Welkom bij de LCVM-nieuwsbrief!
Printversie      Printversie met plaatjes
Voorwoord

Veilig motorrijden begint met risicoperceptie: het herkennen van potentieel gevaarlijke situaties. Hoe beter je op de hoogte bent van risico's en hoe ze te reduceren, des te groter de kans dat je verantwoorde keuzes maakt.
De meeste ongevallen waarbij motorrijders betrokken zijn gebeuren op kruispunten. Daarom een aantal tips om op kruispunten beter te zien en gezien te worden.
Dit keer weer een interessant artikel van Johan Oosting; in hoeverre zijn motorclubs aansprakelijk te stellen voor schade die ontstaat als bijvoorbeeld een aantal leden tijdens een toertocht onderuitgaat? Lees het in Motorrijden en verzekeren.
Lagerugpijn is iets waar bijna iedereen vroeger of later wel mee te maken krijgt. In deze nieuwsbrief diverse tips ter voorkoming van lagerugklachten op je motor.

Uit alle goede antwoorden van onze eigen prijsvraag hebben we weer vijf winnaars gekozen. Zij hebben inmiddels bericht gehad en krijgen een gezinskaart voor Attractiepark Slagharen thuisgestuurd. Het goede antwoord was: Bayern.

De winnaars zijn:
G. ten Dam uit Oldenzaal
R. van Noord uit Sint Annaparochie
L.A.M. Martens uit Zevenbergen
Hans Poppelaars uit Breda
Astrid de Kok uit Drouwenermond

Klik hier voor de volgende prijsvraag



Risicoperceptie

Risicoperceptie is het herkennen van een potentieel gevaarlijke situatie. Veel rijders die bij een ongeluk betrokken raken schieten tekort in risicoperceptie en kunnen niet adequaat reageren als zich een gevaarlijke situatie voordoet. Een laag niveau van risicoperceptie staat gelijk aan gevaarlijker rijgedrag.
80 tot 90 procent van de beginnende motorrijders is jong. Het probleem bij beginnende motorrijders is vaak niet dat ze de gevaren niet zouden onderkennen, maar wel dat ze denken dat het gevaar niet op hen van toepassing is. Ze zijn zich vaak weinig bewust van de risico’s die voortvloeien uit hun eigen onervarenheid en hebben de neiging zichzelf te overschatten. Het ongevalrisico bij jonge mannen ligt daarbij tweemaal zo hoog als bij jonge vrouwen en viermaal zo hoog als bij ervaren groepen. De verschillen tussen de groepen zitten eerder in verschillen in houding en motivatie dan in (gebrek aan) vaardigheid. Ook alcohol speelt een rol. Jonge mannen drinken minder alcohol in het verkeer dan oude mannen, toch hebben onervaren bestuurders/motorrijders al na het consumeren van een kleine hoeveelheid alcohol een sterk verhoogd ongevalsrisico.
Onervarenheid speelt dus een rol. Onervaren motorrijders hoeven echter niet per se beginneling of jong te zijn. Onervaren motorrijders zijn ook motorrijders die weinig rijervaring hebben, die niet regelmatig rijden of een paar jaar niet regelmatig gereden hebben.

Wat zijn risico's
Een risico is een vermenigvuldiging van de kans dat iets fout gaat maal de schade die het gevolg hiervan kan zijn. Voor een uitgebreidere omschrijving zie Foutmarges en risico's.
Een risico kan elk aspect van de wegomgeving of combinatie van gebeurtenissen zijn die een individu blootstellen aan een verhoogde kans op het krijgen van een ongeluk. In wezen is een risico een potentieel gevaar buiten iemands onmiddellijke controle om. Het gedrag, de ervaring en vaardigheden van de specifieke rijder vallen daarom niet binnen risico's, ook al verhogen ze de waarschijnlijkheid van een ongeluk.
Risico's in het verkeer kunnen onderverdeeld worden in twee soorten: risico's die de weg betreffen en risico's die zijn ontstaan door het gedrag van andere weggebruikers.

Risico's zijn:

  • Semi-permanente materiële karakteristieken van de wegomgeving (bijv. putdeksels, verkeer, visuele belemmeringen, wegversmallingen)
  • Tijdelijke karakteristieken van de wegomgeving (bijv. mist, olie op de weg of verblindende zon)
  • Het gedrag van andere weggebruikers (bewegingen en positie van andere weggebruikers, waaronder voetgangers en fietsers)

Risicobewustzijn
Risico is de waarschijnlijkheid waarmee een ongeluk zou kunnen plaatsvinden. Een objectief risico hoeft niet per se de aandacht van een bestuurder te krijgen. En ook al wordt het risico wel waargenomen, dan nog kan de situatie niet herkend worden als zijnde een risico. Ook hoeft een risico niet per se op een ongeluk uit te draaien, waardoor de motorrijder zich niet bewust is van het risico.
Risicoperceptie heeft betrekking op het vermogen om potentieel gevaarlijke verkeerssituaties te identificeren als zodanig. Het te accepteren risiconiveau hangt hierbij af van de mate waarin de rijder overtuigd is van het feit dat hij succesvol het gevaar kan ontlopen. Iedereen heeft een ander niveau van acceptatie van risico's. Het ene individu zal meer risico accepteren dan het andere. De een zal wel bij mist gaan rijden, de ander niet. In welke mate iemand een risico/gevaar ervaart hangt ook erg af van het individu. Een motorrijder kan een risico ervaren in een bepaalde situatie maar kan ervan uitgaan dat hij in staat is zo te reageren dat het risico op een ongeluk niet groter wordt, waardoor hij daardoor zijn rijgedrag niet aanpast. Een te zelfverzekerde motorrijder kan bijvoorbeeld met hoge snelheid door de bebouwde kom rijden, terwijl hij ervan uitgaat dat hij in staat is snel genoeg te reageren mocht zich een onverwachte situatie voordoen, zoals een plotseling overstekend kind.

Een risicovolle situatie proberen te vermijden kan nog gevaarlijker situaties met zich meebrengen. Bijvoorbeeld tegensturen om een obstakel op de weg te vermijden kan de motorrijder in de baan van het tegemoetkomend verkeer brengen en zo een nog ernstiger ongeluk teweegbrengen. Ook kan een motorrijder een situatie abusievelijk als gevaarlijk beschouwen en onnodige acties ondernemen om het te vermijden en daardoor anderen in gevaar brengen. Het is dus duidelijk dat de perceptie van een risico niet genoeg is. De motorrijder moet voldoende getraind zijn om een risico te ontwijken zonder de risico's voor anderen te vergroten.

Risico's als gevolg van het gedrag van andere weggebruikers kunnen veroorzaakt worden door gebrek aan risicoperceptie bij die andere weggebruikers. Hierop kan worden ingespeeld door de risicoperceptie en reactie van de motorrijder te verbeteren. Motorrijders die sneller kunnen reageren op risico's hebben een veel kleinere kans op een ongeluk.

Waarnemingsvermogen
Risicoperceptie heeft met waarneming en gedrag te maken. Waarnemingsvermogen, automatisme en aandacht zijn hierbij belangrijke factoren. Iedereen heeft een persoonlijk vermogen om waar te nemen. Je aandacht kan door veel zaken in beslag genomen worden, waardoor je waarnemingsvermogen vermindert.

Een veilige rijder moet zich concentreren op de ruimte rond het voertuig en niet alleen in de richting van het verkeer. Hiervoor dient hij constant zijn omgeving te scannen, potentiële risico's te herkennen en er extra aandacht aan te schenken zonder de rest uit het oog te verliezen. Dit is een vaardigheid die veel oefening vergt. Door te veel indrukken die ieder afzonderlijk geëvalueerd moeten worden, kan makkelijk cognitieve (cognitie = denkvermogen) overbelasting ontstaan, waardoor potentiële risico's niet worden waargenomen.
Door cognitieve overbelasting bestaat een verhoogde kans op foute inschattingen en daarmee samenhangende ongelukken.

Situatiebewustzijn
Terwijl risicoperceptie een belangrijk aspect is van veilig rijgedrag, zal het op zichzelf een motorrijder niet tot een veiliger rijder maken. Nadat een risico is waargenomen zal de motorrijder de juiste actie moeten ondernemen om een ongeluk te voorkomen, waaronder de juiste beslissing nemen. Die beslissing hangt af van gevoel, perceptie, het bepalen van de juiste strategie, cognitieve verwerking van binnenkomende informatie met geheugen en motivatie en vervolgens het kiezen en toepassen van de juiste strategie.

De mate van situatiebewustzijn en werkdruk bepalen in hoge mate hoe de informatie verwerkt kan worden:

  • Laag situatiebewustzijn (beeld van de situatie, perceptie, begrip en voorspelling) en lage werkdruk – onoplettendheid en weinig waakzaamheid zorgen voor een apathische houding
  • Laag situatiebewustzijn en hoge werkdruk – te veel informatie voor de motorrijder om mee om te gaan
  • Hoog situatiebewustzijn en lage werkdruk – een ideale situatie waarin informatie gemakkelijk wordt verwerkt
  • Hoog situatiebewustzijn en hoge werkdruk – de bestuurder moet hard werken om al de nodige informatie te verwerken

    Ervaring
    Risicoperceptie heeft alles te maken met het inschatten en reageren op een gevaarlijke situatie. Een gevaar kan wel of niet als gevaarlijk ingeschat worden en kan meer of minder als gevaarlijk ervaren worden dan het in werkelijkheid is. Dit is hoofdzakelijk afhankelijk van de voorgaande ervaringen van iemand. Onderdeel van deze voorgaande ervaringen zijn gewenning, kennis en vaardigheden. Belangrijker is de actie die volgt op het ingeschatte gevaar.

    Door veel ervaring en een geschiedenis van succesvolle uitwijkmanoeuvres zal het zelfvertrouwen van een motorrijder aanmerkelijk toenemen, waardoor zijn technieken nog beter worden. Daartegenover zal gebrek aan ervaring en vaardigheden stress veroorzaken. Een geringe mate van stress kan je capaciteiten doen toenemen, maar te veel stress beperkt het vermogen van de motorrijder zich te focussen op aanwijzingen waardoor de kans groot is dat hij belangrijke risico-informatie mist. Stress kan ook je geheugen negatief beïnvloeden.


    Prestatiefouten kunnen zich ook voordoen als de juiste techniek niet of verkeerd aangeleerd is of wanneer het individu door iets in de goede reactie beperkt wordt (tijd). Bewustzijn van deze fout kan het individu helpen de volgende keer wanneer zich dezelfde situatie voordoet beter te reageren.

    Goede motorrijders blijven zich bewust van hetgeen zich om hen heen afspeelt. Door middel van de volgende vijf stappen is het mogelijk de situatie juist in te schatten en in diverse verkeerssituaties op een juiste wijze te reageren: scannen, identificeren, voorspellen, beslissen en handelen.

    Scan
    Scan agressief vooruit, naar de zijkanten en achter je, om potentiële gevaren al te kunnen vermijden nog zelfs voordat ze zich voordoen. Hoe assertiever je zoekt en hoe meer tijd en ruimte je hebt, hoe beter je in staat bent eventueel letsel te voorkomen of verminderen. Zoek mogelijke vluchtroutes vooral op en nabij kruispunten, winkelstraten en bouwterreinen.

    Kijk uit voor:

  • naderend verkeer dat net voor je linksaf kan slaan
  • verkeer dat van links of rechts nadert
  • verkeer dat je van achteren nadert
  • gevaarlijke wegcondities
    Wees vooral alert in gebieden waar je zicht belemmerd wordt. Een visueel 'bedrijvige' omgeving kan jou en je motor voor anderen afschermen.

    Identificeer
    Identificeer de dingen die je problemen kunnen opleveren. Lokaliseer de plaats van gevaren en potentiële conflicten. Voertuigen en andere motoren kunnen je pad kruisen en de kans op een botsing vergroten. Voetgangers en dieren zijn onvoorspelbaar en verplaatsen zich met korte, snelle bewegingen. Stilstaande objecten, putdeksels, vangrails, bruggen, verkeersborden, heggen of bomen kunnen je strategie beïnvloeden.

    Voorspel
    Nu je de gevaren geïdentificeerd hebt kun je voorspellen wat voor impact ze op je kunnen hebben. Houd rekening met de snelheid, afstand en richting van gevaren om te kunnen bepalen hoe ze je beïnvloeden. Voorspel waar een botsing zou kunnen ontstaan. Vraag jezelf af: wat als... om in te schatten in welke mate je kennis en ervaring je kunnen helpen bij het beïnvloeden van het resultaat van de poging een risico te vermijden.

    Beslis
    Beslis wanneer, waar en hoe te handelen, afhankelijk van het soort risico dat je tegenkomt:

  • Enkel risico
  • Meerdere risico's
  • Stilstaand
  • Bewegend
    Overweeg de gevolgen van elk risico afzonderlijk, of zich nou een of meerdere risico's voordoen.

    Handel
    In gebieden met een hoog potentieel risico, als kruisingen, winkelstraten, scholen en bouwterreinen, koppeling en beide remmen bedekken om de tijd die je nodig hebt om te reageren te verkleinen.
    Creëer meer ruimte en beperk de gevolgen van risico's door:

  • je licht aan te doen zodat je goed zichtbaar bent en/of je claxon te gebruiken
  • je snelheid aan te passen door te accelereren, stoppen of af te remmen
  • je in de kijker te rijden door je positie en richting aan te passen
    Doe bij twee of meer risico's alles stap voor stap. Pas je snelheid aan om de twee risico's los te kunnen koppelen en ze vervolgens afzonderlijk te kunnen benaderen.

    Conclusie
    Risicoperceptie is de basis voor goed defensief rijgedrag. Kort samengevat draait alles om zien, beslissen en handelen. Des te beter je feedbackmechanisme is, des te adequater je kunt reageren in risicovolle situaties. Zo houd je namelijk meer tijd over om situaties te voorzien en je strategie te bepalen.



  • Kruispunten

    De meeste ongevallen waarbij motorrijders betrokken zijn gebeuren op kruispunten. Een kruispunt kan zich midden in een stad bevinden of op een doorlopende weg in een woonwijk; overal waar verkeer je pad kan kruisen. Meer dan de helft van alle botsingen tussen motor en auto worden veroorzaakt door bestuurders die geen voorrang verlenen. Tegemoetkomende auto's die voor je linksaf slaan en auto's die vanuit zijwegen in jouw baan optrekken vormen de twee grootste gevaren. In het artikel over risicoperceptie worden vijf punten genoemd die vooral op kruispunten hun nut bewijzen.


    rijd zover mogelijk van naderende auto's vandaan...

    De kans bestaat dat anderen jou niet zien. Vertrouw niet op oogcontact als een teken dat een bestuurder voor je uit zal wijken. Maar al te vaak kijkt een bestuurder recht tegen een motorrijder aan zonder hem te zien. Vertrouw alleen op je eigen ogen. Als een auto in jouw baan kan komen, ga er maar vanuit dat hij dat zal doen ook.
    Minder je snelheid. Na het oprijden van de kruising wegrijden van tegemoetkomende voertuigen die de bocht willen nemen. Niet radicaal snelheid en positie veranderen, zodat de andere bestuurder denkt dat je af wilt slaan.
    Kijk uit voor problemen, zodat je eruit kan blijven:
  • beweeg je zo ver mogelijk van de auto vandaan. Als de auto aan de rechterkant zit, ga naar links. Zit de auto links of nadert een auto met het linker knipperlicht aan, ga dan naar rechts;
  • als het kan, verander dan van rijstrook. Ga anders zo ver mogelijk naar de kant van je rijstrook rijden;
  • nader langzaam. Als een bestuurder plotseling optrekt, zijn je kansen om te stoppen of draaien een stuk beter.

    Vergroot de kans gezien te worden op kruispunten. Doe je lichten aan en rijd op die plek waar je tegemoetkomend verkeer het best kunt zien. Creëer een bufferzone rond je motor zodat je in elke situatie kunt uitwijken.
    Als je een kruispunt nadert, een rijbaanpositie kiezen die je zichtbaarheid voor andere weggebruikers vergroot. Bedek de koppeling en beide remmen om je reactietijd te verkleinen.
    Vermijd het midden van de rijstrook vanwege diesel- en olieresten op het wegdek. Kijk niet alleen goed naar borden en verkeerslichten, maar scan voortdurend voor eventuele obstakels, zoals een slecht wegdek e.d. (kleurverschillen). Blijf er niet naar kijken, maar rijd er langsheen.
    Laat grotere voertuigen links en recht van je iets sneller optrekken op kruisingen met meerdere rijstroken. Als een of andere idioot van links of rechts door rood rijdt, is het beter dat ze het busje/de auto links of rechts van jou raken. Daarom nooit direct oversteken als het licht op groen springt. Wacht even en gebruik de voertuigen links en rechts van je als schild. Als je er niet naast kunt rijden, afremmen om afstand te creëren. Zo ben je beter zichtbaar voor andere bestuurders.

    Onoverzichtelijke kruispunten

    Als je een onoverzichtelijk kruispunt nadert, ga dan naar dat gedeelte van de rijstrook dat je zo vroeg mogelijk in het zicht van andere weggebruikers brengt. In dit plaatje is de motorrijder naar de linkerkant van zijn rijstrook gereden - weg van de geparkeerde auto - zodat de bestuurder op de kruisende weg hem zo vroeg mogelijk ziet.
    Soms hebben we zelf geen goed zicht. Vaak wordt het zicht belemmerd door grotere voertuigen zoals vrachtwagens. Wacht iets langer tot je wel voldoende zicht hebt. Pas daarna afslaan of oversteken. Sta je op een onoverzichtelijke kruising en weet je niet of er iets aankomt, zoek dan naar spiegelende objecten. Die auto die je niet rechtstreeks kunt zien, spot je misschien wel in het raam van een huis of in de lak van een geparkeerde auto.
    Ga er in principe altijd vanuit dat er een ander voertuig naast een groot voertuig rijdt, dan kom je nooit voor verrassingen te staan. Rijd je zelf naast een afslaand groot voertuig, pas dan je snelheid aan tot je goed zicht hebt, ook al is de weg waarop je rijdt een voorrangsweg.
    Ga niet naast een ander voertuig staan voordat je een kruispunt oprijdt (geldt uiteraard niet voor een rijbaan met drie of meer rijstroken in dezelfde richting). Op deze manier ontneem je de ander ook het zicht.

    Positioneer jezelf. Als een voertuig voor je plotseling langzamer gaat rijden en zijn knipperlicht aan heeft staan, ga dan links (rechterknipperlicht) of rechts (linkerknipperlicht) achter het voertuig rijden/staan. Zo heb je een vluchtroute en kunnen auto's achter je zien dat de auto af wil slaan. Ook voorkom je een botsing als het voertuig achter je niet op tijd stopt. Voor het stoppen een paar keer je remlichten laten flitsen. Als je gestopt bent, koppeling inhouden, motor in de versnelling en ogen in de spiegels. Je weet maar nooit...
    Pas ook op voor een kop-staart-aanrijding indien je voorligger plotseling stevig remt omdat hij een ander te laat gezien heeft. Bedenk dat het bij een dergelijke situatie altijd beter voorkomen is dan genezen!
    Soms ligt tussen de rijstroken een verdrijvingsvlak. Houd er rekening mee dat het inhalen over deze vakken in feite ook een afdekongeval tot gevolg kan hebben. Bovendien is ieder gebruik van verdrijvingsvlakken bij wet verboden.

    Gaat ondanks alles toch iets fout, probeer dan binnen de gegeven ruimte zoveel mogelijk snelheid eruit te remmen. Laat hierna je remmen los en stuur binnen de beschikbare ruimte om de ander heen. Hierbij dien je wel van te voren gezien te hebben waar die ruimte ligt. Blijf dan ook naar die ruimte kijken (waar je heenkijkt, ga je heen).

    Zoveel mogelijk zelf kunnen zien en zoveel mogelijk zichtbaar zijn in je eigen beschermde ruimte, daar draait het om!

  • Motorrijden en verzekeren

    Op 11 januari 2005 heeft een arrest van het Gerechtshof Arnhem veel stof doen opwaaien. Wat was er gebeurd? Het Hof oordeelde dat een vrijwilligster in dienst van een dierenasiel het bestuur van het dierenasiel aansprakelijk kon stellen op grond van artikel 7:658 lid 4 Burgerlijk Wetboek. Dit artikel regelt de zogenaamde 'werkgeversaansprakelijkheid'.
    Laten we de vrijwilligster gemakshalve Wilma noemen. Wilma werd belast met de zorg van kleine honden. Bij grote honden moest zij uit de buurt blijven. Zij negeerde het verbod en ging de kennel ven een Duitse herder binnen. Prompt werd zij door de hond gebeten. Daarop stelde zij het bestuur van het dierenasiel aansprakelijk. Het Gerechtshof oordeelde dat Wilma - ook al was zij vrijwilligster - onder de strekking van artikel 7:658 lid 4 Burgerlijk Wetboek valt. Ofwel het bestuur van het dierenasiel is aansprakelijk. Wilma kreeg haar schade echter niet betaald, omdat zij tegen de instructie in het hok van de Duitse herder had betreden.

    De vraag die mij werd gesteld was of het arrest ook als gevolg heeft dat besturen van motorclubs op grond van dit arrest aansprakelijk kunnen worden gesteld door de vrijwilliger die een motorrit uitzet en daarbij een ongeval overkomt. Of, erger, een aantal leden gaat tijdens een toertocht onderuit als gevolg van een oliespoor op de weg. Moet het bestuur van de motorclub dan vrezen voor een schadeclaim?


    Neen, criterium is namelijk of het bestuur van de motorvereniging werkzaamheden laat uitvoeren in de uitoefening van een bedrijf of beroep. Zolang het bestuur het uitzetten van motortochten niet regelt in de zin van een bedrijfsmatige activiteit, hoeft zij niet bang te zijn om een dergelijke claim op haar 'bordje' te krijgen.
    Het blijft vanzelfsprekend altijd aan te raden om zorg te dragen voor een goede aansprakelijkheidsverzekering. Al was het alleen maar om mogelijke aansprakelijkstellingen te kunnen doorsturen ter beoordeling.

    Johan Oosting
    Mr.j.h.oosting@palsgroep.nl



    Lagerugpijn en motorrijden


    Tachtig procent van de Nederlanders krijgt vroeger of later te maken met rugklachten. Motorrijden vergroot de kans op het krijgen van rugklachten. Zelfs motorrijders die nog nooit rugklachten gehad hebben kunnen spontaan rugklachten ontwikkelen. Lange dagen in een slechte zithouding over je stuur hangen en betrekkelijke inactiviteit kunnen je lagerugspieren doen verkrampen en je tussenwervelschijven overbelasten. Een goede zithouding (zie foto hierboven) is daarom uitermate belangrijk.

    Tussenwervelschijven
    Tussenwervelschijf met twee wervels

    De buitenlaag van een tussenwervelschijf kun je je als een stevige buitenband voorstellen met in het midden een gelknikker, een soort wiebelig waterkussentje, die de zachtere inhoud vormt. Een tussenwervelschijf (discus) is als het ware een soort schokdemper voor je wervels. Door het blootstaan aan bepaalde trillingen in een kromme positie wordt er grote druk op je tussenwervels uitgeoefend. Door slijtage of te veel druk kan er een gaatje in de buitenband komen, zodat de gelknikker er doorheen puilt en tegen een zenuwwortel drukt (hernia). In een plotselinge reflex worden de spieren aangespannen ter bescherming tegen ernstiger problemen. Deze verkramping van de spieren noemen we spit en kan ook andere oorzaken hebben. Rijden met ontblote onderrug veroorzaakt namelijk ook nogal eens spit.

    Veel klachten van de lage rug komen doordat de wervels niet goed bewegen ten opzichte van elkaar. Veel problemen zijn het gevolg van het degeneratie(verouderings)proces van de tussenwervelschijven. Daardoor drogen een of meerdere tussenwervelschijven uit. De zenuweindjes op de achterwand van de tussenwervelschijf of een eventuele beknelling van een zenuw kunnen pijnklachten veroorzaken. Inzakking van de discus kan een overbelasting van de tussenwervelgewrichtjes tot gevolg hebben.
    Slijtage of inzakken van de tussenwervelschijf kan opgevangen worden door versteviging van het spiercorset.


    http://www.fysiotherapiedaalmeer.nl/
    Vaak zien we dat bij klachten van de tussenwervelschijf de pijn toeneemt bij langdurig in voorovergebogen houding zitten, omdat de druk in de tussenwervelschijf dan meer naar achteren is gericht waar de zenuwen lopen. Verschillende houdingen en bewegingen van de rug veroorzaken drukveranderingen in de tussenwervelschijf. Vooral de bewegingen van de rug waarbij een bolle houding wordt aangenomen geeft een uitpuilend effect van de tussenwervelschijf naar achteren. Op de afbeelding hierboven zie je dat de druk in de tussenwervelschijf door verschillende houdingen kan oplopen van 25 kg naar maar liefst 275 kg. Langdurig zitten veroorzaakt de meeste klachten. Je ziet dat bij motorrijders dezelfde kromme positie de druk op de tussenwervelschijf enorm doet toenemen. Bovendien geeft elke 10 kg overgewicht een extra 40 kg druk op de tussenwervelschijven.

    De wervels staan aan de zijkanten met facetgewrichtjes op elkaar. Door overbelasting van deze facetgewrichtjes door een verkeerde houding kan de tussenwervelschijf verkeerd belast worden, waardoor verschillende structuren overbelast raken.

    Preventie
    De meeste klachten zijn te voorkomen door een goede zithouding en het verstevigen van je rugspieren. Een goede zithouding is een houding waarbij je lichaam minimaal belast wordt en je de meeste steun hebt. Een goede zithouding is een ontspannen zithouding. Door te verkrampen vormt je lichaam een star geheel met de motorfiets en kunnen schokken en dergelijke niet goed opgevangen worden. Hierdoor heeft je rug veel te lijden. Als je je rug langdurig te recht houdt of te veel buigt, kunnen de spieren en gewrichtsbanden te zwaar belast worden of te gespannen zijn. Dit kan leiden tot slijtage van wervels en wervelgewrichten.
    Ontspan je beenspieren, trek je knieën goed op en druk ze lichtjes tegen de tank aan zodat je de motorfiets goed voelt bewegen. Laat je armen zo ontspannen en los mogelijk bengelen. Het spreekt vanzelf dat je je stuurhelften goed blijft vasthouden. Door heel iets voorover te gaan zitten kunnen je armen en je gehele lichaam de schokken opvangen, waardoor de rug minder zwaar wordt belast.

    Lagerugspieren werken niet geïsoleerd, maar in balans met andere spiergroepen, de dwarse buikspier, de diepe rugspier (Multifidus), bekkenbodemspieren en diafragma. Lagerugpijn kun je verlichten door de balans tussen deze spiergroepen te herstellen. Dit kan al met een paar simpele oefeningen terwijl je rijdt.

  • Span je bekkenbodemspieren (dezelfde spieren als waar je je plas mee ophoudt) regelmatig zachtjes aan en houd dit tien seconden vast, terwijl je normaal blijft ademen (ook goed tegen een verzakking). Als je je onderbuikspieren aan voelt trekken, druk je te hard.
  • Kantel je bekken door je heupen vooruit te duwen, zodat je rug van boven tot onder recht komt te staan. Houd dit vijftien seconden vast.
    Deze oefeningen zijn onderdelen van pilates, net als yoga ideaal voor mensen met lagerugklachten. Op het internet zijn diverse nuttige lagerugoefeningen te vinden, waaronder pilates en yoga.

    De volgende yoga-oefeningen zijn ideaal voor het voorkomen van rugklachten en het losmaken van je lagerugspieren (Engels):
    http://www.bellaonline.com/articles/art31934.asp

    Op de volgende site staan enkele preventieve oefeningen in het Nederlands:
    http://www.ulb.ac.be/erasme/edu/rug/exercices.htm

    Het is raadzaam voor het doen van bepaalde oefeningen eerst contact op te nemen met je arts/fysiotherapeut als je al een historie van lagerugklachten hebt. Wat voor de een geschikt is, hoeft soms niet geschikt te zijn voor de ander.

    Een aantal tips voor het voorkomen van rugklachten op de motor:

    • Stop regelmatig om je rug te strekken en eventjes te wandelen.
    • Schaf een motor aan met een goede ophanging zodat je niet blootgesteld wordt aan onnodige trillingen.
    • Door het doen van bepaalde oefeningen behoud je je botmassa en verklein je de kans op het ontstaan van rugklachten.
    • Doe voordat je gaat motorrijden stretch- en buigoefeningen.
    • Tegenwoordig is een niergordel voor je nieren eigenlijk niet meer nodig als je op de weg rijdt, omdat moderne motoren goed zijn afgeveerd. Toch is het dragen van een niergordel in sommige gevallen aan te raden. Je kunt een niergordel dragen om je onderrug te beschermen of als je toch een motor hebt met een minder goede vering. Ook bij lange ritten is het dragen van een niergordel aan te bevelen. Door het dragen van de niergordel zakt je onderrug veel minder in, waardoor je zithouding verbetert en de rit een stuk aangenamer wordt.
    • Repareer een te zacht zadel door er hard schuimrubber in te zitten. Zo krijg je geen last van zadelpijn. Door zadelpijn wordt je zithouding namelijk nadelig beïnvloed.
    • Als je een rugsteun hebt of een zadel met iets een verhoging, leun dan naar voren en ga op je voetstepjes staan voordat je een obstakel in/op de weg raakt. Als je achterwiel over een obstakel rijdt, kan je rugsteun namelijk lelijk je onderrug raken. Als je met hogere snelheid over een drempel rijdt, doe dan idem dito. Zo vangt de motor de schokken op in plaats van je (onder)rug.
    • Voeding is erg belangrijk. Minimaal 500 ml (!) zuivelproducten per dag wordt aanbevolen voor het behoud van je botmassa en het voorkomen van osteoporose. Melk bevat belangrijke hoeveelheden calcium en fosfor, noodzakelijk voor het behoud van een gezond skelet. Een verhoogd gehalte aan homocysteïne geeft een verhoogde kans op botbreuken. Het gehalte aan homocysteïne wordt gunstig beïnvloed door vitamine B12, die in grote hoeveelheden in melk voorkomt. Ben je allergisch voor melk of ben je astmatisch, neem dan zure melkproducten zoals karnemelk en yoghurt.
      Calcium wordt beter opgenomen onder invloed van vitamine D. Het overgrote deel wordt onder invloed van zonlicht door het lichaam zelf aangemaakt. Voor mensen met een donkere huid of die veel binnen zitten is het dus raadzaam extra vitamine D te slikken.

    Heb je eenmaal last van je rug, dan is het aan te raden een rugbrace (Lumboloc) aan te schaffen

    Een van de slechtste dingen die je kunt doen is stoppen met oefeningen als je lagerugpijn hebt. Experts beweren dat 80 tot 90 procent van alle rugklachten veroorzaakt wordt door slappe spieren. Zelfs doktoren raden bij rugklachten steeds meer voorzichtige oefeningen aan in plaats van rust. Dit geldt uiteraard niet voor ernstige rugklachten na een ongeluk.

    Natuurlijk zijn er ook diverse smeermiddeltjes tegen rugpijn verkrijgbaar, al nemen deze natuurlijk de onderliggende oorzaak niet weg. Bij een mildere of zeurende pijn kun je de volgende middeltjes proberen.
    Een effectief middel is Spiroflor SRL gelei, dat zorgt voor een sneller herstel en het verdwijnen van de stijfheid. Deze is bij de DA Drogisterij verkrijgbaar.
    Een goedkoop pijnstillend zalfje kun je maken van rode (Spaanse) peper (Capsicum). Rode peper bevat capsaïcine. Deze stof maakt ongevoelig voor pijn, het elimineert wat onderzoekers Substance P hebben genoemd, een neurotransmitter die het waarnemen van pijn doorgeeft aan de hersenen. Je kunt een rode peper fijnmalen en rechtstreeks op de zere plek smeren. Of je gebruikt een restje witte huidcreme dat je nog had staan en doet daar zoveel rode peper in dat het roze wordt. Kijk wel uit, want sommige mensen zijn allergisch voor rode peper. Wel handschoenen gebruiken! Cayennepeper (rodepeperpoeder) heeft hetzelfde effect. Aanvankelijk geeft het een brandend gevoel en wordt de huid rood. Daarna ontstaat een gevoel van warmte. Dat is het teken dat de bloedtoevoer toeneemt, waardoor de verkrampte spieren zich ontspannen. Na een aantal toepassingen wordt de behandelde huid ongevoelig voor pijn. Omdat capsaïcine de uitstoot van een pijnsignaal remt, heb je tot lange tijd na het insmeren totaal geen pijn meer.



  • Motorfun

    Klik op een van onderstaande afbeeldingen voor een leuke puzzel. Klik op openen, klik op Esc om er weer uit te gaan. De puzzelstukjes verplaats je door op je linkermuisknop te drukken en vast te houden. De puzzelstukjes kun je draaien door op je linkermuisknop te drukken en vervolgens op je rechtermuisknop. Als er een schaduw achter het puzzelstukje staat kun je hem draaien. Klik je er nog een keer met je linkermuisknop op, zodat de schaduw weg is, dan heb je hem weer teruggelegd.


    Hoeveel weet je van de film Easy Rider?
    Klik hier en vind uit.


    Wallpapers voor je beeldscherm. Klik op het gewenste formaat, ga op de afbeelding staan, klik op je rechtermuisknop en 'Als achtergrond gebruiken'.
    Free Desktop Wallpaper
    800 x 600
    1024 x 768
    Free Desktop Wallpaper
    800 x 600
    1024 x 768
    Free Desktop Wallpaper
    800 x 600
    1024 x 768
    Free Desktop Wallpaper
    800 x 600
    1024 x 768
    Free Desktop Wallpaper
    800 x 600
    1024 x 768
    Free Desktop Wallpaper
    800 x 600
    1024 x 768
    Free Desktop Wallpaper
    800 x 600
    1024 x 768
    Free Desktop Wallpaper
    800 x 600
    1024 x 768


    Regiotrainingen LCVM

    Het motorseizoen loopt alweer bijna ten einde. Het trainingsseizoen loopt tot oktober. Er zijn nog enkele plaatsen vrij voor een training. Als je je motorvaardigheden nog dit jaar op een hoger niveau wilt brengen, geef je dan snel op.
    Op een trainingsdag van de LCVM raak je vertrouwd met de o zo belangrijke rijtechnieken en leer je op de meest veilige manier motor te rijden.
    Met het certificaat dat je aan het eind van de cursusdag ontvangt krijg je korting bij diverse verzekeringsmaatschappijen.
    Klik hier voor het reserveringsformulier
    Stuur deze nieuwsbrief naar een vriend(in)
    Klik hier voor de vorige nieuwsbrieven:

    augustus 2005 o.a. Tegensturen versus gewichtsverplaatsing, Het recht van de sterkste, Dode hoek
    juli 2005 o.a. Gewichtsverplaatsing in een bocht, Helmen en pasvorm en Toerritten en vermoeidheid
    juni 2005 o.a. De juiste lijn in een bocht, Instructeur aan het woord, Slecht wegdek, Motorrijden en medicijnen
    mei 2005 o.a. Over een obstakel rijden, Zithouding, Risico's van een niet goed passende helm, Zonlicht en motorrijden
    april 2005 o.a. Motorrijden en remmen, ABS, Tegensturen en gyroscopische krachten, Bandenspanning
    maart 2005 o.a. Motorrijden en remmen, Motorrijders en letselschade, Foutmarges en risico's
    februari 2005 o.a. Urban Guerrilla, Tegensturen 2, Rijden in de regen
    augustus 2004 o.a. Tegensturen, Tips voor het schoonmaken van je motor en Torque
    juli 2004 o.a. Vakantietips, Zware motoren en stopafstand en een Harley testrit
    juni 2004 o.a. Ze zien me niet..., Optische illusies, Motorrijden en zwaartekracht en Ontdek je motorrijderprofiel
    mei 2004 o.a. Doelfixatie, Nieuwe plaats op de rijbaan België en een remtest
    april 2004 o.a. Kijktechniek, Bandenspanning, Redacteur op herhaling
    maart 2004 o.a. Voorjaarscheck, Bochtentechnieken, Nieuwe verkeerswetgeving België
    februari 2004 o.a. Samenspel in de file, Papercraft, Wintertips en Snelheid

        
        
        
        
    Klik hier als je geen LCVM-Nieuwsbrieven meer wilt ontvangen


    Copyright © LCVM 2005
    Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of door fotokopieën, of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de LCVM.
    Hoewel de informatie op deze site permanent zo nauwkeurig en actueel mogelijk wordt weergegeven zijn wijzigingen en/of onjuistheden te allen tijde voorbehouden. Aan de inhoud van deze nieuwsbrief kunnen derhalve op geen enkele wijze rechten worden ontleend.

    Landelijk Coördinatiecentrum Verhoogde Motorrijvaardigheid