Voorwoord
Dat onze overlevingsreflexen ons behoorlijk parten kunnen spelen weet elke motorrijder.
In een panieksituatie is het moeilijk vooruit te denken en weloverwogen beslissingen te nemen.
Daarom enkele tips hoe je deze overlevingsreflexen kunt beperken/voorkomen.
Leerden we vroeger met motorrijles het ezelsbruggetje BRAVOK, tegenwoordig geven we de voorkeur aan VORKBAD, een handig
ezelsbruggetje voor het vlug inspecteren van je motor. Omdat dit bij de meesten van ons toch wel enigszins vervaagd
zal zijn, alle punten nog even op een rijtje gezet.
Bij het rijden in een groep is het belangrijk dat je je eigen rit rijdt.
Dit betekent eigenlijk dat je voor je eigen veiligheid verantwoordelijk bent.
Dat neemt echter niet weg dat je je verantwoordelijkheden binnen de groep hebt.
Welke dat zijn lees je in het desbetreffende artikel.
|
|
Overlevingsreflexen
Wanneer we in een situatie terechtkomen waarin we ons ongemakkelijk voelen,
of het nou gaat om een bepaalde snelheid, plaats in de bocht of een onverwacht gevaar, dan is een van onze eerste reacties om te verkrampen. Door het verkrampen raken we iets van de controle over onze machine kwijt.
Onze overlevingsreflexen (paniekaanval) nemen de overhand bij het bereiken van onze grenzen. Zo gauw er geen ruimte meer over is om aan alle handelingen die met het motorrijden verbonden zijn aandacht te kunnen schenken, ontstaat er paniek.
Overlevingsreflexen vergallen het plezier in het motorrijden en remmen je in het verhogen van je rijvaardigheid. Ze vormen het grootste, zo niet dé oorzaak van alle rijdersfouten, veroorzaken een crash of dragen eraan bij.
Overlevingsreflexen:
- Gas dicht
- Vastklampen aan stuurhelften
- Een vernauwde blik (beperkt gezichtsveld)
- Doelfixatie
- Remfouten (te veel/te weinig remmen)
Bovengenoemde punten zijn het gevolg van een overlevingsreflex in een poging een ongeval te voorkomen of de schade te beperken. Het ironische aan het hele verhaal is dat deze overlevingsreflexen totaal in disharmonie werken met je machinebeheersing en zelfs de wetten van de natuur en je daardoor precies het tegenovergestelde effect bereikt.
1. Gas dicht
We beginnen met het eerste onderwerp: gas dicht. Daarbij denken we vooral aan gas dicht in een bocht.
Wat willen we in een bocht bereiken? Voldoende grip op hellingshoek. Dit wordt bereikt door de juiste gewichtsverdeling in een bocht, zo'n 40 (30) procent totaalgewicht inclusief berijder aan de voorkant, zo'n 60 (70) procent aan de achterkrant.
De meeste machines hebben bij constante snelheid een 50/50 procent gewichtsverdeling. Door gas te geven willen we 10 tot 20 procent gewichtsverdeling naar achteren verschuiven. De basisgewichtsverdeling wordt in stand gehouden door na het omgooimoment (voorzichtig en gedoseerd) gas bij te geven. Het gas dient na het eerste aanspreken vloeiend en continu verder te worden opengezet tot aan de exit voor de volle acceleratie.
Vaak wordt veel te vroeg of veel te laat gasgegeven, waardoor je te wijd uitkomt, een slide maakt of van de weg raakt. Als de correcte gewichtsverdeling is bereikt (direct na het omgooimoment) zijn verdere drastische veranderingen in de gasstand de oorzaak van verminderde bandengrip. Perfecte dosering is cruciaal. Het stuurwerk moet voltooid zijn voordat je het gas erop gooit.
Door je gas in een bocht dicht te gooien zal 70 tot 80 procent van het gewicht naar voren worden verplaatst, terwijl die eigenlijk maar 35 tot 40 procent kan verwerken. Gooi je dus in een gladde bocht je gas dicht dan weet je zeker dat je je kansen enorm verkleint om er heelhuids weer uit te komen.
Een motor heeft een enorm zelfcorrigerend vermogen. Gooi je je gas dicht, en verkramp je aan je stuurhelften, dan vergroot je de kans op een highsider of het wegbreken van je voorwiel.
Snelheid is een kracht die meer dan welke andere oorzaak ook je overlevingsreflexen zal activeren. Gasbeheersing, en dan vooral voor en in de bocht, kan voorkomen dat je je eigen capaciteiten moet overschrijden.
2. Vastklampen aan je stuurhelften
Worden je onderarmen dikker tijdens het rijden of verkrampen je onderarmspieren, dan is dat een teken dat er met je houding iets niet in orde is. Ook hier hebben we het dan weer over een reflex. Omdat het een reflex is, is het moeilijk om je niet aan je stuurhelften vast te klampen. Met je armen verkrampt aan je stuurhelften zul je op geen enkele manier adequaat kunnen bijsturen om bijvoorbeeld gevaar te ontwijken.
Afhankelijk van de conditie van het wegdek, je snelheid, banden en wielophanging zal je motor schudden bij het balhoofd; een heel klein beetje of heel veel. Houd je je motor stevig vast om het schudden te doen stoppen, dan wordt hij helemaal onstabiel worden en bestaat er gevaar voor crashen. Ontspan je je, dan zoekt de motor gewoon een rechte weg. Houd je je stevig aan de stuurhelften vast in een bocht, dan kom je te wijd uit. Bovendien zul je bij het vastklampen geneigd zijn je aan de binnenste stuurhelft vast te klampen, waardoor je aan het tegensturen bent naar de buitenkant.
Dus: vastklampen aan stuurhelften tijdens hellingshoek werkt averechts op de stabiliteit, dwingt de motor naar de buitenkant van de bocht en veroorzaakt ongewenste en onbewuste stuurinbreng.
Door je polsen en ellebogen te buigen voorkom je al het grootste deel van de problemen. Alleen bij stuurinbreng zou je greep moeten veranderen, verder is het zaak een zo ontspannen en gelijkmatig mogelijke greep te hebben. Rijdend door hobbelige bochten met een verkrampt lichaam bevordert bovendien gas open/dicht-reacties. In de bocht kun je een of beide benen als steun gebruiken of je elleboog op de tank leggen om niet te veel stuurkracht uit te oefenen op de binnenste stuurhelft. Gebruik bij lichaamsverplaatsing in een bocht je voetsteunen, zodat je geen onverwachte bewegingen doorgeeft aan je stuurhelften.
Als je je ellebogen makkelijk en losjes kunt bewegen zit je niet te strak aan je stuurhelften.
Middenbocht-stuurcorrecties vormen een van de sterkere overlevingsreflexen. Een enkele stuurbeweging per bocht is juist. Moeten we midden in een bocht bijsturen, dan is dat het gevolg van te snel erin, te wijd, de verkeerde lijn, enz. Een mooie vloeiende lijn begint met regel 1 van de besturing: een enkele stuurbeweging per bocht. Van deze lijn zou je alleen maar af moeten wijken als plotseling een obstakel voor je opdoemt.
3. Vernauwde blik
Wanneer om welke reden dan ook je aandacht versmald wordt en door het gezichtsveld jaagt of wanneer je gefixeerd raakt op iets, staat de deur open voor elke fout in het boekje. Tijdens het rijden wordt ieder genomen besluit beheerst door de hoeveelheid ruimte die je hebt, denkt te hebben, aanvoelt te hebben of gelooft te hebben. De twee basisfuncties (snelheids- en richtingverandering) van een machine zijn totaal afhankelijk van de hoeveelheid ruimte die ervoor beschikbaar is.
Het gevolg van een vernauwde blik kan doelfixatie zijn.
Doelfixatie betekent het onbewust naar een punt rijden waar je niet wilt zijn. Het gevolg: visuele gewaarwording kwijt, geen besluitvorming, geen tijd, een volledig uit de hand gelopen overlevingsreflex.
Veelvoorkomend bij het rijden in een groep is het gefixeerd raken op de rijder die voor je rijdt. De kans is groot dat als hij valt, je er door je fixatie achteraangaat.
Zorg dat je een ruime blik van je gezichtsveld houdt door referentiepunten op en langs de weg. Probeer actief zo ver mogelijk vooruit te zien.
Een oefening voor ruim zicht:
Kies een plek of gebied op de muur of ruimte voor je. Richt de aandacht op een ontspannen manier op die plek.
Wees jezelf zonder de ogen te bewegen tegelijkertijd gewaar van je omgeving, maar houd je aandacht gericht op de plek, zodanig dat je toch ieder object in je omgeving kunt identificeren en wees jezelf gewaar van deze objecten zonder ernaar te kijken.
Laat dit gewaarzijn (dus niet de ogen) overspringen van het ene naar het andere object.
Dit is ruim zicht. Doe dit vaker.
Een andere oefening is de volgende:
Zoek met je ogen een object 45 graden rechts buiten je gezichtsveld en een object ongeveer 45 graden links van je gezichtsveld.
Verschuif je focus zo snel als je kunt van het ene naar het andere object en schat gevoelsmatig in hoe lang je hiervoor nodig hebt.
Ga terug naar het oorspronkelijke punt van oefening 1 en concentreer je daarop.
Beweeg je aandacht (gewaarzijn, dus niet de ogen) ditmaal heen en weer naar de twee objecten links en rechts en schat ook hier in hoe lang hiervoor nodig is.
Bijna iedereen zal een gevoel van desoriëntatie en duizeligheid ervaren door het jagen met de ogen. Dit is de hoofdoorzaak van vermoeidheid bij het rijden met de motor, vooral bij hoge snelheden, en is het gevolg van een vernauwd gezichtsveld en doelfixatie.
Het vermogen om ruim zicht te verkrijgen hangt dus niet alleen af van het kijken op zich, maar alleen maar van de mate van je eigen controle en van het feit of je jezelf al dan niet herinnert. Zelfherinnering is het gevoel van gewaarzijn (ik ben hier en nu) van jezelf en je omgeving met alles wat erin is. Als je gedachteloos ergens doorheen rijdt, herinner je je aan het einde nauwelijks wat je gezien hebt, er is geen zelfherinnering. Voordeel van het oefenen in zelfherinnering is dat je mentaal vrijkomt van gedachtestromen die niets met motorrijden te maken hebben. Gewaarzijn en zelfherinnering maken je vrij om te denken en beslissingen te nemen tijdens het rijden.
De mate van gewaarzijn hangt af van je geest en hoe je die gebruikt. Het gaat hierbij om concentratie. Bij concentratie komt een zekere discipline kijken die nodig is om ongewenste gedachtestromen die de aandacht afleiden geen kans te geven.
Concentratie tijdens het rijden biedt je een visueel overzicht dat overkomt als slowmotion die aan je voorbijgaat met een overzicht van het totale plaatje.
4. Doelfixatie
De gevolgen van doelfixatie kunnen zijn
dat je in de richting van die fixatie stuurt of niet (bevriezen) of onvoldoende (niet snel genoeg of te vroeg) stuurt.
Onze kijktechniek kan ervoor zorgen dat barrières die je normaal niet zo gauw zou overwinnen,
nu wel overwonnen kunnen worden. Denk aan het jezelf door een bocht trekken als deze iets verkeerd genomen is
of bijvoorbeeld het rijden over een plank.
Overlevingsreflexen beperken je gezichtsveld als reactie op iets en kunnen doelfixatie tot gevolg hebben.
Door ruim zicht kun je doelfixatie enigszins beperken, maar in noodsituaties dreigt altijd het gevaar toch gefixeerd te raken op iets of iemand, ook al denk je dat het je nooit zal overkomen. Vaak gebeurt het namelijk dat je als het ware 'bevriest', totdat iets (meestal een botsing) je weer bij je positieven brengt.
Een motor gaat waar je heenkijkt. Het is moeilijk om in de richting te sturen van waar je niet heenkijkt. Duikt er plotseling een auto voor je op, bedenk dan dat remmen en uitwijken niet samengaan. Met andere woorden: als het fout dreigt te gaan, probeer dan binnen de gegeven ruimte zoveel mogelijk snelheid eruit te remmen. Alhoewel het misschien tegennatuurlijk klinkt, laat je hierna de remmen los en stuur je binnen de beschikbare ruimte om de ander heen. Hierbij dien je wel van te voren gezien te hebben waar die ruimte ligt. Blijf dan ook naar die ruimte kijken. Zo voorkom je doelfixatie.
Als je een voorwerp waarneemt op de weg, blijf er dan niet naar kijken, want dan ga je er gegarandeerd overheen! Kijk er langs heen, aan die zijde waar je de meeste ruimte hebt om het te ontwijken. Is er geen andere keuze, probeer dan eerst om er zoveel mogelijk snelheid uit te remmen. Vlak voor het obstakel laat je de remmen los. Verlaag vervolgens je zwaartepunt door druk op te bouwen op je voetsteunen. Dit kun je bereiken door uit het zadel te komen of te gaan staan. Niet al te hoge hindernissen kunnen zo, zonder onderuit te gaan, genomen worden.
Remmen
Vooral bij het plotseling heel hard moeten remmen slaan onze overlevingsreflexen nogal eens toe.
Soms slaan onze overlevingsreflexen toe waardoor we heel hard remmen terwijl dat eigenlijk uit den boze is, bijvoorbeeld in een bocht.
Aan de andere kant kan de paniek toeslaan als we niet voldoende geoefend zijn in bijvoorbeeld een noodstop, waardoor we soms helemaal niet reageren (denk aan het MAIDS-onderzoek).
Gecontroleerd hard remmen vereist veel oefening.
Als je plotseling moet remmen, pak dan niet alles wat je kunt. Gebruik je remmen zoals je geoefend hebt. Eerst je voorrem aanzetten, doorknijpen en achterrem gebruiken. Probeer in de spiegels te kijken tijdens het remmen om te zien of er zich gevaar achter je of naast je bevindt, zodat je een vluchtroute kunt bedenken. Niet van richting veranderen als je remt, vooral niet op een hobbelig of nat wegdek.
Voor een bocht geldt: al het remmen moet gedaan zijn voor het omgooipunt. Omgooien met te veel remmen zorgt voor een van de meest gangbare crashes. Doordat je aandacht te veel bij het remmen bepaald is, kijk je bovendien niet goed waar je heen wilt.
Te hard remmen, vooral de voorrem, zorgt voor een blokkering. Als het voorwiel blokkeert, voldoende loslaten om het wiel te laten draaien, anders zit je met volledig stuurverlies. Het is zaak met de juiste snelheid de bocht in te gaan. Toch zul je soms in de bocht moeten remmen. In dat geval: minimaal aanspreken als een lijn noodgedwongen toch gewijzigd moet worden en heel geleidelijk weer loslaten.
De conclusie na bovenstaande punten moet zijn dat overlevingsreflexen bij het motorrijden niet in staat zijn
ons uit een ongewenste situatie te helpen, maar veel eerder dat overlevingsreflexen ons behoorlijk kunnen tegenwerken.
Hoe minder geoefend je bent, hoe eerder deze overlevingsreflexen zullen toeslaan, doordat je geen feedbackmechanisme bezit dat ervoor zorgt
dat je op het juiste moment genoeg overhebt om de juiste beslissing te nemen en ernaar te handelen.
Bron: Keith Code - Twist of the wrist
|
|
VORKBAD
Voor je met je motor gaat rijden is een korte inspectie van je motor geen overbodige luxe.
Eigenlijk is de beste controle van je motor een controle net na je vorige rit. Zo kun je, als je iets vindt dat niet goed is, het repareren voor je volgende rit. In ieder geval ben je er op tijd van op de hoogte. Je bandenspanning moet je echter meten als je banden koud zijn. Dit kun je dus het beste doen net voor je volgende rit.
Je weet nooit wanneer de wet van Murphy toe zal slaan of welke spijker zich de vorige avond in je band geboord heeft. Het is niet leuk als er iets misgaat tijdens het rijden op je motor, maar als je een minuutje (of twee) spendeert aan een algehele controle, vergroot je je kansen op een veilige rit. Bovendien is het een behoud voor je motorfiets.
Alle informatie over de juiste bandenspanning van je motor, de juiste afstelling van je ketting en dergelijke vind je in de gebruikershandleiding van je motor. Lees deze als het even kan door, zodat je vertrouwd raakt met de specifieke eigenschappen van jouw specifieke motor.
Voor de controle van je motor is er een ezelsbruggetje: VORKBAD. De meesten van ons hebben het vroeger anders geleerd: BRAVOK, maar gewoonlijk is de inhoud van dit ezelsbruggetje in de loop der jaren vervaagd.
Wij geven de voorkeur aan VORKBAD.
VORKBAD
- V van Verlichting en Vering
- O van Olie
- R van Remmen
- K van Koeling
- B van Banden en Brandstof
- A van Aandrijving en Accu
- D van Diversen
Verlichting
Algehele verlichtingcontrole
Stads, dim- en grootlicht
Seinlicht
Achterlicht
Remlicht, van zowel de voorrem als de achterrem
Richtingaanwijzers
Dashboardverlichting
Controlelampjes
Vering
Voor: geen lekkage langs de keringen op de veerpoten
Achter: geen lekkage op het glimmende deel van de schokdemper
Juiste afstelling van de schokdempers (passagier/bagage)
Olie
Oliepijlcarter (met pijlstok of kijkglaasje), meten bij koude motor
Remmen
schijfrem:
druk
vloeistofniveau - Het niveau van de remvloeistof daalt meestal door versleten remblokken of lekkage
remblokken: minder dan 1 mm: vervangen
remschijf: controleren op dikte en slijtage
trommelrem:
pedaalspeling van 2 tot 3 cm
pedaalstand: 0-2 cm onder bovenkant voetsteun in ruststand
remvoeringslijtage
Koeling
Vloeistof: radiateur, de slangen en het vloeistofniveau
radiateur: controleren op vuil en insecten
slangen controleren op barsten en beschadigingen, ook of de aansluitingen goed zijn bevestigd
vloeistofniveau controleer je door te kijken of het reservoir vloeistofniveau tussen twee niveaustreepjes staat. De plaats waar het reservoir zich bevindt is per motorfiets verschillend.
Banden
Profieldiepte wettelijk 1 mm in het midden gemeten (liever meer!)
Onregelmatigheden (een schaafplek of scheur/spijkers of onregelmatige slijtage; bij zwellingen/bobbels meteen vervangen)
Bandenspanning (staat in het onderhoudsboekje)
Ventieldopje (stof/vuil tegenhouden om drukverlies te voorkomen)
Brandstof
voldoende benzine in de tank
benzinekraanstand: naar beneden = open, naar voren = dicht, naar boven = reservestand
Aandrijving
Cardan:
Olielekkage (cardanaandrijving)
Ketting:
Schoon
Spanning (2 a 3 cm speling in het midden van de ketting)
Smering
Slijtage
O-ringketting:
Schoonmaken met petroleum
Smeren met olie
Getande riem:
afstelling
uitdroging
versleten tanden
Accu
Bevindt zich onder het zadel
Accupolen (schoon/ invetten met zuurvrije vaseline)
Bevestiging accukabels
Diversen
Eigenlijk hoef je niet elke dag met een moderne motor bezig te zijn, maar doe wat je kunt naast de bovenstaande dagelijkse check.
Je motor heeft een vast serviceplan, te vinden in de gebruikershandleiding. Behalve als je een volleerd monteur bent is het aan te raden deze servicebeurt door een erkende servicedealer te laten uitvoeren.
Je motor goed schoonhouden is een goede zaak. Zo kom je ook gebreken eerder tegen.
Controleer elke maand je accu. Kijk bij een conventionele accu of het vloeistofniveau op peil is. Is het te laag, vul het dan bij met gedistilleerd water.
Neem altijd je gereedschapsset mee als je gaat rijden. Draai schroeven en bouten af en toe goed aan. Neem altijd de gebruikershandleiding van je motor mee. Het vertelt je waar je de zekering kunt vinden als de zekering knapt, of hoe je je band kunt verwisselen.
Oplossen van problemen
Er zijn maar weinig dingen die echt problemen opleveren bij een motor.
Raak niet in paniek voordat je de meest voor de hand liggende zaken hebt nagekeken.
1. Je motor wil niet starten
- Staat je contact aan?
- Is de standaard ingeklapt?
- Zit er nog benzine in de motor?
- Zit er te weinig spanning op de accu?
- Rode noodknop per ongeluk omgezet?
- (Hoofd)zekering stuk?
- Staat het ontstekingsknopje in de uit-positie?
- Heb je de choke in de juiste stand staan?
2. Als de motor stopt terwijl je dat niet wilt
- Per ongeluk het uit-knopje ingedrukt?
- Zit je zonder benzine?
3. Als je motor zich raar gaat gedragen als je op de weg rijdt, vooral in een bocht, stop dan zo gauw het veilig is om te stoppen en controleer je banden. Het kan een lekke band zijn. Controleer je ophanging. Deze kan verkeerd afgesteld staan. Kijk hiervoor in de gebruikershandleiding.
4. Heb je problemen met je motor die je niet thuis kunt brengen als: het voelt niet goed, het reageert niet goed, het klinkt niet goed, ga dan met je motor naar de dealer. Denk goed over het probleem na zodat je het daar aangekomen goed kunt omschrijven.


|
|
Rijopleidingen LCVM
Voortgezette rijopleiding
Voor informatie en reserveren: www.lcvm.nl
|
|
|
Rijd je eigen rit
Sommige mensen vinden het heerlijk in een groep te rijden, anderen moeten er absoluut niets van hebben. Rijden in een groep kan de ervaring van je leven worden, en hechte vriendschappen kunnen erdoor ontstaan. Maar net zo makkelijk kunnen vriendschappen hierdoor verpest worden.
Zo gauw je in een groep gaat rijden kom je namelijk in een complex sociaal systeem van gedragingen terecht. In je eentje hoef je alleen maar rekening te houden met jezelf. Je gaat in een positie rijden waardoor je je zichtbaarheid vergroot, geeft gas wanneer je dat wilt, remt zo hard als je wilt en haalt in als je er zin in hebt.
Wanneer je echter in een groep rijdt, komen er in een keer heel wat meer dingen op je af. Omdat elke motor in de groep net zo flexibel en wendbaar is als de jouwe, moet je je aanpassen en weten wat de anderen doen. In een groep verlies je veel van de vrijheid die het motorrijden zo leuk maakt.
In een groep rijden vereist concentratie en discipline. Ook is het vermoeiend. Je waant je ten onrechte vaak veilig in een groep. Gevaar schuilt in het verslappen van je concentratie door het volgen van het wiel voor je. Door niet voldoende afstand te bewaren komt het snel tot botsingen, bijvoorbeeld als iemand plotseling besluit af te remmen om benzine te gaan tanken. Door veelvuldig te remmen breng je de stabiliteit van de hele groep in gevaar, doordat degenen achter je ook geneigd zijn te remmen als ze remlichten zien branden.
Te snelle acceleratie heeft hetzelfde effect als remmen wanneer je plotseling het gas los moet laten.
Deelnemers aan een konvooi mogen zich niet op een vrije tocht instellen, iedereen blijft voor zijn eigen veiligheid verantwoordelijk. Steeds zul je merken dat ongeduldige automobilisten zich tussen de groep willen dringen, waarbij er gevaarlijke situaties kunnen ontstaan.
In grotere groepen wordt het voor de laatste rijder echt moeilijk de groep bij te benen door het zogenaamde harmonica-effect.
Achter in het konvooi rijdt men sneller dan voorin.
Bij 20 motoren kan dit zo'n 20 km/h schelen! Wordt voorin niet harder dan 40 gereden, achterin snel 50. Rijdt men voorin 60 of 70, dan is het achterin flink aanpoten. Het harmonica-effect kun je verminderen door allemaal precies dezelfde afstand aan te houden en geconcentreerd te rijden.
Maar bij langere ritten met veel stoppen en afslaan zal het effect goed merkbaar zijn.
Beter zou het zijn in verschillende groepjes van niet meer dan zes rijders te rijden. Wordt de groep groter, dan raak je elkaar snel kwijt.
Controleer altijd goed je achteruitkijkspiegels; wat doet degene achter mij? Heeft hij die onoverzichtelijke bocht gevonden? Moet hij plotseling stoppen?
Zie je in de spiegel van de schuin voor je rijdende motorrijder zijn gezicht,
dan weet je dat de afstand goed is en dat hij jou ook kan zien.
Elke konvooideelnemer is voor het meekomen van zijn rechtstreekse volgeling verantwoordelijk. Verliest hij hem, dan moet hij zich laten terugvallen of zelfs stil gaan staan. Als iedereen zich aan deze regel houdt, heeft het tot voorin effect. Alleen zo kan het konvooi van achteren naar voren afgeremd worden en wordt verhinderd dat de groep zich splitst.
Verlies je je volgeling toch uit het oog, blijf dan staan als van de ingeslagen weg afgeweken moet worden. Houd voor de kruising stil. Voor alle navolgende rijders geldt: altijd op de ingeslagen weg blijven, niet afslaan, tot de groep weer compleet is.
Houd voldoende afstand tot je voorganger! Mocht zich iets onverwachts voordoen, dan kun je daar op tijd op reageren.
Zou net na het nemen van een bocht er bijvoorbeeld onverwachts een omgevallen boom op de weg liggen,
dan moet de afstand groot genoeg zijn om een noodstop te kunnen maken zonder dat je daarbij in botsing komt met je voorganger.
Pas bij een vervuild wegdek vooral je snelheid aan. Waarschuw je teamgenoten door middel van handsignalen als het wegdek vervuild is.
In België is het verplicht in baksteenformatie te rijden. Dit kan in ons vlakke landje inderdaad een goede oplossing zijn.
Hierbij rijdt de voorste motor links in de rijbaan, de tweede rechts, de derde weer links enz. De groep blijft zo dichter bij elkaar en ander verkeer kan er niet tussenkomen. Op lange rechte of licht buigende wegen kan dit, in het bochtige buitenland is het geen aanrader.
In bochten rijdt iedereen zo'n beetje dezelfde lijn en is de baksteenformatie niet meer van toepassing.
Doe dit ook nooit als je met z'n tweeën rijdt, omdat de achterste rijder veelal schuil zal gaan achter de voorste.
De voorste rijder dient iets rechts van het midden op wegen met één rijbaan te rijden
en iets links van het midden op wegen met gescheiden rijbanen.
Rijd je in een groep, dan is je eerste prioriteit om voor jezelf te zorgen - om binnen jouw grenzen en de grenzen van jouw motor te rijden, ongeacht wat de rest van de groep doet.
Met andere woorden: rijd je eigen rit! Laat je niet meeslepen door anderen. Volg hen niet klakkeloos.
Je eigen rit rijden betekent overigens niet dat je geen rekening zou moeten houden met
je teamgenoten. Overleg met elkaar en respecteer elkaar. Iedereen heeft zijn eigen kwaliteiten, kwaliteiten die weer ingezet kunnen worden ten dienste van de hele groep.
Rijd in de snelheid van de groep, blijf in de rijstrook waar de rest ook in rijdt.
Stop wanneer en waar de groep stopt.
Ten minste één rijder van elke groep dient een mobieltje, EHBO-spullen en een reparatieset bij zich te hebben.
Ben je het er niet mee eens met wat anderen in de groep doen,
stap er dan uit voor je problemen krijgt.
Dit is vaak het geval met onenigheid over de snelheid.
Langzame rijders voelen zich vaak opgejaagd door snelle rijders.
Stap in dat geval uit de groep en rijd je eigen tempo.
Dit kan ook het geval zijn nadat sommige mensen met alcohol op weer op hun motor stappen.
Laat ze vooruit gaan, ga er zelf als eerste vandoor of volg een andere route.
Bij het inhalen of van rijstrook wisselen op een weg met meerdere rijstroken
schaart de achterste rijder als eerste uit, van voren naar achteren wordt het knippersignaal doorgegeven en dan van achter naar voren met inhalen begonnen. Zo wordt gewaarborgd dat niemand zich in de groep dringen kan. Na het inhalen wordt voorin vlot doorgereden en voldoende afstand tot het ingehaalde voertuig bewaard, zodat er ook voor de achtersten voldoende ruimte is om zich weer in te kunnen voegen.
Bij een inhaalmanoeuvre of kruising moet iedere rijder zichzelf ervan vergewissen of het veilig is om in te halen. Je door voorgaande rijders mee te laten slepen is gevaarlijk! Altijd de volgorde van de groep aanhouden en na elkaar inhalen, zelfs als degene voor je aarzelt.
Bij inhalen of afslaan in een andere straat voldoende gas geven, zodat er voor de volgende rijder ruimte ontstaat om weer tussen te voegen.
Vermijd zoveel mogelijk wisselingen van rijstrook. Probeer het verkeer niet te blokkeren.
Klik hier voor een Amerikaans filmpje over groepsrijden
Het is altijd handig van tevoren signalen af te spreken die gebruikt kunnen worden om bepaalde zaken
aan te duiden. Zorg ervoor dat iedere deelnemer
van tevoren goed op de hoogte is van de signalen die gebruikt gaan worden.
Deze handsignalen verschillen nogal eens per motorclub.
Hieronder volgen een paar algemeen gebruikte.

START
DE MOTOREN
Met je linker- of rechterarm
uitgestrekt ronddraaiende bewegingen maken
met je wijsvinger.
| 
LINKERBOCHT
Linkerarm horizontaal omhoog
met je elleboog
volledig uitgestrekt. |
 RECHTERBOCHTLinkerarm horizontaal omhoog
met je elleboog
90 graden verticaal
gebogen.
|

GEVAAR LINKSJe linkerarm
in een hoek van 45 graden uitstrekken en
naar het gevaar wijzen.
|

GEVAAR RECHTS
A
Strek je rechterbeen in een hoek van 45 graden naar beneden uit om
het gevaar aan te wijzen. |

GEVAAR RECHTS
BStrek je linkerarm omhoog
in een hoek van 45 graden met je
elleboog 90 graden gebogen en
wijs richting het gevaar
over je helm heen. |

GASSEN
Linkerarm omhoog
en weer naar beneden
met je wijsvinger uitgestrekt omhoog.
Dit geeft aan dat de
leider wil versnellen. |

AFREMMEN
Strek je linkerarm uit
in een hoek van 45 graden en beweeg
je hand op en neer. |

STOP
Strek je arm uit in
een hoek van 45 graden met de
palm van je hand naar achteren gericht. |

ENKELE RIJ
Plaats je linkerhand over
je helm met je vingers
uitgestrekt omhoog. Dit geeft aan
dat de leider de groep
in een één rij wil krijgen.
Meestal wordt dit gedaan uit veiligheidsoverwegingen. |

BAKSTEENFORMATIE
Strek je linkerarm omhoog
in een hoek van 45 graden met je
wijsvinger en pink uitgestrekt.
Dit geeft aan dat het veilig is
om weer zigzag te gaan rijden. |

INKRIMPEN
Rechterarm omhoog en
herhaaldelijk op en neer
een trekkende beweging maken. Dit
geeft aan dat de leider
de groep dichter op elkaar wil hebben. |

KWAAD
Strek je linkerarm recht uit
met je elleboog 90 graden gebogen.
Voorzichtig je middelvinger uitstrekken
om duidelijk je onvrede
met die andere bestuurder aan te geven.
LET OP: dit is niet aan te bevelen
als je in je eentje rijdt... |
Klik hier voor een printversie van handsignalen
|
|
Motorwijsheden
Geluk en Ervaring
Je begint met een zak vol geluk en een lege zak ervaring.
De truc is om de zak met ervaring te vullen voordat je zak met geluk leeg is.
Tegensturen
Als je op het linkerhandvat drukt, gaat de motor links.
Druk je op het rechterhandvat, dan gaat de motor rechts.
Dat wil zeggen, tenzij je constant op het rechterhandvat drukt,
dan ga je waarschijnlijk links terwijl de motor onder je uit schiet.
Crashen
Bedenk dat motorrijden niet per se gevaarlijk is...
crashen wel...
De zijlijn
Het is altijd beter om aan de zijlijn te staan en te wensen dat je op de baan stond
dan op de baan en te wensen dat je aan de zijlijn stond.
Brandstof
De enige keer dat je te veel brandstof hebt is wanneer je in brand staat.
Het achterwiel
Het achterwiel is niks anders dan een grote ventilator om de rijder fris te houden
en zijn achterwerk relaxed. Twijfel? Kijk dan maar eens goed.
Als het blokkeert of uitzwenkt zie je de rijder zweten en er blijven kreukels in het zadel achter.
Te langzaam
Niemand heeft ooit iets te langzaam geraakt.
Ritjes
Een goede rit is er een waar je bij vandaan kunt lopen.
Een fantastische rit is er een waar je bij vandaan kunt lopen en je motor weer kunt gebruiken.
Geraakt worden
Je kunt niet geraakt worden als je er simpelweg niet bent.
Fouten
Leer van de fouten van anderen. Je leven is niet lang genoeg om ze allemaal zelf te maken.
Middensteun
Je weet dat je middensteun naar beneden staat als je met een topsnelheid met 4000 rpm nergens komt.
Grip
Als er weinig grip is, zijn je overlevingskansen omgekeerd evenredig
aan je hellingshoek. Grote hellingshoek, weinig overlevingskansen en vice versa.
Je hersenen
Laat je motor je nergens heenbrengen waar je
hersenen je niet vijf seconden eerder al heengebracht hebben.
Mist
Blijf uit de mist. Het rode achterlichtje voor je,
waarvan je denkt dat die van een andere motorrijder is die je in kunt halen,
kan het rode stuurboordlichtje zijn van een aangemeerde boot.
Parkeren
Probeer altijd het aantal keren dat je je motor parkeert gelijk te doen zijn
aan het aantal keren dat je hem gereden hebt.
Spiegels
Als het enige dat je in je spiegels kan zien de richting is vanwaar je komt,
opgevuld met vonkjes,
en het enige dat je kan horen geagitateerde woorden van je duopassagier,
dan gaat er iets niet goed.
Beslissingen
Een goede beslissing neem je door ervaring.
Jammer genoeg komt ervaring meestal door verkeerde beslissingen.
Geduld
Geduld is het vermogen je motor stationair te laten draaien terwijl je hem het liefst verschrikkelijk op zijn staart zou trappen.
Vooruitgaan
Het is altijd een goed plan het uiteinde van je koplamp zo veel mogelijk vooruit
te laten gaan.
Kijken
Kijk om je heen. Er is altijd iets dat je gemist hebt.
Wetten
Onthoud dat zwaartekracht en centrifugaalkracht elkaars tegenovergestelden zijn.
Spot er dus niet mee.
Er zijn maar drie sporten: bergbeklimmen, stierenvechten en motorrijden.
Al die andere zijn slechts spelletjes.
|
|
|
Klik hier voor de vorige nieuwsbrieven:
|
april 2006
|
o.a. Olie verversen, het MAIDS-onderzoek, Geluidshinder op een motor | |
maart 2006
|
o.a. Inhalen, Lifesaver, Gladde bochten | |
februari 2006
|
o.a. Een nieuwe motor, Tweesecondenregel, Spiegels kijken | |
januari 2006
|
o.a. Motorrijdersclub hekelt eiersnijder, Positie motorrijder in het verkeer, GPS voor motorrijders | |
december 2005
|
o.a. Verhoging verkeersboetes 2006, Bandengedrag in de winter, Beperkingen van het oog | |
november 2005
|
o.a. De file voorbij, Motorrijden bij sterke wind, Asfalt | |
oktober 2005
|
o.a. Motorrijden in de herfst, Slijtage motorbanden, Manoeuvreren met een zware motor, Motorrijden met kinderen | |
september 2005
|
o.a. Risicoperceptie, Kruispunten, Aansprakelijkheid en werkgever, Lagerugpijn en motorrijden | |
augustus 2005
|
o.a. Tegensturen versus gewichtsverplaatsing, Het recht van de sterkste, Dode hoek | |
juli 2005
|
o.a. Gewichtsverplaatsing in een bocht, Helmen en pasvorm, Toerritten en vermoeidheid | | |
juni 2005
|
o.a. De juiste lijn in een bocht, Instructeur aan het woord, Slecht wegdek, Motorrijden en medicijnen | |
mei 2005
|
o.a. Over een obstakel rijden, Zithouding, Risico's van een niet goed passende helm, Zonlicht en motorrijden
| |
april 2005
|
o.a. Motorrijden en remmen, ABS, Tegensturen en gyroscopische krachten, Bandenspanning
| |
maart 2005
|
o.a. Motorrijden en remmen, Motorrijders en letselschade, Foutmarges en risico's
| |
februari 2005
|
o.a. Urban Guerrilla, Tegensturen 2, Rijden in de regen
| |
augustus 2004
|
o.a. Tegensturen, Tips voor het schoonmaken van je motor en Torque
| |
juli 2004
|
o.a. Vakantietips, Zware motoren en stopafstand en een Harley testrit
| |
juni 2004 |
o.a. Ze zien me niet..., Optische illusies, Motorrijden en zwaartekracht en Ontdek je motorrijderprofiel
| |
mei 2004 |
o.a. Doelfixatie, Nieuwe plaats op de rijbaan België en een remtest
| |
april 2004 |
o.a. Kijktechniek, Bandenspanning, Redacteur op herhaling
| |
maart 2004 |
o.a. Voorjaarscheck, Bochtentechnieken, Nieuwe verkeerswetgeving België
| |
februari 2004
|
o.a. Samenspel in de file, Papercraft, Wintertips en Snelheid
|
|
|
|
Klik hier als je geen LCVM-Nieuwsbrieven meer wilt ontvangen
Copyright © LCVM 2006
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een
geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt worden in enige
vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of door fotokopieën,
of op enige andere manier, zonder voorafgaande
toestemming van de LCVM.
Hoewel de informatie op deze site permanent zo nauwkeurig en actueel mogelijk wordt weergegeven
zijn wijzigingen en/of onjuistheden te allen tijde voorbehouden.
Aan de inhoud van deze nieuwsbrief kunnen derhalve op geen enkele wijze rechten worden ontleend.
|
|