Welkom bij de LCVM-nieuwsbrief!
Printversie      Printversie met plaatjes
Voorwoord

Door een storing in de mailserver zijn diverse mails naar info@lcvm.nl en formulieren op onze site niet aangekomen. Diegenen die ons tussen 5 maart en 19 maart jl. een mail gestuurd hebben of een formulier op onze site hebben ingevuld worden verzocht ons deze mail nogmaals te sturen. Mocht er inmiddels op de mail gereageerd zijn dan is dat uiteraard niet nodig. Bij twijfel gewoon nog een keer sturen.

In de nieuwsbrief van maart beginnen we met het remmen op een motor. Daar komt wel even wat meer bij kijken dan in een auto. Veel motorrijders hebben nogal wat problemen met hun achterrem. Toch kan je die achterrem maar beter wel gebruiken...


Motorrijden en remmen

Remmen op je motor is veel uitdagender dan remmen in een auto. Veel motorrijders schijnen te denken dat de functie van de remmen is je motor te laten stoppen. Fout! Als de enige functie van je remmen was je motor te laten stoppen, hoefde je alleen maar je remmen te blokkeren. Maar je grootste uitdaging bij het remmen is juist je wielen niet te laten blokkeren. De meest belangrijke taak van je remmen is je af te remmen. Je remmen zijn als het ware een negatief gaspedaal. Mits juist gebruikt, kun je met je remmen net zo secuur je snelheid regelen als met je gaspedaal en koppeling samen.
De voorrem is de belangrijkste van de twee remmen. 70 tot 80 procent van het remvermogen wordt geleverd door de voorrem. Motoren met een lange wielbasis en meer achterwaarts gerichte gewichtsdistributie (cruisers) zijn meer van hun achterremvermogen afhankelijk dan de kortere (sportmodellen), maar zelfs op een cruiser levert de voorrem het meeste remvermogen. Een motor vliegt niet zomaar over de kop als de voorrem gebruikt wordt. Op sportmotoren is het mogelijk om het achterwiel omhoog te brengen met behulp van je voorrem - stoppie - maar daarvoor moet je heel wat vaardigheden in huis hebben.
Het is belangrijk om een goede feeling voor je remmen te krijgen, zodat je in de juiste situaties de juiste druk kunt toepassen. De kunst is je achterrem of voorrem niet zo hard in te drukken dat je blokkeert en onderuitglijdt. Je achterrem blokkeert eerder dan je voorrem. Dit is vooral het geval bij schijfremmen. Daarentegen is een achterremblokkering beter op te vangen dan een voorremblokkering. Als je afremt (accelereert) begint het chassis te bewegen waardoor je motor instabieler wordt en minder tractie heeft. Bedek je voorrem altijd met een paar vingers, ten minste twee. Zorg dat je voet bij je achterrem zit.
Je remmen blokkeren is misse boel. Als je wiel begint te slippen, wordt de tractie en daarmee het remvermogen drastisch verminderd en bestaat er grote kans te vallen. Als je achterwiel begint te slippen is de kans groot dat je onderuitslipt of, in het ergste geval, je motor naar de andere kant overslaat.

Voor optimaal remmen dien je de volgende stappen te volgen:

  1. Druk beide knieën goed tegen de gastank.
  2. Houd je hoofd en ogen recht omhoog en kijk recht voor je waar je heen wilt totdat je helemaal stilstaat.
  3. Houd je voorwiel recht naar voren gericht.
  4. Gebruik beide remmen, terugschakelen naar de eerste versnelling
  5. Voorrem voorzichtig aanzetten, dan goed inknijpen.
  6. Laat je achterrem niet los totdat je volledig stilstaat!

Remmen dient eigenlijk in twee gedeeltes te gebeuren.
1. Als je begint te remmen is het gewicht van de motor gelijkmatig verdeeld tussen voor- en achterkant. Als je begint te remmen, oefen je meer druk uit op je achter- dan op je voorrem. Dat is maar even. Als je meer druk op je voorrem uitoefent, kan het voorwiel blokkeren en slippen. Als je voelt dat je voorwiel blokkeert, loslaten. Naarmate je doorremt wordt het gewicht naar de voorkant verplaatst. Daarbij moet je de druk van de achterrem verlichten omdat deze anders blokkeert en slipt.
2. Het tweede gedeelte is na de gewichtsverplaatsing; meer gewicht op de voorrem en minder op de achterrem. Als je remt zal door de traagheid van de massa de motor zijn gewicht namelijk op het voorwiel plaatsen. Hoe meer gewichtsverplaatsing, hoe meer je de voorrem inknijpt en hoe minder je de achterrem gebruikt. Als je afremt, zal de snelheid van de motor verminderen en daardoor automatisch ook de druk op het voorwiel. Verminder dan ook de remkracht als de vertraging van de motor minder wordt. De meeste stopkracht heb je net voor je de rem blokkeert. Om dat aan te kunnen voelen moet je veel oefenen.
Altijd: hoofd en ogen omhoog naar de horizon gericht, recht vooruit kijkend. Schouders rechtop. Ellebogen licht gebogen. Knieën dicht tegen je gastank. Terugkoppelen naar de eerste versnelling als je beide remmen bedient. Eerst meer druk op je achterrem en bij meer gewichtsverplaatsing meer op de voorrem, waarbij je telkens harder kunt remmen. Net voor het stoppen je remmen loslaten.

Noodstop
Bij een noodstop je aandacht concentreren op het remmen en het zoeken van een vluchtroute.

  1. Kin omhoog = horizon nemen, kijken waar je heen wilt, oftewel strak recht vooruit kijken. Nooit kijken naar overstekende voetgangers, doorrijdende auto's, want waar je heen kijkt ga je heen
  2. Koppeling inknijpen
  3. Voorrem aanzetten = gewicht verplaatsen naar voren = meer druk op de band = minder kans op slippen
  4. Doorknijpen en achterrem gebruiken

De voorrem volledig indrukken tot tegen je gashandle. Gebruik hiervoor alle vier je vingers. Met twee/drie vingers kun je niet genoeg kracht zetten en heb je geen ruimte genoeg. Voet op het rempedaal houden totdat je volledig gestopt bent.

Een heleboel motorrijders zeggen de achterrem niet te gebruiken omdat hij toch nauwelijks remt en/of bang zijn het achterwiel te slippen. Er zijn twee goede redenen te noemen om vooral bij een noodstop altijd je achterrem te gebruiken. De eerste is simpel: je staat eerder stil. Stel dat ze gelijk hebben, dan hier het volgende voorbeeld: je maakt een noodstop en het gebruik van de achterrem scheelt je een halve meter in remafstand. Je zou zeggen: dat is niets, maar als het het verschil is tussen achter een auto stilstaan of 25 cm in de auto, dan wordt die halve meter toch wel heel belangrijk. Een tweede reden is de volgende: als je vol in de voorrem gaat, dan wordt je achterwiel licht, want het gewicht verplaatst zich naar voren. Dit heeft tot gevolg dat je achterwiel gaat 'zoeken'. Als je je achterrem ook gebruikt, wordt je achterwiel 'trekkend' en niet meer duwend (met de neiging om jezelf in te halen). Dit komt omdat er minder gewicht naar de voorkant verplaatst wordt. Dit zijn twee belangrijke redenen om altijd je achterrem te gebruiken.

Gebruik je achterrem altijd voorzichtig en gecontroleerd. Komt het desondanks toch tot een achterwielblokkering, dan is deze over het algemeen goed op te vangen door ver vooruit te kijken (gaan waar je heen wilt).
Normaal gesproken heb je bij een noodstop geen tijd om terug te schakelen, concentreer je op het juist remmen.
Na het remmen altijd eerst je linkervoet op de grond zetten, dan pas je rechter.

De motorrem
Ook door geen gas meer te geven zal je afremmen. Dit komt omdat het achterwiel nu de motor in het rond moet zeulen en dit zal met vertraging gepaard gaan. Het zal duidelijk zijn dat deze vertraging vooral handig is als er niet te abrupt geremd moet worden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het naderen van een kruising of een bocht. Ook bij een afdaling in de bergen kan je beter gebruik maken van de motorrem dan van de voor- of achterrem. De remschijven warmen anders te snel op en de hydraulische vloeistof in het remsysteem wordt heet met een sponzige en weinig doeltreffende remwerking tot gevolg.

Geblokkeerde remmen
In een noodsituatie, als er hard geremd wordt, wordt het meeste gewicht naar voren verplaatst. Daardoor wordt je achterrem minder effectief en blokkeert gemakkelijk. Getrainde motorrijders hebben hier geen enkele moeite mee. Niet-getrainde rijders echter wel. Het is het beste het blokkeren van je remmen te voorkomen, want dit kan voor gevaarlijke situaties zorgen. Als je de rem eenmaal geblokkeerd gehad hebt is de remwerking niet meer optimaal en natuurlijk slijten hierdoor ook je banden.
Mocht het je toch overkomen, doe dan het volgende:
Achterwielblokkering: houd je achterrem geblokkeerd totdat je volledig stilstaat, terwijl je je ogen recht vooruit richt en niet naar de grond. (Uitzondering: als je je wiel op een slechte ondergrond blokkeert, zoals grind, is het mogelijk om je tractie te herwinnen door geleidelijk je achterrem los te laten. Het sleutelwoord is hierbij geleidelijk.)
Voorwielblokkering: als het voorwiel blokkeert, laat dan meteen los om het wiel te kunnen laten draaien, anders zit je met totaal en volledig stuurverlies, daarna voorzichtig weer inknijpen (let op: inknijpen en niet vastklampen!).

Low-side crash
Door bijvoorbeeld het sterk met de achterrem remmen in de bocht, blokkeert het achterwiel (circuit). Het achterwiel slipt en de motorrijder valt naar de kant waarheen hij leunt.
Klik hier voor een filmpje van een low-side crash:
Download video

High-side crash
Doordat de achterrem geblokkeerd is slipt, al rijdende, de achterkant van de motor naar één kant. De motor gaat nog steeds vooruit, maar meer horizontaal dan verticaal. De motorrijder probeert dit te corrigeren door de achterrem los te laten of doet dit door pure schrik. De motor hervat tractie, motor en motorrijder worden verticaal gegooid, de motorrijder vliegt over de motor en de motor valt over naar de andere kant en crasht op het wegdek. Je motor omgooien met veel te veel remmen zorgt voor deze meer gangbare crashes en veroorzaakt de meest ernstige ongelukken.
Klik hier voor een filmpje van een high-side crash:
Download Video (klik op Openen)

Remmen in de bocht
Het allerbeste is: niet remmen in een bocht. Rem je te laat voordat je de bocht ingaat, dan zit je onherroepelijk in de problemen. Voordat je je motor de bocht in laat leunen, moet je klaar zijn met remmen. Let hierbij wel op, want heb je te veel aandacht voor je remkracht in plaats van waar je heengaat en wat je doet, dan kun je omgooipunten missen; hierdoor raak je al van je voorgenomen lijn af voordat je de bocht ingaat.
Soms doet zich echter de situatie voor dat je wel móét remmen in een bocht.

Een van de meest voorkomende fouten als een motorrijder te snel de bocht ingaat, is dat hij de achterrem gebruikt en deze blokkeert. Als dit het geval is, houd hem dan geblokkeerd, maar houd er rekening mee dat je valt naar de kant waarheen je leunt, en de weg afglijdt. Een paar uitzonderingen daargelaten: als je achterwiel geblokkeerd raakt ga je óf rechtdoor, óf je valt. Als je je wiel deblokkeert door de rem los te laten zal de band tractie hervatten, rechtop gaan staan en je over de motor gooien. Deze high-side crash (zie boven) is veel gevaarlijker en pijnlijker dan de low-side crash waarbij je de kant opvalt waarop je motor leunt. Houd er goed rekening mee dat elke vorm van crashen waardeloos is (vooral recht vooruit tegen een object en high-sides). Tijdens de voortgezette rijopleiding leer je hoe je moet handelen als je per ongeluk je achterrem blokkeert tijdens een stop. Bij een juiste stop leer je de voorrem tot zijn maximale vermogen te gebruiken zonder te blokkeren. Voel je dat je voorrem blokkeert, loslaten en voorzichtig weer inknijpen (niet vastklampen!).
Moet je remmen in een bocht: eerst je motor rechtzetten, dan de maximale rechte (!) lijn remmen. Dat is makkelijk zeggen als je genoeg ruimte hebt zonder van de weg af te kunnen raken. Maar wat nou als je die ruimte niet hebt? Afhankelijk van je hellingshoek en snelheid kon de voorrem wel eens je enige optie zijn. Sleutelwoorden zijn hier: voorzichtig remmen en voorzichtig loslaten. Blijf drukken op het binnenste handvat om de juiste lijn te kunnen volgen en kijk door de bocht (niet naar het eind van de weg), voorzichtig gas loslaten en geleidelijk met je voorrem remmen. Als je voldoende snelheid geminderd bent, geleidelijk loslaten en heel voorzichtig een klein beetje gas bijgeven om het chassis te stabiliseren. Het is wel een techniek die constante oefening vereist.
Als je ondanks alles toch alle fysische wetten overschreden hebt, dan zul je omvallen en van de weg glijden. Dat is altijd nog veel beter dan de high-siding waarbij je over je motor vliegt. Daarom in deze situatie nooit de achterrem gebruiken.

Studies hebben aangetoond dat de meeste motorrijders die bij een ongeluk betrokken waren niet de juiste remtechnieken hadden.

Hard remmen is eenvoudig,
gecontroleerd hard remmen vereist knowhow


Haiku

Dit type gedichtje is overgewaaid uit het verre Japan. Een haiku is een gedichtje van 3 regels, niet rijmend. Typisch is dat de eerste regel uit 5, de tweede uit 7 en de derde uit 5 lettergrepen bestaat. Het onderwerp van een haiku heeft te maken met een gevoel. De volgende 25 Engelse motorcycle-haiku's vond ik op het internet. Lees telkens een volgend gedichtje door op 'Volgende' te drukken.
Terug Volgende

Motorfun

Stuntbike
Zie hier maar eens heelhuids over te komen!

Grampa Grumble
Heel snel naar een andere versnelling, dan kun je naar het volgende level

Papertoys

Maak je eigen papieren Harley





Voor de negende keer in successie wordt op zondag 3 april a.s. te Helmond weer een grandioze motorbeurs gehouden. Dit jaar zal de gehele opbrengst ten goede komen van de getroffen bewoners in Weligama in Sri Lanka. Gerard Schepers, broer van medeorganisator Huub, is daar grotendeels woonachtig en vraagt om donaties voor de wederopbouw van o.a. woningen, en het beschikbaar stellen van materialen, zodat de mensen weer in hun eigen levensbehoefte kunnen voorzien. Gerard Schepers en Aage Pasterkamp komen al dertig jaar in het vissersdorpje Weligama in het zuidelijkste puntje van Sri Lanka. Met hun inzet en steun uit Nederland hebben zij de inwoners van dit dorpje kunnen helpen om in hun eigen levensbehoeften te voorzien door middel van een theeplantage, een guesthome, rolstoelen en bedden in een verpleeghuis, Engelse les voor kinderen, etc. In één klap werd door de Tsunami de toekomst van deze mensen weggevaagd en er zijn veel slachtoffers gevallen.
De giften en alle opbrengsten van de motorbeurs gaan rechtstreeks naar Weligama. Meld je aan als deelnemer of kom naar de motorbeurs en steun hiermee de mensen in Weligama. De entree is 4 euro, kinderen tot 12 jaar gratis.
Of stort uw gift op banknr. 841717842 of gironummer 1666404 o.v.v. Weligama.

Motorrijders en letselschade

In deze column zal worden ingegaan op verkeersongevallen waarbij met name motorrijders zijn betrokken. De verkeersongevallen hebben daadwerkelijk plaatsgevonden. Vanzelfsprekend worden niet de echte namen van de betrokkenen genoemd.

Motorrijden 'an sich' is niet gevaarlijk, het is de automobilist die het motorrijden tot een gevaar maakt. Deze kreet wordt vaak door de motorrijder geslaakt. Is dit juist of dient de motorrijder ook de hand in eigen boezem te steken?
Het hierna beschreven ongeval speelde zich af in 1999.
Henk moest van zijn werkgever een motor naar een klant terugbrengen. Het ding trok lekker op, het was mooi weer en Henk was goed geluimd. Wat wil een motorrijder nog meer. Voor hem reed al enige tijd een auto. Na een kruising te zijn gepasseerd, stuurde Henk naar links om de auto in te halen. Zoals het een goed motorrijder betaamt had hij zich ervan vergewist dat de automobilist geen richting had aangegeven en dat er ruimte was om in te halen. Halverwege de auto gekomen, stuurde de chauffeur plotseling naar links om een inrit in te gaan rijden. De motor werd door de auto geraakt, waardoor Henk uit balans raakte, kwam te slingeren en op het wegdek viel. Gelukkig kon de automobilist tijdig tot stilstand komen, waardoor nóg erger kon worden voorkomen.
De schade aan de motor was groot. Aan Henk niet minder. Diverse fracturen bezorgden hem slapeloze nachten. Daar kwam nog eens bovenop, dat hij vernam dat de autoverzekeraar hem aansprakelijk stelde voor de autoschade. Hij had niet mogen inhalen terwijl de automobilist richting had aangegeven en had voorgesorteerd. Conclusie: het woord van Henk tegen dat van de automobilist.
Het procesverbaal van politie bracht, na één jaar hierop te hebben gewacht, geen uitkomst. De verklaringen van Henk en de automobilist waren ook hierin tegenstrijdig.
Na een uitvoerige discussie met de autoverzekeraar was deze uiteindelijk bereid om maximaal 50 procent van de door Henk geleden en te lijden schade te betalen. Hiermee kon Henk niet leven. Hij was overtuigd van zijn onschuld. Daarom gaf hij opdracht om tegen de automobilist dan wel diens autoverzekeraar te procederen.
In 2004 volgde het vonnis. Interessant is dat de rechtbank tot de conclusie kwam dat de automobilist niet heeft kunnen bewijzen dat hij richting had aangegeven. De verklaring van de automobilist in diens schadeaangifteformulier week namelijk af van diens verklaring in het procesverbaal van politie. In het laatste geval had hij aangegeven richting te hebben aangegeven terwijl hij naast de oprit reed, terwijl in het schadeaangifteformulier was aangegeven dat hij gedurende langere tijd de richtingaanwijzer naar beneden had gehouden. De rechtbank achtte deze verklaringen dermate tegenstrijdig dat zij het tijdig richting aangeven niet aangetoond achtte.
Beslissing van de rechtbank: de automobilist ofwel diens verzekeraar dient de schade van Henk volledig te vergoeden nu het tijdig richting aangeven niet kan worden aangetoond.

Wat leert nu dit vonnis?
Ben je als motorrijder onverhoopt toch betrokken bij een ongeval, zorg dan altijd dat de politie wordt ingeschakeld. Dring aan op een procesverbaal waarin de verklaringen van betrokkenen en eventuele getuigen worden opgenomen. Stem niet te snel in met het aanbod van een verzekeraar voor een schulddeling omdat het allemaal wel zal meevallen. Al lijkt het aanbod nog zo royaal, de financiële gevolgen zijn in eerste instantie nooit goed te overzien. Schakel zo spoedig mogelijk professionele juridische hulp in. Jouw belangenbehartiger kan je in de discussie met de aansprakelijkheidsverzekeraar bijstaan en hij kan desnoods samen met jou het juridische gevecht voor de rechtbank aangaan.

Informatie te verkrijgen bij:
Collega-motorrijder
Johan Oosting
Tel. 0591611018
mr.j.h.oosting@palsgroep.nl



Foutmarges en risico's

Vraag tien verschillende mensen wat ze gevaarlijk vinden en je krijgt tien verschillende antwoorden. Gevaar is een relatief en subjectief begrip, dat afhankelijk is van de voorgaande ervaringen van iemand. Onderdeel van deze voorgaande ervaringen zijn gewenning, kennis en vaardigheden.
Gewenning. Door een regelmatige blootstelling aan een bepaalde situatie die steeds goed afloopt zullen de hersenen hieraan wennen en zullen de angstgevoelens afnemen. De situatie wordt niet langer als gevaarlijk ervaren. Dit is puur subjectief. Het reële risico is nog steeds aanwezig.
Kennis. Door kennis kan op dreigend gevaar worden geanticipeerd, doordat het eerder wordt herkend, waardoor het daadwerkelijke gevaar zich niet zal voordoen. Kennis zorgt ook voor meer mogelijkheden om problemen op te lossen. Zonder oefenen verkleint kennis het reële gevaar maar in beperkte mate.
Vaardigheden. Vaardigheden zijn eigenlijk geoefende kennis. Door probleemsituaties te oefenen zullen oplossingsmogelijkheden steeds sneller voor handen zijn en kunnen deze goed worden uitgevoerd. De veiligheid neemt hierdoor toe en het gevaar af. Het wordt dus gevaarlijk op het moment dat de gewenning het gevoel voor het gevaar heeft weggenomen maar men (nog) niet over voldoende kennis en vaardigheden beschikt.

Risico's
Een risico is een vermenigvuldiging van de kans dat iets fout gaat maal de schade die het gevolg hiervan kan zijn.

Risico = Kans x Gevolg

Binnen de risico's kun je grofweg een tweedeling maken: controleerbare risico's en oncontroleerbare risico's.
Het totale risico dat we lopen is de som van de controleerbare en de niet-controleerbare risico's samen. Door middel van kennis is een risicoanalyse eenvoudiger en kunnen we de controleerbare risico's verminderen waardoor alleen de niet-controleerbare overblijven. Indirect kunnen we ook deze verminderen door middel van kennis, bijvoorbeeld door te besluiten om met regen, sneeuw en/of ijzel niet te gaan rijden. Kennis kan ervoor zorgen dat voorheen oncontroleerbare risico's controleerbare risico's worden.
Waarom deed hij het fout? Na een ongeval wordt altijd gezocht naar de oorzaak: wat is er gebeurd en waarom?
De wat-vraag is redelijk eenvoudig: materiaal vertelt vaak een heleboel en de technische oorzaak is daardoor meestal redelijk goed te achterhalen. Dit ligt anders met de waarom-vraag.

De menselijke denkprocessen zijn moeilijk te achterhalen. Wat iemand denkt onder hoogspanning is moeilijk te achterhalen en dat zal nog geruime tijd zo blijven. Wel kunnen we inzicht krijgen in de algemene denkprocessen en beslissingstrajecten die hier van invloed zijn. In de psychologie zijn er heel wat modellen ontwikkeld die de relatie tussen (denk)prestaties en spanning moeten beschrijven. Het eerste model was het omgekeerde U-model van Yerkes en Dodson uit 1908. Naarmate de spanning toeneemt neemt de prestatie ook toe, tot een maximum wordt bereikt waarna de prestatie weer geleidelijk afneemt. In de praktijk bleek deze theorie niet te voldoen omdat het niveau van presteren voorbij een bepaald, individueel afhankelijk, punt sterk vermindert. Het bekende "black-out-effect". De spanning van de situatie overweldigt de capaciteiten om met deze situatie om te gaan, waardoor een blokkade optreedt. Pas in 1972 werd hiervoor een theorie ontwikkeld door Rene Thom: de catastrofetheorie. Het niet kunnen omgaan met de situatie tijdens de black-out vloeit voort uit een tekort aan onder andere de eerder genoemde factoren: gewenning, kennis en vaardigheden. In onze vorige nieuwsbrief hebben we het hier al over gehad. Het noodzakelijke feedbackmechanisme dat ervoor zorgt dat je 'wat over hebt'.
Ook hebben sommige mensen van nature, door erfelijke aanleg, een hogere spanning nodig dan anderen om hun ideale prestatie te kunnen leveren en zullen zij ook bij een hogere spanning een black-out krijgen dan anderen. Deze mensen vinden we vaak terug in sporten als parachutespringen, duiken, klimmen en dus ook motorrijden.

Foutmarges en beslissingstrajecten
Er vanuit gaande dat iemand uit het juiste hout gesneden is en voldoende gewenning, kennis en vaardigheden heeft, waarom maakt iemand dan toch essentiële fouten?
Mogelijk door overschatting. Neem je te kleine foutmarges, dan kan de spanning samen met het gebrek aan kennis en vaardigheden voor een slechte afloop zorgen. In het verkeer moeten constant beslissingen worden genomen die de veiligheid en het verdere verloop van een rit bepalen. Een serie van beslissingen in de tijd noemen we een beslissingstraject. Naarmate beslissingmomenten elkaar sneller opvolgen is er minder tijd om na te denken over de gevolgen van een beslissing en is er ook minder tijd om een voorgaande foute beslissing te ontdekken en te corrigeren. Als een fout niet ontdekt wordt is het goed mogelijk dat in een volgend beslissingmoment een verkeerde beslissing gemaakt wordt, al is het ook mogelijk dat "per ongeluk" toch de juiste correctie wordt uitgevoerd door de veranderende situatie. Op het moment dat elkaar opvolgende beslissingen verkeerd worden genomen is het steeds lastiger om uit een foutieve beslissingsketen te ontsnappen. Een situatie moet immers worden waargenomen en daarna verwerkt (wat gebeurt er), waarna een beslissing kan worden genomen en ten slotte een actie kan worden uitgevoerd. Als het probleemoplossend vermogen van een bepaalde persoon minder is dan de snelheid van de zich opeenvolgende beslissingsmomenten, leidt dit tot een spiraal van foute beslissingen, die vaak ook wel de wet van Murphy genoemd wordt. Vaak leidt dit tot een slechte afloop.

Welk risico neem je als motorrijder?
Als motorrijder ben je gewend aan risico's. Je kunt geen motorrijder zijn zonder wat risico in te calculeren. Risico’s zijn een integraal onderdeel van ons leven. Risico’s zijn dus onvermijdelijk. Maar risico’s zijn ook relatief. Het ene is risicovoller en gevaarlijker dan het andere. Risicomijdend gedrag leidt echter tot verstarring.
Risicomanagement betekent in het geval van motorrijden vooral: eerlijk zijn! Vraag jezelf af: heb ik voldoende kennis en ervaring om de dingen te doen die ik wil doen, of beweeg ik mij hierdoor in een positie waar ik niet uit kan komen als er iets tegenzit? Motorrijders die denken dat ze goed kunnen rijden, gaan zich daar ook naar gedragen: hun snelheid is te hoog en ze nemen onnodige risico's.
Risicomanagement betekent ook voldoende training in juiste en veilige rijtechnieken. Wie weet welk risico hij neemt, neemt een kleiner risico dan iemand die niet weet wat hij doet.
Ga goed voorbereid op pad. Draag beschermende kleding. Ben je ouder en zijn je ogen niet meer wat ze geweest zijn, rijd dan niet in de nacht.
Ga niet in de regen of sneeuw rijden als het niet per se noodzakelijk is en je weet dat je daar moeite mee hebt.
Ga niet rijden als je gedronken hebt of medicijnen slikt waar je suf van wordt. Leer risico's te beheersen.
Aan hoeveel risico's word je blootgesteld als je rijdt? Deze hoeveelheid hangt af van drie factoren: de eigenschappen van de motorrijder, de eigenschappen van de motor en de omgeving.
Wat betreft de eigenschappen van de motor zijn van belang de leeftijd van de bestuurder, gemoedsgesteldheid, de duur van het rijbewijsbezit en de rijvaardigheid.
Wat betreft de eigenschappen van het voertuig zijn van belang: het aantal kilometers, type motor, onderhoud en uitrusting.
Ten slotte bepaalt ook de omgeving in ruime zin het risico: het wegtype, verkeersdrukte, weersomstandigheden, etc.
De grens voor het nemen van risico's ligt voor iedereen anders en dient gebaseerd te zijn op een redelijke mate van veiligheid voor jezelf en voor anderen. De een zal niet rijden met regen, de ander rijdt zelfs in de sneeuw. De een rijdt niet harder dan 120 kilometer per uur, de ander rijdt het liefst in Duitsland op de Autobahn. Bepaal je strategie voor bepaalde situaties al van tevoren. Vooruitziend, defensief rijgedrag helpt risico's te verminderen. Train jezelf in het herkennen, vermijden en beheersen van gevaren.

De voornaamste overweging in de keus om motor te gaan rijden is het accepteren van de risico's hieraan verbonden. Hoe beter je op de hoogte bent van deze risico's en hoe je ze kunt reduceren, des te groter de kans dat je verantwoorde keuzes maakt.

Bron: http://www.veiligheid.nl/
Keld van Druten, Foutmarges en risico's



Bergtrainingen

Motorrijden in de bergen is de ultieme uitdaging. Want hoe moet je remmen als je naar beneden gaat, of juist omhoog? Hoe neem je een haarspeldbocht? Hier merk je pas hoe belangrijk je kijktechniek is, noodzakelijk voor het rijden van de juiste lijn. Leer onder begeleiding van een berginstructeur letterlijk en figuurlijk je grenzen verleggen. Een bergtraining is het nuttige met het aangename verenigen.
Een gedeelte van de tocht gaat door het Taunusgebergte, een schitterende omgeving met prachtige bochtige wegen zonder al te veel ander verkeer. Tijdens deze tocht wordt ook geoefend op het remmen onder extreme omstandigheden (noodstop). De Taunus/Eifel-route is een echte uitschieter. Afdalingen met ontelbare haarspeldbochten, kleine weggetjes door dichtbeboste gebieden en prachtige wegen met mooie doorlopende bochten wisselen elkaar af.

Meer informatie: http://www.lcvm-bergtrainingen.nl/

Voor de extra bergtraining van vrijdag 3 juni t/m maandag 6 juni zijn nog vier plaatsen beschikbaar, voor de training in september nog maar zes.

Klik hier om te reserveren

Reserveer snel, want vol is vol!


Overstekend wild

Overstekend wild, en dan specifiek reeën, vormen voor elke bestuurder een bedreiging. Edel- en damherten vind je vooral op de Hoge Veluwe en in België, reeën het meest in open bossen, bosranden en hoog struikwas. Er leven meer dan 50.000 reeën verspreid over Nederland.
Reeën zijn zo kwetsbaar en schuchter, dat je ze niet snel als een bedreiging beschouwt. Maar reeën zijn niet zo schuw als herten en daarom zul je eerder met een ree dan met een hert geconfronteerd worden. De plotselinge confrontatie met een ree vlak voor je voertuig gebeurt meestal 's nachts, maar ook vaak in de ochtend- en avondschemering. Het voertuig boort zich in het dier met niet te voorspellen gevolgen. Als de bestuurder een motorrijder is, is de kans groot dat zowel motorrijder als ree ernstig gewond raken. Wees vooral in het weekend alert op reeën. Veel mensen gaan dan in de bossen wandelen. Sommige mensen lopen buiten de paden of laten hun honden los. De reeën schrikken hiervan en slaan op de vlucht. Als de rust teruggekeerd is gaan ze weer naar hun rustplekken. Hier moeten ze vaak wegen voor oversteken en dan hebben ze grote kans aangereden te worden.
Het vervelende is de onvoorspelbaarheid van de hele situatie. Er zijn geen juiste statistieken van motor-ree-botsingen, omdat veel ongelukken niet gerapporteerd worden.

Om te begrijpen waar je voor uit moet kijken en wat je kunt doen, is het in eerste instantie belangrijk iets van het instinct en de gewoontes van reeën/herten af te weten.
Reeën (herten) zijn schuw en schuilen bij voorkeur tussen de bomen. Ze houden van zachte bladeren. Dus kun je ze in de zomer in beboste gebieden en rivierbeddingen verwachten waar de bomen en begroeiing veel beschutting en vers voedsel leveren. Het malse gras aan de kant van de weg dat regelmatig gemaaid wordt is hun favoriete maaltijd. Daarom zie je ze vaak aan de kant van de weg op beschutte plekken. In de herfst zie je ze ook vaak in en nabij koren- en maïsvelden. De meeste ongevallen vinden plaats in de oogsttijd van de maïs omdat reeën hierdoor hun schuilplaats kwijtraken en opgejaagd worden. Overdag zal een ree, grazend in de berm, zijn kop laag houden, zodat hij een stuk hout in een sloot lijkt, of een mossig rotsblok, of een verkreukeld stuk karton. Als de kop omhoog gaat zie je onmiddellijk die grote oren en misschien een stukje gewei.
Reeën zitten bij dag bij voorkeur in de schaduw, en eten het liefst bij zonsop- en -ondergang. Het risico van een crash is dus groter bij morgen- en avondschemering.
Bij nacht is een bruin dier niet goed waar te nemen, maar reeënogen reflecteren een schitterend wit in je koplamp, vergelijkbaar met een reflector. Je weet of die reflector daadwerkelijk van een ree afkomstig is doordat het reeënoog schittert, een gewone reflector niet.
Als je denkt dat de provincie de trek van dieren in een bepaald gebied meet en naar aanleiding daarvan waarschuwingsborden zet, dan zit je goed fout. Wat ze werkelijk doen is naar aanleiding van het aantal klachten een waarschuwingsbord plaatsen.
Reeën vormen alleen in de winter groepjes, in het voorjaar gaan ze weer uit elkaar. Herten zie je vaak in groepjes van drie, dit vanwege het hoge aantal tweelingen die herten werpen. Soms blijft de tweeling van vorig jaar bij moeders terwijl ze haar nieuwgeboren jong zoogt, en kan de groep zelfs uit zeven bestaan. Wees dus alert voor een grotere groep dieren, ook al zie je er maar één. Wilde zoogdieren zoals reeën en herten verplaatsen zich in kuddes, op hoger gelegen gebieden in de lente en lager gelegen gebieden in de herfst. Ze volgen oeroude migratieroutes lang voordat er wegen bestonden. De kans is dus het grootst op wegen die die migratieroutes kruisen.

De waarschuwingsborden kunnen in je voordeel werken. Het eerste dat je moet doen als je dit bord ziet is: snelheid minderen. Door je lagere snelheid ben je beter in staat het dier waar te nemen, erop te reageren of te ontwijken. Veronderstel dat het nacht is. Je realiseert je dat het de tijd van het jaar en het tijdstip voor reeën is. Je ziet het waarschuwingsbord, gaat naar de kant om eventuele achterliggers voorbij te laten, reduceert je snelheid tot 20 km per uur om adequater te kunnen reageren en bedekt je remmen. Kun je echt snel genoeg reageren als je een ree waarneemt? En wat als hij plotseling oversteekt? Moet je er hard langs rijden of jezelf voorbereiden op een uitwijkmanoeuvre of noodstop? Eerst vaart minderen en dan snel voorbijrijden?
Hertachtigen schijnen meer op de aanwezigheid dan op het geluid of het zien van iets te reageren. Ze besteden pas aandacht aan je als je er dicht bij bent, ongeacht de herrie die je motor maakt. Hij kan je aankijken om vervolgens rustig verder te grazen. Maar ben je er maar een paar meter vanaf dan kan hij ineens opschrikken en ervandoor gaan, eerst recht, dan zigzag, in de richting waarheen hij gericht stond. Daarom is hard remmen een verstandige ontwijkingstechniek. Als het dier eenmaal opschrikt, is er weinig tijd om te remmen, dus wees constant op je hoede. Sommigen staan al op de rem als ze een ree in de berm waarnemen. Zorg er daarom voor dat je eventuele achterliggers voorbij laat en je remmen bedekt houdt. Realiseer je je plotseling dat die bult in de sloot oortjes en horentjes krijgt, of een van die witte reflectoren naast je in de nacht begint te twinkelen, of een reekalf vanonder de bosjes vandaan tippelt, dan is het enige juiste advies: stoppen. Als de ree niet voor je de weg op schiet, prima. Denk aan die tweede of derde ree of een hitsige bok vlak achter z'n moeder. Als je noodstops gewend bent, dan handel je als het ware in een soort automatisme en kun je achteraf het geheel overdenken.
Het is aanlokkelijk om te denken dat je je (hoge) snelheid aan kunt houden en erlangs glippen of om het dier heen zwenken als het plotseling opduikt. Zwenken gaat ervan uit dat je kunt voorspellen welke kant het dier opspringt. Maar het typische zigzag wolf-ontwijkingspatroon van herten en reeën is compleet willekeurig. Gas bijgeven? Niet doen! Hoe groter je voorwaartse energie, hoe groter de kracht van de botsing. Iedereen heeft weleens het verhaal gehoord van de motorrijder die met hoge snelheid een ree doormidden reed zonder van de motor te vallen. Zelfs al zou dat waar zijn, dan had die rijder óf uitermate veel geluk, óf was niet slim of vaardig genoeg. Er zijn talloze andere verhalen, van motorrijders die niet zoveel geluk hadden. En wat nou als het een groter dier betreft dan verwacht?...

Dieren zijn onvoorspelbaar en zullen de confrontatie met het verkeer blijven aangaan. Daar kun je maar beter wel op voorbereid zijn.
Klik hier voor de vorige nieuwsbrieven:

februari 2005 o.a. Urban Guerrilla, Tegensturen 2, Rijden in de regen
augustus 2004 o.a. Tegensturen, Tips voor het schoonmaken van je motor en Torque
juli 2004 o.a. Vakantietips, Zware motoren en stopafstand en een Harley testrit
juni 2004 o.a. Ze zien me niet..., Optische illusies, Motorrijden en zwaartekracht en Ontdek je motorrijdersprofiel
mei 2004 o.a. Doelfixatie, Nieuwe plaats op de rijbaan België en een remtest
april 2004 o.a. Kijktechniek, Bandenspanning, Redacteur op herhaling
maart 2004 o.a. Voorjaarscheck, Bochtentechnieken, Nieuwe verkeerswetgeving België
februari 2004 o.a. Samenspel in de file, Papercraft, Wintertips en Snelheid

    
    
    
    
Klik hier als je geen LCVM-Nieuwsbrieven meer wilt ontvangen

Landelijk Coördinatiecentrum Verhoogde Motorrijvaardigheid