Voorwoord
In deze nieuwsbrief beginnen we met het artikel Motorcrisis. Een motorcrisis is een noodsituatie tijdens het motorrijden waarbij je normale functioneren ernstig verstoord raakt.
Een motorcrisis is niet altijd te voorkomen. De afloop ervan hangt hoofdzakelijk af van je capaciteiten en ervaring, de juiste training en oefening in de dagelijkse praktijk.
Rijden in de bergen is voor veel motorrijders het summum. Motorrijden in de bergen vereist een andere techniek dan motorrijden op het vlakke land.
In de eerstvolgende nieuwsbrieven willen we dan ook een paar aspecten van het motorrijden in de bergen nader belichten.
Alhoewel het onwaarschijnlijk klinkt, jaarlijks zijn er nog altijd redelijk wat motorrijders die door de bliksem getroffen worden,
al dan niet met goede afloop. Met het broeierige weer en daardoor vergrote kans op onweer de komende tijd daarom
toch nog even een aantal tips hoe te handelen als je al motor rijdende overvallen wordt door een onweersbui.
In mei is het Motorplatform een Zichtbaarheidscampagne gestart om de slechte zichtbaarheid van motorrijders
onder de aandacht te brengen. In deze nieuwsbrief hebben we de tips voor motorrijders op een rijtje gezet en kun je
de desbetreffende brochures downloaden.
|
|
Motorcrisis
Als motorrijder is het van belang dat je gevaarlijke situaties leert herkennen
en van tevoren weet hoe je dient te handelen. Zo ben je in staat letsel te voorkomen.
Je een gevaarlijke situatie levendig voor te stellen en in gedachten het juiste doen is uitermate belangrijk, maar niet voldoende.
Door regelmatig onder deskundige leiding oefeningen in de praktijk te doen, bouw je
de feedback op mocht er iets daadwerkelijk misgaan. Doet zich dan een noodsituatie voor, dan weet je instinctief hoe te handelen, heb je als het ware wat over.
Technieken als noodstoppen en uitwijken met hoge snelheid zijn alleen mogelijk door een hoog feedbackmechanisme in het menselijke instinct dat de diverse motorrijtechnieken niet alleen heeft aangeleerd, maar vooral veel geoefend.
Doordat je soms te veel indrukken krijgt, die ieder afzonderlijk geëvalueerd dienen te worden, kun je echter makkelijk cognitieve (cognitie = denkvermogen) overbelasting krijgen, waardoor je potentiële risico's niet waarneemt.
Door cognitieve overbelasting bestaat een verhoogde kans op foute inschattingen en daarmee samenhangende ongelukken.
Door veel ervaring en een geschiedenis van succesvolle manoeuvres neemt de kans op cognitieve overbelasting af en je zelfvertrouwen aanmerkelijk toe, waardoor je motortechnieken nog beter worden.
Tot slot bevind je je in een voor jou zelf geschapen veilige omgeving.
Motorrijders die mentaal voorbereid zijn op een crisis, hebben minder kans ernstig gewond te raken.
Voorbereid zijn op een noodgeval betekent niet alleen weten hoe je dit kunt overleven,
maar behelst alle aspecten van het motorrijden en alle mogelijke situaties die daarmee te maken hebben.
Een geoefend motorrijder telt voor twee.
Schaam je er niet voor in een moeilijke situatie een ander te vragen jou te helpen.
Alleen al de gedachte dat iemand je in nood kan helpen, bijvoorbeeld bij een val,
of iemand die je bij het wegrijden afschermt voor het langsrazende verkeer, is zeer geruststellend.
Grijp alle hulp die je kunt krijgen met beide handen aan.
Een gemiddelde motorrijder heeft die hulp hard nodig.
Motortechnologie wordt almaar geavanceerder, het verkeer wordt almaar drukker en drukker
en de gevaren groter. Elke hulp die je kunt krijgen is daarom welkom.
Lees boeken, artikelen, geef informatie aan elkaar door, volg een rijvaardigheidstraining en oefen overlevingstechnieken,
en lees verslagen van ongelukken zodat jij niet dezelfde fout maakt die anderen maken.
Mensen zijn geneigd om eerst te handelen en dan pas na te denken.
Er zijn mensen die gewonden uit een auto halen en hun letsel verergeren of iemand de helm van z'n hoofd halen
waardoor hij voor z'n leven verlamd raakt. Overzie de situatie eerst rustig. Plan alles goed en als het mogelijk is ruim van tevoren.
Dat geldt niet alleen bij een ongeval, maar ook voor het normale rijden in het verkeer. Wat als een tegenligger ineens op jou afkomt.
Beslis pas in de laatste minuut wat je actie zal zijn. Je kunt namelijk niet voorspellen
wat zich nog meer zal voordoen. Rem en koers naar de buitenkant van je rijstrook pas als je zeker weet dat je je tegenligger niet kunt ontwijken.
Maar al te vaak reageren motorrijders in een crisissituatie niet doortastend genoeg.
De oorzaak hiervan is het niet goed geoefend zijn in de diverse noodtechnieken.
Als er plotseling iets midden op de weg ligt, kun je het nog zo goed in gedachten geoefend hebben,
maar ben je in staat agressief genoeg tegen te sturen om het obstakel daadwerkelijk te ontwijken?
Of je moet plotseling een noodstop maken. Ben je daar wel toe in staat?
Als het erop aankomt moet je in staat zijn te handelen zonder ook maar de geringste aarzeling.
Diverse gevaren kunnen op de loer liggen. Je voorganger die plotseling op zijn rem gaat staan, je aandacht
die afgeleid wordt, een plotselinge automobilist op jouw rijstrook, olie en troep op de weg, laagstaande zon en zelfs
mechanische problemen.
Een oplettende motorrijder kan altijd in de problemen komen als hij geen rekening houdt met het onverwachte.
Je kunt niet rekening houden met alles dat fout kan gaan.
Wel kun je er op voorbereid zijn. Dit doe je door de juiste voorzorgsmaatregelen te nemen. Draag goede beschermende
motorkleding, rijd defensief en zorg ervoor dat je goed getraind bent.
De meeste eenzijdige motorongelukken worden veroorzaakt door het fixeren op één aspect van de omgeving.
De aandacht van de rijder is gefocust op iets en de motor gaat waarheen je kijkt, dus de
motorrijder knalt er bovenop. Kijk niet in de richting van iets waar je niet heen wilt, maar juist
naar waar je wel heen wilt. Kijk altijd in de richting van je ontsnappingsroute.
Verlies daarbij nooit het totale plaatje uit het oog.
Wees vooral eerlijk tegen jezelf. Als je een ongeluk hebt gekregen en iedereen daar de schuld van geeft behalve jezelf, dan zul je hier nooit iets van leren en de volgende keer waarschijnlijk weer de fout ingaan.
Natuurlijk kan een andere weggebruiker ertoe bijdragen dat je een ongeluk krijgt.
Maar vraag jezelf altijd af wat jij verkeerd gedaan hebt, anders had kunnen doen of over het hoofd hebt gezien.
Zelfanalyse is uitermate belangrijk. Niet alleen om de kans op herhaling te verkleinen, maar
vooral voor je zelfvertrouwen.
Veel motorrijders zetten na een ongeval nooit op een rijtje wat zij zelf hadden kunnen doen om de
situatie te voorkomen. Het gevolg is dat ze vol angst weer op hun motor stappen, bang dat precies
hetzelfde hun weer overkomen zal. Onzeker op je motor zitten is precies het tegenovergestelde van behoedzaam rijden.
Behoedzaam betekent alert en ontspannen en daardoor soepel. Nerveus rijden betekent
onzeker, gespannen en daardoor verkrampt en daarmee verhoog je het risico op een ongeval.
Als je je niet kunt ontspannen na een ongeval, dan heb je je eigen rol in het ongeval niet goed overdacht
of je moet gewoon stoppen met rijden.
Iedereen zal zo'n een of twee keer in zijn motorrijleven te maken krijgen met
een motorcrisis. Een crisis kun je op twee manieren benaderen: als een probleem dat je dagelijks leven beheerst of
een kans om te groeien. Dat geldt ook voor het motorrijden. Hoe je met deze crisis omgaat bepaalt of deze crisis voor jou een onomkeerbaar drama wordt
of een leerproces en de grootste overwinning van je leven...
|
|
Rijden in de bergen (I)
Algemene bergtips
Het rijden in de bergen is niet zo moeilijk als je een paar
standaard regels in gedachten houdt.
Bijna iedere berg of pas kan met de motor bereden worden.
Het voordeel van motorrijden is, dat doordat je hoog op je motor zit, je het verkeer goed kunt overzien.
Drie geboden voor het rijden in de bergen:
Eerste gebod: geen angst voor krappe bochten, steile passen en moeilijke passages.
Wie een bepaald gedeelte niet vertrouwt, zou dat ook niet moeten rijden. Velen hebben de lol er voorgoed af wanneer ze een keer onderuitgegaan zijn.
Tweede gebod: altijd ontspannen rijden. Zodra je nerveus of gespannen bent, een pauze inlasten en lekker naar andere motorrijders gaan zitten kijken...
Derde gebod: valse trots is in de bergen - en natuurlijk algemeen bij het motorrijden -
uit den boze. Er zijn altijd mensen die de rit vaker gereden hebben, die meer risico's nemen of
echt beter rijden dan jij
Je uitrusting
Neem altijd een reparatiesetje mee.
Als je weet welke sleutel waar gebruikt wordt is dat wel zo handig.
Leren broek, leren jas, regenpak, bril en handschoenen en een reserveshirt natuurlijk.
Belangrijk is warme kleding, want in de bergen wil het weer nog wel eens omslaan.
Verdeel je bagage gelijkmatig over je motor om het zwaartepunt zo min mogelijk te beïnvloeden.
Levensmiddelen zijn vaak niet nodig, in de bergen vind je bijna op elke pas wel ergens een
restaurant of eettent.
Noodset: zekeringen - reservelampen
Controle: banden - verlichting - remschijven - remvloeistof
Afdalen
Het afdalen van een berg is een heel ander verhaal dan het bestijgen ervan.
Houd er vooral rekening mee dat je remschijven 800 graden heet en roodgloeiend worden als je
op de foute manier de berg afdaalt, waardoor je remwerking zo goed als nihil is.
Hierdoor ontstaat een fatale kettingreactie:
de hitte straalt uit naar je remcilinder
het water in je remvloeistof verdampt
de druk op de rem drukt de ontstane neveldamp samen
de remweg wordt langer en langer
Laat daarom minimaal elke twee jaar je remvloeistof vervangen.
Hoe ouder je vloeistof, hoe meer water deze bevat en hoe lager het kookpunt.
Bergafwaarts gas terugnemen, zo neemt de motor het grootste gedeelte voor z'n rekening.
Niet met de koppeling remmen! Sommige motorrijders rijden langzaam, maar gebruiken in de
tussentijd de koppeling om weer wat snelheid te winnen. Dat is gevaarlijk, omdat
bij het inkoppelen de koppelingsplaten kunnen exploderen.
Op je remmen de berg afgegaan? Geen remwerking meer?
Zo kun je de catastrofe hopelijk afweren:
Meerdere malen snel 'napompen'. Dat verkleint de nevelblaasjes.
Belangrijk: erop blijven staan, altijd de druk bewaren!
Als dat niet helpt: desnoods met alle geweld proberen je motor langzamer te laten rijden.
Laatste uitvlucht: een zijweggetje pakken, of als het echt niet anders kan langs een muur (bergwand), hek of
planken omheining schampen. Je motor kan gerepareerd worden, je leven is heel wat meer waard!
(wordt vervolgd)
Het rijden in de bergen leer je niet van een stukje theorie, het vereist de juiste techniek en oefening.
Deze techniek voor het rijden in de bergen, de juiste lijn, kijktechniek, zithouding,
gasbeheersing, remtechniek en al die andere aspecten die komen kijken bij het rijden in de bergen leer je tijdens een
bergtraining van de LCVM. Klik hier
|
|
|
Motorrijden en onweer
Foto: de bliksem sloeg in op het prikkeldraad en de stroom werd door het draad geleid. Koeien schuilden
in de buurt van het draad en waren op slag dood.
Het gebeurt uiterst zelden, maar het gebeurt: motorrijders die door de bliksem getroffen worden.
Motorrijders worden bij onweer en bliksem helaas niet beschermd door de zogenaamde kooi van Faraday.
Onweer brengt niet alleen het gevaar mee van een blikseminslag.
Naast hevige regenbuien kunnen ook hagel- en stortregens optreden bij onweer en zelfs windhozen.
Ben je met je motor onderweg, zoek dan beschutting op een laag gelegen plek. Als het even kan wegrijden van
de bui. Rijd nooit richting een donderstorm! Als de bliksem binnen acht kilometer van je verwijderd is,
zoek dan een veilige locatie/beschutting
en rijd pas weer verder dertig minuten na de laatste donderslag.
Niet op de grond gaan liggen, maar gehurkt gaan zitten.
De voeten niet tegen elkaar en je armen om je knieën slaan.
Als de bliksem in de grond slaat ontstaat er een zeer hoge potentiaal op het inslagpunt, die naar buiten toe met de afstand afneemt (zo'n dertig meter rond het inslagpunt).
Staat een mens of dier op geleidende wijze (niet met rubberen zolen) op de grond, dan kan er ten gevolge van deze potentiaal door de benen heen een stroom gaan lopen, het ene been in, het andere uit. Dit effect is gevaarlijker als de afstand tussen de contactplaatsen van benen of poten groot is, gezien ten opzichte van het inslagpunt (koeien).
Hoe verder je met je benen uit elkaar staat, hoe hoger dus de zogenaamde stapspanning die de
gevaarlijke stroom door je lichaam voert. Daarom: voeten zo dicht mogelijk bij elkaar en zo weinig mogelijk
lichaamsdelen op de grond.
Vermijd bij onweer het rijden in uitgestrekte gebieden (daar ben jij het hoogste punt!) en de nabijheid van hoge objecten zoals enkele bomen, boomgroepen, heuvels,
uitkijktorens, masten, metalen hekwerken, rasters, maar ook water. In de zomer meteen uit het water,
ook als het onweer nog ver weg lijkt!
Indien mogelijk onder de brug of een soortgelijk object schuilen en minstens tien meter uit de buurt van je motor blijven.
Heb je geen plek om te schuilen, ga dan vijf meter uit elkaar staan. Wordt dan iemand getroffen door de bliksem, dan zal deze
niet door de rest van de groep geleid worden.
Wat te doen als iemand door de bliksem getroffen is:
- als het slachtoffer geen hartslag heeft: reanimeren met hartmassage en beademing en een ambulance bellen
- als het slachtoffer een hartslag heeft maar niet ademt: ademweg vrijmaken en vrijhouden, beademen en een ambulance bellen
- als het slachtoffer bewusteloos is, maar wel ademhaalt en een hartslag heeft: stabiele zijligging en ambulance bellen
Klik hier voor een onderzoek van een fatale blikseminslag op een motorrijder
|
|
Zichtbaarheidscampagne
Op vrijdag 18 mei 2007 is de zichtbaarheidscampagne van het Motorplatform officieel gestart met de overhandiging van de eerste informatiefolders aan Tweede-Kamerlid Roland Kortenhorst.
De heer Kortenhorst is voorzitter van de Vaste Kamercommissie voor Verkeer en Waterstaat.
Jaarlijks verongelukken zo'n 80 motorrijders, waarvan ruim de helft door een botsing met een auto of vrachtauto.
Daarom is het van belang dat automobilisten goed opletten en dat motorrijders goed zichtbaar zijn.
Het blijkt dat veel automobilisten motorrijders niet of te laat opmerken. Eigenlijk zouden automobilisten dus beter moeten opletten. Als motorrijder kun je daarbij helpen door zelf goed zichtbaar te zijn.
In de folder behorende bij de campagne vind je tips waarmee je niet alleen je eigen veiligheid, maar ook die van anderen kunt verbeteren.
Zowel motorrijders als automobilisten leveren hiermee een bijdrage aan de veiligheid op de weg.
De slechte zichtbaarheid van motorrijders blijkt één van de meest frequente oorzaken
van ongevallen.
De slechte zichtbaarheid van motorfietsen is te wijten aan meerdere zaken.
Motorfietsen hebben een kleinere frontale oppervlakte dan de meeste andere
voertuigen, ongeveer dertig tot veertig procent van die van personenwagens.
De lagere frequentie van voorkomen van motorfietsen in het verkeer zorgt ervoor dat
bestuurders van andere voertuigen de motorfietsen niet verwachten, en dus ook
minder snel opmerken. Diegenen die zelf naast auto ook motor rijden zullen daarentegen met hun auto in het verkeer minder geneigd zijn
motorrijders over het hoofd te zien.
Daarnaast zou je kunnen concluderen dat de relevantie van een motorrijder niet zo groot is,
oftewel ze vormen geen bedreiging c.q. risico voor de automobilist.
Visuele beperkingen van bestuurders van andere voertuigen. Dit kan een menselijke
oorzaak hebben of een eerder technische. Aan de menselijke kant is er de fysiologie
van het oog (knipperfrequentie, richting waarin men kijkt, beweging van het oog,
verblindheid, afscherming). Aan de technische kant zijn de dode hoek, de A-, B- en
C-stijlen, lading en hoofden van passagiers er de oorzaak van dat motorfietsen niet
of niet snel genoeg opgemerkt worden.
Goed op weg
Bij zichtbaarheid denk je meestal als eerste aan de verlichting en reflectie. Toch zijn de positie op de weg en het gedrag in het verkeer de twee belangrijkste factoren die een positieve invloed hebben op de zichtbaarheid van de motorrijder.
Laat je zien
Houd er rekening mee dat andere weggebruikers vaak niet alert zijn op motorrijders. Houd daarom voldoende afstand, pas je rijgedrag aan het overige verkeer aan en minder je snelheid voor kruispunten. Laat zien dat je er bent en wat je van plan bent. Een goede plaats op de weg is van groot belang voor je veiligheid. Het ligt natuurlijk voor de hand dat je voor het andere verkeer slecht zichtbaar bent als je bijvoorbeeld vlak achter een vrachtauto rijdt of als je in de dode hoek rijdt.
Val op
In een zwart pak met een zwarte helm op val je minder op in het verkeer. Daarom is het aan te raden om kleding met reflecterend materiaal te dragen. Dat geldt ook voor de helm. Een helm in een lichte kleur of met opmerkelijke accenten is een goed herkenningspunt voor andere weggebruikers. Daarnaast zou je kunnen denken aan het aanbrengen van reflecterend materiaal op de motorfiets.
Met licht in zicht
Hoewel het niet verplicht is om overdag licht te voeren, kun je dat beter wel doen. Met dimlicht val je als motorrijder nu eenmaal beter op. *
Je bent beter zichtbaar door:
- het kiezen van een goede plaats op de weg**
- te anticiperen op het gedrag van andere weggebruikers
- het voeren van dimlicht
- het dragen van opvallende motorkleding met reflecterend materiaal***
- het dragen van een opvallende helm****
|
* DRL’s (dagrijlichten) verhogen het contrast tussen de motorrijder en zijn omgeving, en
zijn reeds verplicht in een groot aantal landen, waaronder België. Onderzoek heeft
uitgewezen dat het gebruik van een quartz halogeenlamp van 55 W de beste resultaten
gaf.
** Een goede plaats op de weg betekent zoveel mogelijk in het zicht van het overige verkeer.
Het beste is je zo veel mogelijk voor het verkeer uit te bewegen.
Blijf niet tussen het verkeer hangen, maar beweeg je constant voor het verkeer uit. Zo verhoog je je zichtbaarheid en verklein je de kans dat je van achter aangereden wordt.
*** Een van de gemakkelijkste en meest effectieve manieren voor motorrijders om gezien te worden, bestaat erin licht
gekleurde bovenkledij te dragen en gebruik te maken van fluorescerend materiaal.
Bij een onderzoek werden motorrijders die een volledig fluorescerend vest droegen
significant sneller opgemerkt door proefpersonen dan motorrijders zonder enige vorm
van fluorescerende kledij. Een fluorescerende helm had eveneens een positief effect, maar
niet in dezelfde mate. Aan voetgangers die overdag een straat overstaken waar
een beetje verderop een motorfiets met motorrijder was opgesteld, werd gevraagd of
ze deze opgemerkt hadden. Indien de motorrijder uitgerust was met fluorescerende
kledij werd hij het vaakst opgemerkt. Proefpersonen die in een geparkeerde auto
aan de kant van de weg werden opgesteld, werd gevraagd zo snel mogelijk het eerst
naderende voertuig te identificeren. Dit was steeds een motorfiets. De beste
resultaten werden behaald wanneer de motorrijder fluorescerende kledij droeg.
Een onderzoek dat nagegaan heeft of het risico op letselongevallen bij motorrijders
gerelateerd is aan de zichtbaarheid, is tot volgende conclusies gekomen: motorrijders die reflecterende of fluorescerende kledij dragen, hebben een 37
procent lager risico op letselongevallen.
**** In vergelijking met het dragen van een zwarte
helm zorgt het dragen van een witte helm voor een 24 procent lager risico op
letselongevallen; het dragen van een helm met een lichte kleur zorgt voor een 19
procent lager risico op letselongevallen in vergelijking met het dragen van een helm met
een donkere kleur.
|
|
Motorgevaren
Motorrijden vereist kennis van zaken. Ten eerste een goede beheersing van je motor.
Ten tweede het voorkomen en signaleren van en omgaan met risico's.
Risico's moeten binnen de perken gehouden worden.
Vereiste daarvoor is een constante oplettendheid, waakzaamheid en scherpheid van geest.
Het is belangrijk je van tijd tot tijd potentiële gevaren voor ogen te houden.
Hieronder enkele gevaren uit de praktijk samengevat.
De straat/rijbaan
Toestand van het wegdek - lees de weg
Je vaste rit: deze straalt een bedrieglijke vertrouwdheid en veiligheid uit
Dieptekenmerken: passen, bochten, laagtes, kruisingen, splitsingen, afslagen
Zijkenmerken: straatrand, berm, bomen, bosjes, dieren, zijwind, verkeerstekens, signaleringsborden
Kritieke plaatsen en kritieke tijden
Verkeerde inschatting van bochten, splitsingen, kruisingen, afslagen
Laagstaande zon
De spits, zondagsrijders
Opdrogende dauw/vocht op de rijbaan
Heropstappen na de de wintermaanden
Aanpassingsmoeilijkheden in de overgangsperiode (herfst/winter)
Groepsrijden
Motorrijder - autobestuurder: een ontmoeting met risico's
'Verkeersgetrouwe' kinderen zullen er nooit zijn
Bus/terreinwagens: voertuigspecifieke moeilijkheden
Verkeerde gewoontes, gebrekkige training
Gezichtsveld
Dode hoeken
Benodigde ruimte op de weg, vooral in een bocht
Foutieve inschatting snelheid of afstand
Luchtweerstand en G-krachten bij inhalen
Competitiedrang, je recht halen, stoerdoenerij, zelfoverschatting
Afgedekt worden door anderen
Ter plekke onbekende en buitenlandse rijders
Meesleepeffect (groepsrijden)
Laatkomers bij kruisingen met verkeerslichten
Uitparkerende en achterwaarts rijdende auto's/busjes
Afstand naar voren, achteren en zijwaarts
Bumperkleven
Smal silhouet van de motor
Beperking van eigen waarneming door gesloten vizier, spiegeling, verblinding, verwarring, vermoeidheid
Ongunstig aangebrachte bewegwijzering, reclamezuilen, landbouwwerktuigen en dergelijke
|
|
|
Klik hier voor de vorige nieuwsbrieven:
|
mei 2007
|
o.a. Rijden met een duopassagier, Voorkom motordiefstal
| |
april 2007
|
o.a. Gasbeheersing, Tunnelvrees, Twaalf tips voor relaxed rijden
| |
maart 2007
|
o.a. Onderstuur en overstuur, Testverslag GPS Garmin 2720, Voorjaarstips
| |
februari 2007
|
o.a. Risico's op kruispunten, Onderhoud en opslag motor en Obstakels in een bocht | |
januari 2007
|
o.a. Doorrijtips, Mist, 'ABS, airbag en motorveiligheid' | |
november 2006
|
o.a. Remmen of uitwijken in noodsituaties, Herfst- en wintertips, Motorrijders en letselschade, De beginnersmotor | |
september/oktober 2006
|
o.a. Zien in het verkeer, Verkeerslicht 'triggeren', Motorrijden bij nacht | |
augustus 2006
|
o.a. Basisregels voor motorveiligheid, Risicocompensatie, Vallen met de motor, Motorkleding | |
juli 2006
|
o.a. Motorrijden bij hoge temperaturen, Rotondes (II), Eerste hulp | |
juni 2006
|
o.a. Parkeren, Rotondes, Zonnebrillen, Zijspanrijden | |
mei 2006
|
o.a. Overlevingsreflexen, VORKBAD, Rijd je eigen rit
| |
april 2006
|
o.a. Olie verversen, het MAIDS-onderzoek, Geluidshinder op een motor
| |
maart 2006
|
o.a. Inhalen, Lifesaver, Gladde bochten | |
februari 2006
|
o.a. Een nieuwe motor, Tweesecondenregel, Spiegels kijken | |
januari 2006
|
o.a. Motorrijdersclub hekelt eiersnijder, Positie motorrijder in het verkeer, GPS voor motorrijders | |
december 2005
|
o.a. Verhoging verkeersboetes 2006, Bandengedrag in de winter, Beperkingen van het oog | |
november 2005
|
o.a. De file voorbij, Motorrijden bij sterke wind, Asfalt | |
oktober 2005
|
o.a. Motorrijden in de herfst, Slijtage motorbanden, Manoeuvreren met een zware motor, Motorrijden met kinderen | |
september 2005
|
o.a. Risicoperceptie, Kruispunten, Aansprakelijkheid en werkgever, Lagerugpijn en motorrijden | |
augustus 2005
|
o.a. Tegensturen versus gewichtsverplaatsing, Het recht van de sterkste, Dode hoek | |
juli 2005
|
o.a. Gewichtsverplaatsing in een bocht, Helmen en pasvorm, Toerritten en vermoeidheid | | |
juni 2005
|
o.a. De juiste lijn in een bocht, Instructeur aan het woord, Slecht wegdek, Motorrijden en medicijnen | |
mei 2005
|
o.a. Over een obstakel rijden, Zithouding, Risico's van een niet goed passende helm, Zonlicht en motorrijden
| |
april 2005
|
o.a. Motorrijden en remmen, ABS, Tegensturen en gyroscopische krachten, Bandenspanning
| |
maart 2005
|
o.a. Motorrijden en remmen, Motorrijders en letselschade, Foutmarges en risico's
| |
februari 2005
|
o.a. Urban Guerrilla, Tegensturen 2, Rijden in de regen
| |
augustus 2004
|
o.a. Tegensturen, Tips voor het schoonmaken van je motor en Torque
| |
juli 2004
|
o.a. Vakantietips, Zware motoren en stopafstand en een Harley testrit
| |
juni 2004 |
o.a. Ze zien me niet..., Optische illusies, Motorrijden en zwaartekracht en Ontdek je motorrijderprofiel
| |
mei 2004 |
o.a. Doelfixatie, Nieuwe plaats op de rijbaan België en een remtest
| |
april 2004 |
o.a. Kijktechniek, Bandenspanning, Redacteur op herhaling
| |
maart 2004 |
o.a. Voorjaarscheck, Bochtentechnieken, Nieuwe verkeerswetgeving België
| |
februari 2004
|
o.a. Samenspel in de file, Papercraft, Wintertips en Snelheid
|
|
|
|
Klik hier als je geen LCVM-Nieuwsbrieven meer wilt ontvangen
Copyright © LCVM 2006
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een
geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt worden in enige
vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of door fotokopieën,
of op enige andere manier, zonder voorafgaande
toestemming van de LCVM.
Hoewel de informatie op deze site permanent zo nauwkeurig en actueel mogelijk wordt weergegeven
zijn wijzigingen en/of onjuistheden te allen tijde voorbehouden.
Aan de inhoud van deze nieuwsbrief kunnen derhalve op geen enkele wijze rechten worden ontleend.
|
|