie minuten verandering van aandacht verkleinen de kans op het missen van kritieke informatie. Controleer je je dode hoek, draai je hoofd dan alleen zover als dat echt nodig is. Draai je hoofd niet om achter je te kijken, omdat dit te veel tijd kost en je je daardoor niet kunt concentreren op wat zich voor je afspeelt.

Een effectief zoekpatroon houdt in dat je selectief kijkt. Zoek voor noodzakelijke informatie en zaken die er echt toe doen. Vermijd een teveel aan informatie. Gun jezelf bovendien de tijd om de informatie die op je afkomt te verwerken.

Bepaal zoekcategorieën:

Weggebruikers

Voertuigen

Voetgangers

Fietsers

Dieren

Wegcondities

Kleurveranderingen wegdek

Veranderingen in structuur

Randen van de weg

Voorwerpen op het wegdek

Bermcondities

Glooiing van de weg

Kruispunten en invoegstroken

Vaste objecten

Wees op de hoogte van de verkeersregels.
En als geheugensteuntje:
Nederlandse verkeersbordseries

A: Snelheid B: Voorrang C: Geslotenverklaring D: Rijrichting E: Parkeren en stilstaan F: Overige geboden en verboden G: Verkeersregels H: Bebouwde kom J: Waarschuwing K: Bewegwijzering L: Informatie