Welkom bij de LCVM-nieuwsbrief!
Printversie      Printversie met plaatjes
Voorwoord

Door rekening te houden met de gewichtsverplaatsing van je motor in een bocht, kun je veel problemen van vering en demping voorkomen. Lees in deze nieuwsbrief waarom.
Een helm is uitermate belangrijk voor je veiligheid. Hij moet goed zitten en niet te zwaar zijn. Een goede helm bepaalt in hoge mate je rijcomfort. Hoe je een helm het beste kunt passen lees je in Helmen en pasvorm.
Gedurende de zomer is het heerlijk een lange motorrit te maken. Ga goed uitgerust op pad en houd rekening met je grenzen. Vermoeidheid leidt tot verlies van waakzaamheid, met alle gevolgen van dien. Vaak en lang rijden, lange werkdagen hebben en onvoldoende of slecht slapen zijn risicoverhogende factoren. Ook het tijdstip waarop je rijdt en de wegomgeving spelen een rol.
Wie belangstelling heeft voor de bergtraining in september, er zijn nog een paar plaatsen vrij! De Eifel is een schitterende omgeving, sowieso al heerlijk om te rijden, maar uitermate geschikt voor de bergtraining. Ook als voorbereiding op bijv. de Dolomieten een aanrader!

http://www.lcvm-bergtrainingen.nl/inschrijven.html


Gewichtsverplaatsing in een bocht

Gewichtsverplaatsing is een van de belangrijkste factoren als het op het nemen van bochten aankomt. Veel problemen met de wegligging worden ten onrechte geweten aan een slechte vering en demping. Door de overgangsfases van accelereren naar remmen naar accelereren in een bocht geleidelijker te laten verlopen, wordt het grootste deel van de problemen opgelost. Vloeiend rijden draagt in hoge mate bij aan rijcomfort en veiligheid. Voor de liefhebbers van de techniek volgt hier een uitgebreide uitleg van de krachten die wij (soms ongewild) oproepen tijdens het nemen van een bocht.

We hebben het al vaker genoemd. Als je remt, wordt het gewicht naar voren verplaatst. De voorkant van je motor gaat naar beneden als de ophanging samengedrukt wordt en de achterkant komt omhoog als het gewicht ervan verplaatst.
Als je een bocht neemt, zijn de g-krachten op beide uiteinden even groot en beide uiteinden van je motor worden samengedrukt door de krachten die het nemen van de bocht vergt.
Als je gasgeeft, verplaatst je gewicht naar de achterkant van je bike, weg van de voorkant. Als het gewicht van de voorkant afgaat, wordt de voorophanging langer en de achterophanging wordt samengedrukt doordat die het meeste gewicht van de motor moet dragen.

Laten we eens kijken naar de conventionele manier om een bocht te nemen.
Niet alleen wordt zo de helft van de tractiecirkel verspild, ook wordt veel onnodige energie verspild aan correcties.
Sportbanden hebben niet veel nodig om te corrigeren, hetzelfde geldt voor sportophangingen. Daarom tolereren sportbikes slecht rijgedrag en daarom zeggen luie motorrijders: 'Ik heb een sportmotor nodig'.
Laten we alles even op een rijtje zetten. De belangrijkste factor is het vermogen om op elke motor snel te kunnen rijden. Daarvoor is het managen van gewichtsverplaatsing noodzakelijk.






Wat is hier nou fout aan?

Kijk naar de voorkant - die stuitert op - neer - op - neer - op. Aan de achterkant hetzelfde, maar dan tegenovergesteld. Al dat stuiteren op en neer is verwoestend voor je grip en stabiliteit, omdat je alleen maar bezig bent je motor onder controle te houden in plaats van lekker door de bocht te gaan.
Als een van je vrienden dus zegt: 'Ik moet meer demping' of 'Ik moet betere vering', bedoelt hij eigenlijk meestal: 'Mijn motor stuitert in de bocht'. Om het nog erger te maken zal hij waarschijnlijk ook nog eens te pas en te onpas remmen en gassen.
Als je zo rijdt, zal geen enkele motor aan je verwachtingen voldoen. Natuurlijk reageert een sportmotor beter omdat die meer demping heeft, en dat absorbeert de onverwachte input van de rijder wat beter. Maar zelfs een sportmotor rijdt stukken beter als je de juiste rijtechnieken toepast.







Het enige wat we moeten doen is 'loslaten' weglaten, en geleidelijk van de ene naar de andere fase overgaan. Van vol gas, van remmen indrukken tot remmen, remmen loslaten naar draaien, gasgeven naar accelereren en tegelijkertijd de bocht nemen.
Kijk je nou weer naar hoe je motor reageert dan zie je een soepele overgang; de voorkant gaat vlot neer en vlot weer omhoog, zonder abrupte bewegingen die opgevangen moeten worden. De motor is niet alleen onder controle, maar de ophanging krijgt de kans om echte gaten in de weg op te vangen en daardoor stuitert de motor niet over de weg. Zo kun je elke motor rijden.

Natuurlijk rijdt een sportmotor makkelijker dan bijvoorbeeld een cruiser. Een sportophanging absorbeert veranderingen sneller zodat je soepeler over kunt gaan van remmen naar draaien naar accelereren. Het gaat allemaal wat vlugger - de motor heeft niet zoveel tijd nodig voor correctie - zodat je geen tijd aan overgangen verspilt.

Er is nog een probleem wanneer je sportief rijdt op een motor zonder sportophanging en met een lange voorvork (cruiser). Wanneer je remt, duikt de voorkant naar beneden - het krijgt momentum, dus nadat je de remmen loslaat gaat het effect nog (licht) door.
Laat rustig de remmen los om dit effect wat af te zwakken. Hier geldt wel: 'Ik moet meer demping', maar dat is in principe niet nodig, want de rijder kan zelf bepalen of het zich voordoet of niet.
Normaal gesproken duiken motoren met zachte ophanging alleen bij te abrupt remmen, als de motorrijder haast heeft. Een rijder die regelmatig de voorkant laat duiken heeft daar waarschijnlijk geen rekening mee gehouden.
Stelregel is hier: geef je motor altijd de ruimte om te corrigeren. Sommige motoren hebben nou eenmaal meer ruimte nodig dan andere...



Hoe steiler de voorkant van je motor, hoe sneller de motor in de bocht draait. Sportmotoren zijn zo gebouwd, cruisers niet. Je voorkant duikt dus naar beneden. Veel motorrijders hoor je klagen: Mijn voorkant duikt! Tuurlijk joh! Natuurlijk duikt-ie! Gewicht verplaatst zich naar voren en de voorkant gaat naar beneden. De voorvorken duiken. Normaal rem je, dan draai je en bij het verlaten van de bocht geef je gas -- afremmen, kijken, leunen, gassen.
Door zo laat mogelijk te remmen, in de bocht, en geleidelijk de remmen los te laten als je de bocht instuurt, verplaatst het gewicht naar voren en de voorvorken trekken samen, waardoor ze korter worden. Daardoor wordt niet alleen de motor korter, zodat die sneller kan draaien, maar daardoor wordt de hoek van de voorvorken kleiner.
Dus die cruiser wordt in één keer een behendige machine als gevolg van het late remmen!
Als je daarna weer gasgeeft, wordt het effect nog groter. De voorkant rekt uit als je gasgeeft en verandert weer in die lange voorkant voor meer stabiliteit en minder schommelingen bij exit van de bocht.
(Als je motor al een steile voorkant heeft, kan het nog steiler worden door het remmen, waardoor hij gaat zwiebelen. Gelukkig hebben bijna alleen sportmotoren steile voorkanten, en een ophanging, gemaakt om niet zo diep te duiken).



Motorfun

Weer een leuke Motorcycle Personality test. Of de uitslagen wel zo juist zijn, daar heb ik m'n twijfels over. Grappig is het in ieder geval wel...
Klik hier voor de test

Lees deze nieuwsbrief met echte bikermuziek erbij (klik op het icoontje):

Handsignalen voor groepsrijden

Motorradbezogenes



Helmen en pasvorm

Als je hersens beschadigd zijn, ontstaat vaak zwelling en ontsteking. Omdat er geen extra ruimte in je schedel zit, proberen je hersenen naar beneden te drukken door het gat onder aan je schedel. Dit veroorzaakt een druk die de vitale hersenstam nog verder verwondt waardoor vaak delen die de ademhaling en andere basale lichaamsfuncties aansturen worden verwoest. Als je erg hard op je kaak geslagen wordt, zoals bij een botsing, kan de kracht doorgestuurd worden naar de onderkant van je schedel, waardoor je wervelkolom kan breken of scheuren. Een goede reden om een integraalhelm te dragen en dik niet-veerkrachtig EPS-schuim in je kinband. Als je hersenen in aanraking komen met de binnenkant van je schedel, kunnen benige uitsteeksels rond onder andere je ogen en andere holtes ernstige schade toebrengen aan je hersenen. Als je hoofd snel ronddraait, kunnen de hersenen achterblijven waardoor ernstig hersenletsel kan ontstaan door het trekken en het langs de schedel schuren. Een helm voorkomt dit soort letsel.
Een goede en goed passende helm is van het allergrootste belang voor je veiligheid op de motor. Een onzorgvuldige helmkeuze heeft een grote invloed op het concentratievermogen en beïnvloedt daarmee het prestatievermogen en de veiligheid van de drager ervan.
Helmen zijn voor zo'n veertig procent effectief in het voorkomen van dodelijke ongelukken en voor 67 procent in het voorkomen van hersenletsel.
Je perifere gezichtsveld wordt niet beperkt door het dragen van een helm. Je normale perifere zicht is tussen de 200 en 220 graden; Veiligheidsnormen die gesteld worden aan helmen eisen 210 procent perifeer gezichtsveld. Meer dan 90 procent van de botsingen vinden plaats binnen zo'n 160 graden van het perifere gezichtsveld (de rest zijn botsingen door een achterligger). Het moge duidelijk zijn dat helmen dus niet je perifere gezichtsveld belemmeren of mede bijdragen aan ongelukken.
Met een helm hoor je even goed, of misschien nog wel beter dan zonder. De wind en het geluid van de motor zijn behoorlijk storend als je geen helm draagt. Met een helm op zijn de omgevingsgeluiden rustiger en gelijkmatiger. Een goede helm beschermt tegen koude, wind, zorgt voor ventilatie en goed zicht. Een goed passende helm zorgt voor comfort en een goede concentratie. Heb je een niet goed passende helm, dan neemt je gevoel van onveiligheid toe en kun je je minder goed concentreren. Bij een eventuele val kan een te ruime helm afschuiven of zelfs naar achteren slaan, wat nekletsel kan veroorzaken!

Met de volgende stappen kun je bepalen welke helmgrootte je hebt.
Hoofdomvang in cm Helmgrootte
48-50 XXXS
51-52 XXS
53-54 XS
55-56 S
57-58 M
59-60 L
61-62 XL
63-64 XXL

1. Meten
Het is belangrijk eerst de omtrek van je hoofd te meten. Omdat iedereen een andere vorm hoofd heeft, kan de een met dezelfde omtrek een andere maat helm hebben dan een ander. Bovendien kan de helmmaat per merk verschillen. Meet je hoofdomvang op net boven je oren en wenkbrauwen. omtrek

2. Passen
Als je de omtrek bepaald hebt, kies dan de helm met de maat die daar het dichtst in de buurt zit. Heb je het getal tussen twee maten, kies dan de grootste maat. Pas je helm.
In eerste instantie kun je door je hoofd te schudden al voelen of een helm te groot is. Als de helm beweegt is hij te groot.
Een helm is niet gauw te klein. Lijkt hij in eerste instantie niet te passen, soms krijg je hem toch over je hoofd en blijkt hij later heel lekker te zitten.
Uiteraard mag hij niet pijnlijk drukken. Een helm wordt na verloop van tijd altijd wat ruimer. De meeste mensen kiezen in eerste instantie een te grote helm. Een helm hoort goed om je hoofd te zitten en niet naar achteren te vallen. Een goed passende helm reikt op het voorhoofd tot net boven de wenkbrauwen en loopt door tot het knobbeltje op je achterhoofd (dit is het punt waar de schedel naar binnen wijkt).

3. Horizontale en verticale beweging
Kijk in de spiegel of je helm goed zit. Kijk of de wangstukken in contact met je wangen staan. Drukken ze te veel op je wangen? Kijk voor gaten tussen de bovenkant van het vizier en je voorhoofd. Controleer de achterkant van je helm waar de nekrol (als je helm er een heeft) contact maakt met je nek. Sluit het goed aan? Of drukt het de helm naar de voorkant waardoor je helm over je ogen gedrukt wordt? Zet je handen links en rechts tegen je helm en probeer je helm van de ene naar de andere kant te draaien. Let op de beweging van je huid als je dit doet en de hoeveelheid weerstand of beweging. Houd je hoofd stil als je dit doet. Check vervolgens de beweging van voren naar achteren, ook weer huidbeweging en weerstand controleren. Als je je huid niet voelt bewegen en/of de helm erg makkelijk te draaien valt, is hij te groot. Bij een goed passende helm beweegt de huid van je voorhoofd als de helm beweegt. Het voelt alsof een gelijkmatige druk op je hele hoofd wordt uitgeoefend.

4. 'Afvaltest'
Maak je kinband vast. Deze hoort niet op je strottenhoofd te drukken. Als je hem vasthebt, hoofd stilhouden, over de top van je helm reiken en de onderkant (achter) met je vingers vastpakken. Probeer de helm van je hoofd af te halen. Je mag best stevig trekken. Als je hem - zonder pijn - af krijgt, is hij zonder meer te groot.

5. Drukpunten
Maak je kinband los en doe je helm af. Kijk onmiddellijk nadat je helm af is in de spiegel om verkleuring van je huid op je voorhoofd en wangen te controleren. Is je huid rood op een bepaald plekje, dan kan het zijn dat daar een drukplek zit. Soms voel je drukplekken pas na een aantal minuten of uren. Drukplekken kunnen hoofdpijn veroorzaken maar zijn op z'n minst oncomfortabel. Zie je een drukpek, ga dan na of dat gebied naar aanvoelde toen je je helm op had. Kun je je het niet herinneren, doe dan je helm opnieuw op voor een paar minuten en let dan specifiek op de drukplek(ken). Blijft het onprettig aanvoelen, probeer dan de volgende maat en herhaal stap drie, vier en vijf.

6. Goede pasvorm
Een goede manier om te bepalen of de maat goed is, is gewoon een maat groter en een maat kleiner te passen dan je denkt dat je goede maat is. Of draag de helm een paar minuten in de winkel. Daardoor merk je eerder drukpunten. Voor optimale bescherming hoort een helm goed te zitten en je perifere gezichtsveld niet te belemmeren. Je kinband dient goed vastgemaakt te zijn. Tijdens het rijden hoort je vizier niet te klapperen en je helm niet te 'fluiten'. Het vizier moet makkelijk met handschoenen aan te openen zijn.
Een goede helm voldoet aan de Europees gestelde ECE-veiligheidsnorm (op de kinband of in de binnenvoering).
De beste helmen zijn systeemhelmen en integraalhelmen. Brildragers kunnen het beste een systeemhelm met opklapbaar kindeel dragen. Ook bij toertochten zijn systeemhelmen erg handig, maar bij hogere snelheden veroorzaken ze vaak meer windgeruis.
Let erop dat de werking van de helm ook afhankelijk is van de vulling. Door invloed van zweet e.d. verliest deze na verloop van tijd schokabsorberende capaciteit.
Ook kan UV-straling ervoor zorgen dat de conditie van de valhelm achteruit gaat, vooral bij goedkopere valhelmen van polycarbonaat. Duurdere glasfiber- en kevlarhelmen zijn daar minder gevoelig voor.
Iedere helm zou na zo'n drie tot vijf jaar of na een val vervangen moeten worden. De binnenschaal van de helm kan slechts één keer botsenergie absorberen.
Ook voor bijrijders is een goed passende helm verplicht. Kinderen beneden de 3 à 4 jaar kun je maar beter niet met de motor meenemen. De nekjes zijn dan nog niet genoeg ontwikkeld om een helm te kunnen dragen.

Wist je dat:
  • De eerste helmen gevoerd waren met kurk?
  • Sommige polycarbonaathelmen gemaakt zijn van gesmolten kratjes?
  • Helmproducent FM ook kratjes maakt?
  • Voor ze beroemd werden om hun motorhelmen, ARAI helmen voor bouwplaatsen maakte?
  • De oprichter van ARAI, Hirotake Arai, een stuntrijder was?
  • Prinses Anne en George Harrison beiden special painted ARAI helmen hadden?
  • Barry Sheens King helm een Bell Star helm met King sticker erop was?
  • Jim Moodie en Sean Emmett maandverband in hun helm stopten om te verhinderen dat met heet weer het zweet in hun ogen drupte?
  • Shoei helmen ook beschermen tegen kogels?


Stuur deze nieuwsbrief naar een vriend(in)

Toerritten en vermoeidheid

Vermoeidheid kan je plezier in een motorrit behoorlijk bederven. Ben je eenmaal aan het rijden, dan heb je het gevoel dat je makkelijk nog een heel stuk verder kunt, ook al slaat de vermoeidheid toe. Soms heb je het in eerste instantie niet eens in de gaten...

Slaap
Onze hersenen hebben een vrij complexe werking. In die delen van de hersenen waar bewuste activiteit plaatsvindt kan de chemische balans na een periode van inspanning alleen hersteld worden door een periode van slaap. De voor het leven noodzakelijke toestand van slaap wordt op regelmatige tijdstippen vanuit de hersenen aan het lichaam opgelegd. Hoe langer de periode van wakker zijn duurt, hoe meer druk er wordt opgebouwd om te gaan slapen en hoe moeilijker het wordt om daaraan te weerstaan. Iedere persoon heeft een genetisch bepaalde hoeveelheid slaap nodig. Het prestatieniveau en je concentratie worden drastisch verminderd door te weinig slaap.

Circadianeklok
Ons slaapritme volgt in grote trekken het afwisselende patroon van dag en nacht, maar zorgt ook voor enigszins verlaagde prestaties in de namiddag. Wanneer iemand in een afgesloten ruimte verblijft zonder daglicht of klokken - gaat het waak- en slaapritme langzaam uit de pas lopen met het verloop van de dagen. Toch blijven we ongeveer evenveel uren per etmaal slapen. We hebben een ingebouwde biologische klok. Deze circadianeklok (circa = ongeveer en dia = dag) zorgt ervoor dat we toch voldoende slapen. Het vreemde is dat die klok bij mensen niet helemaal gelijk loopt met een etmaal van vierentwintig uur. De biologische klok doet er een ongeveer een uur langer over. Normaal gesproken merken we daar weinig van, omdat de klok gelijkgezet wordt door het ritme van dag en nacht. In het dagelijks leven ervaren we die slaapklok ook als we cijfers bestuderen van bijvoorbeeld verkeersongelukken. Verkeersongelukken vinden veel vaker plaats tussen één uur 's nachts en zes uur 's ochtends. Precies de periode waarin ons lichaam vindt dat we zouden moeten slapen.


Het donker in de nacht heeft twee effecten. Het slaapcentrum van ons lichaam interpreteert donker als een signaal om te gaan slapen. Gebrek aan stimulans en visuele aspecten tijdens de nacht zorgen ervoor dat onze hersenen de activiteit missen die je alert houden. Door het gebrek aan stimulansen zullen we 's nachts dus eerder in slaap vallen. Verhoogde externe stimulansen helpen je tijdelijk om niet in slaap te vallen. Ook lichamelijke fitheid zorgt ervoor dat je beter bestand bent tegen vermoeidheidsschommelingen.
Door de effecten gedurende de nacht kan het gebeuren dat 's nachts zomaar even wegzakt. Het kan zijn dat je een paar seconden met open ogen slaapt als je op je motor zit (microslaap). Je bent dan als het ware verlamd, je zicht vervaagt of andere effecten doen zich voor waar je jezelf niet van bewust bent. Wel krijg je het vage gevoel dat je iets gemist hebt – gedeeltes van een gesprek of een kruispunt op de snelweg. Die paar seconden bewustzijnsverandering kunnen cruciaal zijn. Met een gang van 100 kilometer per uur rijd je 24 meter per seconde – dus je rijdt de lengte van een half voetbalveld in maar drie seconden.

Gevolgen van vermoeidheid
Onze hersenen worden vermoeid door de constante te verwerken informatie en moeten regelmatig weer opgefrist worden. Onze hersenfuncties worden langzaam minder krachtig als de vermoeidheid toeslaat. Dit heeft gevolgen voor al onze prestaties. Het gaat vaak zo geleidelijk dat het ons niet eens opvalt en is nog meer van toepassing als we een inspannende prestatie leveren in een hoog tempo. Hierbij leidt de activiteit ons af van de toenemende vermoeidheid. De mate waarin je erdoor beïnvloed wordt hangt af van trainingsniveau, vaardigheden en in mindere mate biologische factoren. Hoe beter geoefend en vaardig we zijn op een bepaald gebied, en hoe complexer de taak, des te meer weerbaarheid we ertegen hebben. Training en ervaring maken ons dus weerbaarder tegen vermoeidheid. Hoe meer ervaring we hebben, hoe beter we onze eigen limieten kennen.

Microslaapjes
Onze hersenen interpreteren tekenen van vermoeidheid als een seintje om te gaan slapen. Hoe groter de vermoeidheid, des te groter de neiging om te gaan slapen. Microslaapjes zijn een van de tekenen dat het lichaam bezig is het tekort aan slaap (slaapschuld) te compenseren. Microslaapjes kunnen zich voordoen tijdens normale periodes van gewone en inspannende functionele activiteit, met onverklaarbare en onvoorspelbare gevolgen. Microslaapjes manifesteren zich in het onvermogen risico's te herkennen, voldoende actie te ondernemen tijdens een noodstoestand, het onvermogen beslissingen te nemen, onvermogen zich te concentreren, tijdverlies, het niet de bocht kunnen nemen, vergeetachtigheid en vele andere symptomen, desastreus voor motorrijders.

Slaperigheid
Hoe groter de vermoeidheid, hoe groter de neiging de vermoeidheid en behoefte aan slaap te ontkennen. Daardoor kunnen we ook de gevolgen niet overzien. Hoe langzamer we informatie ontvangen en inschatten, des te trager zijn onze reacties. Dit wordt duidelijk door trage beslissingen en een langere reactietijd. Verminderde waakzaamheid en grotere risico's zijn het gevolg.
Nog een symptoom van ernstige vermoeidheid is het veel trager rijden dan normaal. Dit komt doordat je hersenen de informatie van het rijden veel trager verwerken. Een tragere snelheid kan bij vermoeidheid dezelfde impact op je hersenen hebben als een hoge snelheid wanneer je uitgerust bent. De snelheid voelt in dat geval hetzelfde als de hogere snelheid.
De effecten van vermoeidheid worden aanzienlijk groter gedurende de nacht. Onze hersenen krijgen 's nachts minder data waarmee we juiste beslissingen kunnen nemen. Als de vermoeidheid groter wordt en de aanwijzingen minder, dan verandert onze gewaarwording en kan ons beoordelingsvermogen ernstig tekortschieten. Onze hersenen vullen de ontbrekende waarnemingsgaten zelf in, waardoor we dingen kunnen waarnemen die niet werkelijk zijn. Verkeerde interpretaties – zelfs hallucinaties – zijn mogelijk als onze hersenen zelf het omgevingsplaatje invullen wegens gebrek aan werkelijke informatie.

Geheugen
Vermoeidheid heeft invloed op ons geheugen met als gevolg onvermogen nieuwe informatie op te slaan en oude informatie op te halen. Als het informatieproces moeilijker wordt, hebben we de neiging keuzes te maken die de minste risico's of de minste inspanning vereisen. Ook al heeft die optie een kleinere kans van slagen.
We kunnen gefixeerd raken op een taak en niet in staat zijn tegenstrijdige gedachten of beslissingscriteria op te lossen, wat kan resulteren in starheid, gebrek aan situatiebesef of het niet uitvoeren van beslissende veiligheidsacties.

Psychologische veranderingen
Als vermoeidheid erger wordt, wordt slaap een steeds meer aanwezige factor, bewust of onderbewust. Je stemming verandert, je kunt moeilijker met anderen communiceren. Je motivatie wordt minder, waardoor weer andere gewoontes beïnvloed worden. Je eet en drinkt minder. Als je minder in staat bent taken uit te voeren, kun je ongeduldig, gefrustreerd en kwaad worden.

Voorzorgsmaatregelen
Gevaarlijk wordt het als we de behoefte aan slaap negeren en geen actie ondernemen. Er zijn diverse dingen die je kunt doen als voorbereiding op een periode waarin je verwacht dat je minder slaap zult krijgen dan normaal.
Begin uitgerust. Begin niet aan een vermoeiende activiteit met slaapgebrek. Zorg dat je minimaal twee dagen voor vertrek lang en goed hebt geslapen. Als je vroeg in de morgen aan de activiteit begint, probeer dan je slaap anders in te richten. Ga de avond van tevoren vroeg naar bed zodat je eerder op kunt staan en fris aan de activiteit kunt beginnen.
Goede voeding en drinken zijn erg belangrijk. Drie kleine maaltijden per dag is te prefereren boven een of twee flinke maaltijden. Ontbijten is erg belangrijk.
Je biologische ritme zorgt ervoor dat je midden op de middag slaperig wordt. Een eiwit- en koolhydraatrijke snack kan dit effect verminderen. Prop je niet vol. Zware maaltijden zijn moeilijk te verteren en zorgen ervoor dat bloed en energie, nodig voor je hersenfuncties, naar je stofwisselingsorganen getransporteerd worden. Veel kleine maaltijden zijn veel beter.
Zorg dat je ontspannen aan je reis begint. Zorg dat je goed voorbereid op pad gaat. Zet alles een dag van tevoren klaar.
Mensen met een goede conditie zijn beter bestand tegen de effecten van vermoeidheid.
Zorg dat je niet te veel bagage bij je hebt en je comfortabel kunt rijden.

Voorbereiding:

Persoonlijke accessoires
  • Comfortabel motorpak, goede laarzen en handschoenen
  • Goed passende helm
  • Regenkleding
  • Hulpmiddelen voor hitte en koude
  • Vochtinbrengende creme, lippenbalsem en zonnebrand
  • Ergonomie – je motor moet aangepast zijn aan je lichaam
  • Goed passend en comfortabel zadel
  • Comfortabele rijpositie
  • Goed zittende voetsteunen en handles
  • Spiegels juist afgesteld
  • Windscherm
  • Bagage
  • Dezelfde spullen telkens op dezelfde plek
  • Dingen die je veel gebruikt bovenaan
  • Neem alleen het hoogstnoodzakelijke mee
  • Zorg dat je je spullen in het donker goed kunt vinden
  • Reparatie
  • Gereedschap dat je nodig hebt
  • Bandenreparatieset en luchtpatronen
  • Weet hoe te gebruiken!
  • Reisverzekering
  • Communicatie – als je met anderen rijdt
  • Portofoon
  • Mobieltje
  • Telefoonkaart voor noodgevallen
  • Vermijd cafeïne. Cafeïne kan je vermoeidheidstolerantie vergroten. Drink je echter normaal gesproken veel koffie, en krijg je op je motor niet de kans je 'normale' hoeveelheid te drinken, dan is de kans groot dat je eerder moe wordt doordat je niet voldoende cafeïne binnenkrijgt. Ben je niet gewend aan cafeïne, dan kan een kopje koffie helpen je vermoeidheid te verminderen.

    Tegenmaatregelen
    Je motor dient zo uitgerust te zijn dat het de minste inspanning vereist hem te rijden. Vermijd die dingen die je rijinspanning kunnen vergroten en daardoor vermoeidheid in de hand werken.
    Je motor en uitrusting moeten je tweede natuur zijn. Een windscherm dat de invloeden van winddruk en regen behoorlijk tegengaat kan je vermoeidheidstolerantie aanzienlijk vergroten.
    De inwerking van de rijwind bepaalt voor een belangrijk deel hoe hard wij onze spieren moeten aanspannen om in het zadel te blijven. Een kuip of windscherm kan vanzelfsprekend een belangrijke bijdrage leveren je inspanningen te verminderen. Vermoeidheid treedt veel eerder op als een rijder continu tegen winddruk moet vechten, daarbij z'n torso- en beenspieren aanspant om rechtop te blijven en met de armspieren krampachtig het stuur vasthoudt. Ook regen wordt door een windscherm aanzienlijk verminderd.
    Kuipruiten veroorzaken nogal eens turbulentie. Een goed Laminar windscherm voert de lucht omhoog en over de rijder en is ontworpen om de aërodynamische krachten van een motor zoveel mogelijk te reduceren.
    Het is verbazingwekkend hoe het constante geraas van weggeluiden vermoeidheid in de hand werkt. Gehoorbescherming vermindert dit effect aanzienlijk. Het vermindert ongewenste achtergrondruis. Uiteraard wordt ook langdurig gehoorverlies voorkomen. Conversatie en andere belangrijke geluiden worden beter gehoord.

    De rit
    Sommige ritten zijn vermoeiender dan andere.
    Factoren die de vermoeidheid kunnen doen toenemen:

  • Tijdsdruk
  • Slecht weer
  • Extreme hitte of koude
  • Onbekende wegen
  • Eentonig landschap
  • Langdurig 's nachts rijden
  • Aanwezige gevaren - dieren en overig verkeer
  • Rijcondities boven het vermogen van de rijder
  • Verplichte ingewikkelde taken tijdens het rijden
  • Afleiding – mechanisch of familieproblemen
    Op veel van deze factoren heb je geen grip, maar een aantal dingen zijn te beheersen. Tijdsdruk kan geminimaliseerd worden door je route goed te plannen. Plan de route ruim in. Ken je limieten en houd je eraan. Maak een afspraak met jezelf en anderen en schrijf het op. Plan je rit en rijd volgens die planning. Ga niet zomaar extra ver op de bonnefooi ergens heen rijden als je moe bent.

    Hoeveelheid slaap
    Als je eenmaal moe bent, kan het vermogen om goed te functioneren alleen hersteld worden door te slapen. Daarmee herstel je de chemische balans in je hersenen. Je hoeft niet uren achter elkaar te slapen. Maar hoe langer je wacht, hoe meer slaap noodzakelijk is. Alleen wat rusten is geen vervangmiddel.


    Het meest effectieve dutje is minimaal vijf minuten, maar nooit langer dan 45 minuten. Hoe meer korte slaapjes, hoe beter. Slaap je langer dan 45 minuten, maar minder dan twee uur, dan kan dat slaapinertie veroorzaken, een soort van desoriëntatie met lagere lichamelijke activiteit. Twee uren continue slaap zijn een complete slaapcirkel. Wil je dus meer dan 45 minuten slapen, slaap dan altijd minimaal twee uur. Je biologische ritme heeft een voorkeur om te gaan slapen tussen 2.00 en 8.00 uur en tussen 14.00 en 17.00 uur. Tussen die periodes zul je beter in slaap vallen en is het effect het grootst.

    Uitdroging
    Je vochtbalans op peil houden is essentieel om vermoeidheid te voorkomen. Vochttekort kan dodelijk zijn in zomerse hitte door (niet-zwetend) vochtverlies dat optreedt gedurende het rijden. Uitdroging vermindert geestelijk en lichamelijk functioneren drastisch, kan uitputting versnellen en de vermoeidheidseffecten aanzienlijk vergroten.
    Symptomen van uitdroging: hoofdpijn, misselijkheid, droge lippen en mond, spierpijn en verslapte concentratie. Veel uitdrogingsverschijnselen zijn hetzelfde als vermoeidheidsverschijnselen.
    Drink drankjes die je lichaamsvocht aanvullen. Gewoon water of met een smaakje, electrolytendrankjes zijn goed. Laat je niet uitdrogen. Als je hoofdpijn hebt, ben je al uitgedroogd en moet je ten minste een kwartliter onmiddellijk opdrinken. Veel motorrijders hebben een watersysteempje met slang, waardoor ze tijdens het rijden kunnen drinken.
    Uitdroging kan ook hittekrampen veroorzaken. Hittekrampen zijn spierkrampen, vooral van buik, armen en benen, die plotseling opkomen als men overvloedig zweet tijdens lastige en zware fysieke inspanningen. Uitputting die aan de warmte te wijten is, komt plotseling na verscheidene dagen hitte: de hevige transpiratie vermindert de vervanging van de niet-vaste stoffen en zouten in het lichaam. De uitputting wordt gekenmerkt door duizeligheid, flauwte en vermoeidheid, slapeloosheid of ongewone nachtelijke onrust. De gevolgen van oververhitting zijn vaak groter naarmate men ouder is. Vooral veel drinken, juist als je nog geen dorst hebt.

    Rustpauzes
    Wil je even je ogen dichtdoen, zoek dan een comfortabele locatie waar je rustig kunt slapen zonder gestoord te worden. Veel ervaren rijders zijn voorstander van aparte stoppen om uit te rusten naast het stoppen voor eten of benzine, waardoor de rijtijd in handelbare stukken verdeeld wordt. Omdat een zinvolle slaap niet kan worden bereikt door minder dan vijf minuten te slapen, zul je door aparte rustpauzes te nemen niet echt minder vermoeid raken. Uiteraard heeft iedereen hierin zijn persoonlijke voorkeur en moet je gewoon doen wat je het prettigst vindt.

    Activiteiten
    Door interactief met anderen te communiceren, wordt je waakzaamheid kortdurend vergroot. Maar als je erg vermoeid bent, heb je de neiging kort na de conversatie in slaap te vallen.
    Wandelen of oefeningen doen vergroten je alertheid omdat de activiteit concentratie vereist en je bloed beter laat stromen. Maar te grote inspanning zal je vermoeidheid doen toenemen.
    Staan op je voetsteunen, de wind vol in je gezicht, scherpe snoepjes eten en andere trucjes zullen je tijdelijk wakkerder maken. Ze nemen echter de onderliggende vermoeidheid niet weg.

    Samengevat:

  • Ook al ben je niet moe, stop elke anderhalf uur.
  • Bij vermoeidheid even een dutje doen. Korter dan 45 minuten of langer dan twee uur, bij voorkeur midden op de middag of midden in de nacht.
  • Zorg ervoor dat je niet uitdroogt, drink veel, ook al heb je geen dorst. Veel water, vruchtensap of sportdrankjes met mate. Er zijn speciale drinksystemen met slangetjes verkrijgbaar (Camelbak). Vermijd koffie of zoete drankjes en uiteraard alcohol.
  • Eet zo nu en dan een snack. Kleine hoeveelheden, fruit, noten, een mueslireep of wat chocolade. Vermijd vet eten en grote maaltijden voor of gedurende een lange rit.
  • Zorg dat je niet oververhit raakt. Warmteregulerende onderkleding is ideaal of een nat t-shirt of nat sjaaltje in je nek.
  • Zorg voor prettig zittende motorkleding (leer) en bescherm je tegen weersinvloeden en zonnebrand.
  • Zorg dat je motor goed is afgesteld op je zitpositie. Je motor goed en niet te zwaar beladen (zie ook de vakantietips) en zeker niet met een zware rugtas gaan rijden.
  • Kleed je in de winter niet te warm. Het is goed iets koel te blijven.

    Tekenen van vermoeidheid:

    • De bocht te ruim nemen
    • Een paar keer slordig schakelen
    • Een bord missen
    • Dagdromen
    • Droge mond
    • Stijve spieren (nek, knieën en polsen)
    • Lange reactietijd
    • Hard op de rem om een obstakel te vermijden
    • Van de weg raken
    • Drankjes morsen
    • Verminderde bewustzijn/waakzaamheid
    • Langzamer rijden dan normaal
    • Schrikken van een passerende auto
    • Bumperkleven
    • Gevaren niet opmerken
    • Vertraagd geheugen
    • Een benzinestation voorbijrijden als je bijna zonder zit
    • Portemonnee vergeten na het tanken
    • Trage beslissingen
    • Niet stoppen als je moe bent
    • Een slechte weg nemen
    • Niet kunnen kiezen tussen menu's
    • Verlies van situatiebeoordeling
    • Stopbord of -signaal negeren
    • Standaard vergeten uit te klappen
    • Vergeten je voeten op de grond te zetten als je stopt
    • In een hoge versnelling stoppen
    • Niet optrekken als het licht op groen springt
    • Niet communiceren met je vrienden
    • Taakfixatie

    Conclusie
    De meeste hulpmiddeltjes zoals lichamelijke activiteit hebben slechts een zeer tijdelijk effect als het gaat om het bestrijden van vermoeidheid. De combinatie van een dutje van 15 minuten en het innemen van 150 mg cafeïne (twee tot drie koppen of twee blikjes energydrink) is zeer effectief en leidt – gedurende de eerste twee uur - tot minder vermoeidheidsgerelateerde ongevallen. Slapen is het enige echte middel tegen vermoeidheid. Hoe ouder we worden, hoe trager onze reactiesnelheid. Je reactiesnelheid is voornamelijk genetisch bepaald. We hebben allemaal een bepaalde optimale reactiesnelheid waarmee we geboren worden. Bij de een is die beter dan bij de ander.
    Als je reageert, trekken je spieren snel samen. De snelheid waarmee jouw spieren samentrekken, hangt af van het aantal snelle spiervezels en dat aantal is genetisch bepaald.
    Om je reactiesnelheid te meten hier een leuke reactiesnelheidstest. Klik op het rondje zo gauw deze van kleur verandert. Doe deze test eerst wanneer je uitgerust bent en schrijf je tijd op.
    Doe hem dan nog een keer als je vermoeid bent.
    Doe de test ook een keer als je nuchter bent en dan nog een keer als je aangeschoten bent.
    Vergelijk de resultaten en ik denk dat je wel even zult schrikken...

  • (naar boven)

    Laatste actuele radarbeelden Europa

    Animatie Radar Europa

    Klik hier voor de vorige nieuwsbrieven:

    juni 2005 o.a. De juiste lijn in een bocht, Instructeur aan het woord, Slecht wegdek, Motorrijden en medicijnen
    mei 2005 o.a. Over een obstakel rijden, Zithouding, Risico's van een niet goed passende helm, Zonlicht en motorrijden
    april 2005 o.a. Motorrijden en remmen, ABS, Tegensturen en gyroscopische krachten, Bandenspanning
    maart 2005 o.a. Motorrijden en remmen, Motorrijders en letselschade, Foutmarges en risico's
    februari 2005 o.a. Urban Guerrilla, Tegensturen 2, Rijden in de regen
    augustus 2004 o.a. Tegensturen, Tips voor het schoonmaken van je motor en Torque
    juli 2004 o.a. Vakantietips, Zware motoren en stopafstand en een Harley testrit
    juni 2004 o.a. Ze zien me niet..., Optische illusies, Motorrijden en zwaartekracht en Ontdek je motorrijdersprofiel
    mei 2004 o.a. Doelfixatie, Nieuwe plaats op de rijbaan België en een remtest
    april 2004 o.a. Kijktechniek, Bandenspanning, Redacteur op herhaling
    maart 2004 o.a. Voorjaarscheck, Bochtentechnieken, Nieuwe verkeerswetgeving België
    februari 2004 o.a. Samenspel in de file, Papercraft, Wintertips en Snelheid

        
        
        
        
    Klik hier als je geen LCVM-Nieuwsbrieven meer wilt ontvangen


    Copyright © LCVM 2005
    Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of door fotokopieën, of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de LCVM.
    Hoewel de informatie op deze site permanent zo nauwkeurig en actueel mogelijk wordt weergegeven zijn wijzigigen en/of onjuistheden te allen tijde voorbehouden. Aan de inhoud van deze nieuwsbrief kunnen derhalve op geen enkele wijze rechten worden ontleend.

    Landelijk Coördinatiecentrum Verhoogde Motorrijvaardigheid