LCVM-nieuwsbrief juli 2006
Bovenal is het echter van belang dat je niet uitdroogt. Uitdroging ontstaat niet alleen door het drinken van te weinig water.
Minstens zo belangrijk zijn mineralen (elektrolyten).
Elektrolyten zijn (minerale) zouten die opgelost zijn in de lichaamsvochten.
Het gaat meer in het bijzonder om natrium, chloor, kalium en magnesium. Ze dragen bij tot de regeling van de vochtbalans tussen verschillende onderdelen van het lichaam, bijvoorbeeld de hoeveelheid vocht binnen en buiten een spiercel en het volume aan vocht in de bloedsomloop. De verplaatsing van water wordt gecontroleerd door de concentratie van elektrolyten aan weerszijden van het celmembraan. Zo leidt een stijging van de natriumconcentratie buiten een cel (in de tussencelruimte) ertoe dat water zich van binnen in de cel naar buiten verplaatst. Omgekeerd heeft een daling van het natriumgehalte een waterverplaatsing van buiten de cel naar in de cel tot gevolg.
Gebeurt dit bijvoorbeeld in onze hersenen, dan zullen deze of zwellen door water, of inkrimpen door onttrekking van water.
Dit heeft uiteraard invloed op ons denkvermogen.
Eigenlijk reguleren ze dus het waterniveau en vervullen een vitale rol voor onze spieren, zenuwen en hersenfuncties.
Ze zorgen ervoor dat het water daar komt waar het nodig is
en doet wat het moet doen.
Aangezien ons lichaam voor ongeveer zestig procent uit water bestaat, is dat geen eenvoudige klus.
Water is een onmisbare bron voor onze lichaamsfuncties. We kunnen niet voor niets vele weken zonder eten, maar maar een paar dagen zonder water. Om alleen maar grote hoeveelheden water te drinken helpt niet. Ons water- en elektrolytenniveau moet in balans zijn. Niet te veel en niet te weinig. Dus: water is alleen het middel dat ons lichaam gebruikt voor zijn functies, elektrolyten bepalen wat ermee gebeurt.
Ons lichaam weet wanneer het ergens een tekort aan heeft. Als we een tekort hebben aan elektrolyten kunnen we bijvoorbeeld dorst krijgen, vermoeidheid en spierzwakte (kramp), afhankelijk van de elektrolyt waar het om gaat. Ernstiger zijn attaques, veranderingen van de bloeddruk en veranderingen van het hartritme (tekort aan kalium). Dit kan o.a. voorkomen bij braken en diarree. Normaal gesproken krijgen we voldoende kalium via de voeding binnen. Slik je echter plastabletten, gebruik dan extra kalium in tabletvorm. Ook bij het volgen van het Atkinsdieet is het vanwege het vochtverlies aan te raden extra kalium te slikken. Doe je dit niet, dan heb je kans op o.a. hartritmestoornissen en haaruitval. Een teveel aan elektrolyten wordt via de urine uitgescheiden.
Voor normale activiteiten en sport zijn onze elektrolytenniveaus geen probleem. Zelfs als we hevig zweten. De meeste activiteiten duren niet langer dan 90 tot 120 minuten. In die tijd kun je niet zoveel zweten en treedt niet zoveel waterverplaatsing op dat het elektrolytenniveau onder het normale niveau zakt. Dus volstaat onder die condities gewoon het drinken van water.
Dit wordt anders voor activiteiten in extreem heet weer, bijvoorbeeld motorrijden. Door uren achter elkaar in de hitte te rijden wordt het uiterste van ons koelsysteem vereist. Dit is een heel ander verhaal. Door hevig te zweten verliezen we heel veel zweet, water en elektrolyten. Door de elektrolyten smaakt ons zweet zoutig. Drinken we alleen maar enorme hoeveelheden water, dan verdunnen we ons elektrolytenniveau met als resultaat: ons lichaam krijgt de pure bron die nodig is voor zijn functies, maar heeft een tekort aan die elementen die bepalen wat te doen met die bron. De tere balans, nodig voor het goed functioneren van ons systeem, is verstoord. De elektrolytenconcentratie van het extracellulaire vocht bereikt dan dergelijke lage waarden dat te veel water de cellen binnendringt vanuit het extracellulaire vocht of dat er te veel kalium de cellen verlaat. De gevolgen zijn spierkrampen, een verlaagde bloeddruk en een gevoel van slapte. Waterintoxicatie van de hersenen kan leiden tot een coma en zelfs tot de dood door ademhalingsproblemen. Overmatig drinken is dus zinloos gevaarlijk.
Mineralen werken in balans met elkaar. Bananen en sinaasappels zijn erg goed bij lichamelijke inspanning (kalium).
Tomatensap en groentesap voldoen ook prima.
Deze neem je echter niet zo snel mee op de motor.
Sportdrankjes zijn een veel betere keus.
Deze zijn vrij goedkoop, makkelijk mee te nemen en versnellen door het mineralengehalte de opname van water in het lichaam.
Bovendien reduceren ze de kans op spierkrampen. Let ook goed op het natriumgehalte. Natrium verbetert de waterabsorptie,
zorgt voor de opwekking van het dorstgevoel en dat vocht beter wordt vastgehouden in het lichaam.
Drink absoluut geen gedistilleerd water. Hierin zijn geen opgeloste mineralen aanwezig. Gedistilleerd water is zeer agressief water (het absorbeert koolstofdioxide uit de lucht en verzuurt hierdoor) waardoor metalen worden opgelost als ze in contact komen met dit type water.
Het onttrekt daardoor zeer snel mineralen aan je lichaam, die via de urine je lichaam verlaten.
Zo wordt je water-elektrolytenbalans verstoord, en treedt verzuring op. Het drinken van gedistilleerd water kan hartritmestoornissen,
een hoge bloeddruk en op de lange duur zelfs cardiovasculaire problemen veroorzaken.
Ook de meeste frisdranken (cola) bevatten gedistilleerd water!
Drink gewoon leidingwater, dat is prima en net zo gezond als mineraalwater.
Uitdroging
Tijdens één uur lichaamsbeweging zal een gemiddelde persoon zo rond de één liter vocht kwijtraken, en in warme omstandigheden nog meer. Tijdens inspannendere activiteiten in warme en vochtige condities kun je zelfs twee liter per uur verliezen.
Ben je misselijk of heb je andere maagdarmklachten bij het drinken, dan is de kans groot dat je al uitgedroogd bent.
Met een verlies van 2% van het lichaamsgewicht gaat de prestatie al met tien tot twintig procent achteruit.
Bij een afname van 4% kun je met misselijkheid, braken en diarree te kampen krijgen. Bij 5% procent is het prestatievermogen met 30% afgenomen, terwijl een daling van 8% duizeligheid, een belemmerde ademhaling, zwakte en geestelijke verwarring veroorzaakt. Een nog verdere daling heeft ernstige gevolgen.
Je bloedvolume neemt af, waardoor het lichaam de keus moet maken of de bloedstroom naar de spieren op peil te houden,
of de bloedstroom naar het huidoppervlak, zodat de warmte afgevoerd kan worden. Gewoonlijk kiest het lichaam voor de spieren,
zodat je almaar oververhitter raakt en ernstig uitgeput.
Belangrijk is daarom te zorgen dat je al ruim (een dag) voor een inspanning bij hitte regelmatig drinkt en alcohol vermijdt. Daarbij is de graadmeter je urine. Is deze waterig en bleek van kleur, dan drink je voldoende. Is deze geel en 'dikkig', dan drink je te weinig. Zorg er gedurende de inspanning (motorrijden) voor dat je waar je de kans krijgt voldoende drinkt. Drinksystemen zoals Camelbag zijn ideaal. Ook na het motorrijden weer voldoende drinken. Wacht niet tot je dorst krijgt, dan ben je al uitgedroogd.
Oververhitting
Als iemand met wie je rijdt problemen heeft met de hitte,
zet hem dan in de schaduw, verwijder zoveel mogelijk onnodige kleding en bedek hem met koude natte handdoeken.
De kenmerken van oververhitting (hitteslag) zijn pijn in de spieren van armen en benen,
een bleke huid, hevig transpireren, hoofdpijn en misselijkheid (warmtestuwing).
Indien mogelijk een ventilator op hem zetten, zijn kleren natmaken en laten drinken. Bij bewustzijnsstoornissen niet te drinken geven.
Is de huid erg heet maar zweet het slachtoffer niet meer, bel dan meteen 112.
Ga in het andere geval naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis voor evaluatie en behandeling.
Hoe meer lichaamsvet je hebt, hoe minder water. Omdat mannen minder lichaamsvet hebben dan vrouwen,
is het percentage water in hun lichaam hoger en hebben ze minder kans op een hitteslag.
Voorzorgsmaatregelen
Is het echt noodzakelijk dat je met de motor op pad moet als de zon hoog aan de hemel brandt, zorg er dan voor
dat je voor die tijd zoveel mogelijk uit de zon blijft. Bovendien kun je door een verbrande huid moeilijker zweten.
Aan de andere kant, zorg er wel voor dat je aan de hitte gewend bent. Dus niet in een keer een hele dag in de hitte rijden
terwijl je normaal gesproken nooit met zeer hoge temperaturen rijdt. Bouw dit geleidelijk op.
Ook is het niet verstandig een zware maaltijd te nuttigen net voor een lange motorrit.
Neem je laatste (lichte) maaltijd zo'n twee tot vier uur voordat je vertrekt.
Na een zware maaltijd kun je vermoeid raken waardoor je prestaties (concentratie) afnemen.
Snacks en maaltijden met veel vet en eiwitten produceren veel hitte tijdens het verbranden
en kun je beter vermijden. Beter is het van tevoren kleinere hoeveelheden lichte maaltijden te eten.
Keep it cool!
Rotondes (deel II)
Vorige maand hebben we gekeken naar de juiste observatie bij het naderen van een rotonde, deze week
zullen we het hebben over de juiste positie op de weg en het gebruik van signalen.
Bij de diverse soorten rotondes is het meest belangrijke goed op te letten op de wegmarkering.
Wie op een rotonde voorrang moet verlenen hangt af van hoe de rotonde is ingericht. Voor rotondes gelden geen speciale regels. Als er niets is aangegeven heeft het verkeer op de rotonde géén voorrang, maar het verkeer dat van rechts de rotonde oprijdt heeft wel voorrang.
Als er wel iets wordt aangegeven, door middel van haaientanden of borden, dan heeft het verkeer op de rotonde voorrang.
Het verlaten van een rotonde is hetzelfde als het afslaan naar rechts. Je moet voorsorteren, richting aangeven en rechtdoorgaand verkeer voor laten gaan.
Dit betekent dus ook fietsers, bromfietsers en voetgangers voor laten gaan.
Bij het naderen van een rotonde mag je zowel op de linker-, middelste als de rechterrijstrook rijden.
We gaan uit van de klokmethode om te bepalen welke afslag je neemt op een rotonde.
De klokmethode is gebaseerd op het principe dat je altijd nadert vanuit de
zesuurspositie. Zo is de afslag aan de rechterkant drie uur,
de weg recht voor je twaalf uur en de weg aan de linkerkant negen uur.
Zijn er meerdere afslagen op een rotonde, dan wordt ook hun positie bepaald vanuit de zesuurspositie.
Een rotonde één kwart rijden (eerste afslag)
De eenvoudigste afslag is de eerste afslag naar rechts.
Bij het naderen van de rotonde ga je in de rechterrijstrook rijden (als wegmarkeringen dit toestaan) nadat je bepaald hebt of je wel of
niet voorrang moet verlenen. Doe je knipperlicht naar rechts aan. Verleen voorrang indien vereist en laat je knipperlicht
aanstaan totdat je afgeslagen bent. Let op: ook fietsers, bromfietsers en voetgangers hebben voorrang! Bij het afslaan naar rechts gelden de verkeersregels voor het normaal afslaan naar rechts.

Rechtdoor rijden (tweede afslag)
Normaal gesproken doe je je knipperlicht niet aan
als je de rotonde nadert. Neem de rechter (middelste) rijstrook (als wegmarkeringen dit toestaan) en blijf in deze strook
bij het rijden van de rotonde.
Geef bij de eerste afslag bestuurders van rechts voorrang bij een rotonde zonder borden.
Bevind je je nog in de middelste rijstrook, knipperlicht naar rechts en naar de rechter rijstrook uitwijken als de gelegenheid zich voordoet.
Verlaat de rotonde bij de tweede afslag. Geef eventuele fietsers, bromfietsers en voetgangers voorrang.
Een andere optie bij deze afslag is om de rotonde
op de linkerrijstrook te naderen. Je gebruikt je knipperlichten als boven,
maar blijft constant op de linkerrijstrook.
Er kunnen zich namelijk situaties voordoen waarbij het nuttig is om deze rijstrook te gebruiken,
bijvoorbeeld wanneer er zich langzaam verkeer in de rechter rijstrook bevindt en je graag op wilt schieten,
of wanneer er zich na de rotonde een obstakel in deze rijstrook bevindt.
Door de linker rijstrook te kiezen kun je al in een vroeg stadium de juiste inhaalpositie kiezen.
Nog een reden voor het nemen van de linkerrijstrook kan zijn als je kort na de rotonde af wilt slaan naar links.
Zo zul je vroeg in de juiste positie terechtkomen om af te slaan.
Soms gaat een rotonde van twee rijstroken bij het naderen over in één rijstrook bij het uitrijden.
Het is goed je op de hoogte te stellen welk gedeelte van de weg zich vernauwt.
Als de weg zich aan de rechterkant vernauwt, bijvoorbeeld doordat de trottoirband onderbroken wordt,
dan is het beter om de linkerrijstrook te kiezen zodat je een soepelere/rechtere lijn kunt volgen zonder al te veel
onderbrekingen.

Een rotonde driekwart rijden (derde afslag)
Neem je de rotonde driekwart (afslag links), nader de rotonde dan op de linkerrijstrook, tenzij
wegmarkeringen anders aangeven. Zet je knipperlicht bij het oprijden van de rotonde naar links,
en laat deze aanstaan tot het midden van de tweede afslag. Hier je knipperlicht naar rechts aandoen. Als het veilig is en je geen
voorrang hoeft te verlenen de rotonde in de rechterrijstrook verlaten. Geef altijd voorrang aan het verkeer
dat zich al in de rechterrijstrook bevindt. Als het niet veilig genoeg is, blijf dan in de linkerrijstrook
bij het verlaten van de rotonde. Veel ongelukken gebeuren doordat bestuurders vinden dat ze kost wat kost
in de rechter rijstrook de rotonde dienen te verlaten.
Op de linkerrijstrook de rotonde verlaten heeft de voorkeur als de rechterrijstrook
na de rotonde is geblokkeerd, als je kort daarna naar links af wilt slaan of wanneer je veiligheid
in gevaar kan komen door in de rechterpositie te blijven.

Een rotonde vierkwart rijden (vierde afslag)
De rotonde helemaal rondrijden en weer terugkomen in tegengestelde richting.
is slechts een verlengde van de rotonde driekwart rijden (derde afslag).
Normaal nader je de rotonde in de linkerrijstrook met je knipperlicht naar links. Je houdt je rijstrook- en
knipperlichtpositie tot je in het midden van de derde afslag rijdt, waar je je knipperlichtsignaal
naar rechts zet en je de (vierde) afslag naar rechts neemt.

Door de klokmethode te gebruiken kun je rotondes met meerdere afslagen makkelijk nemen.
Als de afslag die je neemt aan de linkerkant zit, dus voor 12 uur, linkerknipperlicht aan bij het naderen en
knipperlicht aanlaten, knipperlicht naar rechts als je de rotonde verlaat.
Zit de afslag na 12 uur, knipperlicht naar rechts bij het naderen en aanlaten totdat je de rotonde verlaat.
Een algemene regel is dat je meestal in de linkerrijstrook kunt naderen als de afslag die je neemt
voor de 12-uurs-positie zit. Je neemt de rechterrijstrook bij het naderen als de afslag die je neemt
na de 12-uurs-positie zit. Alleen als de omstandigheden dit toelaten de rotonde verlaten op de rechterrijstrook.
Velen van ons hebben in het verleden geleerd dat je alleen bij het afslaan op een rotonde je knipperlicht zou moeten gebruiken.
Tegenwoordig wordt bij het rijexamen (CBR) geleerd je knipperlicht al voor de rotonde te gebruiken,
aangezien dit duidelijker is voor medeweggebruikers.
Het gebruikelijke handelen laat zich verdelen in drie stappen:
Handelen bij een noodgeval
|
Rood: | Kijken Situatie overzien Wat is gebeurd? Wie heeft het meegemaakt? Wie zijn erbij betrokken? |
|
Geel: | Denken Gevaren erkennen Gevaar voor het slachtoffer? Gevaar voor helpenden? Gevaar voor andere personen? |
|
Groen: | Handelen Voor veiligheid zorgen Noodhulp verlenen |

| Plaats van het ongeval beveiligen: |
|
| Op de snelweg |
Dan pas eerste hulp verlenen. Begeef je niet meer op de rijbaan. Betrokkenen dienen zich in veiligheid te begeven (bijv. achter de vangrail). |
| Bij verkeersopstoppingen | Plaats maken voor hulpverleningsvoertuigen! Op de rechterrijbaan naar rechts tegen de vluchtheuvelstreep rijden, op de overige rijbanen naar links uitwijken. Achteropkomende voertuigen mogen niet stoppen zodra er politie en andere hulpdiensten bij het slachtoffer aanwezig zijn. |
| Bergingsgrepen |
![]() ![]()
|
Levensreddende eerste hulp
De positie van de patiënt hangt af van de aard van de verwondingen,
maar vooral ook van de wens van het slachtoffer.
Reageert een patiënt niet op aanspreken of aanrakingen (knijpen), dan wijst dit op bewusteloosheid.
Elke bewusteloze dient in de stabiele zijliging gebracht te worden:
| Beademen |
Is de ademing van de patiënt niet zichtbaar, hoorbaar en merkbaar,
of zeer vlug en oppervlakkig, dan dient deze onmiddellijk
beademd te worden, met de mond door de neus, tot hulpdiensten
arriveren of de patiënt uit zichzelf en voldoende ademt.
Ademt de patiënt weer op eigen kracht, maar is hij nog steeds bewusteloos,
breng hem dan in de stabiele zijligging. ![]() ![]()
|
| Bloedingen stillen |
Sterke bloedingen kunnen een patiënt binnen korte tijd in levensgevaar brengen.
Vaak worden bloedingen onder een lederen pak of gewatteerde kleding in eerste instantie niet opgemerkt.
Handelen bij sterke uitwendige bloedingen:
|
| Shockmaatregelen |
Grote hoeveelheden bloedverlies, zowel uit- als inwendig, of meerdere verwondingen leiden vaak tot shock
en daardoor levensgevaar. Kenmerken van een shock zijn een snelle, zwakke pols (over de 100 slagen per minuut), een natte, bleke, koele huid.
De patiënt is afwezig of onrustig tot opgewonden. Hij heeft een vlakke, snelle ademing en de algehele toestand verslechtert snel.
Bij het waarnemen van een of meerdere van deze kenmerken dien je het volgende te doen:
|
Helm af
Draagt de patiënt een integraalhelm, dan verandert dat in eerste instantie de werkwijze bij een ongeval niet.
Dus: overzien, zelfbescherming, afschermen, ABC-Schema.
De toepassing van het ABC-schema wordt door de helm enigszins bemoeilijkt.
Open zorgvuldig het vizier aan de helm,
houd daarbij de helm zoveel mogelijk stil.
Als het slachtoffer klaagt over pijn in de nek, mag de helm niet afgenomen worden.
Kom je door het toepassen van het ABC-schema erachter dat de patiënt bewusteloos is, braakneigingen of
ademhalingsproblemen heeft
dan moet de helm verwijderd worden. Dit dient altijd door twee helpers te gebeuren:


Bron: Helm afnemen
De helm kan, zonder het slachtoffer in gevaar te brengen, alleen verwijderd worden indien de patiënt op de rug ligt. Bij brildragers de bril eerst verwijderen voordat de helm verwijderd wordt. Daarna wordt nogmaals de adem gecontroleerd.
Als aan de hand van de ABC-controle blijkt dat het slachtoffer aanspreekbaar is, de adem normaal, de pols goed is, en er geen zichtbare bloedingen zijn, dan kan de helm indien mogelijk door het slachtoffer zelf verwijderd worden.
Een bijzondere tip voor kauwgomfetisjisten
Het klinkt misschien heel raar, maar is best wel belangrijk:
wanneer je met je motor onderuitgaat, slik dan je kauwgom onmiddellijk in of spuug hem uit.
Het is beter je helm schoon te moeten maken dan te stikken in je eigen kauwgom of in te ademen (in je luchtpijp)!
Helmsticker
En dan nog een tip: heb je een helm met een speciaal sluitmechanisme,
dan is het aan te bevelen een passende sticker op je helm te plakken die eventuele
hulpverleners laat zien hoe de helm te openen is en af te nemen
zonder dat ze je nekwervels beschadigen!
Wervelkolomletsel
Zijn er aanwijzingen, door de aard van het ongeluk of door aanwijzingen van de patiënt, voor wervelkolomletsel
(kriebel in de benen, gevoelloosheid, rugpijn, enz.) dan mag de helm niet verwijderd worden
zolang de patiënt bij bewustzijn is.
Probeer hem in dat geval duidelijk te maken dat het in zijn voordeel is om de helm te laten zitten.
Houd zijn hoofd (met helm) vast, zodat slingerende bewegingen van het hoofd
(schudden van nek of hoofd) worden vermeden.
Noodhulp zonder risico
In noodgevallen is directe hulp van wezenlijk belang.
Daarbij bestaat gevaar voor besmetting met bloed of ander lichaamsvocht.
Dit risico wordt met de huidige medische kennis echter zeer gering geacht.
Om jezelf te beschermen dien je de volgende maatregelen in acht te nemen:
Gave motorroutes
Motorroutes Nederland
GPS-routes
Motorvision
Motorgeklungel:
|
|
|