 |
START
DE MOTOREN
Met je linker- of rechterarm
uitgestrekt ronddraaiende bewegingen maken
met je wijsvinger. |
LINKERBOCHT
Linkerarm horizontaal omhoog
met je elleboog
volledig uitgestrekt. |
 |
 |
RECHTERBOCHT Linkerarm horizontaal omhoog
met je elleboog
90 graden verticaal
gebogen. |
GEVAAR LINKS Je linkerarm
in een hoek van 45 graden uitstrekken en
naar het gevaar wijzen. |
 |
 |
GEVAAR RECHTS
A
Strek je rechterbeen in een hoek van 45 graden naar beneden uit om
het gevaar aan te wijzen. |
| GEVAAR RECHTS
B Strek je linkerarm omhoog
in een hoek van 45 graden met je
elleboog 90 graden gebogen en
wijs richting het gevaar
over je helm heen. |
 |
 |
GASSEN
Linkerarm omhoog
en weer naar beneden
met je wijsvinger uitgestrekt omhoog.
Dit geeft aan dat de
leider wil versnellen. |
| AFREMMEN
Strek je linkerarm uit
in een hoek van 45 graden en beweeg
je hand op en neer. |
 |
 |
STOP
Strek je arm uit in
een hoek van 45 graden met de
palm van je hand naar achteren gericht. |
| ENKELE RIJ
Plaats je linkerhand over
je helm met je vingers
uitgestrekt omhoog. Dit geeft aan
dat de leider de groep
in een één rij wil krijgen.
Meestal wordt dit gedaan uit veiligheidsoverwegingen. |
 |
 |
BAKSTEENFORMATIE
Strek je linkerarm omhoog
in een hoek van 45 graden met je
wijsvinger en pink uitgestrekt.
Dit geeft aan dat het veilig is
om weer zigzag te gaan rijden. |
| INKRIMPEN
Rechterarm omhoog en
herhaaldelijk op en neer
een trekkende beweging maken. Dit
geeft aan dat de leider
de groep dichter op elkaar wil hebben. |
 |
 |
KWAAD
Strek je linkerarm recht uit
met je elleboog 90 graden gebogen.
Voorzichtig je middelvinger uitstrekken
om duidelijk je onvrede
met die andere bestuurder aan te geven.
LET OP: dit is niet aan te bevelen
als je in je eentje rijdt... |