Dat het met dit hete weer toch wel uitkijken geblazen is konden we zien aan de Nijmeegse Vierdaagse.
Een kort ritje zal met extreem heet weer echt geen problemen geven, maar ben je van plan een lange tocht te maken - wat menigeen van plan is in de vakantieperiode -
dan is het toch zaak dat je geen problemen krijgt door de hitte. Soms is dan zelfs het drinken van water alleen niet voldoende.
Lees het in 'Motorrijden bij hoge temperaturen'.
In deze nieuwsbrief lees je in het tweede en laatste artikel over rotondes over je positie op de weg en het gebruik van signalen. Hier bestaat bij velen nogal wat onduidelijkheid over.
Tegenwoordig wordt bij het rijexamen geleerd je signalen al voor de rotonde te gebruiken, waardoor er meer duidelijkheid ontstaat voor medeweggebruikers.
Wat te doen bij een ongeval lees je tot slot in het artikel 'Eerste hulp'.
Motorrijden bij hoge temperaturen
Tegenwoordig hoeven we niet meer naar het buitenland voor hoge temperaturen.
Met de hitte van de afgelopen tijd hebben we soms het gevoel in de tropen beland te zijn.
Door oververhitting en uitdroging wordt ons rijgedrag beïnvloed en kunnen vermoeidheid en verminderde concentratie ons parten spelen.
Zorg altijd voor beschermende kleding, hoe heet het ook is. Een leren motorpak is in dit geval beter dan kunststof, doordat het beter ademt.
Door je ritsen open te zetten kan de rijwind voor verkoeling zorgen. Lichte kleding is koeler dan donkere.
Warmteregulerende onderkleding, een geventileerd zomerjack, een nat t-shirt en een nat sjaaltje om je nek zijn ook goede opties.
Bovenal is het echter van belang dat je niet uitdroogt. Uitdroging ontstaat niet alleen door het drinken van te weinig water.
Minstens zo belangrijk zijn mineralen (elektrolyten).
Elektrolyten zijn (minerale) zouten die opgelost zijn in de lichaamsvochten.
Het gaat meer in het bijzonder om natrium, chloor, kalium en magnesium. Ze dragen bij tot de regeling van de vochtbalans tussen verschillende onderdelen van het lichaam, bijvoorbeeld de hoeveelheid vocht binnen en buiten een spiercel en het volume aan vocht in de bloedsomloop. De verplaatsing van water wordt gecontroleerd door de concentratie van elektrolyten aan weerszijden van het celmembraan. Zo leidt een stijging van de natriumconcentratie buiten een cel (in de tussencelruimte) ertoe dat water zich van binnen in de cel naar buiten verplaatst. Omgekeerd heeft een daling van het natriumgehalte een waterverplaatsing van buiten de cel naar in de cel tot gevolg.
Gebeurt dit bijvoorbeeld in onze hersenen, dan zullen deze of zwellen door water, of inkrimpen door onttrekking van water.
Dit heeft uiteraard invloed op ons denkvermogen.
Eigenlijk reguleren ze dus het waterniveau en vervullen een vitale rol voor onze spieren, zenuwen en hersenfuncties.
Ze zorgen ervoor dat het water daar komt waar het nodig is
en doet wat het moet doen.
Aangezien ons lichaam voor ongeveer zestig procent uit water bestaat, is dat geen eenvoudige klus.
Water is een onmisbare bron voor onze lichaamsfuncties. We kunnen niet voor niets vele weken zonder eten, maar maar een paar dagen zonder water.
Om alleen maar grote hoeveelheden water te drinken helpt niet.
Ons water- en elektrolytenniveau moet in balans zijn.
Niet te veel en niet te weinig.
Dus: water is alleen het middel dat ons lichaam gebruikt voor zijn functies, elektrolyten bepalen wat ermee gebeurt.
Ons lichaam weet wanneer het ergens een tekort aan heeft.
Als we een tekort hebben aan elektrolyten kunnen we bijvoorbeeld dorst krijgen, vermoeidheid en spierzwakte (kramp), afhankelijk van de elektrolyt waar het om gaat.
Ernstiger zijn attaques, veranderingen van de bloeddruk en veranderingen van het hartritme (tekort aan kalium). Dit kan o.a. voorkomen bij braken en diarree.
Normaal gesproken krijgen we voldoende kalium via de voeding binnen. Slik je echter plastabletten, gebruik dan extra kalium in tabletvorm.
Ook bij het volgen van het Atkinsdieet is het vanwege het vochtverlies aan te raden extra kalium te slikken. Doe je dit niet, dan heb je kans op o.a. hartritmestoornissen en haaruitval.
Een teveel aan elektrolyten wordt via de urine uitgescheiden.
Voor normale activiteiten en sport zijn onze elektrolytenniveaus geen probleem. Zelfs als we hevig zweten. De meeste activiteiten duren niet langer dan 90 tot 120 minuten. In die tijd kun je niet zoveel zweten en treedt niet zoveel waterverplaatsing op dat het elektrolytenniveau onder het normale niveau zakt.
Dus volstaat onder die condities gewoon het drinken van water.
Dit wordt anders voor activiteiten in extreem heet weer, bijvoorbeeld motorrijden. Door uren achter elkaar in de hitte te rijden wordt het uiterste van ons koelsysteem vereist. Dit is een heel ander verhaal.
Door hevig te zweten verliezen we heel veel zweet, water en elektrolyten. Door de elektrolyten smaakt ons zweet zoutig.
Drinken we alleen maar enorme hoeveelheden water, dan verdunnen we ons elektrolytenniveau met
als resultaat: ons lichaam krijgt de pure bron die nodig is voor zijn functies, maar heeft een tekort aan die elementen die bepalen wat te doen met die bron. De tere balans, nodig voor het goed functioneren van ons systeem, is verstoord.
De elektrolytenconcentratie van het extracellulaire vocht bereikt dan dergelijke lage waarden dat te veel water de cellen binnendringt vanuit het extracellulaire vocht of dat er te veel kalium de cellen verlaat.
De gevolgen zijn spierkrampen, een verlaagde bloeddruk en een gevoel van slapte. Waterintoxicatie van de hersenen kan leiden tot een coma en zelfs tot de dood door ademhalingsproblemen.
Overmatig drinken is dus zinloos gevaarlijk.
Mineralen werken in balans met elkaar. Bananen en sinaasappels zijn erg goed bij lichamelijke inspanning (kalium).
Tomatensap en groentesap voldoen ook prima.
Deze neem je echter niet zo snel mee op de motor.
Sportdrankjes zijn een veel betere keus.
Deze zijn vrij goedkoop, makkelijk mee te nemen en versnellen door het mineralengehalte de opname van water in het lichaam.
Bovendien reduceren ze de kans op spierkrampen. Let ook goed op het natriumgehalte. Natrium verbetert de waterabsorptie,
zorgt voor de opwekking van het dorstgevoel en dat vocht beter wordt vastgehouden in het lichaam.
Drink absoluut geen gedistilleerd water. Hierin zijn geen opgeloste mineralen aanwezig. Gedistilleerd water is zeer agressief water (het absorbeert koolstofdioxide uit de lucht en verzuurt hierdoor) waardoor metalen worden opgelost als ze in contact komen met dit type water.
Het onttrekt daardoor zeer snel mineralen aan je lichaam, die via de urine je lichaam verlaten.
Zo wordt je water-elektrolytenbalans verstoord, en treedt verzuring op. Het drinken van gedistilleerd water kan hartritmestoornissen,
een hoge bloeddruk en op de lange duur zelfs cardiovasculaire problemen veroorzaken.
Ook de meeste frisdranken (cola) bevatten gedistilleerd water!
Drink gewoon leidingwater, dat is prima en net zo gezond als mineraalwater.
Uitdroging
Tijdens één uur lichaamsbeweging zal een gemiddelde persoon zo rond de één liter vocht kwijtraken, en in warme omstandigheden nog meer. Tijdens inspannendere activiteiten in warme en vochtige condities kun je zelfs twee liter per uur verliezen.
Ben je misselijk of heb je andere maagdarmklachten bij het drinken, dan is de kans groot dat je al uitgedroogd bent.
Met een verlies van 2% van het lichaamsgewicht gaat de prestatie al met tien tot twintig procent achteruit.
Bij een afname van 4% kun je met misselijkheid, braken en diarree te kampen krijgen. Bij 5% procent is het prestatievermogen met 30% afgenomen, terwijl een daling van 8% duizeligheid, een belemmerde ademhaling, zwakte en geestelijke verwarring veroorzaakt. Een nog verdere daling heeft ernstige gevolgen.
Je bloedvolume neemt af, waardoor het lichaam de keus moet maken of de bloedstroom naar de spieren op peil te houden,
of de bloedstroom naar het huidoppervlak, zodat de warmte afgevoerd kan worden. Gewoonlijk kiest het lichaam voor de spieren,
zodat je almaar oververhitter raakt en ernstig uitgeput.
Belangrijk is daarom te zorgen dat je al ruim (een dag) voor een inspanning bij hitte regelmatig drinkt
en alcohol vermijdt.
Daarbij is de graadmeter je urine. Is deze waterig en bleek van kleur, dan drink je voldoende. Is deze geel en 'dikkig', dan drink je te weinig.
Zorg er gedurende de inspanning (motorrijden) voor dat je waar je de kans krijgt voldoende drinkt.
Drinksystemen zoals Camelbag zijn ideaal.
Ook na het motorrijden weer voldoende drinken. Wacht niet tot je dorst krijgt, dan ben je al uitgedroogd.
Oververhitting
Als iemand met wie je rijdt problemen heeft met de hitte,
zet hem dan in de schaduw, verwijder zoveel mogelijk onnodige kleding en bedek hem met koude natte handdoeken.
De kenmerken van oververhitting (hitteslag) zijn pijn in de spieren van armen en benen,
een bleke huid, hevig transpireren, hoofdpijn en misselijkheid (warmtestuwing).
Indien mogelijk een ventilator op hem zetten, zijn kleren natmaken en laten drinken. Bij bewustzijnsstoornissen niet te drinken geven.
Is de huid erg heet maar zweet het slachtoffer niet meer, bel dan meteen 112.
Ga in het andere geval naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis voor evaluatie en behandeling.
Hoe meer lichaamsvet je hebt, hoe minder water. Omdat mannen minder lichaamsvet hebben dan vrouwen,
is het percentage water in hun lichaam hoger en hebben ze minder kans op een hitteslag.
Voorzorgsmaatregelen
Is het echt noodzakelijk dat je met de motor op pad moet als de zon hoog aan de hemel brandt, zorg er dan voor
dat je voor die tijd zoveel mogelijk uit de zon blijft. Bovendien kun je door een verbrande huid moeilijker zweten.
Aan de andere kant, zorg er wel voor dat je aan de hitte gewend bent. Dus niet in een keer een hele dag in de hitte rijden
terwijl je normaal gesproken nooit met zeer hoge temperaturen rijdt. Bouw dit geleidelijk op.
Ook is het niet verstandig een zware maaltijd te nuttigen net voor een lange motorrit.
Neem je laatste (lichte) maaltijd zo'n twee tot vier uur voordat je vertrekt.
Na een zware maaltijd kun je vermoeid raken waardoor je prestaties (concentratie) afnemen.
Snacks en maaltijden met veel vet en eiwitten produceren veel hitte tijdens het verbranden
en kun je beter vermijden. Beter is het van tevoren kleinere hoeveelheden lichte maaltijden te eten. Keep it cool!
Rotondes (deel II)
Vorige maand hebben we gekeken naar de juiste observatie bij het naderen van een rotonde, deze week
zullen we het hebben over de juiste positie op de weg en het gebruik van signalen.
Bij de diverse soorten rotondes is het meest belangrijke goed op te letten op de wegmarkering.
Wie op een rotonde voorrang moet verlenen hangt af van hoe de rotonde is ingericht. Voor rotondes gelden geen speciale regels. Als er niets is aangegeven heeft het verkeer op de rotonde géén voorrang, maar het verkeer dat van rechts de rotonde oprijdt heeft wel voorrang.
Als er wel iets wordt aangegeven, door middel van haaientanden of borden, dan heeft het verkeer op de rotonde voorrang.
Het verlaten van een rotonde is hetzelfde als het afslaan naar rechts. Je moet voorsorteren, richting aangeven en rechtdoorgaand verkeer voor laten gaan.
Dit betekent dus ook fietsers, bromfietsers en voetgangers voor laten gaan.
Bij het naderen van een rotonde mag je zowel op de linker-, middelste als de rechterrijstrook rijden.
We gaan uit van de klokmethode om te bepalen welke afslag je neemt op een rotonde.
De klokmethode is gebaseerd op het principe dat je altijd nadert vanuit de
zesuurspositie. Zo is de afslag aan de rechterkant drie uur,
de weg recht voor je twaalf uur en de weg aan de linkerkant negen uur.
Zijn er meerdere afslagen op een rotonde, dan wordt ook hun positie bepaald vanuit de zesuurspositie.
Een rotonde één kwart rijden (eerste afslag)
De eenvoudigste afslag is de eerste afslag naar rechts.
Bij het naderen van de rotonde ga je in de rechterrijstrook rijden (als wegmarkeringen dit toestaan) nadat je bepaald hebt of je wel of
niet voorrang moet verlenen. Doe je knipperlicht naar rechts aan. Verleen voorrang indien vereist en laat je knipperlicht
aanstaan totdat je afgeslagen bent. Let op: ook fietsers, bromfietsers en voetgangers hebben voorrang! Bij het afslaan naar rechts gelden de verkeersregels voor het normaal afslaan naar rechts.
Als er zich geen verkeer voor of achter je bevindt of bij de afslagen, kun je ook deze lijn rijden.
Door deze lijn te rijden wordt de bocht minder scherp, waardoor je hem makkelijker kunt nemen.
Bovendien vermijd je de buitenkant van de bocht, waar door de centrifugaalkracht de meeste diesel
gespild wordt.
Rechtdoor rijden (tweede afslag)
Normaal gesproken doe je je knipperlicht niet aan
als je de rotonde nadert. Neem de rechter (middelste) rijstrook (als wegmarkeringen dit toestaan) en blijf in deze strook
bij het rijden van de rotonde.
Geef bij de eerste afslag bestuurders van rechts voorrang bij een rotonde zonder borden.
Bevind je je nog in de middelste rijstrook, knipperlicht naar rechts en naar de rechter rijstrook uitwijken als de gelegenheid zich voordoet.
Verlaat de rotonde bij de tweede afslag. Geef eventuele fietsers, bromfietsers en voetgangers voorrang.
Een andere optie bij deze afslag is om de rotonde
op de linkerrijstrook te naderen. Je gebruikt je knipperlichten als boven,
maar blijft constant op de linkerrijstrook.
Er kunnen zich namelijk situaties voordoen waarbij het nuttig is om deze rijstrook te gebruiken,
bijvoorbeeld wanneer er zich langzaam verkeer in de rechter rijstrook bevindt en je graag op wilt schieten,
of wanneer er zich na de rotonde een obstakel in deze rijstrook bevindt.
Door de linker rijstrook te kiezen kun je al in een vroeg stadium de juiste inhaalpositie kiezen.
Nog een reden voor het nemen van de linkerrijstrook kan zijn als je kort na de rotonde af wilt slaan naar links.
Zo zul je vroeg in de juiste positie terechtkomen om af te slaan.
Soms gaat een rotonde van twee rijstroken bij het naderen over in één rijstrook bij het uitrijden.
Het is goed je op de hoogte te stellen welk gedeelte van de weg zich vernauwt.
Als de weg zich aan de rechterkant vernauwt, bijvoorbeeld doordat de trottoirband onderbroken wordt,
dan is het beter om de linkerrijstrook te kiezen zodat je een soepelere/rechtere lijn kunt volgen zonder al te veel
onderbrekingen.
Als er zich geen verkeer voor of achter je bevindt of bij de afslagen,
neem de rotonde dan zo recht mogelijk.
Zo ben je de rotonde het vlugst over en worden gevaarlijke manoeuvres tot een minimaal gereduceerd.
Kijk altijd goed naast je en over je linkerschouder om je ervan te verzekeren dat zich daar niemand bevindt die je
het pad af zou kunnen snijden!
Een rotonde driekwart rijden (derde afslag)
Neem je de rotonde driekwart (afslag links), nader de rotonde dan op de linkerrijstrook, tenzij
wegmarkeringen anders aangeven. Zet je knipperlicht bij het oprijden van de rotonde naar links,
en laat deze aanstaan tot het midden van de tweede afslag. Hier je knipperlicht naar rechts aandoen. Als het veilig is en je geen
voorrang hoeft te verlenen de rotonde in de rechterrijstrook verlaten. Geef altijd voorrang aan het verkeer
dat zich al in de rechterrijstrook bevindt. Als het niet veilig genoeg is, blijf dan in de linkerrijstrook
bij het verlaten van de rotonde. Veel ongelukken gebeuren doordat bestuurders vinden dat ze kost wat kost
in de rechter rijstrook de rotonde dienen te verlaten.
Op de linkerrijstrook de rotonde verlaten heeft de voorkeur als de rechterrijstrook
na de rotonde is geblokkeerd, als je kort daarna naar links af wilt slaan of wanneer je veiligheid
in gevaar kan komen door in de rechterpositie te blijven.
Knipperlicht naar links en in de linkerrijstrook naderen. Als het veilig is naar de
linkerrijstrook van de rotonde rijden. Blijf in de linkerrijstrook.
Knipperlicht naar links aanlaten totdat je de afslag gepasseerd bent voor degene die je moet hebben,
dan knipperlicht naar rechts.
Een rotonde vierkwart rijden (vierde afslag)
De rotonde helemaal rondrijden en weer terugkomen in tegengestelde richting.
is slechts een verlengde van de rotonde driekwart rijden (derde afslag).
Normaal nader je de rotonde in de linkerrijstrook met je knipperlicht naar links. Je houdt je rijstrook- en
knipperlichtpositie tot je in het midden van de derde afslag rijdt, waar je je knipperlichtsignaal
naar rechts zet en je de (vierde) afslag naar rechts neemt.
Dit is hetzelfde principe als de rotonde driekwart nemen.
Door de klokmethode te gebruiken kun je rotondes met meerdere afslagen makkelijk nemen.
Als de afslag die je neemt aan de linkerkant zit, dus voor 12 uur, linkerknipperlicht aan bij het naderen en
knipperlicht aanlaten, knipperlicht naar rechts als je de rotonde verlaat.
Zit de afslag na 12 uur, knipperlicht naar rechts bij het naderen en aanlaten totdat je de rotonde verlaat.
Een algemene regel is dat je meestal in de linkerrijstrook kunt naderen als de afslag die je neemt
voor de 12-uurs-positie zit. Je neemt de rechterrijstrook bij het naderen als de afslag die je neemt
na de 12-uurs-positie zit. Alleen als de omstandigheden dit toelaten de rotonde verlaten op de rechterrijstrook.
Velen van ons hebben in het verleden geleerd dat je alleen bij het afslaan op een rotonde je knipperlicht zou moeten gebruiken.
Tegenwoordig wordt bij het rijexamen (CBR) geleerd je knipperlicht al voor de rotonde te gebruiken,
aangezien dit duidelijker is voor medeweggebruikers.
Noodgevallen gebeuren onverwachts en verlangen van de hulpverlener in eerste instantie
rustig, afgewogen en snel handelen.
Medische hulp mag je alleen bieden als je daarvoor bent opgeleid. Wie geen ervaring heeft, zou door een verkeerde aanpak de verwondingen erger kunnen maken.
Wat je alleen in het uiterste geval (bijv. kans om overreden te worden of brandgevaar) mag doen is het slachtoffer verplaatsen. Bij letsel aan de wervelkolom kan een verkeerde aanpak het slachtoffer verlammen.
Het gebruikelijke handelen laat zich verdelen in drie stappen:
Handelen bij een noodgeval
Rood:
Kijken
Situatie overzien
Wat is gebeurd?
Wie heeft het meegemaakt?
Wie zijn erbij betrokken?
Geel:
Denken
Gevaren erkennen
Gevaar voor het slachtoffer?
Gevaar voor helpenden?
Gevaar voor andere personen?
Groen:
Handelen
Voor veiligheid zorgen
Noodhulp verlenen
Maatregelen volgens het ABC-schema
Dit schema is iets verouderd. Sedert maart van dit jaar gelden nieuwe richtlijnen volgens de European Recuscitation Council en de Nederlandse Reanimatieraad.
Het belangrijkste verschil: 30 hartmassages en 2 beademingen.
Bij verkeersongevallen
Plaats van het ongeval beveiligen:
Eigen voertuig ter bescherming neerzetten
Alarmlichten of lichten aan
Gevarendriehoek binnen de bebouwde kom 50, buiten de bebouwde kom 100 meter van de ongevalsplek neerzetten (bij
nacht of bij slecht zicht: persoon neerzetten, indien voorhanden met veiligheidsvest, gevarendriehoek zwaaien)
Verwittig de hulpdiensten via 112 of 100
Op de snelweg
Indien mogelijk op de vluchtstrook rijden
Alarmlichten aanzetten
Attendeer het verkeer door met een gevarendriehoek te zwaaien. Het liefst 100 meter van de plaats van het ongeval. Denk wel opnieuw aan je veiligheid. Heb je een veiligheidsjasje, trek dit dan zeker aan
Ongevalsplaats veiligstellen
Nooit op de rijbaan tekenen geven
Slachtoffer onmiddellijk van de rijbaan verwijderen. Voorzichtig: houd ook achteropkomend verkeer in de gaten!
Alarmeer de hulpdiensten
Dan pas eerste hulp verlenen. Begeef je niet meer op de rijbaan. Betrokkenen dienen zich in veiligheid te begeven (bijv. achter de vangrail).
Bij verkeersopstoppingen
Plaats maken voor hulpverleningsvoertuigen! Op de rechterrijbaan naar rechts tegen de
vluchtheuvelstreep rijden, op de overige rijbanen naar links uitwijken. Achteropkomende voertuigen
mogen niet stoppen zodra er politie en andere hulpdiensten bij het slachtoffer aanwezig zijn.
Bergingsgrepen
Alarmeren van hulpdiensten
Een snelle en juiste melding kan levens redden! Wie? Naam van de melder Wat? Aard van het ongeval Wanneer? Tijdstip van het ongeval Waar? Plaats van het ongeval Hoeveel? Aantal gewonden, aard van de verwondingen Overige? Bijv. een gewonde zit klem, er heeft benzine gelekt, enz.
Levensreddende eerste hulp
De positie van de patiënt hangt af van de aard van de verwondingen,
maar vooral ook van de wens van het slachtoffer.
Reageert een patiënt niet op aanspreken of aanrakingen (knijpen), dan wijst dit op bewusteloosheid.
Elke bewusteloze dient in de stabiele zijliging gebracht te worden:
Beademen
Is de ademing van de patiënt niet zichtbaar, hoorbaar en merkbaar,
of zeer vlug en oppervlakkig, dan dient deze onmiddellijk
beademd te worden, met de mond door de neus, tot hulpdiensten
arriveren of de patiënt uit zichzelf en voldoende ademt.
Ademt de patiënt weer op eigen kracht, maar is hij nog steeds bewusteloos,
breng hem dan in de stabiele zijligging.
Bloedingen stillen
Sterke bloedingen kunnen een patiënt binnen korte tijd in levensgevaar brengen.
Vaak worden bloedingen onder een lederen pak of gewatteerde kleding in eerste instantie niet opgemerkt.
Handelen bij sterke uitwendige bloedingen:
patiënt comfortabel plat leggen
gewonde lichaamsdeel omhoog houden
vingerdruk op de ader hartwaarts richting de wond, eventueel druk direct in de wond (schone doeken, zakdoeken)
drukverband over de wond
omhooghouden en rustig houden van het verwonde lichaamsdeel
arts of ziekenhuis
Shockmaatregelen
Grote hoeveelheden bloedverlies, zowel uit- als inwendig, of meerdere verwondingen leiden vaak tot shock
en daardoor levensgevaar. Kenmerken van een shock zijn een snelle, zwakke pols (over de 100 slagen per minuut), een natte, bleke, koele huid.
De patiënt is afwezig of onrustig tot opgewonden. Hij heeft een vlakke, snelle ademing en de algehele toestand verslechtert snel.
Bij het waarnemen van een of meerdere van deze kenmerken dien je het volgende te doen:
Plat leggen (wens van de patiënt in acht nemen)
Bij bestaande of intredende bewusteloosheid patiënt in stabiele zijligging leggen
In de gaten houden middels het ABC-schema
Hevige pijn verergert de shock, patiënt niet onnodig aanraken/bewegen!
Heeft de patiënt tegelijkertijd bewusteloosheid, ademstilstand en geen pols, dan duidt dit op een hartstilstand en is zijn leven
ernstig in gevaar. Direct de hulpdiensten alarmeren. Tot het arriveren van de huldiensten
dient begonnen te worden met reanimatie. Afwisselend hartmassage en mond-op-mondbeademing kan levensreddend zijn.
Reanimatie kun je niet leren uit een boekje, maar hier zijn speciale cursussen voor.
Helm af
Draagt de patiënt een integraalhelm, dan verandert dat in eerste instantie de werkwijze bij een ongeval niet.
Dus: overzien, zelfbescherming, afschermen, ABC-Schema.
De toepassing van het ABC-schema wordt door de helm enigszins bemoeilijkt.
Open zorgvuldig het vizier aan de helm,
houd daarbij de helm zoveel mogelijk stil.
Als het slachtoffer klaagt over pijn in de nek, mag de helm niet afgenomen worden.
Kom je door het toepassen van het ABC-schema erachter dat de patiënt bewusteloos is, braakneigingen of
ademhalingsproblemen heeft
dan moet de helm verwijderd worden. Dit dient altijd door twee helpers te gebeuren:
Helper 1 steunt het hoofd aan beide kanten.
Helper 2 doet zonodig het vizier open en maakt de kinband los.
Helper 2 doet 1 hand onder de nek. Zorg dat de hand tegen de helmrand zit. De andere hand komt tegen de kin.
Helper 1 trekt zo mogelijk de zijkanten van de helm iets uit elkaar en haalt de helm voorzichtig van het hoofd, terwijl helper 2 de hand in de nek met de helm mee verplaatst tot halverwege het achterhoofd. De andere hand blijft onder de kin. LET OP!!! Vlak voordat de helm loskomt van het hoofd stopt helper 1 en geeft helper 2 een seintje. Helper 2 houdt het hoofd goed vast, want het hoofd is zwaarder dan u denkt.
Helper 1 neemt de neutrale stand van het hoofd van helper 2 over.
De ene hand komt met de vingers onder het achterhoofd en de duim langs het oor tegen de onderkaak.
De andere hand komt met de vingers onder de nek en de duimtop tegen het sleutelbeen.
Houd het hoofd zo vast totdat het ambulancepersoneel de hulp overneemt (nekkraag).
De helm kan, zonder het slachtoffer in gevaar te brengen,
alleen verwijderd worden indien de patiënt op de rug ligt.
Bij brildragers de bril eerst verwijderen voordat de helm verwijderd wordt.
Daarna wordt nogmaals de adem gecontroleerd.
Als aan de hand van de ABC-controle blijkt dat het slachtoffer aanspreekbaar is, de adem normaal, de pols goed is,
en er geen zichtbare bloedingen zijn, dan kan de helm indien mogelijk door het slachtoffer zelf verwijderd worden.
Een bijzondere tip voor kauwgomfetisjisten
Het klinkt misschien heel raar, maar is best wel belangrijk:
wanneer je met je motor onderuitgaat, slik dan je kauwgom onmiddellijk in of spuug hem uit.
Het is beter je helm schoon te moeten maken dan te stikken in je eigen kauwgom of in te ademen (in je luchtpijp)!
Helmsticker
En dan nog een tip: heb je een helm met een speciaal sluitmechanisme,
dan is het aan te bevelen een passende sticker op je helm te plakken die eventuele
hulpverleners laat zien hoe de helm te openen is en af te nemen
zonder dat ze je nekwervels beschadigen!
Wervelkolomletsel
Zijn er aanwijzingen, door de aard van het ongeluk of door aanwijzingen van de patiënt, voor wervelkolomletsel
(kriebel in de benen, gevoelloosheid, rugpijn, enz.) dan mag de helm niet verwijderd worden
zolang de patiënt bij bewustzijn is.
Probeer hem in dat geval duidelijk te maken dat het in zijn voordeel is om de helm te laten zitten.
Houd zijn hoofd (met helm) vast, zodat slingerende bewegingen van het hoofd
(schudden van nek of hoofd) worden vermeden.
Noodhulp zonder risico
In noodgevallen is directe hulp van wezenlijk belang.
Daarbij bestaat gevaar voor besmetting met bloed of ander lichaamsvocht.
Dit risico wordt met de huidige medische kennis echter zeer gering geacht.
Om jezelf te beschermen dien je de volgende maatregelen in acht te nemen:
Kijk uit dat je jezelf niet verwondt
Vermijd dat de huid met vreemd bloed of lichaamsvocht in aanraking komt (vinyl- of latexhandschoenen)
Verwond je je desondanks of kom je in contact met bloed/lichaamsvocht, dan de betreffende lichaamsdelen meteen en grondig desinfecteren en aansluitend wassen
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een
geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt worden in enige
vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of door fotokopieën,
of op enige andere manier, zonder voorafgaande
toestemming van de LCVM.
Hoewel de informatie op deze site permanent zo nauwkeurig en actueel mogelijk wordt weergegeven
zijn wijzigingen en/of onjuistheden te allen tijde voorbehouden.
Aan de inhoud van deze nieuwsbrief kunnen derhalve op geen enkele wijze rechten worden ontleend.