Gyroscopische krachten

Een gyroscoop is niets meer of minder dan een discusvormige schijf die ronddraait. De schijf heeft een massa, en die draait rond. Het is dus mogelijk om een impuls toe te kennen aan de schijf (impuls = m.v = massa maal snelheid, en de schijf heeft een massa en een omtreksnelheid). Omdat de impuls wordt veroorzaakt door een rotatie, is er sprake van een zogenaamd impulsmoment. Dit impulsmoment heeft een grootte, bepaald door de massa en het toerental van de schijf, en een richting, bepaald door de draairichting van de schijf (linksom or rechtsom). Het impulsmoment is dus een vector en die vector staat parallel met de as waarom de schijf roteert. Voor een wiel gemonteerd in een motor staat de impulsmomentvector dus evenwijdig aan de wielas en loodrecht op de rijrichting.
Gyroscopische precessie (draaibeweging) is wat er gebeurt als wordt geprobeerd de richting van de draaias van een roterend voorwerp (gyroscoop) te veranderen. Vanwege de wet van behoud van impulsmoment zal in zo'n geval de werkelijke verandering van de draaias loodrecht (90 graden) staan op het krachtmoment dat erop wordt uitgeoefend.

De motor heeft twee onderdelen die gyroscopische krachten produceren: het voor- en het achterwiel. Dankzij gyroscopische krachten heeft je motor de neiging (bij meer dan 30 km per uur) om rechtuit te gaan.
Als een zijdelingse kracht uitgeoefend wordt op de as van een draaiende gyroscoop (motorwiel), zal een van de merkwaardige effecten die dan optreden zijn dat als die kracht wordt uitgeoefend waardoor de wielas van beweging gaat veranderen, de verandering niet evenwijdig is aan de richting van de kracht, maar loodrecht erop: je motor gaat kantelen.
Voorbeeld: neem in gedachten een draaiend wiel, met de as evenwijdig met de horizon. Probeer nu de as verticaal te kantelen, en dan zul je zien dat de as begint te draaien in het horizontale vlak. Dit is het gyroscopisch effect. Het werkt ook andersom: stel je hebt een draaiend wiel dat je laat ronddraaien loodrecht op de draairichting in het horizontale vlak, dan ontstaat er een kracht die naar boven of beneden is gericht.

Klik hier voor een video met een demonstratie van gyroscopische precessie
De draaiende gyroscoop vertaalt de krachtvector negentig graden tegenovergesteld aan de draairichting. Dus als we proberen ons voorwiel naar links te draaien is de kracht die we gebruiken een zijdelingse kracht voorwaarts tegen de aslijn aan de rechterkant en deze wordt vertaald in een kracht die probeert het wiel naar rechts te buigen. Vergelijkbaar: proberen het wiel naar rechts te draaien resulteert in een wiel dat naar links probeert te leunen. Gyroscopische precessie is niet een noodzakelijke component van tegensturen. Als je voorwiel (ook maar heel iets) van zijn rechte koers afwijkt, dan zal je motor in tegenovergestelde richting leunen. Zelfs zonder gyroscopische krachten zal het effect van je voorwiel van onder je motor wegsturen zijn dat je motor in de tegenovergestelde richting gaat leunen. Het resultaat van stuurgeometrie.
Je kunt dit heel goed zien bij een complete stop. Draai je stuur in een bepaalde richting en je ziet dat je motor in tegengestelde richting gaat leunen. De inbreng op je stuurstang wordt onmiddellijk vertaald naar gyroscopische precessie en leunen in tegenovergestelde richting. Omdat je voorwiel aan het frame van je motor vastzit, zal de motor zelf ook proberen te leunen. Het is het kantelen van het frame dat de stuurpoging overweldigt en het voorwiel in deze richting meesleept.
Gyroscopische precessie start het proces min of meer, maar wordt al snel onbelangrijk voor het eindresultaat. Als je bijvoorbeeld een ski had in plaats van een voorwiel, dan zou de voorkant in de richting van de stuurinput beginnen te draaien (net als met een wiel) maar het kantelen in tegenovergestelde richting zou het door de ski gemaakte tegenstuureffect nog steeds effectief overweldigen.