Voorwoord
Spierkrampen op de motor zijn geen pretje. Met de goede voornemens in het nieuwe jaar is het misschien
goed eens wat meer aandacht aan je conditie te schenken. Een goede conditie zorgt er namelijk voor
dat je meer plezier beleeft aan het motorrijden. Ondanks een goede conditie kun je echter toch nog last krijgen
van die vervelende krampen. Hoe je ze kunt voorkomen en wat je er eventueel aan kunt doen lees je in het desbetreffende artikel.
Elke motorrijder weet dat je op kruispunten extra alert moet zijn. Op kruispunten doen zich procentueel de meeste
ongelukken tussen autobestuurders en motorrijders voor. Wat algemene tips voor een goede strategie bij het naderen van kruispunten lees je in 'Risico's op kruispunten'.
Door het laat invallen van de winter zullen veel motoren nog op stal gezet moeten worden.
Daarom nog even een paar uitgebreidere tips voor het stallen van je motor op een rijtje gezet.
Dat je snelheid bepalend is bij het plotseling opdoemen van obstakels in een bocht lees je tot slot in het laatste artikel van deze nieuwsbrief.
|
|
Bergtrainingen
De inschrijvingen voor de voorjaarsbergtrainingen komen in snel tempo binnen.
Voor de training van het pinksterweekend zijn inmiddels al geen plaatsen meer beschikbaar.
Maar ook de trainingen voor Hemelvaart (nog vijf plaatsen) en het weekend van 8 juni (nog tien plaatsen) worden in ras tempo geboekt.
De training naar de Dolomieten heeft voor de periode van 29 juni t/m 7 juli
nog zeven vrije plaatsen en voor de periode van 6 t/m 14 juli nog vijf vrije
plaatsen.
Heb je plannen om mee te gaan, wacht dan niet te lang, want de ervaring
heeft geleerd dat zodra het weer iets beter wordt, er ineens veel meer mensen inschrijven.
Het zou jammer zijn als je in dat geval te laat bent...
John Bruins
Coördinator LCVM Bergtrainingen
http://www.lcvm-bergtrainingen.nl/
|
|
Spierkrampen
Iedereen die langere tijd in het zadel doorbrengt krijgt er mee te maken:
het vervelende trekken van de spieren in je schouders en
je armen die almaar zwaarder en stijver worden.
Vaak komt het door je houding (zie het artikel over zithouding). Je hebt je stuur alleen vast omdat je gas-, koppeling- en remhandle eraan zitten.
Je hebt je stuur niet vast om jezelf op de motor te houden.
Dat doe je met been-, buik- en rugspieren. Dit wordt vaak vergeten.
Iedereen weet dat je niet onvoorbereid moet gaan sporten en je spieren eerst opgewarmd dienen te worden
om blessures te vermijden. Motorrijden is ook een sport. Je gebruikt met het motorrijden alle spieren van je lichaam.
Toch is de warming-up hier een ondergeschoven kindje. Door fit te blijven ben je sneller en rijd je veiliger doordat je minder snel geneigd bent fouten te maken als gevolg van vermoeidheid.
Lichamelijke activiteiten als fitness, fietsen, zwemmen en hardlopen zorgen ervoor dat je conditie goed blijft en je daardoor meer plezier beleeft aan het motorrijden.
Spierkrampen zijn pijnlijke, onwillekeurige samentrekkingen van je spieren
tijdens of direct na een oefening.
Als spieren zich gedurende langere tijd samentrekken of wanneer de elektrolytenbalans (natrium en kalium) in de spiercellen als gevolg van bepaalde omstandigheden is verstoord, leidt dit tot verdere samentrekking van de spieren. Zo kunnen pijnlijke krampen ontstaan.
Tekorten in het dieet en bepaalde geneesmiddelen kunnen krampen veroorzaken.
De verstoringen kunnen ook het gevolg zijn van de intensieve lichamelijke inspanning van het motorrijden.
Spierpijn wordt veroorzaakt door heel kleine spierscheurtjes bij inspanningen. Deze genezen heel snel.
Bij extremere belasting krijg je grotere en meerdere scheurtjes, die pijnlijker zijn en minder snel herstellen.
Door onopgewarmde spieren plotseling zwaar te belasten, kan je spier scheuren.
Bij overbelasting van een spier schiet de doorbloeding van een spier tekort. Er wordt dan te weinig zuurstof aangevoerd en er worden te weinig afvalstoffen afgevoerd. Zo ontstaat er melkzuur (lactaat) dat bij een bepaalde hoeveelheid in het bloed een gevoel van vermoeidheid en spierpijn geeft. De spier 'verzuurt', omdat voor het verbranden (dus wegwerken) van het melkzuur onvoldoende zuurstof aanwezig is. Wanneer zich na een zware inspanning een enorme hoeveelheid melkzuur heeft opgehoopt, trekt de spier plotseling sterk samen en verstijft deze: er ontstaat kramp.
Om deze pijnlijke krampen te voorkomen, moet je ervoor zorgen dat de spieren niet voortijdig vermoeid raken, oftewel dat je in goede conditie bent.
Dat betekent de juiste training en het strekken van je spieren.
Krijg je toch kramp, dan moet je je spieren strekken of de spier masseren.
Bicepskramp: strek de arm een paar maal krachtig. Tricepskramp: de arm voor de borst buigen.
Onderarmkramp: de handpalmen tegen elkaar drukken, vingers naar de borst draaien en de armen strekken. Hand- en vingerkramp: met de ene hand de vingers van de verkrampte hand strekken; ofwel de vingers buigen en strekken, ofwel de vingers openen en sluiten tot de kramp verdwenen is.
Dijspierkramp: de enkel van achteren grijpen en het been zo ver mogelijk buigen in de knie en strekken in de heup. Kuitspierkramp: het been in kramp volledig strekken door met de ene hand de voet vast te grijpen en met de andere hand op de knie te drukken.
Voetkramp: de tenen spreiden en naar beneden buigen of strekken en naar boven heffen, naargelang de kramp aan de bovenzijde of aan de onderzijde gelokaliseerd is.
Vooral het intensieve gebruik van kleine spiergroepen zoals die in je handen, onderarmen, nek en schouders is bij het motorrijden belastend.
Hierdoor kan zelfs slijmbeursontsteking ontstaan. Het is dus niet verkeerd juist hier extra aandacht aan te schenken.
Bij voorkeur in de winter kun je er al mee beginnen
de kracht van je spieren op te bouwen, zodat je straks niet zo gauw last hebt van overbelasting.
Hand- en vingeroefeningen
Warming-up: een goede voorbereiding en warming-up zijn geen overbodige luxe.
Even je handen boven je hoofd schudden om je spieren losser te maken heeft echter niet zoveel effect.
Een goede warming-upoefening is je bovenlichaam langzaam naar links of rechts te bewegen tot je uitgestrekte aangespannen arm recht vanuit je schouder naar de grond wijst.
Nu de hand, arm en schouder tegelijk schudden. Herhaal dit aan de andere kant.
Probeer bij hand- en vingeroefeningen precies de tegenovergestelde beweging te maken als bij inspanningen.
Draai je gewrichten, spreid je vingers, beweeg ze intensief, open en sluit je handen en druk je vingers zachtjes naar buiten. Masseer de onderkant van je handen.
Qi-gong-kogels of meridiaankogels, zie: http://www.namaste.nl/html/chinese_massagekogels, zijn Chinese kogeltjes van metaal of ander materiaal (steen), zo'n vijf centimeter doorsnede. Je vindt ze in exotische winkeltjes.
Ze zijn zeer goed voor je fijne motoriek en er worden allerlei positieve eigenschappen aan toegeschreven, o.a.
betere doorbloeding, rustgevende en opwekkende werking,
acupressuur van de handreflexzones, invloed op je grote hersenen en zenuwstelsel en een betere stofwisseling.
De beide kogels dienen in één hand gehouden te worden en door middel van vingerbewegingen
laat je ze draaien, tegen de klok in of met de klok mee, zonder dat ze elkaar raken en zonder hulp van je andere hand.
Eerst zul je merken hoe het je aan bewegingscoördinatie ontbreekt. Na een paar dagen merk hoe je handigheid met de kogels toeneemt en daardoor ook de soepelheid van je bewegingen.
Armspieroefeningen
Oefeningen met gewichten zijn onder andere goed voor het opbouwen van kracht in je armen.
Een oefening voor je onderarm:
Kies een stabiel horizontaal voorwerp. Leg je onderarm op dit voorwerp met de palm van je hand naar boven
en je hand en pols over de rand. Ook kun je je onderarm op je been leggen terwijl je zit. Neem een gewicht in je hand en beweeg het gewicht naar beneden door alleen je pols te gebruiken.
Beweeg het gewicht op deze manier op en neer voor een goede oefening voor je onderarm.
Een halfuurtje twee of drie dagen per week is genoeg. Twee tot drie sessies van 15 tot 20 oefeningen.
Oefeningen voor je bovenarm:
Biceps: kies een licht gewicht, ga in spreidstand staan met het gewicht in beide handen, je armen naast je lichaam, handpalmen naar voren.
Langzaam met gecontroleerde bewegingen het gewicht tot borsthoogte brengen, dan langzaam terug naar de uitgangspositie.
Herhaal deze oefening tien tot vijftien keer en rust dan. Doe dit in totaal drie keer met een maximum van 30 tot 45 keer.
Maak geen schommelende bewegingen bij het optillen van het gewicht. Het is beter om eventueel een lichter gewicht te gebruiken maar dan op de juiste manier.
Triceps: kies een licht comfortabel gewicht, houd het in één hand.
Ga in spreidstand staan, buig voorwaarts in 'r'-stand met je bovenarm
parallel aan je lichaam en je onderarm verticaal (gewicht in je hand).
Strek je onderarm langzaam achterwaarts (zonder je lichaam of bovenarm te bewegen)
tot deze volledig is uitgestrekt. Je voelt de achterkant van je arm trekken. Herhaal dit 10-15 keer gedurende drie sets.
Bij alle oefeningen die je doet geldt dat je niets moet overbelasten. Voorzichtigheid is geboden na een operatie of blessure. In dat geval dien je te stoppen zodra het pijnlijk aanvoelt.
Voorkomen is beter dan genezen
Voldoende water drinken en de juiste voedingsmiddelen - sinaasappels en bananen - kunnen krampen helpen voorkomen. Krampen ontstaan vaak doordat de
elektrolytenbalans verstoord is (zie Motorrijden bij hoge temperaturen). Ook in de winter kun je te weinig drinken! Vooral een tekort aan kalium veroorzaakt krampen. Kalium zit vooral in sinaasappels en bananen,
maar ook in heel veel andere voedingsmiddelen, zoals aardappelen, yoghurt, tomaten, enz. De kaliumopname wordt negatief beïnvloed door het drinken
van koffie en alcohol en het eten van veel zout en suiker.
In de winter is het erg belangrijk dat je goede handschoenen draagt, het liefst twee paar. Ook kou kan namelijk kramp veroorzaken.
Zorg ervoor dat je
je niet te krampachtig aan je stuur vasthoudt. Probeer je vingers regelmatig te bewegen. Verkrampen je vingers alsnog door de kou,
last dan een rustperiode in.
Soms zit je hoofdcilinder van je motor wat vast doordat je een poosje niet gereden hebt en zijn je rem- en koppelingshandles stroef.
Hierdoor krijg je eerder kramp. Door zo'n 80 tot 100 keer snel met harde slag (karateslag) op je handles te slaan kun je het euvel in de meeste gevallen verhelpen.
Als je je motor niet elke dag gebruikt, kunnen de rubbers van de hoofdcilinder
namelijk vast gaan zitten en kunnen niet volledig ingedrukt worden.
Net zoals wanneer je je fietsband oppompt door niet volledig de fietspomp naar beneden te drukken.
Soms zijn de kabels van je rem en koppeling smerig, gespleten en daardoor stroef. Vervang in dat geval je kabels.
TIP
Er zijn polssteunen voor je motor verkrijgbaar, in chroom en in plastic (throttle boss). Dit is een simpel dingetje
dat je om je rechterhandvat klemt, op de plek waar je hand normaal gesproken rust. Alleen het gedeelte van je handpalm bij je pink bedekt de steun.
Om gas te geven, hoef je alleen maar je handpalm naar beneden te drukken. Om gas los te laten laat je de druk gewoon vieren.
Of je nou met twee of vier vingers je remhandle bedekt, er komt altijd veel spanning op je duimspieren te staan.
Op deze manier wordt je duim ontzien en krijg je geen kramp, waar je vooral met koude nogal snel last van hebt.
|
|
Risico's op kruispunten
Het gros van het aantal motorongevallen op kruispunten wordt veroorzaakt door
onoplettendheid van de automobilist. Door onoplettendheid van de automobilist als hij kruispunten oprijdt, linksaf slaat of linksaf het kruispunt oprijdt in het pad van de motorrijder.
Vaak wordt als excuus gebruikt dat de motorrijder niet alert genoeg is.
Ook wordt vaak aangenomen dat het aantal ongelukken op kruispunten de oorzaak is van de
beperkte zichtbaarheid van de motorrijder. Op het punt waarop de auto een bedreiging vormt voor de motorrijder,
is echter de motorrijder net zo zichtbaar als een auto. Motorrijders kunnen snel stoppen en actie ondernemen, beter nog dan auto's,
dus als een auto een kruispunt oprijdt of linksaf draait net voor een motorrijder en een ongeluk veroorzaakt,
dan moet hij wel dicht op de motorrijder zitten. Bovendien zullen motorrijders hun koplampen dag en nacht aanhebben,
wat hen nog beter zichtbaar maakt.
De reden waarom automobilisten motorrijders niet 'zien', komt door aandachtsblindheid.
De relevantie van een motorrijder is niet zo groot, oftewel ze vormen geen bedreiging c.q. risico voor de automobilist.
Het van achter inrijden op een motor bij o.a. een kruispunt gebeurt door aandachtsblindheid en het zich niet realiseren van de automobilist
dat motoren veel eerder kunnen stoppen dan auto's, waardoor de automobilist zijn volgafstand zou moeten vergroten.
Soms vergeten automobilisten dat de dode hoek van hun spiegel groot genoeg is om een motorrijder te verbergen, waardoor ze hem
van de sokken rijden bij het veranderen van rijstrook.
Als gevolg van dit alles zou eigenlijk de wetgeving aangepast moeten worden.
Roekeloze onachtzaamheid die resulteert in ernstig letsel of zelfs de dood van de motorrijder, zou bijvoorbeeld door middel van restricties op het rijbewijs, celstraffen en boetes moeten worden bestraft.
Zover zal het echter niet snel komen. Tot die tijd zullen we zelf alles in het werk dienen te stellen om
onze eigen veiligheid met name op kruispunten te vergroten.
- De meeste ongelukken tussen auto's en motoren gebeuren op kruispunten (MAIDS-rapport). Onderzoek heeft uitgewezen dat 75 procent van de risico's zich voor de motorrijder bevindt.
- De meeste van de factoren die tot een ongeluk leiden bevinden zich vóór de motorrijder.
Het is de verantwoordelijkheid van de motorrijder deze factoren tot een minimum te beperken,
ook al worden ze veroorzaakt door een andere weggebruiker.
- Meer dan driekwart van de factoren bij een motorongeluk bevindt zich tussen elf en één uur (klokgewijs).
Twee belangrijke redenen voor bezorgdheid zijn een naderende auto die links afslaat voor een motorrijder en een auto
die zich vanuit een zijweg tussen het verkeer voegt.
- Alhoewel een klein percentage (zo'n 3,2%) van de ongelukken gebeurt door factoren die zich direct
achter je afspelen, dient ook hier aandacht aan geschonken te worden. Het is onderdeel van het gehele plaatje
en vooral van belang bij het afremmen voor en stoppen bij een kruispunt. Niet te abrupt remmen en met je remlichten knipperen is hier een goede strategie.
- De waarneming van tijd/afstand is essentieel bij het naderen van een kruispunt. Hoe groter de tijd-afstand-marge bij een kruispunt,
hoe minder waarschijnlijk dat een noodmanoeuvre nodig is.
- Motorrijders moeten altijd een ontsnappingsroute in gedachten houden bij het naderen van een kruispunt en altijd klaarstaan
om te remmen of uit te wijken als plotseling iemand voor hen opduikt. Als een motorrijder minder dan vier seconden van een kruispunt verwijderd is,
moet zijn ontspanningsplan al vaststaan.
- Oudere motorrijders moeten extra hun best doen bij kruispunten om dode hoeken en gaten in het verkeer op te kunnen merken.
Als je ouder wordt, kunnen spieren zwakker worden en gewrichten stijver. Dat vergt meer energie
om over je schouder te kijken en naar links, rechts en dan weer links bij een kruispunt.
|
|
|
Onderhoud en opslag van je motor
De meeste motoren staan veilig opgeborgen tijdens de winterperiode. Dit weer is voor de meesten niet echt aantrekkelijk om te rijden. Daarnaast heb je nog te kampen met omvallende bomen, zoals tijdens de storm van de afgelopen dagen, en als het straks toch nog gaat vriezen, de aanwezigheid van pekel.
Met het late invallen van de winter moeten echter nog veel motorrijders hun motor op stal zetten. Daarom tijd voor wat uitgebreidere tips voordat je je motor definitief op stal zet.
Olie verversen
Bij de meeste motoren wordt de olie één keer per jaar ververst. Meestal niet omdat dat qua kilometers noodzakelijk is, maar meer omdat het verstandig is om olie niet al te lang in je motorblok te laten zitten. Tijdens het verbrandingsproces in je cilinders ontstaan er naast pk's ook nog allerlei minder aantrekkelijke zaken, zoals zuren en verbrandingsresten.
En als je dan je motor aan het eind van het seizoen zo wegzet, hebben vooral die zuren alle tijd om heel zachtjes aan het binnenste van je motorblok te knagen. Niet schrikbarend hard (er vallen niet meteen gaten in je carter), maar toch...
Daarom is het verstandig om aan het eind van het seizoen de olie in je motor te verversen vóór je hem in de winterstalling zet. Als je het zelf doet, dan eerst de motor warm draaien (laatste ritje voor de winterstop) en meteen daarna de olie eruit. Deze is dan mooi dun en dan lopen alle resten er goed uit. Ikzelf zet de opvangbak eronder, draai de plug eruit en laat hem dan rustig een paar uur staan. Je zult er verbaasd van staan, hoelang er nog olie uit blijft lopen.
Vervang ook altijd je oliefilter. Daar blijft tenslotte de meeste rommel op achter. Kijk ook even naar je aftapplug. Vaak is deze voorzien van een magneet. De bedoeling is dat metalen deeltjes daaraan blijven hangen (alleen ijzer en staal, geen aluminium). Veeg dat magneetje altijd even schoon. En zie je dat er erg veel metalen deeltjes aan zitten, dan is het verstandig om eens te overleggen met je dealer, want dan kan het zijn dat er iets is dat extreem snel slijt. Misschien een lager dat niet lekker meer draait, maar in ieder geval reden voor onderzoek. Als je repareert voordat het echt stuk gaat, scheelt dat klauwen geld in vergelijking met de reparatiekosten nadat je motorblok echt de geest heeft gegeven.
Luchtfilter
Je luchtfilter hoeft niet jaarlijks te worden vervangen (hangt uiteraard wel af van het aantal kilometers dat je jaarlijks rijdt). Maar even schoonmaken is geen slecht plan. Als je erover nadenkt hoeveel kubieke meter lucht er per uur door dat filter gaat, dan kun je je voorstellen dat dit toch vervuiling oplevert. De standaard luchtfilters kun je het best even uitblazen (van binnen naar buiten, dus tegen de normale luchtstroomrichting in). Even een lapje door het filterhuis en dit klusje is geklaard.
Bougies
Ook de bougies kunnen langer dan een seizoen mee (ook weer afhankelijk van het aantal kilometers). Maar het kan geen kwaad om ze eruit te draaien en even te bekijken. Van de kleur van de binnenzijde kun je een hoop wijzer worden. Mooi bruin = een goede verbranding en een goed afgesteld mengsel. Zwart = een te rijk mengsel, en heel licht = een te arm mengsel.
Te arm betekent bijna altijd een te warme motor. Het klinkt gek, maar te weinig benzine in het mengsel zorgt voor (over)verhitting. Te rijk is zonde van de benzine (en die is duur zat). En dan laten we het milieuaspect even buiten beschouwing. Maar als je zelf wel eens achter een te rijk afgestelde auto of motor hebt gereden, dan weet je hoe dat stinkt.
Accu
Staat je motor in een schuur of garage waar de temperatuur zeker boven nul blijft, dan kun je de accu in de motor laten zitten. Af en toe de druppellader eraan en dan komt hij de winter wel door. Bij bevriezingsgevaar is het beter om de accu eruit te halen en in een vorstvrije ruimte op te bergen.
Ketting
De winterperiode is een mooie tijd om de handen eens flink zwart te maken. Uiteraard is de ketting de hele zomer netjes ingespoten met vet. Maar dat vet is kleverig, dus er blijft ook allerlei troep aan hangen. De ketting goed schoonmaken met kettingreiniger en vervolgens lekker in het vet. Dat verlengt de levensduur van je ketting (en tandwielen) aanzienlijk.
En je kunt tevens controleren of er geen vastzittende schakels in je ketting zitten. Even elke schakel heen en weer bewegen en je weet waar je aan toe bent. En meteen controleren of de ketting niet te slap staat. De juiste afstelling staat in je serviceboekje, maar globaal moet je de ketting in het midden tussen de tandwielen ongeveer twee centimeter omhoog en twee centimeter omlaag kunnen duwen. Zet je ketting nooit te strak. Dat kost je echt je ketting en tandwielen. Door het inveren tijdens het rijden wordt je ketting dan echt vernield.
Remmen
Om je remmen te reinigen kun je het best een remmenreiniger gebruiken. Dit is vetoplossend spul, dat na opdrogen geen sporen achterlaat. Gebruik het wel uitsluitend buiten, want het is niet echt gezond om te in te ademen. Als je het echt goed wilt doen, kun je het best eerst je remblokken eruit halen. Een tandenborstel in combinatie met remmenreiniger zorgt voor blinkende resultaten.
Verwijder alleen je remblokken als je weet wat je doet! Remmen zijn een vrij essentieel onderdeel, dus ga er niet aan werken als je er geen verstand van hebt. Op zich is er niets moeilijks aan, maar als je iets vergeet of verkeerd doet, kan dat nare gevolgen hebben als je straks weer gaat rijden en je moet een keer remmen.
Banden
Zorg dat je banden op spanning zijn voor de winterstop. Heb je een middenbok gebruik deze dan, want dan is je achterband mooi van de vloer. Je voorband regelmatig even een stukje doordraaien voorkomt dat je aan het eind van de winter een platte kant op je band hebt. Die gaat overigens meestal gewoon weer weg als je gaat rijden, maar het rammelt wel even gedurende de eerste kilometers.
En gebruik de gelegenheid om de banden eens goed te inspecteren. Goede lamp erbij en de band centimeter voor centimeter bekijken op beschadigingen en/of vreemde materialen die in de band zitten (metaal, steentjes e.d.).
Algemeen
Uiteraard wordt de motor gewassen en gepoetst voordat hij zijn winterslaap ingaat. Tevens een mooie gelegenheid om te controleren op lakbeschadigingen, slijtage van bekabeling, etc.
OP NAAR HET VOORJAAR !!!!!!!
Voor meer tips zie http://www.lcvm-bergtrainingen.nl/bergtips.html
|
|
Obstakels in een bocht
Het rijden van een bocht is het mooiste dat er is. Van tevoren heb je meestal al vastgesteld welke lijn je wilt gaan rijden.
Toch moet je deze lijn bijna altijd aanpassen bij het nemen van de bocht.
Om een bocht veilig te nemen, kun je geen plotselinge drastische wijzigingen in je lijn aanbrengen of
je verliest de controle over je motor en je gaat onderuit.
Om dat te voorkomen, moet je weten wat je te wachten staat.
Hoe je een bocht neemt, wordt bepaald door datgene dat je kunt zien zodra je de bocht nadert.
Ook al heb je een bocht honderd keer gereden, je kunt hem pas nemen als
je van tevoren het oppervlak van de bocht hebt afgescand. Het is belangrijk dat je drie tot vijf seconden
van tevoren scant voor het nemen van een bocht. Ook al heb je een paar minuten geleden nog dezelfde bocht gereden,
de situatie kan maar zo veranderd zijn. Er kan zomaar een auto stilstaan net na de bocht
of er kunnen zich zaken als olie, water, zand, takken en dergelijke op het wegdek bevinden die er voorheen niet lagen.
Dus voordat je je erop toelegt de bocht te nemen, is het belangrijk het oppervlak goed te observeren en evalueren.
Vaak kun je niet de hele bocht overzien. Bomen en andere zaken, zoals rotspartijen, langs de kant van de weg kunnen je zicht blokkeren.
Soms wordt je zicht gehinderd door de laagstaande zon. Ook kan de zon hinderlijke schaduwen op het wegdek werpen
waardoor je op het allerlaatste moment af moet remmen voor zand of ander vuil dat zich op het wegdek bevindt, dat je van tevoren niet kon zien. Het gedeelte van het wegdek dat zich
juist in de schaduw bevindt, droogt vaak slecht op, wat ook weer moeilijk te zien is.
Pas je snelheid aan. Soms is het beter de bocht wijd te nemen om hem beter te kunnen overzien.
Kijk in dat geval wel uit bij het nemen van een rechterbocht. Tegemoetkomend verkeer wil nog wel eens de middenlijn afsnijden om de bocht sneller te kunnen nemen.
Rijd je bij het nemen van een linkerbocht te veel naar de middenlijn en komt er iemand uit tegenovergestelde richting, dan kun je doordat je motor naar links gekanteld is makkelijk
met je hoofd in aanraking komen met dit voertuig. Een levensgevaarlijke situatie!
Vaak zul je je motor rechtzetten voordat je over iets glibberigs rijdt.
Ligt er echter veel vuil in een bocht, dan kun je door het rechtzetten van je motor makkelijk over de middenstreep raken. Doe dit dan dus niet, maar pas in dit geval je snelheid aan.
Scan voortdurend het oppervlak in de bocht af, heen en terug, tot vlak voor je motor. Kijk zover als mogelijk is,
en bij het naderen is het verstandig nog een keer de weg af te scannen. Je blikt dient voortdurend naar de uitgang van de bocht gericht te zijn.
Elke hindernis in een bocht vereist een daarop aangepaste tactiek. Heb je je snelheid aangepast, dan zul je in de meeste gevallen voldoende grip hebben om iets te ontwijken, zelfs te remmen, ook al is de motor gekanteld.
Zelfs al zul je van de weg raken, als je je snelheid voldoende gereduceerd hebt, zal dit in de meeste gevallen goed aflopen.
Bevindt er zich een obstakel in het midden van de bocht, rijd er dan omheen.
In de meeste gevallen is het het beste aan de binnenkant van het obstakel eromheen te rijden.
Ga je er aan de buitenkant omheen, dan ben je zo dicht bij de rand van de weg
dat er geen ruimte is om je motor recht te zetten en op de weg te blijven mocht de uitwijkmanoeuvre mislukken.
Soms is je snelheid zo hoog dat je door aan de binnenkant te ontwijken in de baan van het tegemoetkomend verkeer terecht dreigt te komen.
In dat geval zul je bovendien moeten remmen*. Daarvoor dien je eerst altijd je motor rechtop te zetten.
Om doelfixatie te vermijden richt je je aandacht op waar je heen wilt. Bij vuil of steenslag is het
bandenspoor van een auto meestal het schoonste gedeelte om te rijden.
Nooit remmen en uitwijken tegelijk. Dit vermindert de grip.
Uitwijken en remmen gaan zo snel, dat je soms niet helemaal recht meer op je motor zult zitten.
Raak niet in paniek, beweeg de motor onder je en rem gecontroleerd en stevig.
Als je voorrem blokkeert en je gaat slingeren, onmiddellijk loslaten en weer indrukken.
Constant je ogen naar het gedeelte van de weg waar je heen wilt, de ontsnappingsroute, want waar je heenkijkt ga je heen!
Zo rijd je niet op het obstakel en raak je niet van de weg.
Zo gauw je je snelheid voldoende geminderd hebt om de bocht te kunnen nemen,
remmen loslaten en de ingeslagen weg voortzetten, eventueel opnieuw tegensturen om je motor op hellingshoek te krijgen.
* Veel motorrijders weten niet dat door te remmen in een bocht je motor zich automatisch opricht.
Daardoor verlaat je de gekozen koers.
Als gevolg daar weer van gaan de meesten in een impuls sterker remmen, met paniekerige stuurbewegingen, wat meestal resulteert in een crash of een highside.
Gaat het wel goed, dan verlies je hiermee kostbare tijd. Het is zelfs zo, dat als je radius in een bocht te groot is, je beter (gecontroleerd!) gas kunt geven om deze te verkleinen dan remmen!
Eigenlijk geldt voor elke bocht, ook al is hij overzichtelijk, volgens een oud gezegde:
als een oude man de bocht in en als een jonge god de bocht uit.
Word je dan eventueel verrast door obstakels: geen gas geven; zo heb je genoeg over om eventueel te remmen/uit te wijken.
|
|
|
Klik hier voor de vorige nieuwsbrieven:
|
januari 2007
|
o.a. Doorrijtips, Mist, 'ABS, airbag en motorveiligheid' | |
november 2006
|
o.a. Remmen of uitwijken in noodsituaties, Herfst- en wintertips, Motorrijders en letselschade, De beginnersmotor | |
september/oktober 2006
|
o.a. Zien in het verkeer, Verkeerslicht 'triggeren', Motorrijden bij nacht | |
augustus 2006
|
o.a. Basisregels voor motorveiligheid, Risicocompensatie, Vallen met de motor, Motorkleding | |
juli 2006
|
o.a. Motorrijden bij hoge temperaturen, Rotondes (II), Eerste hulp | |
juni 2006
|
o.a. Parkeren, Rotondes, Zonnebrillen, Zijspanrijden | |
mei 2006
|
o.a. Overlevingsreflexen, VORKBAD, Rijd je eigen rit
| |
april 2006
|
o.a. Olie verversen, het MAIDS-onderzoek, Geluidshinder op een motor
| |
maart 2006
|
o.a. Inhalen, Lifesaver, Gladde bochten | |
februari 2006
|
o.a. Een nieuwe motor, Tweesecondenregel, Spiegels kijken | |
januari 2006
|
o.a. Motorrijdersclub hekelt eiersnijder, Positie motorrijder in het verkeer, GPS voor motorrijders | |
december 2005
|
o.a. Verhoging verkeersboetes 2006, Bandengedrag in de winter, Beperkingen van het oog | |
november 2005
|
o.a. De file voorbij, Motorrijden bij sterke wind, Asfalt | |
oktober 2005
|
o.a. Motorrijden in de herfst, Slijtage motorbanden, Manoeuvreren met een zware motor, Motorrijden met kinderen | |
september 2005
|
o.a. Risicoperceptie, Kruispunten, Aansprakelijkheid en werkgever, Lagerugpijn en motorrijden | |
augustus 2005
|
o.a. Tegensturen versus gewichtsverplaatsing, Het recht van de sterkste, Dode hoek | |
juli 2005
|
o.a. Gewichtsverplaatsing in een bocht, Helmen en pasvorm, Toerritten en vermoeidheid | | |
juni 2005
|
o.a. De juiste lijn in een bocht, Instructeur aan het woord, Slecht wegdek, Motorrijden en medicijnen | |
mei 2005
|
o.a. Over een obstakel rijden, Zithouding, Risico's van een niet goed passende helm, Zonlicht en motorrijden
| |
april 2005
|
o.a. Motorrijden en remmen, ABS, Tegensturen en gyroscopische krachten, Bandenspanning
| |
maart 2005
|
o.a. Motorrijden en remmen, Motorrijders en letselschade, Foutmarges en risico's
| |
februari 2005
|
o.a. Urban Guerrilla, Tegensturen 2, Rijden in de regen
| |
augustus 2004
|
o.a. Tegensturen, Tips voor het schoonmaken van je motor en Torque
| |
juli 2004
|
o.a. Vakantietips, Zware motoren en stopafstand en een Harley testrit
| |
juni 2004 |
o.a. Ze zien me niet..., Optische illusies, Motorrijden en zwaartekracht en Ontdek je motorrijderprofiel
| |
mei 2004 |
o.a. Doelfixatie, Nieuwe plaats op de rijbaan België en een remtest
| |
april 2004 |
o.a. Kijktechniek, Bandenspanning, Redacteur op herhaling
| |
maart 2004 |
o.a. Voorjaarscheck, Bochtentechnieken, Nieuwe verkeerswetgeving België
| |
februari 2004
|
o.a. Samenspel in de file, Papercraft, Wintertips en Snelheid
|
|
|
|
Klik hier als je geen LCVM-Nieuwsbrieven meer wilt ontvangen
Copyright © LCVM 2006
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een
geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt worden in enige
vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of door fotokopieën,
of op enige andere manier, zonder voorafgaande
toestemming van de LCVM.
Hoewel de informatie op deze site permanent zo nauwkeurig en actueel mogelijk wordt weergegeven
zijn wijzigingen en/of onjuistheden te allen tijde voorbehouden.
Aan de inhoud van deze nieuwsbrief kunnen derhalve op geen enkele wijze rechten worden ontleend.
|
|