LCVM-nieuwsbrief oktober 2005

Voorwoord

Na een prachtige nazomer begint het weer in deze herfstvakantie nu ook duidelijk herfsttekenen te vertonen. Daarom een aantal tips om ook met mindere weersomstandigheden optimaal van het motorrijden te kunnen genieten.
Het slijtagepatroon van je band zegt heel veel (zo niet alles) over je rijstijl. Daarom een aantal foto's aan de hand waarvan duidelijk gemaakt wordt wat de oorzaak is van het desbetreffende slijtagepatroon.
Zware motoren zoals choppers en cruisers zijn op dit moment erg geliefd. Hoe zwaarder je motor, hoe moeilijker hij te manoeuvreren is. In het artikel Manoeuvreren met een zware motor daarom wat tips om ook bij lage snelheden en met uitstaande motor je motor op de juiste plek te krijgen.
Het rijden met kinderen vereist verantwoordelijkheid nemen en navenant handelen om de risico's voor het kind zoveel mogelijk te beperken. Dat kan betekenen eventuele aanpassingen aan je motor aanbrengen, maar vooral het juist inschatten van de capaciteit van het kind. Dit hangt grotendeels met de leeftijd samen. Lees het in Motorrijden met kinderen.


Motorrijden in de herfst

Met het naderen van de herfst liggen diverse gevaren op de loer. Wegen kunnen glad worden en vaak is de zichtbaarheid verminderd. Donkere nachten en lage zon brengen weer andere gevaren met zich mee. Het schoolseizoen zorgt voor meer drukte op de wegen. Hieronder enkele tips om veilig de herfst door te komen.




Slijtage motorbanden

Aan de hand van de slijtage van je motorbanden kun je heel wat te weten komen over je rijgedrag. Daarom hieronder een aantal afbeeldingen van slijtagepatronen aan de hand waarvan je een goed beeld krijgt van het bijbehorende rijgedrag.
1. De vierkante band (letterlijk kruiwagen/heftruck)
Wie vooral veel kilometers rechtdoor rijdt (snelweggebruik) zal zich geconfronteerd zien met een in het midden afgeplat loopvlak, de zogenaamde vierkante band. Het grootste nadeel van dit slijtageprofiel is dat de motor veel aansporing nodig heeft om ingestuurd te worden om vervolgens in de bocht te vallen. Dat komt doordat je hem letterlijk over de rand moet tillen, waarna het sturen plots veel makkelijker verloopt. Het enige wat eraan te doen is, is de druk in de achterband een paar honderd gram verhogen. Wel moet je dan rekening houden met een verminderde grip in de bochten. Een betere oplossing is overstappen naar een iets hardere band of zelfs een band waarvan het midden harder is dan de randen.
2. Opgerolde zijkanten
Veel circuitkilometers kunnen voor een slijtagepatroon zorgen waarbij er zich rubbber ophoopt aan de rand van het loopvlak en de rest van de flanken duidelijke krulletjes vertonen. Die stukken van het loopvlak bieden dan minder grip. Een lichtjes hogere bandendruk (zowat 100 gram) kan dit fenomeen een beetje onderdrukken, maar wie er echt vanaf wil, zal moeten investeren in een goede achtervering. De meeste standaard achterdempers zijn immers niet bestand tegen langdurig circuitgebruik en worden na een tijdje veel te soepel, waardoor de band extra belast wordt. Je kan proberen ze harder af te stellen, maar dat geeft meestal maar eeen beperkte verbetering, met een aantal nieuwe problemen.
3. Schuine groeven met ruwe kanten
Dit is een typische acceleratieslijtage die op het circuit vrij snel zal optreden. Op zich is het fenomeen vergelijkbaar met het vorige, maar het wordt veroorzaakt door gasgeven op hellingshoek. Ook hier geldt dat het investeren in een degelijke achtervering de enig mogelijke oplossing is. In tegenstelling tot het vorige probleem manifesteert de slijtage zich hier meestal maar aan één kant van de band; net die kant waar je het meeste aan het gas hangt in de bochten.
4. Trapsgewijze slijtage
De tekening van een voorband kan er in combinatie met de stuurkrachten voor zorgen dat er een trapsgewijze slijtage optreedt. Daardoor krijg je een ongelijk looplak, waardoor het contactoppervlak steeds kleiner wordt. Dat resulteert in een minder goed stuurgevoel, maar ook in een vermindering van de grip. Het probleem manifesteert zich in grotere mate als je sporadisch erg hard rijdt met daartussen heel wat rustiger periodes. Typisch met andere woorden voor de occasionele circuitrijder die de gesloten omloop opgaat met een set straatbanden. Meer circuitgerichte banden hebben een ander profiel dat deze vorm van slijtage tegengaat.
5. Prisma
Deze slijtage is eigenlijk een combinatie van de eerste en de vierde, zoals hierboven beschreven. De band is niet meteen vlak gesleten, maar door relatief veel op kleine hellingshoeken te rijden slijt de band hoekig af. Het resultaat is een verminderde grip, ook al door de trapslijtage, en een minder vlot stuurgedrag. Omdat de overgang van het midden naar de rand minder hoekig is dan bij geval 1, is het verschil met een nieuwe band minder frappant. Ook aan deze slijtage is niet veel te doen...
6. Scheur
Los van het feit dat deze band compleet versleten is, en wellicht al 5000 km geleden vervangen had moeten worden, vertoont hij een diepe scheur. Die krijg je door op een scherp obstakel te rijden: een stoeprand, een put in de weg, een putdeksel. Dergelijke scheuren zijn erg gevaarlijk, niet alleen omdat het rubber gespleten is, maar ook en vooral omdat het meer dan waarschijnlijk is dat de staalgordel in het karkas geraakt is en de band daarmee (een deel van) zijn stijfheid kwijt is. Ook kan de binnenste laag rubber, die toch de luchtdichtheid verzekert, geschonden zijn, wat het risico op een lekke band of zelfs een klapband verhoogt. Enkel een demontage van de band laat je toe de constructie van het karkas en het binnenste rubbervlak te controleren, maar in elk geval is het niet raadzaam om met een dergelijke band verder te rijden.
7. Te lage bandenspanning
Dit is een onregelmatig slijtagepatroon dat gekenmerkt wordt door zijn puntvorm. Het is typisch voor mensen die met te weinig druk in de voorband rijden en toch hard remmen. De band vervormt onder de remdruk en slijt iets meer net naast het midden. Daardoor komt de band in het midden op één punt te staan, terwijl er een soort holte ontstaan naar de randen toe. Dit zorgt voor zeer onrustig en onstabiel bochtengedrag. Wie achteraf de bandendruk terug goed zet, zal het verschil des te meer voelen.
8. Circuitbanden
De hierboven getoonde banden vertonen een ideaal slijtagepatroon. Het loopvlak is nog perfect rond. De radius van het loopvlak is nog steeds erg vloeiend, waardoor het stuurgedrag niet nadelig beïnvloed wordt. Je ziet wel duidelijk aan de linkerkant van de achterband dat er een plat vlak aan het buitenste deel ontstaat. Dit duidt erop dat de band toch al serieus versleten is. Het is aan die vormverandering dat men onder meer kan zien of een slick, zijnde een profielloze band, versleten is.
9. Te lage bandenspanning in de achterband
Door een te lage bandenspanning in de achterband slijten de flanken van de band het snelst. Dat komt door een te sterke vervorming van het karkas, waardoor zeer veel rubber contact heeft met de grond, terwijl de vervorming van het karkas nog eens voor extra wrijving en opwarming zorgt. Het is ook typisch dat het rubber een blauwe kleur vertoont als de motor een paar dagen stilstaat. Door de hoge temperatuur verbrandt het rubber immers en dat geeft na een tijdje een blauwe kleur. De verbranding is in de meeste gevallen slechts oppervlakkig, maar wie te lang met een te lage spanning doorrijdt, kan de eigenschappen van het rubber serieus hypothekeren.
10. Te veel ingaande demping
Een typisch slijtagepatroon voor de beginnende racer is dat waarbij er zich een duidelijke lijn aftekent op een tweetal centimeter van de rand. De lijn op zich is ook een tweetal centimeter breed en de slijtagevorm houdt het midden tussen gevallen twee en drie. Deze slijtage treedt meestal op door een te harde ingaande demping. Daardoor moet de band te veel van de krachten opvangen bij het ingaan van de bocht en krijg je een serieuze slijtage. Veel mensen denken ten onrechte dat de slijtage optreedt als gevolg van accelereren. Een dergelijke slijtage is echter minder duidelijk afgelijnd en zal ofwel meer naar de rand, ofwel meer naar het midden voorkomen. De typische lijn kan meestal vermeden worden door de ingaande demping achteraan iets te lossen.


Regiotrainingen LCVM

Het motorseizoen is ten einde. De laatste trainingen zijn zo'n beetje gereden. Geef je je nu alvast op voor het volgend seizoen, dan ben je verzekerd van een plekje.
Klik hier voor het reserveringsformulier
Stuur deze nieuwsbrief naar een vriend(in)



Manoeuvreren met een zware motor

Manoeuvreren met een zware motor is wel even wat moeilijker dan met een lichtere motor. Kies de grootte en de stijl van de motor daarom zorgvuldig uit. Wees niet te enthousiast in de eerste twee jaar dat je je motorrijbewijs hebt door een te zware motor aan te schaffen, totdat je voldoende vaardigheden ontwikkeld hebt. Een onervaren motorrijder op een te krachtige zware motor is namelijk vragen om moeilijkheden!
Aan de andere kant, elke motor is zwaar. En bijvoorbeeld een boom van een kerel op een kleine motor heeft een veel hoger zwaartepunt, waardoor hij bij lage snelheden meer moeite zal hebben de motor in balans te houden dan een kleine motorrijder op een zware motor. Een zware motor als een cruiser heeft veel meer stabiliteit op rechte stukken door de grote voorvorkhoek. Hoe kleiner de voorvorkhoek, hoe sneller je motor op jouw input zal reageren. Daarom is het manoeuvreren met een cruiser wat lastiger.
Kun je beide voeten (de bal van je voet) aan de grond krijgen en kun je met je been je motor recht duwen wanneer hij bij het stoppen iets gekanteld is, dan ben je in principe in staat je motor onder controle te houden. Zware motoren vereisen nou eenmaal wat meer mankracht. Hieronder daarom wat tips hoe met een zware motor om te gaan.

Rijden met de motor uit
Een motorfiets met stilstaande motor manoeuvreren is een vaardigheid die je onder de knie moet krijgen, denk alleen maar aan het parkeren of de motor rond je huis verplaatsen. Het verschil met een lichte motor is, dat je hiervoor in principe groter en sterker moet zijn. Voor de meeste motorrijders is elke motor zwaarder dan 200 kg zwaar. Als je dan nagaat dat een cruiser zo'n 220 tot 360 kg weegt... Om zo'n motor te verplaatsen heb je veel zelfvertrouwen nodig, zodat je je motor niet de kans geeft uit balans te raken.
Als je motor valt, bedenk dan dat je motor vervangbaar is en maak je uit de voeten. Als je vrij klein van postuur bent, zul je hem toch niet tegen kunnen houden. Natuurlijk moet je altijd proberen te voorkomen dat je motor valt, maar als hij toch valt, zorg dan dat je er niet onder komt.
Voor parkeren is het noodzakelijk achteruit te kunnen rijden, vaak vanaf een helling en grotendeels blindelings als je op de motor zit. Je raakt makkelijk uit balans op een rulle ondergrond. Kijk naar beneden en bereid je voor op wat minder grip. Beide voeten naar beneden als je achteruitrijdt en je motor uitzetten, zodat een lastig moment als in de versnelling schieten de bike niet vooruit gooit. Gebruik de voorrem, maar houd er rekening mee dat je kunt slippen als je te hard gaat. Als je gestopt bent, gebruik dan de eerste versnelling als parkeerrem. Als je bike een betrouwbare standaard heeft die niet zomaar inklapt, en je hebt hem uitgeklapt, ga dan aan de rechterkant staan met de linkerstandaard naar beneden. De standaard vangt de bike op als deze van je wegvalt en je kunt er tegenaan duwen als hij naar je toe valt. Verplaats de bike terwijl je de rechterstuurhelft en de passagiersbeugel (of bagagedrager als die er zit) vasthebt. Zo kun je de voorrem gebruiken indien noodzakelijk. Zitten en pendelen met je voeten werkt in veel gevallen goed, maar op deze manier zie je niet zo goed waar je heengaat. In dit geval de standaard omhoog houden, zodat je voeten er niet onder kunnen komen.

Rijden bij lage snelheid
Langzaam motorrijden is moeilijker dan je denkt, vooral met een zware motor. Veel ongelukjes en motorpech gebeuren bij lage snelheden, wanneer motoren minder stabiel zijn, of stationair draaien. Je kunt gewond raken als je bike boven op je valt, of behoorlijk verbranden als de uitlaatpijp of andere hete delen tegen je aan drukken. Zit je klem onder je motor op de openbare weg, dan word je gemakkelijk aangereden. Bikes met duizenden euro's aan carrosserie kun je simpel afschrijven alleen al door simpel om te vallen in z'n stationair.
We hebben het al eerder gezegd. Het geheim is een combinatie van gas, koppeling en achterrem. De achterrem gebruik je om de voorwaartse snelheid te controleren tegen de trekkracht van de motor, je rijdt met slippende koppeling om voldoende tegenkracht te bieden zodat de motor niet afslaat. Blijf in balans door je bovenlichaam verticaal te houden en indien noodzakelijk de tegenovergestelde kant op te leunen dan de draai die je neemt als de bike gekanteld moet worden om de bocht te nemen. Let wel: tegensturen werkt niet bij zeer lage snelheden! Voel je je ongemakkelijk tijdens een langzame draai, zet dan je bike recht en stop eerst of laat de achterrem los om meer voorwaartse kracht te creëren. Het gebruik van de voorrem bij een langzame draai vergroot de kans op omvallen. Tijdens al deze handelingen is de hoofdstelregel: hoofd rechtop en kijken waar je heen wilt.

U-bochten op smalle wegen
Voordat je een U-bocht maakt, eerst kijken of de weg in beide richtingen vrij is. De breedte van de weg en het vermogen van je motor om een complete draai te maken binnen de beschikbare ruimte moet je goed inschatten. Bikes met een lange wielbasis hebben meer ruimte nodig bij het draaien. Ook de grootte van de stuurhoek varieert - sportmodellen neigen naar een meer beperktere stuurhoek die voorkomt dat het stuur tegen de tank komt. Je kunt de grootte van je stuurhoek op een veilige plek uittesten zodat je een beter idee hebt van de draairadius. U-bochten op steile hellingen zijn lastig, maar goed te doen mits je de juiste techniek gebruikt. Een kwestie van hellingshoek en lichaamspositie aanpassen. Maak je een bocht terwijl je naar beneden een helling afrijdt, dan is dat makkelijker dan wanneer je de helling op rijdt, omdat de grond aan de binnenkant van de bocht dichter bij je voet zit mocht je deze plotseling neer moeten zetten ter ondersteuning.
Geef genoeg gas zodat je constante power hebt. Rijd langzaam, evt. met slippende koppeling, en je snelheid controlerend met je achterrem. Vind je balans voordat de bocht begint.

  • Kijk eerst naar alle kanten of er geen verkeer aankomt.
  • Laat langzaam het gas iets los (niet gelijk helemaal), en regel de snelheid met je achterrem.
  • Leun iets weg van de draai zodat de motor niet in de bocht valt.
  • Gedurende alle handelingen hoofd omhoog en kijken waar je heen wilt.
  • Stop wanneer je aan de andere kant gekomen bent, in dezelfde positie als waarin je begonnen bent. Kijk naar voren en achteren voor eventueel verkeer en rijd weg.
    Heb je je draaicapaciteit verkeerd ingeschat, dan neem je de U-bocht gewoon in twee keer. Draai zoveel mogelijk, van de uiterste rechterkant van je rijstrook naar de middenstreep. Stop en rijd in de tegengestelde richting achteruit, dan weer naar voren om de bocht af te maken. Het is in dit geval beter je gevarenlichten aan te doen dan je gewone lichten, die zijn namelijk niet van alle kanten te zien.

    Hellingshoek
    Wees op de hoogte van de maximale veilige hellingshoek van je motor, vooral op een cruiser. Een beetje slepen van de onderkant is meestal niet gevaarlijk, als het je vermogen om de motor weer rechtop te zetten daardoor maar niet beperkt.


    Motorfun

    In Amerika, hét motorland, heb je zelfs speciale radiozenders voor bikers. Hieronder een pagina waarop enkele shows live te beluisteren zijn. Open Road Radio

    Virtual Drug Use
    Test je motorrijgedrag onder invloed van cocaïne op deze Spaanse voorlichtingssite. Tijdens het spelen voelt de speler zich in een echte overwinningsroes, alsof hij/zij niet kan verliezen. Maar langzamerhand nemen de vaardigheden van de speler af en moet je steeds vaker stoppen om een dosis cocaïne in te nemen. En zonder coke kun je niet racen, dus je staat erg vaak stil na een tijdje. Om het effect goed te merken, kun je ook spelen zonder de cocaïne. Klik op: "Si, acepto las condiciones" en dan "seguir": Virtual Drug Use

    Dat je zelfs met één arm goed motor kunt rijden bewijst het volgende artikel:
    Met één hand motorrijden




    Motorrijden met kinderen

    Wanneer is een kind oud genoeg om mee te kunnen rijden achter op de motor? Een kind moet oud genoeg zijn om voldoende controle over zijn lichaam te kunnen bewaren als het op de motor zit, zijn lichaam moet voldoende ondersteund worden, het moet groot genoeg zijn om beschermende kleding te kunnen dragen en in staat zijn de basisregels te begrijpen die nodig zijn voor het rijden met een passagier. Net als bij volwassenen moet je onmiddellijk en duidelijke regels stellen wat betreft opstijgen, afstijgen en leunen.
    Motorrijden met een kind als bijrijder brengt extra risico's met zich mee. Maak je kind goed duidelijk waar het zich aan vast moet houden. Maak het duidelijk dat het geen onverwachte bewegingen moet maken en altijd goed op het zadel blijft zitten. Kinderen hebben namelijk de neiging veel meer te bewegen dan volwassenen. Ze kunnen spelletjes verzinnen waarbij ze bijvoorbeeld de handen in de wind steken, ze praten meer en raken eerder opgewonden over spannende dingen die ze zien. Houd daar rekening mee!
    Laat een kind nooit voor je op de motor zitten. Het is wettelijk niet toegestaan en beperkt je in je handelingen en je zicht. Tijdens het maken van een noodstop is de kans groot dat het kind van de motor valt of dat je zelf je controle over de motor verliest.
    Je kunt beter niet in het drukke spitsuur gaan rijden met je kind of gedurende de nacht. Stop wat vaker omdat kinderen snel verveeld raken. Het eerste ritje dient een kort ritje te zijn. Zo kun je je kind aan de motor laten wennen. Ook is het goed om als het kind zich comfortabel voelt eerst dicht bij huis wat oefeningen te doen, zoals uitwijkoefeningen en snelle stops. Zo kun je het kind leren hoe het zich het beste kan vasthouden.
    Houd er ook rekening mee dat het gestage geronk van de motor je passagier in slaap kan doen laten vallen. Volwassenen zullen niet zo snel van de motor vallen, maar bij kinderen zit er veel meer ruimte tussen de motorrijder en de sissy-bar. Als een kind in slaap valt is de kans groot dat hij van de ene naar de andere kant geslingerd wordt en daardoor naar een kant van de motor valt. Houd een kind daarom goed in de gaten en wordt het slaperig, houd hem dan rechtop en stop.
    Een kind hoort een motorhelm te dragen die hem goed past en goed vastgemaakt zit. Dus niet zomaar een kleine helm, maar een kinderhelm. Zorg dat het kind goede, veilige kleding draagt, hoge laarzen tot over de enkels, een jas met lange mouwen, goede handschoenen met bescherming en een stevige broek. Zorg ervoor dat het kind goed bij de voetsteunen kan (monteer evt. highway bars), zich goed aan de beugels vast kan houden en voldoende steun in de rug heeft zodat het niet achterover valt als het in slaap valt. Het kind dient voldoende steun voor rug, handen en voeten te hebben. Vooral de steun in de rug is erg belangrijk! Houdt het kind zich aan je gladde motorjack vast en schieten zijn handen los, dan is de kans groot dat het zonder voldoende steun in de rug van de motor valt. Met voldoende steun voelt het kind zich ook veiliger en zal het minder moeite hoeven te doen stabiel op de motor te blijven zitten, waardoor het niet zo snel uitgeput raakt.
    Laat het kind zijn armen om je middel slaan of schaf een Buddy Belt aan waar het kind zich aan vast kan houden. Zo heb je ook eerder in de gaten of de aandacht verslapt. Nooit een kind vastmaken, niet met een riem aan jezelf en ook niet aan de motor! Dit kan catastrofaal zijn als je met je motor valt.

    Het vreemde is dat de Nederlandse wetgever alleen meldt dat een kind een goed sluitende en passende goedgekeurde helm moet dragen. De rest wordt aan de verantwoordelijkheid van de ouder/verzorger overgelaten.
    In Luxemburg is de minimumleeftijd waarop een kind achter op de motor vervoerd mag worden twaalf jaar. De reden hiervoor is dat voor het twaalfde levensjaar de nekspieren van een kind nog niet dusdanig ontwikkeld zijn dat ze de krachten die een helm op het hoofd tijdens het rijden uitoefent goed kunnen opvangen. Het hoofd van een kind is op vierjarige leeftijd 90 procent van dat van een volwassene en op twaalfjarige leeftijd 95 procent. De nek is, in tegenstelling tot het hoofd, maar 75% van dat van een volwassene op vierjarige leeftijd en 85% van dat van een volwassene op twaalfjarige leeftijd.
    De hoofd-nek-ratio is dus groter bij kinderen. De nekspieren van kinderen zijn daarom niet zo sterk als die van volwassenen en de gewrichtsbanden kunnen verder uitrekken. Kinderen kunnen hun nekwervels verder buigen en hun wervelgewrichten zijn platter, zodat deze meer voorwaarts kunnen bewegen dan bij volwassenen. Door dit alles zullen kinderen bij een ongeluk eerder een dwarslaesie oplopen.

    Conclusie
    Op welke leeftijd je je kind meeneemt blijft in Nederland je eigen verantwoordelijkheid. Dit zal mede afhangen van de grootte en de volwassenheid van het kind en misschien het soort motor dat je rijdt. De meeste kinderen vinden het erg leuk om mee te rijden in een zijspan. Eigenlijk zou je kunnen stellen dat een zijspan de enige veilige manier is om een kind onder de twaalf jaar te vervoeren. Maar denk eraan dat ook in een zijspan een helm verplicht is! De nekspieren van zeer jonge kinderen zijn nog niet bestand tegen het gewicht van een helm. Laat je ze een fietshelm dragen, dan riskeer je niet alleen een bekeuring, maar ook de veiligheid van je kind. Zorg voor gehoorbescherming omdat het best lawaaiig is in een zijspan. Veiligheidsriemen/-gordels zijn een must, omdat kinderen makkelijk door het zijspan geslingerd worden of door de ruit kunnen vliegen.
    Tref je de juiste voorzorgsmaatregelen en voorbereidingen, dan wordt het rijden met een kind een aangename ervaring. Laat daarbij de veiligheid, het belang en het plezier van je kind in alle gevallen vooropstaan!

    A motorcycle lullaby

    Daddy, ride. We ride now?"
    Gunner asked his dad, Big John.
    "Me go for ride. Right now. Please!"
    Big John said. "We'll see, my son."

    Gunner had inside his little head
    A motorcycle - big and blue
    He longed to ride one every day
    His daddy, Big John knew.

    In Gunner's dreams he rode each night
    The wind whistling on by...
    His dad, Big John beside him
    As they rode up the mountains high.

    Together son and father
    Smiles upon their face
    Rode dusty trails and pot holed roads
    Traveling place to place.

    The sand from the road
    and horseflies from the North...
    Stuck between their teeth.
    They sang together...
    And their laughter rang
    Over the hills so sweet.

    One night, Big John pushed
    the throttle down..
    And they took off into the sky...
    Doing wheelies around
    ole' Grandpa Moon
    And the shooting stars going by.

    Gunner laughed
    At the things he saw...
    He looked into his daddy's face.
    Big John laughed too
    as he said to his son
    "Hey Gunner.
    You're in Outer Space!"

    They cornered the rings
    'round Saturn...
    Gunned down the Milky Way...
    Together they soared
    through the evening skies...
    Till night blended into day.

    "It's time to go home, son"
    Big John said.
    "Look... down there's... the farm."
    Gunner smiled as he nestled
    his sleepy head into his dad's
    big arms.

    Together they rode
    down the rainbow...
    They shot past the moon up above...
    Father and son wheeled up to
    the old farm door...
    Where mommy waited...
    with love.



    Klik hier voor de vorige nieuwsbrieven:

    september 2005 o.a. Risicoperceptie, Kruispunten, Aansprakelijkheid en werkgever en Lagerugpijn en motorrijden
    augustus 2005 o.a. Tegensturen versus gewichtsverplaatsing, Het recht van de sterkste, Dode hoek
    juli 2005 o.a. Gewichtsverplaatsing in een bocht, Helmen en pasvorm en Toerritten en vermoeidheid
    juni 2005 o.a. De juiste lijn in een bocht, Instructeur aan het woord, Slecht wegdek, Motorrijden en medicijnen
    mei 2005 o.a. Over een obstakel rijden, Zithouding, Risico's van een niet goed passende helm, Zonlicht en motorrijden
    april 2005 o.a. Motorrijden en remmen, ABS, Tegensturen en gyroscopische krachten, Bandenspanning
    maart 2005 o.a. Motorrijden en remmen, Motorrijders en letselschade, Foutmarges en risico's
    februari 2005 o.a. Urban Guerrilla, Tegensturen 2, Rijden in de regen
    augustus 2004 o.a. Tegensturen, Tips voor het schoonmaken van je motor en Torque
    juli 2004 o.a. Vakantietips, Zware motoren en stopafstand en een Harley testrit
    juni 2004 o.a. Ze zien me niet..., Optische illusies, Motorrijden en zwaartekracht en Ontdek je motorrijderprofiel
    mei 2004 o.a. Doelfixatie, Nieuwe plaats op de rijbaan België en een remtest
    april 2004 o.a. Kijktechniek, Bandenspanning, Redacteur op herhaling
    maart 2004 o.a. Voorjaarscheck, Bochtentechnieken, Nieuwe verkeerswetgeving België
    februari 2004 o.a. Samenspel in de file, Papercraft, Wintertips en Snelheid

        
        
        
        
    Klik hier als je geen LCVM-Nieuwsbrieven meer wilt ontvangen


    Copyright © LCVM 2005
    Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of door fotokopieën, of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de LCVM.
    Hoewel de informatie op deze site permanent zo nauwkeurig en actueel mogelijk wordt weergegeven zijn wijzigingen en/of onjuistheden te allen tijde voorbehouden. Aan de inhoud van deze nieuwsbrief kunnen derhalve op geen enkele wijze rechten worden ontleend.

    Landelijk Coördinatiecentrum Verhoogde Motorrijvaardigheid