LCVM-nieuwsbrief maart 2006

Voorwoord

Het inhalen op een motor kan een gevaarlijke handeling zijn, dat wil zeggen: als je onjuist inhaalt. De gevolgen van een foutieve inhaalmanoeuvre kunnen namelijk ernstig zijn. Daarom in deze aflevering van de nieuwsbrief toch een uiteindelijk vrij lang artikel gewijd aan dit onderwerp.
De lifesaver is de Amerikaanse term voor de laatste blik over je schouder die je werpt voor elke manoeuvre die je uitvoert met je motor. Dat dit een juist uitgekozen term is lees je in het desbetreffende artikel.
We hebben er allemaal een hekel aan: gladde bochten. Gladde bochten door olie, benzine, modder of noem het maar op. Het is de grootste angst van menige motorrijder. Daarom een aantal tips hoe je het slippen in een bocht kunt voorkomen en de situatie bij gladheid onder controle kunt houden.
Onze veiligheidsinstructeur Bert Gorter verrast ons weer met een interessante asfalt-vervolgaflevering: Steenmastiekasfalt.


Inhalen

Je zou kunnen stellen dat inhalen een van de gevaarlijkste aspecten is van het motorrijden. Ben je op je eigen rijstrook nog aardig in staat de dingen onder controle te houden, zo gauw je je op de andere weghelft begeeft is er geen enkele wet die je houvast biedt mocht er iets gebeuren.
Een motor heeft meer power dan de gemiddelde auto, maar neemt veel minder ruimte in beslag. Dat betekent in de praktijk dat er voor een motor veel meer kansen liggen om in te halen dan voor een automobilist. Inhalen is voor een motorrijder normaal gesproken dan ook een voortdurend terugkerend onderdeel van een normale motorrit. Je doel als motorrijder is toch zo snel en veilig mogelijk op de plek van bestemming te arriveren.
In de loop der tijd schijnen echter steeds meer onderbroken enkele witte strepen op het wegdek vervangen te moeten worden door doorgetrokken (dubbele) strepen, zelfs langs uitgestrekte rechte stukken weg waar tegemoetkomend verkeer al van kilometers afstand kan worden waargenomen. Ook voor een motorrijder geldt dat deze strepen niet overschreden mogen worden.

Inschatten van risico's
Inhalen: een combinatie van ingecalculeerde risico's. Hoe veilig is het om in te halen? Dat criterium ligt voor iedereen anders.
Automobilisten zijn over het algemeen geneigd slecht op te letten of te weinig in hun spiegels te kijken. Motorrijders worden daardoor snel over het hoofd gezien. Begeef je voor het inhalen in een positie waardoor je in ieder geval in de spiegels zichtbaar bent. Door opvallende kleding (reflectiehesjes) word je beter waargenomen. Even knipperen met de koplampen kan de aandacht van de bestuurder trekken.
Er komen veel risico's om de hoek kijken bij het inhalen van een zich langzaam bewegend voertuig. Een onervaren automobilist of een die niet op zit te letten, zal zich makkelijk buiten zijn rijstrook bewegen. Ook kan slecht rijgedrag voor ergernis zorgen voor achteropkomend verkeer, dat geneigd is roekeloos te gaan inhalen.
Zaak voor een motorrijder is niet tussen het verkeer te blijven hangen, maar zich constant voor het verkeer uit te bewegen. Zo verhoog je je zichtbaarheid en verklein je de kans dat je van achter aangereden wordt.
Bij twijfel: niet inhalen. Begeef je nooit te gehaast op de motor en wees niet ongeduldig. Wacht tot de kans zich voordoet om veilig in te halen. Vaak duurt het maar even voordat de weg weer vrij is. Soms kom je elkaar bij het eerstvolgende verkeerslicht weer tegen en merk je dat het toch niet zoveel nut gehad heeft. Bij dit alles is geduld een schone zaak. Vraag jezelf af: wat als er nu een auto ineens binnen mijn gezichtsveld opdoemt, ben ik dan nog steeds in staat om veilig in te halen? Het kan best frustrerend zijn als je diverse keren besluit niet in te halen terwijl er op dat moment geen verkeer voor je opdoemt, maar het is het risico gewoon niet waard. Voor hetzelfde geld was dit wel het geval geweest en was je in een ongewenste situatie terechtgekomen.
Aarzeling is je grootste vijand bij het inhalen. Wees snel en besluitvaardig. Een beetje agressief mag best, binnen alle redelijkheid tenminste. Weet hoe je motor reageert en bereid je op tijd voor op het inhalen. Doe je knipperlicht aan om iedereen achter je te laten zien wat je van plan bent. Kijk indien mogelijk voor het inhalen door de andere voertuigen heen waarbij je speciale aandacht uitgaat naar in werking zijnde richtingaanwijzers.
Heb je voldoende ruimte om in te halen, spiegels kijken en gasgeven! Naast het in te halen voertuig weer in je spiegels kijken. Haalt degene achter je ook in? Kijk over je schouder en check de dode hoek, voeg dan weer in. Blijf gasgeven tot je weer veilig op je rijstrook zit. Ga pas weer naar rechts als je beide koplampen van het ingehaalde voertuig in je spiegel ziet.
Zorg er altijd voor dat je een vluchtroute hebt mocht je inhaalmanoeuvre mislukken.

Inhaaltechnieken
Inhalen op een motor dient soepel te gebeuren als geïntegreerd onderdeel van je rijstijl. Je dient in staat te zijn in te halen zonder dat je een andere weggebruiker dwingt om te remmen of uit te wijken oftewel: je mag niemand in gevaar brengen of hinderen.

Een inhaalmanoeuvre is in de volgende vijf stappen in te delen:
1. Aan de linkerkant van je rijstrook gaan rijden, op een veilige afstand, om goed zichtbaar te zijn en zelf goed te kunnen zien. Eerst goed kijken, zowel vooruit als in je achteruitkijkspiegels. Knipperlicht aan en kijken voor tegemoetkomend verkeer. Kijk over je linkerschouder.
2. Geef gas en beweeg je naar de linkerrijstrook. Rijd in die positie dat je het in te halen voertuig niet hindert en dat voldoende ruimte geeft om eventuele obstakels op je rijstrook te ontwijken.
3. Rijd zo snel mogelijk door de dode hoek.
4. Knipperlicht aan, spiegels kijken en schoudercheck voor je terugkeert naar je eigen rijstrook.


Eigenlijk zou je deze stappen in tweeën op kunnen splitsen. Deze twee methodes gebruik je, afhankelijk van de situatie. De meest voorkomende fout die motorrijders maken is voor een bepaalde situatie precies de verkeerde methode te gebruiken.

Tweefasenmethode - als je niet eerst een voertuig hoeft te volgen alvorens in te halen. Bij het naderen van voertuig zie je de mogelijkheid om in te halen. Als er genoeg ruimte is en het veilig is om in te halen kun je inhalen zonder eerst het voertuig te volgen. Sommige motorrijders gebruiken deze methode echter wanneer ze eigenlijk de driefasenmethode zouden moeten gebruiken.

Het nadeel van deze methode is de vroege beslissing om in te halen. Zodra de motorrijder in positie 1 zit, moet hij doorgaan en anders moet hij hevig in de remmen om zich weer terug achter het doelvoertuig te positioneren.

  1. Naar links en inhalen
  2. Invoegen
Driefasenmethode - als je eerst genoodzaakt bent een voertuig te volgen alvorens zich de kans voordoet om in te halen. Deze driefasenmethode reduceert de tijd waarin we blootgesteld worden aan gevaar, doordat van tevoren al wat van de inhaalmanoeuvre is afgerond. De beslissing om in te halen doet zich pas voor bij positie 2. Alleen als we heel zeker zijn dat we in gaan halen gaan we ook daadwerkelijk inhalen.

Het nadeel van deze methode is dat we een voertuig te lang kunnen volgen in positie 1. Als je niet binnen korte tijd kunt inhalen, is het zaak om je weer terug te trekken, omdat je anders aan risico's van het bumperkleven blootgesteld wordt.

  1. Als de kans zich voordoet vlak achter het in te halen voertuig gaan rijden
  2. Zo gauw er geen tegenliggers meer aankomen en de weg vrij is, naar links uitwijken
  3. Alleen als we zeker weten dat het veilig is accelereren en inhalen
Door terug te schakelen kun je krachtiger en sneller accelereren. Oftewel: inhalen op het punt waarbij je motor goed begint te trekken. Bijvoorbeeld met 60 km per uur in je derde versnelling. Het toerental waarmee het maximum koppel bereikt wordt is echter voor iedere motorfiets verschillend. Een en ander is terug te vinden in het instructieboekje van je motorfiets.

Drie foutieve manieren van inhalen:

  • Zo gauw je het voertuig ziet, kijken of de weg vrij is en inhalen maar. Door niet eerst dicht op het voertuig te gaan rijden, heb je veel meer snelheid nodig om het bij te benen, en nog meer snelheid om het in te halen. Bovendien word je onnodig lang blootgesteld aan de gevaren van het rijden op de rijstrook voor tegemoetkomend verkeer.
  • Vanuit de volgpositie flink gassen, snel naar links zwieren, en meteen weer naar rechts als de weg vrij is. Dit lijkt best wel cool, maar daardoor wordt je motor wel in een kwetsbare positie gebracht doordat deze minder stabiliteit heeft. Bovendien word je in een vaste positie gedwongen.
  • De bumperklever ziet geen kans een gaatje te vinden, blijft direct achter het volgvoertuig hangen, hopende op een gunstig inhaalmoment. Behalve dat je je binnen een veilige stopafstand bevindt en de bestuurder van het volgvoertuig hindert, zul je zo kort op je voorganger niet het goede moment kunnen bepalen om veilig in te halen.

    Het juiste inhaalmoment
    Wat is het juiste moment om in te halen? Je hoeft echt niet te wachten op een recht stuk weg. Zo verlies je veel kostbare tijd. Automobilisten rijden normaal gesproken rustig tot het eind van de bocht, om op het rechte stuk weg weer gas te geven. Begin dus te accelereren als de weg absoluut vrij en veilig is, hopelijk nog terwijl je in de bocht zit. Zo kun je de wendbaarheid en kracht van je motor in je voordeel benutten door snel langs de auto te schieten terwijl hij nog de bocht aan het nemen is en je minder kostbare ruimte en tijd verliest. Wees er wel heel zeker van dat de weg inderdaad vrij is, want een noodstop in een bocht is extra gevaarlijk door de tractie die nodig is voor het nemen van de bocht. Het is belangrijk dat je niet alleen voldoende tijd en ruimte hebt om in te halen, maar ook voldoende ruimte om weer terug in te voegen in een veilige snelheid voor het nemen van de volgende bocht. Motoren zijn beter dan welk ander voertuig ook in staat snelheid te minderen op de weg, maar het is uitermate belangrijk dat je vertrouwd bent met het remvermogen van jouw specifieke motor.

    Bij het bepalen van het juiste inhaalmoment moet je in kunnen schatten of er voldoende ruimte en tijd voor is. Zie je een inhaalkans, bepaal je terugkeermoment en wees er zeker van dat je driemaal de beschikbare benodigde ruimte hebt. Dit lijkt een enorme veiligheidsmarge, maar de volgende keer als je inhaalt, zul je zien hoe snel je je ruimte verbruikt hebt. Deze regel werkt prima bij een snelheid van 60-90 kilometer per uur, maar bij een lagere snelheid heb je meer ruimte nodig.
    Soms kun je de weg niet goed overzien om in te kunnen schatten of het veilig is om in te halen. Grote, zich langzaam voortbewegende voertuigen kunnen je zicht blokkeren. Trek je wat verder terug zodat je de weg beter kunt overzien. Het is belangrijk dat je honderd procent van de ruimte waar kunt nemen die je nodig hebt om in te halen. Probeer je de stukjes van de weg in die je in een glimp hebt opgevangen in je hoofd aan elkaar te zetten, dan zou je nog wel eens lelijk verrast kunnen staan van wat er zich nog verborgen houdt.
    Kun je de snelheid van je tegenligger goed inschatten? Dit kan alleen als je zo'n twee- tot driemaal gekeken hebt hoe snel deze nadert.
    Het beste moment om je inhaalmanoeuvre te plannen is als je het doelvoertuig voor het eerst ziet. Probeer informatie over de weg voor je te krijgen. Het kan zijn dat je meteen beslist om in te halen in plaats van eerst het doelvoertuig te volgen. Neem echter geen enkel risico. Haal ook niet zo agressief in dat de auto die je net ingehaald hebt in de remmen moet om jou te ontwijken.
    Rijd je met een groep motorrijders, volg dan degene voor je niet blindelings, maar haal pas in wanneer je gezien hebt dat het voor jou veilig is.

    Kruisingen
    Ook al lijkt de weg vrij bij het naderen van het doelvoertuig, je weet nooit of een voertuig plotseling vanuit een zijstraat opdoemt. Verkeer vanuit een zijweg verwacht geen motor op de verkeerde rijstrook en kan in je pad optrekken. Bovendien kan een doelvoertuig op het laatste moment besluiten af te slaan, zonder eerst te checken of jij naast hem rijdt.

    Verhogingen in de weg
    Bruggen, viaducten en heuvels belemmeren je zicht. Haal pas in direct na een verhoging in de weg.

    Maximale snelheid
    Als de maximaal toegestane snelheid voor je wijzigt, moet je voldoende tijd hebben om te passeren en af te remmen zonder dat je het voertuig achter je dwingt af te remmen.

    Slinkende ruimte
    Stel je bij iedere inhaalmanoeuvre van te voren in op de ruimte waar je weer naar rechts kunt. Als je invoegruimte kleiner wordt als gevolg van remmende of gas gevende voertuigen, kan het wel eens weg zijn tegen de tijd dat je er gearriveerd bent. Indien de situatie het toelaat kun je tijdens het inhalen weer een nieuwe ruimte bepalen.

    Niet gelijktijdig inhalen
    Hoe breed de weg ook is, vermijd altijd in te halen als een tegemoetkomend voertuig voor je ook aan het inhalen is. Behalve het botsingsgevaar kan het de bestuurder van het andere voertuig ook in paniek brengen.

    Wettelijke bepalingen

  • Haal nooit in over een doorgetrokken witte streep
  • Haal een file in met een snelheid niet groter dan 10 km per uur
  • Rijd om een file te passeren nooit over: vluchtstroken, doelgroepstroken, afgezette rijstroken, verdrijvingsvlakken (ook bekend als sergeantstrepen), puntstukken (de wit gekleurde en soms verraderlijk gladde taartpunten op het wegdek) en ten slotte redresseerstroken (de smalle strook asfalt tussen de linker rijstrook en de vangrail.
  • Houd rekening met de maximumsnelheid. Beperk je inhaalsnelheid tot een maximum van 25 procent.

    Volgafstand
    Er is maar één situatie waarin je de veilige volgafstand (tweesecondenregel) mag opofferen, en dat is bij het inhalen. Zo reduceer je de periode waarin je blootgesteld wordt aan tegemoetkomend verkeer. Maar het is niet de bedoeling dat je té dicht op je voorganger gaat rijden (zie animatie). Het kan echter voorkomen dat je tijdens het inzetten van de inhaalmanoeuvre wat dichter op je voorganger komt te rijden. Je bent dan al op weg naar de linkerweghelft. Heb je voldoende afstand gehouden, dan rijd je op dat moment al op de linkerweghelft.
    Bij het rijden naar de volgpositie kun je alvast informatie vergaderen. Wie rijdt er achter je, wie wil er ook inhalen? Kijk voor gevaren zoals kruisingen, opritten e.d. Is er geen ruimte, blijf dan niet te lang in de volgpositie hangen. Kies de juiste versnelling om in in te halen. Laag genoeg om voldoende power te hebben om de inhaalmanoeuvre te volbrengen, maar hoog genoeg om niet te hoeven schakelen tijdens de inhaalmanoeuvre. Onnodig te vertellen dat je voldoende gecheckt hebt of de kust wel veilig is. Voor je gasgeeft om in te halen is je laatste kans om af te haken. Op dit moment bevind je je namelijk in een positie dat je de weg beter kunt overzien en kun je nog makkelijk terug als het te gevaarlijk wordt. Ook heb je een beter zicht op je invoegpositie na het inhalen. Haal nooit in in de hoop dat er vanzelf ruimte ontstaat, want deze verdwijnen net zo snel als ze verschijnen. Er is niks mis mee om even op de andere rijstrook te rijden om het geheel beter te kunnen overzien, maar wel ver genoeg achter je doelvoertuig om weer makkelijk terug in te kunnen voegen. Dit is beter dan te moeten remmen als je al naast het voertuig zit. Zo is ook iedereen op de hoogte van wat je van plan bent.

    Ga je er dan eindelijk voor, dan niet idioot gassen, voorbijracen om hard in de remmen te moeten om weer in te voegen. Goede acceleratie en deceleratie zijn uitermate belangrijk. Gebruik alleen die power die nodig is om veilig in te kunnen halen. Soms is het noodzakelijk voor het invoegen alweer gas terug te nemen, zodat je eenmaal ingevoegd niet hard in de remmen moet en het verkeer achter je irriteert.

    Meerdere auto's inhalen
    Rijd je op de andere rijstrook, dan heb je het voordeel dat je het geheel beter kunt overzien om misschien meerdere voertuigen tegelijk in te halen. Soms rijden voertuigen zo dicht op elkaar, dat het onmogelijk is weer tussen te voegen na het eerste voertuig. Dit is vaak het geval als een auto bijzonder langzaam rijdt, waardoor de rest geneigd is de tweesecondenregel te negeren en stijf op elkaar te rijden. Wacht net zolang tot het echt veilig is de hele rij in te halen.
    Heb je alle doelvoertuigen veilig ingehaald, gas terugnemen en invoegen. Check de positie van de andere voertuigen en wees er zeker van dat ze weten dat je in gaat voegen.

    Samenvatting
    Ook voor inhalen geldt: kijken, evalueren en uitvoeren.

    * Zorg ervoor dat je goed zichtbaar bent voordat je een inhaalmanoeuvre uitvoert.
    * Bepaal je strategie ruim van tevoren. Houd rekening met onzichtbare gevaren.
    * Zorg altijd voor een vluchtroute. Wat als een auto voor je ook inhaalt terwijl jij een rij auto's aan het inhalen bent? Niets lijkt vanzelfsprekend bij het uitvoeren van een inhaalmanoeuvre.
    * Blijf niet te lang achter een auto hangen als zich geen inhaalkans voordoet.
    * Schat de snelheid van en afstand tot het naderende voertuig goed in door meerdere keren te kijken. Gaat het in te halen voertuig plotseling sneller rijden, breek dan de inhaalmanoeuvre af en keer terug naar je eigen rijstrook.
    * Let op achteropkomend verkeer. Zorg dat zij geen gevaar of hinder ondervinden van je inhaalmanoeuvre.
    * Let tot slot voordat je gaat inhalen ook op voertuigen die vanaf een parkeerplaats, benzinestation, zijweg of uitrit de weg opkomen. Deze letten veelal alleen op achteropkomend verkeer en zien inhalende voertuigen veelal te laat naderen. Tevens dien je in al deze situaties regelmatig in de spiegels te kijken naar hetgeen zich achter je afspeelt. Laat je nooit verrassen door andere weggebruikers!


    Lifesaver

    In de vorige nieuwsbrief hebben we het uitgebreid over spiegels gehad. Kijk bij elke manoeuvre die je uitvoert niet alleen in je spiegels, maar ook over je schouder in de dode hoek. Dus bij het veranderen van richting, maar ook bij het afremmen en stoppen. Deze check wordt in Amerika niet voor niets de lifesaver genoemd; de laatste blik over je schouder alvorens van positie te veranderen.

    Dode hoeken
    De spiegels van je motor hebben maar liefst drie dode hoeken. Een zit recht achter je. De andere twee zitten links en rechts achter je, groot genoeg om een auto te verbergen als je de bocht wilt nemen of van rijstrook wilt wisselen... Daarom is een blik over je schouder noodzakelijk. Zeg wel: een blik. Je dient niet je hele hoofd te draaien, daarmee kun je de stabiliteit van je motor in gevaar brengen en je aandacht wordt te lang van wat er voor je gebeurt afgeleid. Alleen als je de snelheid en afstand van andere voertuigen beter in wilt schatten, bijvoorbeeld bij het invoegen in het verkeer, kun je je hoofd helemaal draaien. Ook kun je op deze manier beter de snelheid en afstand van een auto achter je inschatten, bijvoorbeeld als je voor hem af wilt slaan.

    Kijk zo vaak als nodig is in je spiegels en in de dode hoek om je bewust te zijn van wat er om je heen gebeurt, maar niet als het wegkijken van de voorkant op zich al een gevaar vormt.
    Het standaard advies voor een manoeuvre is: spiegels kijken, over je schouder kijken, richting aangeven en verplaatsen.

    Kijk over je schouder:

  • bij het veranderen van positie
  • voor je inhaalt
  • bij het veranderen van rijstrook
  • in de richting waarin je je wilt bewegen.
  • in elke ruimte groot genoeg voor een voertuig om in te rijden (rotonde)
  • bij het bewegen of draaien naar rechts (rechterschouder)
  • bij het bewegen of draaien naar links (linkerschouder)
  • voor afremmen en stoppen en voor wegrijden en accelereren

    Als je wilt afslaan of een zijdelingse beweging wilt maken, al is het maar een halve meter, dien je altijd in je spiegels en over je schouder te kijken. Kijk altijd in de richting van de beweging of draai. Kijk je over je schouder als je al aan het manoeuvreren bent, dan is het te laat. Het moet vroeg genoeg genomen worden zodat je nog op tijd je strategie kunt bepalen, maar niet zo vroeg dat iemand in de tussentijd weer in de blinde hoek kan gaan zitten. Een voordeel van de schoudercheck is dat ook het verkeer achter je kan zien dat je misschien iets van plan bent. Rijdt iemand vlak achter je, dan kun je even demonstratief over je schouder kijken om aan te geven dat je hem gezien hebt. Op deze manier kun je ook andere motorrijders in de gaten houden die achter je rijden en je misschien willen passeren.

    Kijk je te vaak over je schouder, dan bestaat de kans dat je van je koers raakt of de aandacht voor wat zich voor je afspeelt verslapt. In sommige situaties is het af te raden over je schouder te kijken, bijvoorbeeld in dicht verkeer, bij hoge snelheid of als je al je aandacht nodig hebt om het verkeer voor je in de gaten te houden. Komt er plotseling een auto uit een zijweg schieten, dan dien je hier volledig op te kunnen reageren. Door regelmatig op de juiste (veilige) momenten in je spiegels en over je schouder te kijken ben je je al bewust van wat er zich om je heen afspeelt. In de tijd dat je over je schouder kijkt wordt je aandacht afgeleid van wat er zich voor je afspeelt en raak je makkelijk uit koers.

    Conclusie
    Een blik over je schouder (en uiteraard in je spiegels) is van levensgroot belang. Het juiste moment om een schoudercheck uit te voeren is het moment waarop je al je aandacht niet per se vóór je nodig hebt. Je kunt maar al te makkelijk precies op het verkeerde moment om je heen kijken. Zorg er dus voor dat je weet wat zich om je heen afspeelt door regelmatig je spiegels en dode hoek te controleren.


    Gladde bochten

    Menigeen haalt of heeft zijn motor weer uit de schuur gehaald. Tijd voor een voorjaarscheck, zie nieuwsbrief 2. En let speciaal op je bandenspanning! Op de motorbeurs Utrecht is gebleken dat het gros van de motorrijders met een te lage bandenspanning rijdt. Een te lage bandenspanning beïnvloedt je stuurgedrag. Bij fors afremmen in een bocht kan je motor oncontroleerbaar worden, met desastreuze gevolgen, zie ook nieuwsbrief 3.
    Specifiek bij het nemen van een bocht liggen er nog meer gevaren op de loer, vooral in deze periode van het jaar. Ook al rijd je in de winter niet, in maart en april kan het wegdek net zo goed voor problemen zorgen. Een van de meest gestelde vragen is hoe je van je angst af kunt komen om in een bocht onderuit te gaan, vooral als je al vaker geslipt bent omdat er olie op het wegdek lag of omdat het wegdek aangevroren was. Je banden onder je uit voelen glijden kan een beangstigende ervaring zijn, waardoor je houding verstart en het risico inderdaad groter wordt om onderuit te gaan. Een motor heeft zelfcorrigerende eigenschappen. Veel hangt af van je eigen reactie op het slippen. Deze reactie kan voor een averechts effect zorgen.
    Maar wat is nou de goede reactie op een slip? Je kunt het risico om te vallen als je met je motor op een glibberig wegdek terecht komt verkleinen door de volgende zaken in acht te nemen.

    In eerste instantie dien je natuurlijk zoveel mogelijk gladde en oneffen oppervlakken te vermijden. Daarvoor kijk je goed uit voor kleurverschillen (olie bijvoorbeeld is donkerder dan het wegdek). Olie en vet, metaal (putdeksels) en geverfde delen worden spiegelglad als ze nat zijn. Zand, bladeren, ijs en andere troep op de weg is funest voor je grip. Vermijd wegdelen met kleurverschil. Scan de weg voor je ruim van tevoren zodat je op tijd je positie kunt veranderen. Maak geen onverwachte bewegingen, gebruik je rem uiterst voorzichtig en geef geen gas. Als het erg koud is, houd er dan rekening mee dat wegdelen in de schaduw bevroren kunnen zijn. Bij vorst of regen is een brug of viaduct veel sneller glad dan de gewone weg.
    Volg het spoor van auto's. De banden van auto's hebben de weg al voor een gedeelte schoongeveegd. In het midden van de rijstrook ligt de meeste olie, afkomstig van auto's en vrachtwagens. Vermijd deze positie. Ben je toch genoodzaakt in het midden van de rijstrook te gaan rijden, vermijd dan zoveel mogelijk remmen en verandering van richting. Rijd zoveel mogelijk in het linker wielspoor om zoveel mogelijk uit de buurt te zijn van plotselinge gevaren die kunnen opdoemen, zoals plotseling overstekende voetgangers, honden, openslaande portieren en dergelijke.
    In het midden en aan de buitenkant van de bocht bevindt zich de meeste olie/diesel. Kun je deze positie niet vermijden, probeer er dan zoveel mogelijk rechtop doorheen te rijden.
    Bij het vermijden van gladde weggedeelten oppassen voor doelfixatie. Kijk niet naar het smerige wegdek, maar waar je heen wilt.
    Bij verkeerslichten stoppen voor de witte streep. Ook deze geverfde witte streep is spiegelglad, vooral als je heel hard in de remmen moet. Zorg ervoor dat je ruim van tevoren je vaart vermindert, al is het alleen maar om het verkeer achter je hetzelfde te laten doen…
    Ook bij voetgangersoversteekplaatsen niet over de witte lijnen rijden.
    Kijk ook uit voor olie bij het stoppen of parkeren. Door je voet op de verkeerde plek neer te zetten kun je uitglijden en vallen.
    Vermijd het gebruik van je voorrem op extreem gladde weggedeelten (ijs).

    Gaat het mis, koppeling inknijpen, een vluchtroute zoeken en geleidelijk toewerken naar een stop.
    Dus: niet in paniek raken als je een gladde bocht neemt, ook al begint je motor iets te slippen. Rustig doorrijden, zonder remmen of gassen, de motor zoveel mogelijk rechtop, in een zo kort mogelijke lijn. Bij een glad wegdek zo min mogen draaien, remmen, accelereren en van versnelling wisselen.
    Pas je snelheid aan. Hoe harder je rijdt, hoe moeilijker het wordt je grip op het wegdek te behouden. Als je wiel begint te slippen, vermindert de tractie en daarmee het remvermogen drastisch en heb je grote kans te vallen. Als je achterwiel begint te slippen is de kans groot dat je onderuitslipt of, in het ergste geval, je motor naar de andere kant overslaat. Je kunt die situaties vermijden die een negatief effect zouden kunnen hebben op je rijgedrag, dus niet met regen rijden of als het erg koud is, maar eigenlijk wil je gewoon de situatie onder controle kunnen houden.

    Kort samengevat:

    Bereid je goed voor:

  • Zorg voor een juiste bandenspanning
  • Zorg ervoor dat je voldoende profiel op je banden hebt

    Observeer:

  • Kijk uit voor olievlekken (regenboogkleuren)
  • Kijk uit voor natte weggedeelten (zwart)
  • Kijk uit voor elk verschil in het wegdek
  • Scan de weg voor je goed af, zodat je hier op tijd op kunt inspelen
  • Oppassen voor doelfixatie, kijk actief in de richting waar je heen wilt

    Bepaal je positie:

  • Rijd in die positie waar de kans op slipgevaar het kleinst is:
  • Rijd in het wielspoor van auto's, waar de weg het schoonst is
  • Rijd niet aan de buitenkant van de bocht waar de kans op olie (centrifugale kracht) het grootst is
  • Rijd niet tussen het wielspoor van auto's, waar de meeste troep gemorst wordt

    Pas je rijstijl aan:

  • Snelheid aanpassen: rustig door een natte of glibberige bocht, maar niet te langzaam waardoor je snel je evenwicht verliest
  • Geleidelijk gassen en geleidelijk remmen
  • Rijd in regelmatige snelheid door de bocht, zodat het gewicht niet naar voren of naar achteren verplaatst wordt (remmen/gassen)
  • Houd je stuur niet krampachtig vast, zodat je stuurgedrag negatief beïnvloed wordt en je motor zichzelf niet meer kan corrigeren

    Onderzoek heeft uitgewezen dat het onderuitgaan in een bocht bijna nooit te wijten is aan modder en andere oneffenheden op de weg. Vaak is het zo dat de motorrijder denkt dat hij te hard de bocht ingegaan is om de bocht te halen, zodat hij op de remmen gaat staan terwijl de motor al in de bocht hangt. De motor glipt onder de motorrijder vandaan of de motorrijder laat de rem los en vliegt over zijn motor. Sommige motorrijders horen hun voetstepjes over de grond schrapen, raken in paniek, zetten hun motor rechtop om vervolgens recht de bocht uit te vliegen. Of je kijkt naar de hoek van de weg, en waar je heenkijkt, daar ga je ook heen, zodat je daar de bocht uitvliegt. Deze situaties vermijden is vrij makkelijk. Kijktechniek blijkt ook hier dus essentieel te zijn. Door ver van tevoren je snelheid aan te passen en je strategie te bepalen is al veel van het euvel verholpen.
    Door veel te oefenen kun je veel van je angst kwijtraken. Paniek ontstaat door je overlevingsinstinct en te weinig zelfvertrouwen. Door het volgen van een training en het veelvuldig oefenen in de praktijk ben je in staat weloverwogen keuzes te maken en bezit je een feedbackmechanisme dat je in staat stelt op het juiste moment op de juiste manier te reageren. Met bovenstaande tips in het achterhoofd kan het niet mislukken en ben jij misschien wel degene die na jaren van motorrijden kan zeggen: ik ben nog nooit onderuitgegaan!


    Asfalt V

    Steenmastiekasfalt

    Konwé Stil
    De introductie van steenmastiekasfalt op de Nederlandse markt (zo rond 1984) is voor de wegenbouw van grote betekenis geweest. Op dit type mengsel voortbordurend heeft ook KWS de jaren daarna een reeks van nieuwe asfaltmengsels ontwikkeld voor relatief dunne deklagen. Zo ontstond ook Konwé Grip, een veilige ultra-dunne deklaag, Zeer Stil Asfalt (ZSA) en ZSA semi-dicht. Met de laatste twee geluidsreducerende deklagen hebben we sinds 1999 ervaring opgedaan.
    Een andere variant is Konwé Stil. Dit mengsel is speciaal ontwikkeld als een dunne deklaag met de bedoeling om een optimale levensduur te koppelen aan een langdurige geluidsreductie ten opzichte van DAB-deklagen. In 1998 werd dit mengsel ontwikkeld, in de wetenschap dat textuur een mogelijk grotere invloed heeft op de reductie van geluid dan de holle ruimten, die voor de absorptie moeten zorgen. Konwé Stil heeft een geluidsreducerende textuur en een daarop afgestemd percentage holle ruimte. Deze deklaag is bovendien duurzaam. Duurzaam
    Konwé Stil is, net als het daarna ontwikkelde ZSA, opgebouwd uit een mengsel van steenslag B (groevemateriaal, in de gradering 0 tot 6 mm), brekerzand, hoogwaardige kalksteenvulstoffen en bitumen met een afdruipremmende toevoeging. Op die manier ontstaat een mengsel waarmee ca. 2 dB(A) geluidsreductie ten opzichte van DAB wordt bereikt. Metingen door M+P Raadgevende ingenieurs bv uitgevoerd op de Ringweg te Goes tonen na vier jaar intensief gebruik aan, dat de geluidsreductie vrijwel niet is teruggelopen ten opzichte van de beoogde reductie bij aanleg. Dat is opmerkelijk voor een weg waar de beheerder geen aanvullende maatregelen heeft getroffen om het oppervlak te vrijwaren van onregelmatigheden. Konwé Stil is ook toegepast op kruispunten en ter plaatse van uit- en inritten. Het resultaat na ruim vier jaar gebruik is ook daar vrijwel niet zichtbaar.

    15-30 mm dik
    Het mengsel wordt bij normale temperaturen bereid en wordt bij voorkeur machinaal verwerkt in een laagdikte tussen 15 en 30 mm (incidenteel 40 mm). Voor de verwerking wordt gebruikgemaakt van standaard wegenbouwmaterieel.

    (wordt vervolgd)




    Bergtrainingen 2006

    De voorjaartrainingen van de LCVM zijn bijna vol. Voor de training van 19 mei zijn er nog 4 plaatsen beschikbaar en voor de training van 2 juni (Pinksteren) nog slechts 3 plaatsen. Voor de training/toer in de Dolomieten van 23 juni zijn nog 5 plaatsen beschikbaar.
    Voor de training van september zijn de 1-persoonskamers op één na volgeboekt. Op de 2-persoonskamers is nog voldoende plaats.

    TV-opnamen
    Van de training van 19 mei zullen opnamen worden gemaakt voor een uitzending op de tv. Een cameraman rijdt mee achter op één van de motoren en maakt opnamen van de training gedurende vrijdagmiddag en zaterdag. Ook zullen er interviews met deelnemers worden afgenomen. Bijzonderheden over wanneer dit programma wordt uitgezonden en op welke zender worden op een later tijdstip bekendgemaakt. Voor verdere bijzonderheden van de bergtraining zie: www.lcvm-bergtrainingen.nl


    Motorfun

    Zo slecht worden motorrijders waargenomen: Klik hier

    I want a motorcycle

    Motor-vliegtuigstunt

    Motor-helikopter

    Motorgeluiden

    Ook een vorm van inhalen, maar dan op een ZRX1200 bij de Supersports

    Harley Chronicles - geschiedenis van de Harley

    Probeer de blauwe blokjes maar eens te ontwijken: www.alge-timing.com


    Klik hier voor de vorige nieuwsbrieven:

    februari 2006 o.a. Een nieuwe motor, Tweesecondenregel, Spiegels kijken
    januari 2006 o.a. Motorrijdersclub hekelt eiersnijder, Positie motorrijder in het verkeer, GPS voor motorrijders
    december 2005 o.a. Verhoging verkeersboetes 2006, Bandengedrag in de winter, Beperkingen van het oog
    november 2005 o.a. De file voorbij, Motorrijden bij sterke wind, Asfalt
    oktober 2005 o.a. Motorrijden in de herfst, Slijtage motorbanden, Manoeuvreren met een zware motor, Motorrijden met kinderen
    september 2005 o.a. Risicoperceptie, Kruispunten, Aansprakelijkheid en werkgever, Lagerugpijn en motorrijden
    augustus 2005 o.a. Tegensturen versus gewichtsverplaatsing, Het recht van de sterkste, Dode hoek
    juli 2005 o.a. Gewichtsverplaatsing in een bocht, Helmen en pasvorm, Toerritten en vermoeidheid
    juni 2005 o.a. De juiste lijn in een bocht, Instructeur aan het woord, Slecht wegdek, Motorrijden en medicijnen
    mei 2005 o.a. Over een obstakel rijden, Zithouding, Risico's van een niet goed passende helm, Zonlicht en motorrijden
    april 2005 o.a. Motorrijden en remmen, ABS, Tegensturen en gyroscopische krachten, Bandenspanning
    maart 2005 o.a. Motorrijden en remmen, Motorrijders en letselschade, Foutmarges en risico's
    februari 2005 o.a. Urban Guerrilla, Tegensturen 2, Rijden in de regen
    augustus 2004 o.a. Tegensturen, Tips voor het schoonmaken van je motor en Torque
    juli 2004 o.a. Vakantietips, Zware motoren en stopafstand en een Harley testrit
    juni 2004 o.a. Ze zien me niet..., Optische illusies, Motorrijden en zwaartekracht en Ontdek je motorrijderprofiel
    mei 2004 o.a. Doelfixatie, Nieuwe plaats op de rijbaan België en een remtest
    april 2004 o.a. Kijktechniek, Bandenspanning, Redacteur op herhaling
    maart 2004 o.a. Voorjaarscheck, Bochtentechnieken, Nieuwe verkeerswetgeving België
    februari 2004 o.a. Samenspel in de file, Papercraft, Wintertips en Snelheid

        
        
        
        
    Klik hier als je geen LCVM-Nieuwsbrieven meer wilt ontvangen


    Copyright © LCVM 2006
    Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of door fotokopieën, of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de LCVM.
    Hoewel de informatie op deze site permanent zo nauwkeurig en actueel mogelijk wordt weergegeven zijn wijzigingen en/of onjuistheden te allen tijde voorbehouden. Aan de inhoud van deze nieuwsbrief kunnen derhalve op geen enkele wijze rechten worden ontleend.

    Landelijk Coördinatiecentrum Verhoogde Motorrijvaardigheid