Voorwoord
Op de zijkant van je band staan allerlei gegevens over je band. De meesten weten niet
precies wat die gegevens inhouden. Daarom leggen we in deze nieuwsbrief uit wat de
diverse afkortingen betekenen en wat dat betekent voor onder andere het draagvermogen van je motor en de maximumsnelheid.
Voor veel ouders is het een moeilijke beslissing of en hoe je je kind meeneemt op de motor.
In het artikel 'Motorrijden met kinderen' hopen we hier wat meer duidelijkheid over te scheppen.
Nu de vakanties in aantocht zijn willen veel mensen nog gauw even een training volgen.
Geef je tijdig op voor een voortgezette rijopleiding van de LCVM, want vol is vol!
Klik hier voor het reserveringsformulier
|
|
Bandenweetjes

Welke bandenmaat je nodig hebt kun je normaal gesproken in je instructieboekje van je motor vinden.
Ook je huidige banden zijn een handige bron van informatie. Op de zijkant (wang) van de band kun je
alle gegevens aflezen. De zaken die je minimaal nodig hebt om bijvoorbeeld een bestelling te kunnen plaatsen zijn
de bandenmaat, het draagvermogen en de snelheidindex. Maar wat betekent nou wat?
Afkortingen op banden
Bandenmaten lezen
Voorwiel: 3.25 H 19, Achterwiel: 4.10 H 18
We beginnen achteraan...
-
Het laatste cijfer is de bandendoorsnede van velg naar velg (velgdiameter) in inches — dus 19 (18) vermenigvuldigd met 2,54 wordt het aantal centimeters (1 inch = 2,54 cm)
- H (zie verder naar links) betekent: snelheidsklasse tot 210 km/h
- 3.25 resp. 4.10 betekent de banddiameter in inches - vermenigvuldigd met 2,54 krijg je het aantal centimeters
Staat er verder niets bij, dan gaat het om een diagonaalband met oude becijfering.
Bij de diagonaalband zijn de koordlagen van het karkas over het rotatievlak van de band kruislings van hiel tot hiel aangebracht. Deze band is alleen voor smalle velgen tot 2,50 inch geschikt.
Voordelen van een diagonaalband:
- dwarsstabiliteit en doelgericht
- zeer hoge band mogelijk, omdat de bandenflanken stabiel zijn (enduro)
Nadelen:
- sterke omvangstoename door centrifugaalkrachten
- grote wegweerstand, dus rolweerstand, waardoor de band snel opwarmt

Een andere, wat nieuwere schrijfwijze:
Voorband: 110/80 V 18, Achterband: 130/80 V 17
- Laatste cijfer: velgdiameter in inch (18 resp. 17)
- V = meer dan 210 km/h toegestaan
- 110 resp. 130 betekent de bandenbreedte in millimeters, dus 11 resp. 13 cm
- /80 betekent: de bandenhoogte op de velg bedraagt 80% van de bandenbreedte
Staat er verder niets bij, dan gaat het hier weer om een diagonaalband - alleen met nieuwe code.
Heb je aan de voorkant een radiaalband, dan mag je niet aan de achterkant een diagonaalband monteren en omgekeerd.
De oude diagonaal- en radiaalbanden hebben echter wel gedeeltelijk hetzelfde karkas.
Nog een paar voorbeeldjes:
Achterband: 150/70 16 67 H
- H = snelheidsklasse tot 210 km/h
- 67 = Draagvermogen (zie onder): 307 kg. Een motorband met 307 kg draagvermogen wordt speciaal voor
zware toerers of cruisers gemaakt
Al het andere zoals boven.
Achterband: 150/80 B 16
- Velgdiameter 16 inch
- B betekent Belt (gordel)
Het gaat hier dus om een diagonaalband met gordel.
De diagonaalband met gordel is opgebouwd als een normale diagonaalband,
echter met loopbanengordel versterkt. Dat maakt de band zwaar, maar ook voor
de belading beter toegerust.
Achterband: 150/70 VB 17 V 230
zoals boven beschreven, maar met een snelheid tot 230 km/h.
Voorband: 120/70 ZR 17, Achterband: 180/55 ZR 17
- Velgdiameter 17 inch
- R = type karkas = »Radiaal«. Het betreft hier dus een radiaalband
- Z* is de snelheid, dus meer dan 240 km/h toegestaan
- 120 resp. 180 is de breedte van de band in millimeters, dus 12 resp. 18 cm (bijna een autoband dus)
- /70 resp. /55 betekent weer bandenhoogte/-breedte van 70 resp. 55 %.
Dit is een klassieke lage breedprofielband en is er in de uitvoeringen 70 — 65 — 60 — 55 — 50 (%). Bij deze nieuwe productiewijze loopt het karkas niet diagonaal,
maar in een hoek van 90 graden op de rijrichting. Pas door brede velgen werd dit formaat mogelijk.
- Voordeel: uitstekende grip (wrijving) door meer oppervlaktelagen en een zacht rubbermengsel
- Nadeel: neigt tot wiebelen
Lettercombinatie voor toegestane snelheid
Maximumsnelheid km/h
|
P | 150 | |
Q | 160 | |
R | 170 | |
S | 180 | |
T | 190 | |
H | 210 | |
V | 240 | |
W | 170 | |
Y | 300 | |
ZR | boven 240 |
Juist moderne sportmotoren hebben banden nodig die zo mogelijk veel grip hebben, gelijktijdig niet snel verslijten en toch redelijk stabiel zijn
(de radiaalband is qua constructie niet zo stabiel als de diagonaalband). Dezelfde band kan op verschillende motoren
volledig andere eigenschappen vertonen. Daarom verschillen de bandenomschrijvingen vaak per type motor.
Welke band je kiest hangt uiteraard ook af van je rijstijl en de technische kenmerken van je motor.
Klik hier voor de Bridgestone tyrefinder
En hier voor de rest...
Verdere afkortingen:
- TL = Tubeless tyre
- TT = Tube Type - met binnenband
- DOT 1501 = (Department of Transportation) geeft de productieweek aan - in de 15e week van 2001 is de band geproduceerd. Vanaf het jaar 2000 is de DOT viercijferig, daarvoor driecijferig.
Voorbeeld: DOT 429 = 42e week van 1999
- V 230 = snelheid tot 230 km/h geoorloofd
- (73 W): 73 is de draagkracht en »W« betekent: toegestane snelheid ligt boven de 270 km/h
- M/C = Motor- en scooterbanden
- >>> (pijl) betekent: looprichting - in deze richting moet de band rollen. Wanneer de band verkeerd gemonteerd wordt, ontstaat een gevaarlijke situatie. Met name met erg nat wegdek bestaat de kans dat de band het water onder de band niet goed kan afvoeren.
Daarnaast zijn er nog speciale kentekenen, die ook in het instructieboekje aangegeven worden,
zoals »J« voor de banden van een Suzuki Hayabusa.
Draagvermogen in het kort:
|
50 = 190 kg | 56 = 224 kg | 62 = 265 kg | 68 = 315 kg | |
51 = 195 kg | 57 = 230 kg | 63 = 272 kg | 69 = 325 kg | |
52 = 200 kg | 58 = 236 kg | 64 = 280 kg | 70 = 335 kg | |
53 = 206 kg | 59 = 243 kg | 65 = 290 kg | 71 = 345 kg | |
54 = 212 kg | 60 = 250 kg | 66 = 300 kg | 72 = 355 kg | |
55 = 218 kg | 61 = 257 kg | 67 = 307 kg | 73 = 365 kg |
Een voorbeeld van een omschrijving op het wiel is:
Aanbevelingen banden
Zeer goede radiaalbanden zijn er bijvoorbeeld van Bridgestone (inmiddels marktaanvoerder en leverancier voor bijna alle motorfabrikanten).
Type BT 010/011/012: voor supersporters.
Type BT 54/56/57: voor toersporters.
Type BT 20: voor zware toersporters.
Aanbevolen voor enduro: Michelin T 66 en Pirelli MT 80.
De beste sportband in radiaaluitvoering is momenteel waarschijnlijk de
Michelin Pilot Sport. Deze wordt standaard geleverd op motoren
als MV Agusta, Honda CBR 600, Suzuki GSX 750, Ducati ST 4S, 996 en BMW F 650 CS.
Voor racefreaks is er ook de Michelin Pilot Race.
Zorg altijd voor een goede bandenspanning!
Gevolgen van een te lage bandendruk:
een slechtere wegligging
een slechtere besturing
een slechtere werking van vering en demping
meer benzineverbruik
onjuiste manoeuvres in bochten
onvoldoende capaciteit om het gewicht te ondersteunen (onjuiste tractie)
hogere temperatuur
onregelmatige slijtage aan de rand waar de band in aanraking komt met de weg
barstjes en scheurtjes in het rubber van het loopvlak en van de zijkant (wang)
Bandenspannings Omrekentabel: van KPa naar Bar en van Bar naar PSI
| |
KPa | Bar | Psi | KPa | Bar | Psi | KPa | Bar | Psi | |
100 | 1.00 | 14.6 | 240 | 2.40 | 34.9 | 324 | 3.25 | 47.3 | |
150 | 1.50 | 21.8 | 250 | 2.50 | 36.4 | 350 | 3.50 | 50.9 | |
175 | 1.75 | 25.4 | 260 | 2.60 | 37.8 | 375 | 3.75 | 54.6 | |
200 | 2.00 | 29.1 | 270 | 2.70 | 39.3 | 400 | 4.00 | 58.2 | |
210 | 2.10 | 30.6 | 280 | 2.80 | 40.7 | 425 | 4.25 | 61.8 | |
220 | 2.20 | 32.0 | 290 | 2.90 | 42.2 | 450 | 4.50 | 65.5 | |
230 | 2.30 | 33.5 | 300 | 3.00 | 43.7 | 475 | 4.75 | 69.1 |
En wil je weten welke maat band op je velg kan, klik dan hier voor de tabel.
Nieuwe banden moeten eerst ingereden worden!
Het oppervlak van een fabrieksband heeft door de vulkanisatie geen grip. De 'bakvorm' moet bij de productie zoals bij een koek bakken
ingevet worden. Je kunt dat zien aan de glanzende buitenkant - daardoor heeft de band
geen normale grip. Gedurende het inrijden (ca. 200 km) moet je langzaam de hellingshoek verhogen.
Tip: door je band met schuurpapier te behandelen kun je de inrijtijd verkorten.
Rijd nooit zonder ventieldopje! Het ventieldopje verhindert
dat je bij hoge snelheid druk verliest — de centrifugaalkracht die vrijkomt bij het ronddraaien van je band kan het ventiel openen.
De bandenfabrikanten markeren met een gele/rode punt de plek op de band die het minste gewicht heeft. Daar hoort het ventiel te zitten.
Zo wordt het mindergewicht door het ventiel gecompenseerd. Ook zand, zout en vuil kunnen het ventiel inwendig vernielen, wat uiteraard lekkage kan veroorzaken.
Klik hier voor de SVOB-cursus
'Alles over banden en wielen'
|
|
Bergtrainingen
Tijdens het hemelvaart- en het pinksterweekend werden de eerste bergtrainingen gereden. De weergoden hadden het in beide trainingen goed met ons voor. Mooi weer, niet te warm, kortom: ideaal weer om te rijden.
We hebben routes gereden o.a. naar de Hunsrück, Eifel, Hochtaunus en de omgeving van Rüdesheim.
Het waren weer mooie combinaties van vakantie en leren. Voor reacties van de cursisten zie het gastenboek op www.lcvm-bergtrainingen.nl. Daar kun je ook de foto's bekijken van de afgelopen trainingen.
LCVM Bergtrainingen heeft trouwens een nieuwe website. Na vier jaar was het tijd voor wat nieuws en de nieuwe website is sinds een week in de lucht.
Plaatsen
De voorjaarstrainingen in de Taunus zijn allemaal volgeboekt. En zelfs de septembertraining is op een haar na vol. Alleen voor de Dolomieten zijn in totaal nog 5 plaatsen beschikbaar.
En dat de trainingen goed bevallen, mag blijken uit het feit, dat de eerste vier inschrijvingen voor de pinkstertraining 2009 al weer binnen zijn. Als dat geen teken van tevredenheid is...
John Bruins
Coördinator LCVM Bergtrainingen
|
|
Motorfun

Gaat nogal moeilijk...

365 dagen per jaar, 24 uur per dag?

En dan met je motor...?


|
|
Stuur deze nieuwsbrief naar een vriend(in)
|
Motorrijden met kinderen II
Veel motorrijders en motorrijdsters hebben vaak naast hun hobby 'motorrijden' een tweede
hartstocht: hun kinderen. Dezen nemen de hobby van hun ouders zeer serieus
en willen graag onder alle omstandigheden daaraan deelnemen, het liefst zo vroeg mogelijk.
Kinderen kunnen bovendien net zolang zeuren tot ze hun zin krijgen.
Om door het gejengel geen constante strijd te hoeven voeren kiezen ouders vaak de makkelijkste weg.
Maar in het geval van motorrijden is een compromis niet zo eenvoudig: ouders zijn onzeker of, wanneer en hoe hun kind
op de motor meegenomen kan worden. In een vorig artikel hebben we het al gehad over het meenemen van kinderen op de motor.
Een kind moet oud genoeg zijn om voldoende controle over zijn lichaam te kunnen bewaren als het op de motor zit, zijn lichaam moet voldoende ondersteund worden, het moet groot genoeg zijn om beschermende kleding te kunnen dragen en in staat zijn de basisregels te begrijpen die nodig zijn voor het rijden met een passagier.
Beter is het een kind onder de twaalf jaar mee te nemen in het zijspan.
Klik hier voor Motorrijden met kinderen I
In Nederland is wettelijk niet veel geregeld aangaande het meenemen van kinderen op de motor, behalve een goed passende
en sluitende helm. Dit is nog geen vrijbrief voor onbeperkt kindertransport.
De wetgever gaat er kennelijk vanuit dat iedereen verstandig genoeg is om geen kind achter op een motorfiets of scooter te vervoeren.
De politie adviseert kinderen alleen in een zijspan te vervoeren. Toch zien we nog veelvuldig dat kinderen wel achter op de
motor vervoerd worden.
Individuele verschillen
Wettelijk is het dus de eigen verantwoordelijkheid van ouders of en hoe ze kinderen
op de motor meenemen. Wil je per se je kind meenemen op de motor, dan zijn er speciale kinderzitjes verkrijgbaar, geschikt voor kinderen van 14-30 kg,
die een hoge steun in de rug en aan de zijkant hebben en een stijgbeugel die ook
kleine kinderen voldoende steun geven. Zijn kinderen groot genoeg, dat betekent dat hun benen lang genoeg zijn
om stevig op de voetsteunen te staan en zich goed vast te houden, dan is deze niet meer nodig.
Wanneer het kind mentaal en fysiek echter nog niet zover is om zonder angst lekker als passagier
achter op de motor te zitten: gewoon niet meenemen...
Gezondheid
De Nederlandse wetgeving laat dus in principe de verantwoordelijkheid over aan de ouders.
Wil je als ouder een verstandige keus maken aangaande het meenemen van je kinderen op de motor, dan zul je toch
zeker de gezondheidsaspecten van je kind mee moeten laten wegen in deze keus.
Anatomie
Kinderen zijn geen 'kleine volwassenen', die eenvoudigweg alleen nog maar groter worden.
Skelet en spieropbouw verlopen in fases, en erg verschillend. In de eerste plaats
moet je bij het motorrijden denken aan de hals- en nekspieren. Zijn die te zwak,
dan vraag je om moeilijkheden. Dit kan zeer nadelige gevolgen hebben voor de stand van het hoofd, zeker met
het toegevoegde gewicht van de helm, afhankelijk van de bouw van het kind en de grootte van de belasting.
En dan hebben we het nog niet eens over de impact van een ongeval...
De hoofd-nek-ratio is dus groter bij kinderen. De nekspieren van kinderen zijn daarom niet zo sterk als die van volwassenen en de gewrichtsbanden kunnen verder uitrekken. Kinderen kunnen hun nekwervels verder buigen en hun wervelgewrichten zijn platter, zodat deze meer voorwaarts kunnen bewegen dan bij volwassenen.
Op kinderleeftijd is het hoofd overproportioneel groot,
daarbovenop vergroot de motorhelm hoofdomvang en -gewicht aanzienlijk.
Tot 1500 gram kan een exemplaar wegen dat als 'kinderhelm'
in de handel aangeboden wordt!
Een alternatief voor een helm met kinband is een helm met een openslaand kingedeelte.
|
Conditie
Terwijl kinderen zich in het spel met leeftijdsgenootjes als ware
conditiewondertjes met bijna onuitputtelijke prestatiereserves ontpoppen,
kan het motorrijden bij hen toch tot snelle uitputting leiden.
De eenzijdige zithouding is erg belastend voor de spieren en draagt bij
tot vroegtijdige vermoeidheid en verkramping. Sommige kinderen zullen snel in slaap vallen.
Houd ze dus goed in de gaten!
Het zicht naar voren is voor de kleine door de brede en hoge rug van degene voor hem
vaak versperd, zodat hij zijn blik vaak naar links en rechts richten moet,
wat op den duur tot onaangename verrekkingen kan leiden.
Daarom korte stukjes rijden met een hoge afwisselingsfactor van ten hoogste dertig minuten
is de standaard. Van oudere kinderen met meer ervaring kan vaak meer gevergd worden.
Belangrijk is dat kinderen ook hun blik vooruit kunnen richten. Deze blik naar voren is belangrijk
voor een ontspannen en positieve rijervaring.
Tijd voor een pauze: is de kleine passagier moe, dan moet hij van de motor
| |
Kleding
Normale kinderkleding of een voorhanden zijnde oude helm met drie bivakmutsen eronder - zo zou
geen enkele motorrijder op zijn motor stappen. Daarom moeten ook de bijna volwassen bijrijders
niet met kleding van de laatste winter op de motor of in een zijspan vervoerd worden. Ook niet
voor een enkel zondagmiddagritje.
Een goede bedekking van hoofd tot voet moet ook voor de kleintjes gelden wanneer
het om effectieve motorkleding gaat. Kledingfabrikanten bieden hoe langer hoe vaker
complete kindercollecties aan met de kenmerken van de volwassenen, dat hoeft dus geen excuus te zijn.
Slijtvaste bovenlaag, versterkte partijen aan schouder, ellebogen, knie en heup. Daarom is de uitrusting
met protectoren vandaag de dag echt geen luxe meer. Ook handschoenen en laarzen heb je in bijna
alle gangbare kindermaten. Dit is absoluut het gedeelte waar niet op bezuinigd mag worden.
Goed ingepakt: voor volwassenen vanzelfsprekend, dan mag de prijs zeker voor kinderen geen beletsel vormen
| |
Helmplicht
Natuurlijk geldt ook voor kinderen de helmplicht. Bij kinderen is er vanzelfsprekend
een nog veel grotere keus aan groottes, materialen, uitvoering en gewicht.
Om kleine maten mogelijk te maken, zijn sommige helmen aan de binnenkant sterk
gevoerd. Nadeel: de buitenschaal is in verhouding tot de hoofdomvang reusachtig,
het dikke voering- en binnenmateriaal verslechtert het helmbinnenklimaat en het gewicht
neemt verder toe. Dat betekent voor kinderen een verdere belasting van de halswervel, die door de optredende sterke centrifugaalkrachten verder versterkt wordt.
Alternatieven zijn helmen waarbij de buitenschalen in verschillende grootten geproduceerd worden.
Voordeel: de buitenschaal krijgt een kleinere omvang, voering en schuimstof
krimpen tot een kleinere maat en het klimaat in de helm verbetert.
Ook het materiaal van de buitenschaal beïnvloedt het gewicht van de helm. Let dus op zo mogelijk
een laag gewicht van de helm om hoge belastingen voor de halswervels van het kind te voorkomen.
Belangrijk criterium: de helm moet optimaal passen. Het materiaal doet niets af aan de
beschermende eigenschappen die door de Europese norm ECE-22.05 omschreven zijn.
Belangrijk is naast de veiligheid aan de buitenkant een goede ventilatie van de helm.
Keus: jethelmen (links) scoren wat betreft draagcomfort, integraalhelmen wat betreft veiligheid.
Probeer bij de keus van een helm verschillende modellen uit tot de helm gevonden is die goed past.
Hij moet strak op de kruin liggen, zonder te drukken. Het beste is de helm te lenen en gedurende
een klein proefritje uit te testen. Je kunt je indenken dat kinderen zich niet prettig voelen in een krappe helm,
ook omdat hierdoor hun zicht beperkt wordt.
Leg kinderen uit dat de helm kan beslaan en hoe het vizier werkt.
Kinderen moet geleerd worden zelfstandig hun helm af te nemen en op te zetten, mede in het belang
van hun eigen veiligheid.
De beste garantie voor een zo groot mogelijke veiligheid van een helm is een optimale pasvorm;
deze moet in de reclamebrochure ver boven andere vragen zoals design en kleur staan. Ouders
moeten in de gaten houden dat bij het groeien van het kind ook de helm te klein kan worden.
Kinderen kunnen makkelijk 'op het droge' aan helm en kleding wennen. Laat ze thuis voor de eerste rit
een poosje in hun kleren spelen. Vaak zijn ze trots om er net als mama of papa uit te zien en is dit
geen probleem. Ze merken daardoor het verhoogde gewicht van hun 'speelkleren' en de volwassene kan
antwoorden geven op allerlei vragen zoals: waarom beslaat het vizier? Hoe werkt de sluiting?
Waarom moeten alle knopen en ritsen gesloten zijn?
De praktijk
Overhaast schaadt: neem de tijd wanneer je met je kroost op twee wielen onderweg bent.
Dat geldt voor, gedurende en na het ritje.
Voor de rit
Gun je kleintjes alle tijd om hun motorkleding aan te trekken. Je mag gerust een keer
helpen als er iets klemt, maar laat je kind zoveel mogelijk zelfstandig zijn zaken aantrekken.
Zo krijgt hij zelfvertrouwen. Dat geldt in het bijzonder voor het op- en afzetten van de helm. Hebben
ze zelf het besef hoe het werkt, dan zullen ze zich minder snel 'opgesloten' voelen in hun helm.
Leg uit hoe de rijdynamiek van een motor werkt. Leg uit wat er gebeurt bij afremmen, gassen
en vooral bij het leunen in een bocht. De meeste kinderen zijn op dit gebied trouwens natuurtalenten
die vanzelf de goede kant op in de bocht vallen - vooropgezet dat ze ontspannen zijn.
Laat je kind 'op het droge' ervaren hoe de hellingshoek aanvoelt, hoe en waar hij zich
het beste kan vasthouden, aan de steun of aan papa of mama. Bochtjes nemen kan ook zonder
motor, bijvoorbeeld op een smal bankje. Op de stilstaande motor kan het remmen en induiken
van de motor gesimuleerd worden.
Proefritje op veilig terrein: voor de grote reis alvast wennen op de parkeerplaats
| |
Omdat communicatie onderweg moeilijk is, spreek je van te voren
bepaalde klopseintjes af voor als het kind wat wil zeggen.
Daarbij zo mogelijk weinig seintjes gebruiken - kinderen kunnen zich bij
lichamelijke inspanning niet zo goed concentreren. Het beste klopt je copiloot
met de rechter- of linkerhand op jouw dij. Deze duidelijke tekentjes betekenen:
stoppen alsjeblieft. Maak je kind duidelijk dat het bij het seinen minder grip heeft.
Het beste is de seintjes van tevoren te oefenen.
Gedurende de rit
Voor je wegrijdt er goed op letten dat je bijrijder goed zit: voeten
op de steunen of handen in de gleufjes van het kinderzitje.
Grotere kinderen leggen hun handen op de heupen van de rijder
of slaan hun armen om zijn middel. Ook kun je een Buddy Belt aanschaffen
waar het kind zich aan vast kan houden.
Zo zitten ze wat steviger bij remmen en gas geven.
De steun in de rug is erg belangrijk! Houdt het kind zich aan je gladde motorjack vast en schieten zijn handen los, dan is de kans groot dat het zonder voldoende steun in de rug van de motor valt. Met voldoende steun voelt het kind zich ook veiliger en zal het minder moeite hoeven te doen stabiel op de motor te blijven zitten, waardoor het niet zo snel uitgeput raakt.
Snoer je passagier nooit met een gordel vast, niet aan de machine,
aan het zadel of aan je heupen, funest als je onderuitgaat!
Ook wanneer je zelf normaal gesproken flink het gas erop hebt, doe dat niet als je kinderen
achterop zitten. Rijd constant, met een vooruitziende blik en defensief. Voor je kind
is hoge snelheid niet nodig, want instinctief geniet je kind van de dingen waar het werkelijk
om draait bij motorrijden: voelen ruiken, kijken, genieten. Dat lukt niet met te veel
lichamelijke en geestelijke stress.
Dat zit goed: voeten met stevige grip op de steuntjes, handen om de heupen
|
Na de rit
Is het ritje afgelopen, dan is het belangrijk dit door te spreken:
hoe is het bevallen, waren er problemen? Daarmee geef je aan dat je je kind
serieus neemt als volwaardige rijpartner.
In het gesprek moeten natuurlijk ook de belevenissen tijdens de rit
doorgesproken worden die bijzondere indrukken achtergelaten hebben
en bijgedragen hebben aan het plezier van het motorrijden.
Ook wanneer kinderen direct na de stop graag weer op de motor willen,
gun ze eerst een kleine pauze om het beleefde in alle rust te kunnen verwerken.
Let op:
Denk eraan je kind te waarschuwen voor de hoge temperaturen van motor en gasinrichting na een rit,
zodat hij/zij zich er niet per ongeluk aan brandt
Let op: In het buitenland geldt vaak een andere wetgeving voor het meenemen van kinderen op de motor.
Kinderen in Duitsland bijvoorbeeld vallen onder de Kindersicherungspflicht. Op de motor dienen voetsteunen aangebracht te zijn waar het kind goed de voeten op zetten kan, een speciaal zitje en handvatten waar het kind zich goed aan vast kan houden.
Stel je van tevoren goed op de hoogte.
|
Zijspan
Een zijspan is een goed alternatief voor
motorrijd(st)ers die hun kinderen van kleins af aan mee willen nemen.
Maar ook hier zitten haken en ogen aan.
Zitgelegenheid
Vast gemonteerde autokinderzitjes zijn voor kleine copiloten een goede keus.
Maar: moet je ze insnoeren? Normaal geldt bij voertuigen zonder 'veiligheidskooi':
in geval van een crash zo mogelijk zo ver mogelijk van de machine landen om extra
letsel te vermijden. Dat werkt natuurlijk niet bij ingesnoerde passagiertjes.
Een alternatief: een zijspan met rolbeugel, een hoge huif en veiligheidsgordel die
de passagier veilig in het zitje houdt, zodat hij niet door het ruitje schiet.
Natuurlijk moet je kind ook in dit geval een helm dragen. De negatieve gevolgen zoals
overmatige belasting van de halswervels door de sterke krachten die vrijkomen bij
gasgeven en afremmen kan de piloot door een rustige stabiele rijstijl tegenwerken.
Baby's en peuters kunnen absoluut niet tegen het gewicht van de helm en moet je gewoon nog
niet meenemen in het zijspan. Laat je ze een fietshelm dragen, dan riskeer je niet alleen een bekeuring, maar ook de veiligheid van je kind.
Zorg voor gehoorbescherming omdat het best lawaaiig is in een zijspan.
Twee in één?
Ook als de relatie tussen kind en ouders nog zo innig is, hoort het kind
in het zijspan absoluut niet op schoot. Het lichaamsgewicht van volwassenen
kan bij plotselinge remmanoeuvres of verandering van richting het kind
ernstig in gevaar brengen. Hetzelfde kan gebeuren wanneer grote
en kleine passagiers alleen maar opeengedrukt in het zijspan passen.
Daarom: alleen naast elkaar zitten
als het zijspan groot genoeg is. Eenzitters mogen alleen
door één persoon gebruikt worden, ook wanneer het kind erg klein is.
De derde persoon hoort in dat geval achter op de motor.
Wat is verder belangrijk?
Naargelang de bouw van het zijspan kan het gebeuren dat er uitlaatgassen in
het zijspan terechtkomen. Vooral bij zijspannen waarbij de uitlaatpijp aan de rechterkant
tussen machine en zijspan loopt. Beter is het de uitlaat naar de linkerkant te verleggen.
Om zeker te zijn dat zich in de zijspan geen uitlaatgassen ophopen, kun je de mogelijke
belasting op laten meten bij bijvoorbeeld de motorwerkplaats.
Klagen je passagiers over hoofdpijn, misselijkheid, of worden ze onrustig, dan
hoeft dat niet per se rookvergiftiging te zijn. De lage zitpositie, het schudden en het lawaai
zijn niet voor alle kinderen een avontuurlijke belevenis, de trip in het zijspan duurt langer
en kan tot tot dan toe onbekende belastingen voeren.
Neem ter harte
Kinderen hebben bij een ritje bij zomerse temperaturen met motorkleding voldoende drinken nodig.
De belastingen op de motor of in zijspan zijn aanzienlijk groter dan bij een dagje aan het strand.
Voor de tocht op de juiste voeding letten: lichte kost en veel fruit dragen bij aan het welbevinden van het kind.
Bij elke pauze de waterhuishouding door thee of mineraalwater op peil brengen en voor
de trek tussendoor doet een appel wonderen.
Niet ieder kind is geschikt voor op de motor. Accepteer het wanneer je kind jouw enthousiasme
voor de motor niet deelt. Alleen al het dragen van de complete outfit kan
bij sommige kinderen behoorlijke stress veroorzaken.
Raakt je kind pas tijdens het ritje in paniek, laat dan de motor staan en zoek naar alternatieven
om je kind in ontspannen toestand weer thuis te krijgen.
Daarom is het belangrijk om het eerste ritje niet te lang te maken. Een
'blokje om' van een paar kilometer helpt je kind aan de rijervaring te wennen.
Bron: IFZ
|
|
|