Voorwoord
Ons klimaat lijkt zich aan het opwarmen te zijn.
Of dat komt door de invloed van de zon of het broeikaseffect zullen we maar in het midden laten.
Waarschijnlijk krijgen we meer zachte winters en warme lentes. Helaas neemt hierdoor ook de neerslag toe.
De sleutelwoorden voor het veilig in de regen rijden zijn zichtbaarheid en tractie.
Wat te doen als het begint te regenen? Stoppen en je regenkleding aandoen. Je snelheid aanpassen en zorgen dat je ziet en gezien wordt.
Met de juiste techniek, kleding en vooral het juiste profiel en de juiste bandenspanning rijd je in onze zachte klimaat met gemak het hele jaar rond.
In deze nieuwsbrief een aantal tips om je er veilig doorheen te helpen.
|
|
Kijktechniek (5)
Er zijn veel motorrijders die alleen op een vrije dag hun motor uit de schuur halen.
Toch heeft het met de motor naar je werk rijden veel pluspunten.
Je bespaart tijd (files) en geld, reduceert het parkeerprobleem en je werkdag begint en eindigt met minder stress
en meer plezier. Ik denk dat de nadelen niet opwegen tegen de voordelen.
Toch zijn er mensen die zo hun twijfels hebben over het met name naar de drukke stad rijden.
Ervaring is een heel goede leermeester, maar vaak wel een pijnlijke. Hier vijf basisstappen voor een wat snellere manier om in het verkeer, en dan specifiek in de stad, te leren overleven.
Eén ding is zeker: die sportieve bike in je garage is er niet alleen voor een fraaie zondagmorgen!
URBAN GUERRILLA STAP 1: VERTROUW NIEMAND
Het ontbrekende buitenspiegeltje bij deze personenauto zorgt ervoor dat de bestuurder jouw aanwezigheid pas opmerkt totdat je langs hem rijdt en is een detail dat je automatisch moet herkennen en vermijden als je het verkeer afscant.
|
Leer te vertrouwen op maar één persoon en die persoon ben je zelf!
Wees paranoïde. Wanneer je een auto vol deuken ziet, kijk dan goed uit.
Deuken zijn een rijdende geschiedenis van ongelukjes en daar wil je niet bij betrokken raken.
Kijk uit voor auto's vol kinderen waarvan de bestuurder vaak met heel andere dingen bezig is dan het verkeer.
Kijk uit voor snelle wagens; een moderne wagen kan verbazingwekkend snel accelereren en van rijbaan wisselen, geef hem dus de ruimte als hij schijnbaar veel haast heeft.
Welk type wagen je kunt vertrouwen? Geen enkel...
Ga ervan uit dat automobilisten ongelooflijke knoeiers zijn. Ze kunnen de auto nauwelijks besturen,
ze kennen de verkeersregels niet, nemen niet de moeite serieus om zich heen te kijken, hebben haast, zijn ergens anders mee bezig, mankeren van alles aan hun ogen
en/of zijn ronduit agressief.
URBAN GUERRILLA STAP 2: VERMIJD BLINDE HOEKEN
Als de motorrijder zijn richtingaanwijzer aan heeft staan om aan te geven dat hij rechtsaf de volgende straat in wil,
denkt de Volkswagenbestuurder die de supermarkt verlaat misschien dat de motorrijder afslaat naar de supermarkt en rijdt zo de weg op.
In dit geval moet de motorrijder aan de linkerkant van de rechter rijstrook blijven en zijn rechter knipperlicht pas net voor het eind van de straat aandoen - en uiteraard de VW goed in de gaten houden.
|
Hoe andere bestuurders jouw handelingen interpreteren heeft veel te maken met rijvaardigheid.
Laat als vaste regel bij het rijden in de stad gelden: blijf uit de buurt van blinde hoeken.
Als je het gezicht van de bestuurder niet in zijn binnenspiegeltje ziet, ziet hij jou ook niet en besta je gewoonweg niet voor hem.
Zet het vermijden van blinde hoeken op nummer één van je prioriteiten om te overleven.
Gebruik acceleratie, remmen en rijstrookpositie om je in de kijker te rijden van de auto's om je heen.
Ontwikkel een blindeplek-waarschuwingstoeter die elke keer als je een blinde plek nadert begint te toeteren.
Houd afstand en ga naar behoefte links of rechts rijden zodat je vanuit het gezichtspunt van de automobilist op een kruispunt los komt van andere voertuigen.
Als het hoofd van een automobilist schuilgaat achter een paal, boom, voetganger, raam- of deurstijl, zal hij je zeker niet zien.
Verkort je reactietijd: draai je gas dicht, bedek rem en koppeling met je handen en zoek vast een vluchtroute.
Kun je een zijdelingse beweging maken om uit de blinde hoek te komen?
De LCVM leert haar cursisten constant door het verkeer te bewegen, net iets sneller dan het verkeer te rijden en van blinde hoeken vandaan te rijden in plaats van erin te blijven zitten.
Natuurlijk is het ook zo dat ook al rijd je jezelf in de kijker van automobilisten, dat nog niet wil zeggen dat dezen hun spiegels zullen gebruiken als ze van rijstrook wisselen.
Zorg ervoor dat je jezelf zo positioneert dat ook al ziet hij je niet, je niet het gevaar loopt te worden aangereden.
Zorg dat ze je zien; in hun spiegel, naast of voor ze.
URBAN GUERRILLA STAP 3: WEES DEFENSIEF EN AGRESSIEF
Na het gedrag van de bestuurder van deze auto op de snelweg voorspeld te hebben,
heeft deze motorrijder genoeg ruimte gemaakt voor de te verwachten vergissing. Vermijd aan de rechterkant rijden en haal nooit in direct voor een uitrit, kruispunt of afslag; geef de bestuurder de kans om slecht te rijden zonder dat jij erbij betrokken raakt.
Ga er een eind voor of achter rijden.
|
Door het combineren van defensief en agressief rijgedrag zul je een rijstijl ontwikkelen die elke beproeving zal doorstaan.
De kunst is alleen te weten wanneer je ze toe moet passen. Per slot van rekening: agressief door de hoofdstraat rijden is een open invitatie voor problemen. Daarnaast, superlangzaam door de straat kruipen is zo mogelijk nog gevaarlijker, waarbij je overgelaten wordt aan de rijvaardigheid van je medeweggebruikers of juist het ontbreken daarvan.
Defensief rijden betekent je bewust zijn van je ruimte en die ruimte bewaren door de manier waarop je jezelf in het omringende verkeer positioneert.
Defensief rijden betekent ook het effect van het verkeer op jou voorspellen om ervoor te zorgen dat dat effect minimaal is.
Agressief rijden is veel minder een manier van rijden, maar meer een techniek die je slechts zo nu en dan toe moet passen.
We willen ons als motorrijders in de kijker rijden en soms betekent dat een beetje agressief gas geven om bij een raampje van een automobilist te kunnen komen. Simpel gezegd: soms is rustig aan doen erg gevaarlijk en wordt van ons gevraagd agressief te accelereren of van rijstrook te wisselen.
De juiste rijstrookpositie zorgt ervoor dat je gezien wordt en buiten de gevarenzone blijft.
URBAN GUERRILLA STAP 4: MAAK RUIMTE VOOR DE FOUTEN VAN ANDEREN
Een juiste rijbaanpositie zorgt ervoor dat je gezien wordt en vermindert gevaar.
Deze motorrijder nadert de taxi aan de rechterkant van de rijstrook, zodat de taxichauffeur hem in zijn spiegels ziet. Als de rijder de blinde hoek van de taxi nadert, gaat hij naar links om voldoende ruimte te maken voor een eventuele plotselinge rijstrookverplaatsing.
|
Bepaal je eigen (verkeers)doel. Ga in een positie staan met een uitvluchtroute voor als het slechtst denkbare scenario zich voordoet. Probeer de verkeerspatronen te herkennen en beweeg door het verkeer in plaats van in een verkeerskluwen te blijven hangen. De tijd dat je concentratie verslapt is de tijd dat iemand met 50 km per uur z'n auto in je motor parkeert.
Als het je nog niet was opgevallen: bestuurders maken fouten. Tientallen.
Van het geen richting aangeven tot op het allerlaatste moment af te slaan tot het rijden door rood licht; hoe lang wil je de lijst?
Je kunt de fouten die gemaakt worden in het verkeer niet veranderen, maar door ze op tijd te herkennen en er ruimte voor te geven zul je er niet negatief door beïnvloed worden.
Er is geen enkele reden om van streek te raken, gewelddadig, agressief of impulsief te worden; zo gauw jij ruimte maakt voor fouten van anderen, wordt het bijna lachwekkend om al die stommiteiten om je heen te zien, omdat het je niet langer in gevaar brengt of voor verrassingen laat staan.
URBAN GUERRILLA STAP 5: RUSTIG AAN IN DE STAD
Een te hoge snelheid maakt noodstops en uitwijkmanoeuvres extra lastig.
Eigenlijk maakt te veel snelheid ons gedrag ook onvoorspelbaar voor het andere verkeer. De automobilist kijkt in de straat, ziet een koplamp naderen in wat hij denkt de toegestane snelheid, en rijdt over het kruispunt. Helaas rijdt de motor dubbel de toegestane snelheid en slaat in de zijkant van de auto. Wiens fout is dit? Matig je snelheid om gezien en niet verkeerd ingeschat te worden.
Voor hetzelfde geld neemt de automobilist de motorrijder doodeenvoudig niet waar. Het beeld van de motorrij-
der bevindt zich soms in de periferie van zijn gezichtsveld, is door de grote afstand extra klein en wordt om
die redenen door zijn visueel systeem uitgefilterd. Bij een noodgeval moet je remmen en uitwijken. Maar door een paniekreactie en onvoldoende oefening ben je geneigd je voorrem zo hard mogelijk in te knijpen, met de kans dat je voorwiel blokkeert en je valt.
Een nare kettingreactie ontstaat wanneer een auto plotseling naar de rechterrijstrook van een drukke snelweg uitwijkt,
wat jou in gevaar kan brengen als je niet snel actie onderneemt.
Voorspel mogelijke gevolgen en positioneer jezelf veilig in het omringende verkeer.
Meestal betekent dat snel en veilig voorop gaan rijden.
|
Bedenk dat de nood c.q. de paniek bij een onverwachte gebeurtenis op de kruising minstens stijgt met het kwadraat van
je snelheid. Dat is ook de relatie tussen snelheid en remweg of de benodigde afstand voor een uitwijkmanoeuvre.
Door je snelheid aan te passen ben je in staat te stoppen voor iemands anders fout je fataal wordt. Hoe hoger de snelheid, hoe groter je remweg - en die afstand heb je meestal niet in de stad...
URBAN GUERRILLA BONUSSTAP: OEFENEN, OEFENEN EN NOG EENS OEFENEN
Als alles toch fout gaat, ondanks de bovengenoemde stappen, dan kun je maar beter een hele goede motorrijder zijn. Ga naar een lege parkeerplaats en oefen het remmen; neem een voortgezette rijopleiding. Oefen op lastige rijstroken. Raak intiem vertrouwd met de effecten van tegensturen, experimenteer dit door verschillende druk op je handgrepen uit te oefenen. Oefen het snel in de spiegels kijken en haastig over je schouder alsof je bezig bent snel van rijstrook te wisselen. Gebruik je knipperlicht onder alle omstandigheden zodat je ze niet vergeet uit te zetten wanneer je in een stresssituatie zit.
De blinde hoek van een auto verschilt per auto, grootte en instelling van zijn spiegels. Elke keer als je parallel aan een auto of vrachtwagen rijdt bevind je je op de meest gevaarlijke plek van de weg. Verplaats je agressief uit dode hoeken; blijf er niet in rijden, zelfs niet voor een paar seconden.
|
Ken de wegen die jij en je medeweggebruikers nemen en bestudeer de fouten die hier gemaakt worden; als je niet op je motor zit, bekijk de verkeerspatronen en situaties die een motorrijder in moeilijkheden brengen.
Alles wat je leert zal pas bezinken als je voldoende gereden hebt.
Technieken als noodstoppen en uitwijken met hoge snelheid zijn alleen mogelijk door een hoog
feedbackmechanisme in het menselijke instinct dat de technieken zoals tegensturen
niet alleen heeft aangeleerd, maar vooral veel geoefend.
Remmen, links-/rechtsafslaan, accelereren zijn alle het resultaat van spierbewegingen.
Scannen/observeren en voorspellen zijn gedachtegangen.
Dit te leren als een integraal deel van je training is een goede zaak.
Toch heeft een motorrijder, buiten zijn IQ en leervermogen om, niet veel aan deze dingen
als hij niet het noodzakelijke feedbackmechanisme bezit om te
zien / beslissen / handelen / zien / beslissen / handelen / zien / beslissen / handelen.
Kruisingen zijn de moeilijkste uitdagingen.
Deze rijder gaat aan de rechterkant van zijn rijstrook rijden om zo veel mogelijk zicht te creëren.
Een goed idee, want de auto die linksaf wil staan, is volledig verblind door de vrachtwagen.
Matig je snelheid, bedek je remmen en gebruik je rijstrook om jezelf maximaal in de kijker te rijden.
|
Je win-/verlieskansen zijn gebaseerd op deze specificatie: hoe snel je informatie kunt opslaan en vervolgens ernaar handelen.
Als je niet slim genoeg bent je te realiseren dat de snelheid waarmee je rijdt te hoog is voor jouw specificatie, kan het wel eens slecht met je aflopen.
De enige manier om echt goed te leren motorrijden is het zo vaak te doen,
dat de technieken die je je aangeleerd hebt bij wijze van spreken aan de reflexkant van je hersens komen te zitten, waarbij we leren te luisteren naar de feedback die we hiervan krijgen, zodat je meer tijd overhoudt om situaties te voorzien (kijktechniek) en je strategie te bepalen.
|
|
Tegensturen (deel 2)
Veel motorrijders
denken dat hun gevoel van in balans zijn alles te maken heeft met de controle over hun motor, vooral in een bocht.
Toch is balans een zo goed als onbelangrijke factor als het gaat om je motor in bedwang te houden.
Het unieke ontwerp van je motor zorgt voor zelfcorrigerende eigenschappen.
Waar je ook zit op je motor (of ernaast hangt), je kunt je motor in elke gewenste richting sturen door middel van tegensturen - tegensturen is namelijk die input die de motor vertelt hoe ver te kantelen en hoe snel die positie aan te nemen en balans speelt hierbij nauwelijks een rol.
Zonder stuurinvloed zal een motor die harder dan stapvoets rijdt een verticale rechte lijn zoeken (traagheid, zie Tegensturen I). In een bocht is de enige stuurinvloed een constante druk op het binnenste handvat voor het rijden van de juiste lijn. De motor vindt een perfecte balans tussen traagheid en centripetaalkracht.
Elke extra stuurinput van jouw kant zorgt ervoor dat je óf de bocht te ruim neemt, óf de controle over je motor verliest.
De enige keer dat balans echt een rol speelt bij het beheersen van je motor is bij lage snelheden (stapvoets).
Tegensturen is een techniek die je uitsluitend gebruikt in snelle doorlopende bochten. Maar hoe neem je nou een bocht waarin je moet keren?
U-bochten
Bochten zijn er in allerlei soorten en maten. Vooral U-bochten kunnen veel problemen geven en dat niet alleen voor beginnende motorrijders! Vraag het een willekeurige beginneling en een van zijn grootste angsten is die typisch krappe bochten. De meeste rijders hebben op een of ander punt wel hun motor moeten laten vallen terwijl ze een bocht probeerden te nemen.
De lengte van de rijder, het formaat van de motor en diverse andere factoren spelen een rol bij het nemen van een U-bocht.
In een U-bocht gebruik je daarom de techniek van het doorkantelen.
De motorrijder op de eerste foto is helemaal aan de kant van de weg gaan rijden om hemzelf zo veel mogelijk ruimte voor de U-bocht te geven. Je ziet dat hij over zijn schouder kijkt om er zeker van te zijn dat er geen verkeer aankomt. De reden waarom is duidelijk.

Een van de belangrijkste aspecten bij het nemen van een U-bocht is dat de motor naar de binnenkant van de bocht moet leunen. Hoe meer je de motor kantelt, des te strakker de boog van de bocht. Veel rijders, vooral beginners, houden beide voeten op de grond en voelen zich daardoor veiliger, maar daardoor vergroten ze de radius van de bocht, omdat de motor bijna rechtop blijft staan.
Deze rijder heeft een respectabele hellingshoek en heeft de gashandles helemaal dichtgedraaid. Om te voorkomen dat de motor afslaat, helpt het om de koppeling in de frictiezone te moduleren (m.a.w.: ietwat met slippende koppeling te rijden).
Draai de motor vlug, zorg ervoor dat het grootste gewicht op de buitenste voetsteun rust; als de motor te vlug in de bocht dreigt te vallen, kun je de hellingshoek tegenhouden door iets gas bij te geven. Voor het insteken van een bocht kun je iets op de binnenste voetsteun duwen om de motor
op hellingshoek te dwingen en bij het uitkomen van een bocht op de buitenste voetsteun voor zoveel mogelijk grip. Daarbij is het het beste om je tenen op de binnenste voetsteun te zetten (grondspelingsproblemen) en je bal van de voet op de buitenste voetsteun (meer grip). Leun in een bocht met je lichaam naar voren.
De motorrijder op de foto kijkt nog niet eens naar het eind van zijn motor, maar uitsluitend in de richting waar hij heen wil. Inmiddels weten we dat vooral je kijktechniek van cruciaal belang is bij het nemen van bochten: je motor gaat daar waar je heen kijkt.

In het midden van de bocht moet je hoofd gericht staan naar het verloop van de weg in de richting waar je heen wilt, met je meeste gewicht nog steeds op de buitenste voetsteun. Op dit punt kun je de achterrem gebruiken om de boog van de bocht korter te maken. Blijf van de voorrem af, omdat het toegevoegde gewicht het chassis van de motor ontregelt en het daardoor lastiger wordt om te sturen. De rijder op deze foto zie je (zachtjes) remmen met zijn achterrem.
Hard remmen in de bocht gaat niet, tenzij we ons zwaartepunt terug in de aslijn van de wielen brengen. M.a.w.: de motorfiets rechtbrengen en rechtdoor rijden, remmen, remmen los, draaien, recht, remmen, remmen los, draaien, enz. Dit is een veilige techniek om in noodgevallen in een bocht te stoppen. Heel zachtjes bijremmen kan wel, maar dient met fluwelen vingers te gebeuren, waarbij het risico tot crashen kunnen verminderen door met het lichaam naar binnen te leunen. Zo wordt het zwaartepunt naar binnen gelegd, waardoor we de motorfiets rechter kunnen brengen en iets meer bandoppervlakte krijgen, en dus meer grip.

Let erop dat je gashandles nog steeds dicht staan en maak de bocht af. Op dit moment haal je je voet van de achterrem zodat de motor vloeiend de bocht verlaat. Op deze foto zie je de juiste lichaamsstand tijdens een nauwe U-bocht. De gashandles staan helemaal dicht, de rijder leunt naar de buitenkant van de bocht, de achterrem wordt gebruikt en de rijder kijkt door de bocht naar de plek waar hij heen wil.
Met de juiste techniek kun je extreem nauwe cirkels draaien met erg lage snelheden.
Door het doorkantelen verklein je namelijk de draaicirkel. Doordat je meer op de zijkanten van je banden rijdt wordt de draaicirkel kleiner.
Je kunt dit makkelijk als volgt testen: ga naast je motor staan en houd deze kaarsrechtop. Je draait het stuur tegen de aanslag (je loopt zelf aan de binnenzijde van de te maken bocht). Vervolgens loop je een rondje met de motor en houdt hierbij de motor rechtop. Zet een pion bij de start en op het punt nadat je 180 graden van het rondje hebt gelopen. Daarna loop je het rondje nog een keer met de motor maar nu zo schuin mogelijk. Je zult dan zien dat de draaicirkel minstens een meter minder is (of nog meer).
|
|
Trainingen LCVM
Het is weer bijna maart, het begin van het motorseizoen.
Ook de verhoogde motorrijvaardigheidstrainingen van de LCVM starten weer.
De LCVM biedt een volledige trainingsdag op maat voor slechts
119 euro
De groepjes zijn klein, tot vier personen, dus er is veel persoonlijke aandacht.
De trainingsdagen Verhoogde Motorrijvaardigheid zijn in een aantal jaren uitgegroeid
tot de meest populaire vervolgcursussen voor motorrijders.
In verband met het beperkte aantal plaatsingsmogelijkheden is het raadzaam om tijdig te reserveren.
Informatie over de trainingen: http://www.lcvm.nl/trainingen.htm
Reserveringsformulier: http://www.lcvm.nl/reserveringvrt.htm
|
|
|
Bergtrainingen
De pinksterbergtraining is op dit moment volledig volgeboekt.
Bij voldoende belangstelling wordt er daarom een extra training in het weekend van 3 t/m 6 juni 2005 georganiseerd.
Je kunt je hiervoor aanmelden via het reserveringsformulier op onze site:
http://www.lcvm.nl/reserveringbt.htm
Voor deze training kun je het extra veld in het reserveringsformulier aanvinken.
Nieuw is dat tijdens de bergtraining video-opnames gemaakt worden. Een van de motoren van de instructeurs is uitgerust met een videocamera. Getracht zal worden om alle cursisten enige tijd op video vast te leggen tijdens het rijden. Van deze video's zal een DVD worden gemaakt.
|
|
|
|
Regen...
Waarom zou je in de regen rijden als je nat wordt, de wegen glad zijn en je slecht kunt zien?
Misschien omdat je niet nat hóeft te worden, je op een motor beweeglijker bent en beter ziet dan in een auto?
Veilig in de regen rijden is een kwestie van de juiste kleding, het aanvoelen van de tractie, zorgen dat je goed kunt zien en gezien wordt.
Hier een aantal tips om te zorgen dat het rijden in de regen aangenamer en veiliger wordt.
- De juiste kleding
Het allereerste dat je moet doen is een goed regenpak aanschaffen. Een regenpak dient twee doelen.
Allereerst dient het je droog te houden. Word je nat, dan word je te veel afgeleid. Ten tweede, en minstens zo belangrijk, hoort een regenpak je zichtbaarheid voor andere
weggebruikers te vergroten. Als je manoeuvreerbaarheid minder wordt door gebrek aan tractie, wil je er zeker van zijn dat andere bestuurders jou goed zien.
Zorg voor een goede helm, het liefst een integraalhelm, zodat het water niet op je gezicht drupt.
Heb je niet zo'n dure helm, dan helpt Rain-x goed. Rain-x smeer je uit over de buitenkant van je vizier en het zorgt ervoor dat waterdruppels niet uitvloeien maar van je vizier af glijden.
Je moet het er wel regelmatig (wekelijks) opsmeren. Het is te verkrijgen bij motorzaken en tankstations. Een geel pinlockvizier helpt tegen beslaan, irritante schittering en je ziet meer contrast als het zwaar bewolkt is of regent.
Dit vizier kun je beter niet 's nachts gebruiken.
Je handschoenen kun je het beste onder de boorden van je jas doen als dat mogelijk is, zodat het water niet naar binnen kan.
- Tractie
De meeste motorrijders weten niet precies hoeveel grip ze hebben als het regent.
Sommige oppervlakken worden spiegelglad, vooral metaal, geverfde delen en plekken waar de olie en vet nog niet van het wegdek gespoeld zijn.
Bij gladde oppervlakken geldt: maak geen onverwachte bewegingen, gebruik je rem uiterst voorzichtig en geef geen gas.
Zorg dat je in een rechte hoek over een spoor- of tramrail (metaal) rijdt zodat je wiel niet in een gleuf slipt. Kijk vooral uit voor putdeksels in het wegdek!
De handigste manier om je tractie te testen is door deze met je achterrem te voelen. Normaal gesproken weet je hoe hard je zonder problemen op een droog wegdek kunt remmen voordat je achterrem blokkeert en je kunt wel ongeveer inschatten hoeveel je nog over hebt op een nat wegdek.
Kijk eerst of je voldoende profiel op je band hebt. Als je met een rustige snelheid op een vlakke rechte weg oefent, is er geen gevaar. Absoluut niet op een steile afgeronde weg oefenen!
Je leert de tractie goed aanvoelen door expres je achterrem een paar keer te blokkeren voordat je een stop moet maken.
- Banden
Een van de belangrijkste dingen is je banden. Het is belangrijk daar regelmatig naar te kijken. Als je slijtageplekken ziet, moet je de band vervangen. Het enige doel van het profiel van je band is het water af te voeren, maar als de groeven niet diep genoeg zijn is het effect nihil.
Ook de juiste banden helpen je tractie te vergroten. Voer je je bandenspanning met regen iets op,
dan helpt dat aquaplaning voorkomen en trek je beter door het water.
Aquaplaning ontstaat
wanneer de band (of het profiel van de band) niet meer in staat het water voldoende af te voeren als er bijvoorbeeld een
dun laagje water, en soms olie, op de weg ligt.
Een van de hoofdoorzaken van aquaplaning zijn versleten banden.
Een beter profiel helpt aquaplaning te voorkomen.
Een beter profiel betekent een band met meer gleufjes (regenband). De grotere hoeveelheid gleufjes zorgt ervoor dat er meer water afgevoerd kan worden.
Let ook op de profieldiepte. Wettelijk moet de profieldiepte 1 mm bedragen. Komt de profieldiepte echter onder de 2 millimeter, dan bestaat het gevaar dat de waterafvoer in het gedrang komt.
De kans op aquaplaning is ook groot in lichte mist of motregen. Een goed profiel en bandendruk, rustig rijden (hoeft de band minder water te verwerken) en in het spoor van andere voertuigen rijden helpt de kans op aquaplaning te verminderen. Een sissend geluid of verminderd vermogen te sturen of te remmen waarschuwen je voor aquaplaning. Als dit gebeurt: vaart verminderen zonder te remmen en plotselinge bewegingen vermijden.
Aquaplaning blijft een van de gevaarlijkste factoren als het regent.
- Route
Volg eventueel een andere route als het regent. Er is niets leukers dan bochtige weggetjes als het droog is, maar zodra het begint te regenen, wordt het landschap grijs, de bochten zijn lang zo leuk niet meer en het asfalt geeft je niet de benodigde tractie omdat het water erop blijft liggen.
Tijd voor een alternatieve route langs een saaiere, rechtere weg.
Als het voor het eerst na een lange periode weer regent, neemt het de olie op die daar al een poos ligt.
Na een paar minuten is de olie weggespoeld. Verlaat de weg als je een droog plekje ziet. Daar kun je in alle rust je (fluorescerende) regenpak aantrekken en ontloop je die eerste gevaarlijke vijftien minuten.
- Rijden in het donker
In het donker kun je het best achter een voertuig met goede achterverlichting gaan rijden.
Zo zie je putdeksels en andere voorwerpen op de weg veel eerder dan met je eigen verlichting. Door het voertuig voor je
word je ook eerder gewaarschuwd voor diepe plassen met kans op aquaplaning.
Gedurende de nacht kun je je voordeel doen met het feit dat je op een motor een grotere zichthoek hebt dan in een auto. Daardoor zie je de strepen op het wegdek en
lichten die reflecteren op natte voorwerpen veel makkelijker, waardoor je eerder gewaarschuwd wordt voor tegenliggers.
- Bochten
Als het regent volg je in bochten dezelfde lijn als die onder droge weersomstandigheden.
Motorfietsbanden zijn rond en hebben aan de zijkant vrij veel profiel, waardoor je ook met regen schuin door de bochten kunt.
Ook op de rechte weg houd je je gewone lijn aan: in het midden van de beschikbare ruimte op de weg. Dus als je twee vrije weghelften hebt, rijd je tegen de middenlijn aan zodat de tegenliggers jou tijdig zien en jij beter zicht hebt op je tegenliggers.
Als er een tegenligger aankomt, ga je in het midden van je eigen weghelft rijden, zodat je elkaar goed kunt zien en de kans op een botsing verkleint.
Je volgafstand vergroten, snelheid aanpassen (vooral in bochten), goed anticiperen, gedoseerd remmen en ver vooruitkijken zijn sleutelwoorden
als het gaat om veilig rijden in de regen.
Tips voor doorrijden in de winter:
http://www.motorfreaks.nl/?mod=tech&id=714&page=2&replypage=2
|
|
Je motor optillen
Elke motorrijder, hoe ervaren ook, krijgt er vroeger of later mee te maken: onderuitgaan met je motor.
Vaak kun je een achterwielslip voorkomen door tegen te sturen. Een voorwielslip is soms op te vangen door je motor met één been rechtop te trappen, maar meestal onvermijdelijk.
Als je valt, probeer dat dan glijdend te doen. Bescherm je hoofd met je armen en houd de motor met je benen van je af.
Hieronder enkele tips om na een val je motor weer veilig rechtop te krijgen.
Stap 1: Beoordeel jezelf
Neem een paar minuten om kalm te worden.
Je motor op de grond te zien liggen kan een traumatische ervaring zijn,
maar een of andere dag moet iedereen eraan geloven. Je motor loopt niet bij je weg. Neem rustig de tijd om jezelf wat vragen
te stellen en alles op een rijtje te zetten: ben je gewond? Ben je in staat je motor op te pakken in een normale situatie? Wil je je motor wel oppakken? Is het veilig je motor op te pakken?
Je hebt alle tijd van de wereld om je motor op te pakken; zorg dat je rustig bent en schat de situatie in. Het is goed om hulp te vragen. En als iemand je helpt, vergeet hem dan niet te waarschuwen voor de hete uitlaatpijp, niet de motor bij de knipperlichten te tillen, enz.
Zorg er voor dat ze het goed aanpakken, je wilt niet dat iemand gewond raakt.
Stap 2: Beoordeel je omgeving
Als het andere verkeer een gevaar vormt, ga dan bij je motor weg en zoek een veilige plek.
Bel de politie en pak je motor pas op nadat deze de situatie onder controle heeft.
Kijk naar de grond: heb je een stevige ondergrond vanwaar je de motor op kan tillen?
Is er grind? Is het wegdek nat? Sta je net naast een sloot? Je wilt niet uitglijden en vast onder je motor komen te zitten!
Step 3: Beoordeel je motor
Zet je motor uit door het contactslot of de ontsteking te onderbreken.
Doe je benzinekraan dicht. Bij ongevallen lekt normaal gesproken brandstof, dus wees voorzichtig (vuur of een explosie krijg je normaal gesproken alleen door vonkjes, een vlam of ontstekingsbron).
Als de motor op de rechterkant ligt, zet dan de standaard uit en zet de motor in de versnelling.
Als hij op z'n linkerkant ligt lukt dat niet. Let daar goed op. Je wilt niet je motor oppakken om hem weer onmiddellijk op z'n andere kant te moeten laten vallen!
Techniek I: Met je rug naar de motor - voor grote motoren van elk formaat
1. Draai de handvatten volledig in de slotpositie met de voorkant van het wiel naar beneden gericht.
Vind het balanceerpunt van de twee banden en de motor, beschermkap of voetsteun. De motor is vrij makkelijk op te tillen tot dit punt, omdat hij op z'n kant ligt. Vanaf dit punt moet je het meeste gewicht van de motor tillen.
|
2. Ga met je achterwerk/onderrug tegen het zadel van de motor 'zitten'. Let erop: rucht recht en hoofd omhoog. Zet je voet stevig op de grond, een eindje uit elkaar, met je knieën licht gebogen.
|
3. Grijp met één hand het handvat (bij voorkeur onderhands), met je pols recht.
Grijp met je andere hand het frame van de motor (of welk ander stevig deel dan ook), waarbij je oplet dat je geen hete uitlaatpijp, knipperlichten etc. beetpakt.
|
4. Til met je benen door smalle stapjes achterwaarts te nemen, terwijl je je achterwerk tegen het zadel drukt en je rug recht houdt. Op glibberige of kiezelachtige ondergrond zal deze techniek waarschijnlijk niet werken. Op een steile weg is het zelfs gevaarlijk.
Pas op dat je de motor niet optilt om hem vervolgens op zijn andere kant te laten vallen! Indien mogelijk de standaard neerzetten en de motor in zijn versnelling zetten.
Parkeer de motor veilig.
|
Techniek II: Met je gezicht naar de motor - voor kleine en middelgrote motoren, standaardmethode
1. Draai de handvatten volledig in de slotpositie met de voorkant van het wiel naar boven gericht.
|
2. Vind het balanceerpunt van de twee banden en de motor, beschermkap of voetsteun.
De motor is vrij makkelijk op te tillen tot dit punt, omdat hij op z'n kant ligt. Vanaf dit punt moet je het meeste gewicht van de motor tillen.
|
3. Ga heel dicht bij de handvatten staan. Plant je voeten ongeveer schouderbreedte uit elkaar met het onderste handvat ertussen. Gebruik beide handen om te tillen. Til voorzichtig, met je rug recht en je hoofd rechtop, terwijl je het handvat dicht bij je lichaam houdt. Gebruik je beenspieren om kracht te zetten, niet je rugspieren.
|
4. Pas op dat je, na hem opgetild te hebben, de motor niet op de andere kant laat vallen.
|
5. Zet de motor op de standaard en parkeer hem op een veilige plek.
|
|
|
|
Klik hier voor de vorige nieuwsbrieven:
|
augustus 2004
|
o.a. Tegensturen, Tips voor het schoonmaken van je motor en Torque
| |
juli 2004
|
o.a. Vakantietips, Zware motoren en stopafstand en een Harley testrit
| |
juni 2004 |
o.a. Ze zien me niet..., Optische illusies, Motorrijden en zwaartekracht en Ontdek je motorrijdersprofiel
| |
mei 2004 |
o.a. Doelfixatie, Nieuwe plaats op de rijbaan België en een remtest
| |
april 2004 |
o.a. Kijktechniek, Bandenspanning, Redacteur op herhaling
| |
maart 2004 |
o.a. Voorjaarscheck, Bochtentechnieken, Nieuwe verkeerswetgeving België
| |
februari 2004
|
o.a. Samenspel in de file, Papercraft, Wintertips en Snelheid
|
|
Klik hier als je geen LCVM-Nieuwsbrieven meer wilt ontvangen
Copyright © LCVM 2005
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een
geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt worden in enige
vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of door fotokopieën,
of op enige andere manier, zonder voorafgaande
toestemming van de LCVM.
Hoewel de informatie op deze site permanent zo nauwkeurig en actueel mogelijk wordt weergegeven
zijn wijzigigen en/of onjuistheden te allen tijde voorbehouden.
Aan de inhoud van deze nieuwsbrief kunnen derhalve op geen enkele wijze rechten worden ontleend.
|
|
|