Welkom bij de LCVM-nieuwsbrief!
Printversie      Printversie met plaatjes
Voorwoord

De eerste (pinkster)bergtraining is weer achter de rug. Voor bijzonderheden, ervaringen van cursisten en foto's zie:

http://www.lcvm-bergtrainingen.nl

Op deze pagina kun is ook een kort videofilmpje van deze training te bewonderen.
Voor de bergtraining van juni (vrijdag 3 juni t/m maandag 6 juni) zijn nog vijf extra plaatsen beschikbaar. Wel snel reserveren, want vol is vol!

Soms is het te laat om een obstakel op de weg te kunnen ontwijken. In veel gevallen kun je gewoon over het obstakel heen rijden. Hoe je dit het beste kunt doen lees je in deze nieuwsbrief.
Ook al sta je er misschien niet bij stil, een juiste zithouding is een eerste vereiste voor prettig en veilig motorrijden en zorgt voor een optimale machinebeheersing.
Zelfs het niet goed bevestigd zijn van je helm kan voor veel verzekeringsmaatschappijen een reden zijn je bij een ongeval niet schadeloos te stellen. Lees het in onze rubriek 'Motorrijden en verzekeren'.
Motorrijden en zichtbaarheid; de zon kan hierin een grote rol spelen en dan vooral in het vroege voorjaar en najaar. In het artikel 'Zonlicht en zichtbaarheid' wordt uitgelegd wat het effect van het zonlicht op de waarneembaarheid kan zijn.


Over een obstakel rijden

Probeer obstakels op de weg te ontwijken door af te remmen of eromheen te rijden. Tegensturen is de beste manier om een obstakel op de weg te omzeilen.
Soms is het echter te laat om een voorwerp voor je op de weg te ontwijken. In principe kun je door/over veel voorwerpen die kleiner zijn dan de as van je voorwiel gewoon heenrijden. Bijvoorbeeld iets dat van het voertuig voor je afgevallen is. Of je hebt de bocht gemist en dreigt rechtdoor over de trottoirband te stuiteren. Wat van toepassing is op voorwerpen geldt ook voor kleine dieren.

Een van de oefeningen tijdens een verhoogde motorrijvaardigheidstraining kan zijn het rijden over een motorfietsband of balk. Of je er nou recht of schuin overheen rijdt maakt in principe niet zoveel uit, maar dat kan anders uitpakken naargelang de grootte en de vorm van het voorwerp. Als je over een obstakel heen moet rijden, schat dan eerst goed of het wel mogelijk is. Benader het voorwerp zoveel mogelijk in een hoek van 90º. Kijk waar je heen wilt om je weg te vervolgen.

De beste manier om over een voorwerp te rijden zou zijn door je motor op het laatste moment op te tillen voordat je het obstakel raakt. Dat lukt waarschijnlijk aardig met een kleine 125 cc motor, maar bij bijvoorbeeld een GoldWing gaat dat wel even een heel stuk moeilijker! De bedoeling is je motor een handje over het obstakel te helpen door hem als het ware door zijn eigen kracht 'op te laten tillen'.

Schokken worden in eerste instantie door je veren opgevangen. De voorkant van je motor veert heen en terug al naargelang hoe de veren/schokbrekers zijn ontworpen en aangebracht. Als je met een geleidelijke snelheid rijdt zal de voorkant van je motor zo ver mogelijk uitgerekt zijn en je vermogen om het nog verder te 'liften' wordt bepaald door de hoeveelheid gewicht die je er vandaan kunt halen, niet hoe sterk je bent. Voor elke actie is er eenzelfde en tegengestelde reactie. Terwijl je 200 pond (til)kracht op je handgrepen uitoefent, zul je dezelfde hoeveelheid tegengesteld gewicht op je zadel en voetstepjes uitoefenen. Dus als je probeert de voorkant omhoog te brengen door zoveel mogelijk van je gewicht naar de achterkant van je motor te verplaatsen, is het resultaat bijna nihil. Je voorvorken zullen nauwelijks langer worden. Dit is dus verspilling van tijd en energie. Het principe is wel goed. Maar in plaats van dat jij je motor omhoog tilt, laat je de motor zichzelf liften door het gewicht van het voor- naar het achterwiel te verplaatsen. Dit gebeurt al automatisch als resultaat van accelereren. Zonder lichamelijke inspanning kun je de voorkant omhoog laten komen door aan het gas te draaien.

Maar hoe verkrijg je nou de meest optimale veerkracht voordat je het voorwerp raakt? Om te beginnen is de voorkant van je motor al bijna zo ver mogelijk uitgerekt. Als er meer gewicht op de voorkant zou rusten (in elkaar gedrukt) voor je begint te accelereren, zou je veel meer veerkracht verkrijgen. En dat is mazzel hebben, want zo gauw je begint te remmen komt er meer gewicht op de voorkant van je motor te staan. Als je ziet dat je iets gaat raken, ga je normaal gesproken automatisch uit volle kracht remmen (meer gewicht op voorkant, veren trekken samen). Om zoveel mogelijk controle over je motor te hebben als je het obstakel raakt, laat je de remmen los en geef je zo'n halve seconde gas bij, waardoor het gewicht van het voor- naar het achterwiel verplaatst en de veren van je motor weer uitrekken. Als je het voorwerp raakt heb je dus de maximale schokabsorberende capaciteit. Hierbij zet je al je gewicht op je voetsteunen door te gaan staan. Dit ook omdat als je achterwiel het obstakel raakt, je een flinke verticaal gerichte schok krijgt. Zo kun je de schok met je knieën en ellebogen opvangen en word je niet van je motor geslingerd. Stuur goed vasthouden!

Waarom je niet gewoon alleen zoveel mogelijk afremmen, zodat je het voorwerp met minimale snelheid raakt?
De reden om dat absoluut niet te doen is omdat je schokbrekers zover mogelijk samengedrukt zijn als je hard remt. Dat betekent dat er geen speling meer in zit om de klap op te vangen. Daardoor zul je de maximale gevolgen ondervinden van de klap - alsof je helemaal geen schokbrekers hebt. Het betekent dat de hele motor omhoog komt en minimaal de hoogte van datgene wat je raakt weer naar beneden valt, omdat hij geen veerkracht meer heeft. Daardoor verlies je de controle over je motor.
Nog een reden om niet met maximale remkracht een voorwerp te raken, is omdat je op dat moment op of over het punt van slippen zit. Als je het voorwerp raakt zul je over dat punt gaan en inderdaad omvallen. Bij een voorwielslip is er maar een fractie van een seconde nodig om totaal de controle over je motor te verliezen.

In het kort:

  1. Gebruik maximale remkracht in een poging te stoppen voordat je het voorwerp raakt.
  2. Vingers goed om je handles - niet alleen bedekken
  3. Zorg dat je het voorwerp zoveel mogelijk in een hoek van 90° benadert
  4. Draai zo'n halve seconde aan het gas voor de botsing en verplaats je gewicht naar je voeten
  5. Gas loslaten direct nadat het voorwiel over het voorwerp heen rijdt (verplaatst gewicht naar voren en vergroot de achterwielvering)
  6. Gecontroleerde stop als beide banden weer op de grond staan
  7. Ga aan de kant van de weg staan en kijk je banden en velgen goed na op eventuele schade voor je verder rijdt.


Zithouding

De basis voor goed rijgedrag is je zithouding. Ook al zie je op het circuit soms coureurs bijna naast hun motor hangen bij het nemen van een bocht, hun knieën aan de grond, dit is toch niet de optimale lichaamshouding voor het rijden op de gewone weg. Op deze foto is trouwens duidelijk te zien dat het lichaam en gewicht van deze motorcoureurs in een relatief rechte lijn met het midden van hun motor staan.
Recht op je motor zitten staat natuurlijk niet zo cool, maar het zorgt wel voor het benodigde zelfvertrouwen, minder vermoeidheid en controle in tal van situaties.

In de meeste bochten is de juiste lichaamshouding op het midden van je zadel, meeleunend met je motor, zodat je hoofd naar de binnenkant van de middenlijn gericht is (zie foto). (Let wel: houd goed rechts en voldoende afstand tussen jou en het tegemoetkomend verkeer. Door het leunen in de bocht heb je meer ruimte nodig en is de kans groter dat je per ongeluk met je hoofd op de andere weghelft komt, wat voor levensgevaarlijke situaties zorgt!)
Je hoofd gericht naar de horizon zorgt ervoor dat je hersenen niet in de war raken door de diverse signalen die ze te verwerken krijgen, zowel visueel als gevoelsmatig (balans). Door doelfixatie zal de hoeveelheid ruimte die je in werkelijkheid hebt in gedachten sterk verminderen. Doelfixatie kan ook ontstaan door te veel aandacht naar degene die voorop rijdt. Aangezien ieder genomen besluit wordt bepaald door de ruimte die jij denkt te hebben, kunnen de gevolgen hiervan catastrofaal zijn. Een verkeerd gezichtsveld heeft invloed op je gewaarwording, kan leiden tot verkeerde besluitvorming, te weinig tijd en een volledig uit de hand gelopen overlevingsreflex. Het is belangrijk dat terwijl je vooruitkijkt je je bewust bent van de dingen om je heen. Altijd ver vooruit blijven kijken dus!

Romp en armen volgen de bewegingen van het stuur en van de machine. Daarom is het belangrijk armen en polsen licht gebogen te houden. Je elleboog op slot en het gewicht van je bovenlichaam op die arm om tegen te sturen is een algemeen gebruikelijke em luie slechte gewoonte. Daardoor kun je niet kleine stuurcorrecties uitvoeren en het beperkt je in de controle over je motor; ook elke oneffenheid in de weg zal je bovenlichaam uit balans brengen en die beweging wordt direct via je verkrampte arm naar je stuur doorgegeven, waardoor het stuurgedrag negatief beïnvloed wordt. Bedenk wel dat je handvatten meer bedoeld zijn om te sturen dan om je eraan vast te houden. Met een geforceerd lichaam schudden hoofd en helm zo dat daardoor je zicht vertroebeld kan raken. Het is belangrijk volkomen ontspannen op je motor te zitten. Heb je het gevoel dat je lichaam één is met je machine, dan zal je lichaam meer ontvankelijk zijn voor goede rijtechnieken en machinebeheersing.

De centrale zithouding zorgt ervoor dat je buitenste knie in de juiste positie staat (45°) en helpt je je gewicht goed te verdelen. Probeer zo ver mogelijk tegen je gastank aan te gaan zitten. Het is in bepaalde situaties makkelijker je lichaam iets meer naar achteren dan naar voren te verplaatsen. Gebruik de krachten van accelereren en remmen om je in de juiste positie te zetten.
Als je motor lage clip-ons heeft, is er behoorlijke kniedruk voor nodig om de druk op je armen te verlichten; probeer eens wat variaties totdat het comfortabel aanvoelt. Zo weinig mogelijk gewicht op je armen maakt het veel makkelijker kleine stuurcorrecties uit te voeren. Bovendien zullen schokken je motor minder uit balans brengen omdat je gewicht minder invloed uitoefent op je stuurgedrag.
Zo kun je ook experimenteren met de positie van je voet om te kijken wat voor jou het prettigst is; het beste is je tenen op de voetstepjes zodat je geen dingen op het wegdek raakt. Als je je achterrem veel gebruikt je voet zo ver mogelijk krom naar achteren. Door je voetsteunen te gebruiken kun je je lichaam als het ware lichter maken tijdens lichaamsverplaatsing. Hierdoor wordt overmatig gebruik van de stuurhelften als steunpunt tot een minimum beperkt en wordt de kans op een te snel vermoeid lichaam verminderd.

Soms zijn er situaties waarbij het hangen naast je motor het manoeuvreren of de grip vergroot. Bijvoorbeeld op natte of glibberige oppervlakken, door je lichaam dan naar de binnenkant van de bocht te draaien kun je je motor rechter op laten waardoor je meer grip hebt. En tijdens vlug tegensturen, als je een obstakel op de weg wilt ontwijken, kun je je lichaam rechtop houden waardoor je minder massa van de ene naar de andere kant hoeft te verplaatsen. Ga je een heuvel op, dan zal je vanwege de achterwaartse gewichtsverschuiving meer naar voren gaan zitten. Ga je de heuvel af, dan kun je beter meer naar achteren gaan zitten vanwege vorkcompressie, gewichtsverschuiving en zwaartekracht. Als je met een hogere snelheid over drempels rijdt, ga dan op de voetsteunen staan, met je billen van het zadel. De motorfiets vangt dan de schokken op en niet je (onder)rug.

Je zithouding heeft een behoorlijke invloed op het gedrag van je motor en het is de moeite waard om diverse technieken uit te proberen om uit te vinden welke zithouding jou het meeste zelfvertrouwen en comfort geeft.

Een juiste zithouding:

  1. Hoofd naar voren gericht, kijk waar je heen wilt.
  2. Zorg ervoor dat je zo zit dat je je handles met je armen licht gebogen kan bedienen. Daardoor kun je je motor draaien zonder je armen te hoeven te strekken. Bovenlichaam ontspannen, schouders en ellebogen licht gebogen.
  3. Houd je handvatten goed vast zodat je de grip niet verliest als je motor begint te stuiteren als je iets raakt.
  4. Polsen naar beneden. Daardoor wordt te veel gasgeven voorkomen, vooral als je plotseling je voorrem in moet knijpen.
  5. Knieën goed tegen de benzinetank. Zo blijf je in een bocht in balans.
  6. Voeten goed op de voetsteunen. Daardoor blijf je in balans. Tenen nooit naar beneden gericht. Je kunt gewond raken of de controle verliezen als je voet iets op de weg raakt.
  7. Altijd voeten bij de pedalen. Je moet de koppeling en rem snel kunnen bedienen als het nodig is. Tenen omhoog, zodat ze niet tussen de weg en voetsteun vast komen te zitten.
  8. Ga een stukje gebogen op de motor zitten anders krijg je last van je wervels. Lichaam niet te krom. Daardoor hoeven je armen alleen maar te sturen in plaats van je lichaam te ondersteunen.


Motorfun

Maak je eigen motorkalender

Klik op de onderstaande linkjes en maak met je eigen motorfoto's je eigen persoonlijke (verjaardags)kalender.

Hoe ga je te werk.
  • Klik op de gewenste link en je kunt het bestand opslaan of openen. Het is aan te raden om het bestand in je directory op te slaan en dan te openen, zodat je in Word kunt werken. Anders moet je in de reader werken.
  • Klik op de foto op de gewenste pagina. Je ziet dat er vierkantjes omheen komen te staan.
  • Druk op de Delete toets. Je hebt nu de foto verwijderd.
  • Klik boven in de Windows-werkbalk op Invoegen, ga naar Afbeelding, Uit bestand. Zoek je eigen motorfoto in je computer op. Klik twee keer op de gewenste foto. Je foto staat nu in de kalender. Wil je bij de liggende kalender de foto verder naar boven, ga dan boven de foto staan en druk op Delete.
  • Klik op de foto en trek hem met je muis in een van de hoeken tot de gewenste grootte.
  • Ga naar Bestand, Afdrukvoorbeeld en kijk of alle tekst nog op de pagina past. Zo niet, pas dan de grootte van de foto aan.
  • Maak je een verjaardagskalender, zet dan in een klein lettertype de namen op de gewenste data.
  • Afdrukken (evt. op dik, licht gekleurd papier), gaatjes maken met de perforator en klaar is je kalender.

    Staand

    Liggend
    jaar 2005jaar 2005
    januari 2005januari 2005
    februari 2005februari 2005
    maart 2005maart 2005
    april 2005april 2005
    mei 2005mei 2005
    juni 2005juni 2005
    juli 2005juli 2005
    augustus 2005augustus 2005
    september 2005september 2005
    oktober 2005oktober 2005
    november 2005november 2005
    december 2005december 2005
    jaar 2006jaar 2006
    januari 2006januari 2006
    februari 2006februari 2006
    maart 2006maart 2006
    april 2006april 2006
    mei 2006mei 2006
    juni 2006juni 2006
    juli 2006juli 2006
    augustus 2006augustus 2006
    september 2006september 2006
    oktober 2006oktober 2006
    november 2006november 2006
    december 2006december 2006


  • Motorrijden en verzekeren

    Zondag 24 april 2005 was een dag waarop naar het scheen iedere zichzelf respecterende motorclub een toertocht had georganiseerd. Toertochten door de bossen of door de polder, het maakte niet uit. Overal kwam je groepen motorrijders tegen, aangetrokken door het mooie weer.

    Zelf nam ik deel aan een tocht door de polder. Op zoek naar de kleuren van tulpen, narcissen en hoe het verder ook maar mag heten. In een groep van 20 motoren trokken we de polder in. Gehinderd door velen in auto's die ook van de kleurenpracht wilden genieten, baanden we onze weg tussen de vele auto's door. Na een groot aantal kilometers te hebben afgelegd, werd een parkeerplaats opgezocht voor een noodzakelijke stop.

    Door het mooie weer of door het enthousiasme wegens de eerste tocht kwam één onzer in de verleiding om zonder helm en met hoge snelheid over de polderweg te razen. Het risico dat de betreffende motorrijder over zichzelf afriep moge duidelijk zijn. In de volgende nieuwsbrief zal ik ingaan op de vraag of de organisatie van deze dag ook aansprakelijk is indien hem een ongeval was overkomen.

    In deze nieuwsbrief beperk ik mij tot het risico dat een niet goed passende helm of een kinband die niet goed zit geeft. Uit onderzoek door TNO is gebleken dat de vorm van de kin een belangrijke rol speelt. Een "weggevallen" kin kan in sommige gevallen oorzaak zijn van het gemakkelijk van het hoofd schieten van de helm.

    Het niet goed bevestigd zijn van een helm kan leiden tot eigen schuld. Dat een aansprakelijkheidsverzekeraar ver gaat in haar pogingen onder de schadevergoedingplicht uit te komen moge blijken uit het volgende.
    Een motorrijdster werd geen voorrang verleend door een automobilist. De motor boorde zich in de zijkant van de auto. Na het ongeval werd de helm aangetroffen in de berm. De aansprakelijkheidsverzekeraar van de auto trachtte met het volgende argument aan haar volledige schadevergoedingverplichting te ontkomen: de motorbestuurster was voor het ongeval naar de kapper geweest. Informatie van TNO leert dat het zeer onwaarschijnlijk is dat door een kapperbezoek een helm niet goed meer past...

    Johan Oosting
    Mr.j.h.oosting@palsgroep.nl



    Zonlicht en zichtbaarheid

    In nieuwsbrief 5 hebben we het al gehad over de zichtbaarheid van motorrijders. Of motorrijders worden waargenomen is afhankelijk van waar ze zich bevinden, de achtergrond waartegen ze worden waargenomen en de verwachtingen van andere weggebruikers. Ook het normale daglicht kan van grote invloed zijn op onze zichtbaarheid.

    In het vroege voorjaar en het najaar kan de op- en ondergaande zon je behoorlijk veel last bezorgen. De laag staande zon zorgt ervoor dat je of zelf niet goed ziet, of andere weggebruikers jou niet goed zien. Motorrijders kunnen verblind raken door zonlicht als het hun vizier of windscherm raakt. Daardoor kun je wel door je vizier/windscherm kijken, maar niet duidelijk zien. Ook indirect zonlicht vanuit een hoek, vanaf een glazen gebouw of andere auto's kan voor problemen zorgen. Een smerig vizier/windscherm verergert het probleem alleen maar. Opgelicht door het zonlicht zal elk stukje stof, elke veeg en elk vuiltje alleen maar uitvergroot worden, zodat je alleen maar het vuil op je vizier ziet in plaats van de weg. En omdat het scherm helder is, zullen de lage stralen van de zon bij zonsop- en ondergang lange schaduwen op de weg voor je maken, waardoor je nog slechter ziet.

    Maar de zon is niet alleen een probleem wanneer je er tegenin rijdt. Rijd je met een laag staande zon in je rug, dan is je silhouet heel lastig waar te nemen door tegemoetkomende weggebruikers. Zie je je eigen schaduw voor je, houd er dan rekening mee dat naderend verkeer jou niet ziet.
    Het helderheidscontrast is een van de meest belangrijke factoren als het aankomt op het zichtbaar zijn voor andere weggebruikers. Het helderheidscontrast is het verschil tussen hoe helder twee dingen lijken. Het menselijk oog past zichzelf aan elke lichtintensiteit aan, hoe sterk ook.
    Lampen die wit licht uitstralen binnen de grenzen van hun bron zijn zichtbaar als ze in de schaduw van de zon staan, maar buiten deze schaduw concurreren ze met het licht van de omgeving. Bij daglicht is de intensiviteit van het zonlicht normaal gesproken veel groter dan dat van de kunstmatige lichtbron (je lamp) en het oog kan de lichtbundel die vanaf de kunstmatige bron schijnt daardoor niet waarnemen. Rijd je met de zon laag in je rug, dan zal het licht van je koplamp soms opgaan in de lichtintensiteit van de achtergrond waardoor je met verlichting zelfs moeilijker bent waar te nemen dan zonder verlichting. Het helderheidscontrast is heel klein omdat één koplamp in plaats van twee bijna altijd in het centrum van de lichtbron komt te staan. Auto's zijn beter waar te nemen dan motorrijders omdat de koplampen verder naar de rand van de lichtbron staan. Bij hen is het helderheidscontrast groter.

    In de felle zon kan helder gekleurde kleding in combinatie met een te felle verlichting een camouflerend effect hebben. Hierdoor gaan motorrijders op in hun omgeving. In het bovenstaande geval ben je met donkere kleding beter zichtbaar doordat je hiermee een groter helderheidscontrast creëert (duidelijker silhouet). Het meest verstandige is indien mogelijk een andere route te volgen zodat de zon niet meer pal achter je staat.
    Kijk ook uit bij verkeerslichten. Als de zon achter een motorrijder schijnt, kan het licht zo op de reflectoren van het verkeerslicht schijnen dat ze allemaal dezelfde helderheid lijken te hebben en je niet ziet of het verkeerslicht op rood of op groen staat.

    De zon verblindt het meest als hij laag tegen de horizon staat. Een uur voor zonsop- en voor zonsondergang. Als het omgevingslicht minder wordt, wordt het verschil tussen kunst- en daglicht minder totdat de lichtintensiteit van de lamp groter wordt dan het licht van de omgeving. De lamp gaat zichtbaar stralen.

    Verlichting
    Nader je een voertuig in tegenovergestelde richting, dan is je verlichting ook op een zonnige dag in de meeste gevallen vrij goed zichtbaar. Voer dus altijd je dimlicht. Nader je een voertuig in een hoek van dertig graden, dan is het effect van je verlichting om de aandacht te trekken met meer dan de helft verminderd. Nader je een voertuig in een hoek van 60 graden dan heb je zo'n acht keer de lichtsterkte nodig om zijn aandacht te trekken dan wanneer je hem in tegenovergestelde richting zou naderen. Houd hier rekening mee! Wij als motorrijders kunnen anticiperen op onze slechte zichtbaarheid (defensief rijgedrag).
    Maar kijk uit: er zijn wettelijk toegestane normen voor het voeren van verlichting. Bepaalde vormen van verlichting zijn verboden omdat ze verwarring zouden scheppen. Groot licht mag in Nederland al niet gevoerd worden vanwege het verblindende effect, alleen bij zeer dichte mist en hevige sneeuwval. Automobilisten zijn door een te felle verlichting niet goed in staat je snelheid en afstand in te schatten. Grootlicht binnen het gezichtsveld van een bestuurder kan een reflexreactie veroorzaken. Het licht stopt het scanproces en zorgt ervoor dat de ogen zich op het felle licht fixeren. Daardoor kun je verwachten dat objecten binnen dit nou statische veld beter gezien worden. Daartegenover, fixatie stopt het afscannen van de omgeving waardoor objecten buiten dit statische veld niet meer - of slecht - worden waargenomen. Door fixatie op deze verlichting wordt dus het perifere gezichtsveld (kijken vanuit je ooghoeken) beperkt. Oudere bestuurders zijn gevoeliger voor het verblindende effect dan jonge bestuurders.

    Tips:

  • Zorg dat je vizier en windscherm goed schoon zijn.
  • Draag een goede polaroid zonnebril met UV-protectie. Je hebt speciale zonnebrillen die zich aan de lichtsterkte aanpassen. Het nadeel van een getint vizier is dat je in bijvoorbeeld tunnels en het (schemer)donker bijna niets meer ziet. Het beste is een (geel) anti-fog-scherm op de binnenzijde van je vizier. Overdag helpt dat tegen de zon, 's avonds (in het schemerdonker) helpt het geel om contrasten en contouren scherper te zien. Er zijn ook anti-fog-schermen die meeverkleuren met de zon. Overdag donker, 's avonds lichter.
  • Doe je verlichting (dimlicht) aan zodat anderen je zien als je tegen de zon in rijdt.
  • Wit licht is beter voor de waarneembaarheid dan geel licht.
  • De waarneembaarheid stijgt naargelang het aantal lampen (binnen 50 meter is dit effect onafhankelijk van de intensiteit van de lamp). Voorbeeld: twee enkele lampen van 0.5 lux worden beter waargenomen dan een enkele lamp van 1.0 lux.
  • Rijd rustig.


  • Regiotrainingen LCVM

    Een regiotraining van de LCVM is een speciaal ontwikkelde cursus ter verbetering van je motorrijvaardigheden.

    Deze cursus in de eigen regio is een pittige training en duurt een hele dag. De groepjes zijn klein, tot vier personen, dus er is veel persoonlijke aandacht. Mede aan de hand van de mate van rijervaring, de verschillende typen motorfietsen en de persoonlijke wensen van de deelnemers wordt de trainingsdag aangepast en kan extra aandacht worden besteed aan bepaalde rijtechnieken. Iedere trainingsdag is daardoor een stukje maatwerk, zodat elke motorrijder zijn praktische vaardigheden met zijn tweewieler op een aanmerkelijk hoger peil kan brengen.

    De training is volledig gericht op de dagelijkse praktijk en wordt zowel op een oefenterrein als op de openbare weg op speciaal daarvoor uitgezette routes in de provincie gegeven.

    De trainingen van de LCVM zijn bedoeld om de kans op motorongevallen te verkleinen en je verkeerskennis en -inzicht te vergroten. Door het in de praktijk oefenen onder deskundige leiding van ervaren motorinstructeurs worden je technieken verbeterd en je vaardigheden vergroot. Daardoor ben je in tal van situaties goed voorbereid en weet je hoe te handelen.
    De instructeurs van de LCVM zijn beroepsmotorrijders van o.a. politie/marechaussee en defensie. Hun kennis en vaardigheden worden intern ingezet ter bevordering van de kwaliteit van de trainingen.
    Uit een enquête, gehouden onder motorrijders, is gebleken dat na het volgen van een verhoogde motorrijvaardigheidstraining het risico op het krijgen van een ongeval tot dertig procent vermindert.

    Aan het eind van de dag wordt geëvalueerd en ontvang je een certificaat dat bij diverse verzekeringsmaatschappijen recht geeft op een korting op je motorverzekering.

    Kosten voor deze trainingsdag: 119 euro.
    Vanaf vier personen geldt een korting van 10 euro per persoon.

    Reserveringsformulier: http://www.lcvm.nl/reserveringvrt.htm



    Wat is jouw PSI

    Een bandenveiligheidsquiz

    Vragen kunnen meerdere antwoorden hebben

    1. Waar kun je het juiste PSI-niveau vinden? (pounds per square inch luchtdruk) voor je banden?
    A In het instructieboekje van mijn motor
    B In elk populair motortijdschrift
    C Op de zijkant van de banden
    D Alle bovengenoemde antwoorden

    bekijk het antwoord
    2. Hoe vaak moet je je bandendruk en de profielconditie van je banden controleren?
    A Als ik mijn motor na de winterstop uit de schuur haal C Elke keer voordat ik de weg op ga, of ten minste één keer per week
    B Elke 2-3 maand D Voor ik naar het circuit ga
    bekijk het antwoord
    3. Wanneer moet je je motorbanden vervangen?
    A Als het loopvlak sporen van scheurtjes, gaten, blaren, sneeën of onregelmatige slijtage vertoont C Wanneer het rubber uitdroogt en stijf wordt
    B Wanneer je diepe slijtagegroeven ziet D Alle bovengenoemde antwoorden
    bekijk het antwoord
    4. Waar moet je op letten bij het kopen van nieuwe banden?
    A Mix geen verschillende merken en modellen C Voor- en achterband zijn niet onderling verwisselbaar
    B De grootte is niet van belang D Alle bovengenoemde antwoorden
    bekijk het antwoord
    5. Wat van het volgende is een slecht idee?
    A Rijden met banden met een te lage bandenspanning C Regelmatig dezelfde band lappen
    B Je motor overbeladen D Alle bovengenoemde antwoorden
    bekijk het antwoord

    Klik hier voor de vorige nieuwsbrieven:

    april 2005 o.a. Motorrijden en remmen, ABS, Tegensturen en gyroscopische krachten, Bandenspanning
    maart 2005 o.a. Motorrijden en remmen, Motorrijders en letselschade, Foutmarges en risico's
    februari 2005 o.a. Urban Guerrilla, Tegensturen 2, Rijden in de regen
    augustus 2004 o.a. Tegensturen, Tips voor het schoonmaken van je motor en Torque
    juli 2004 o.a. Vakantietips, Zware motoren en stopafstand en een Harley testrit
    juni 2004 o.a. Ze zien me niet..., Optische illusies, Motorrijden en zwaartekracht en Ontdek je motorrijdersprofiel
    mei 2004 o.a. Doelfixatie, Nieuwe plaats op de rijbaan België en een remtest
    april 2004 o.a. Kijktechniek, Bandenspanning, Redacteur op herhaling
    maart 2004 o.a. Voorjaarscheck, Bochtentechnieken, Nieuwe verkeerswetgeving België
    februari 2004 o.a. Samenspel in de file, Papercraft, Wintertips en Snelheid

        
        
        
        
    Klik hier als je geen LCVM-Nieuwsbrieven meer wilt ontvangen


    Copyright © LCVM 2005
    Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch of door fotokopieën, of op enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de LCVM.
    Hoewel de informatie op deze site permanent zo nauwkeurig en actueel mogelijk wordt weergegeven zijn wijzigigen en/of onjuistheden te allen tijde voorbehouden. Aan de inhoud van deze nieuwsbrief kunnen derhalve op geen enkele wijze rechten worden ontleend.

    Landelijk Coördinatiecentrum Verhoogde Motorrijvaardigheid